U bent hier

De uitstoot van verontreinigende stoffen die de luchtkwaliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aantasten

De menselijke activiteiten zijn de voornaamste bron van luchtverontreiniging in de grote agglomeraties. De oorzaak ligt bij de werking van de stad, de dichtheid van de bevolking, de ontwikkelde activiteiten, de verplaatsingen. Al is de situatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet even alarmerend dan in andere Europese metropolen, ze is echter niet minder zorgwekkend.  

Elk jaar maakt het Gewest een inventaris op van de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. Een lijst van een twintigtal verontreinigende stoffen werd opgesteld vanaf 1990. Het laatste beschikbare jaar is 2017. De hele historische serie 1990 – 2017 is onderaan de pagina terug te vinden.

De voornaamste verontreinigende stoffen die de luchtkwaliteit aantasten zijn : stikstofdioxide (NOX), zwaveldioxide (SO2), niet-methaan vluchtige organische stof (NMVOS) en fijne stofdeeltjes (PM2.5).

De voornaamste emissiebronnen zijn: de verwarming van de gebouwen (wooneenheden, tertiair en industrieel), het wegtransport, het huishoudelijk verbruik en de installaties voor energieproductie (huishoudafvalverbrandingsovens, warmtekrachtkoppeling). Het relatief belang ervan varieert in functie van het type verontreinigende stof.

In het geval van de NOX, is de voornaamste bron het wegtransport (69% in 2017), gevolgd door de verwarming van gebouwen (24%), de installaties voor energieproductie (45%).

De sectorale verdeling van de SOX–uitstoot is verschillend : de verwarming van gebouwen vertegenwoordigt 90% van de totale emissies, 8% wordt uitgestoten in de installaties voor energieproductie en de rest stemt overeen met de andere sectoren, wegtransport inbegrepen.  

De uitstoot van NMVOS resulteert voornamelijk uit het gebruik van producten binnen de huishoudens (kuisproducten, cosmetica en parfums, verf…) en industriële processen zoals het ontvetten, de voedingsindustrie of de behandeling van carrosserieën (69%), gevolgd door het wegtransport (17%) en de verwarming van gebouwen (12%). De andere sectoren stoten in totaal 2% uit.  

Voor wat betreft de PM2,5, is de verwarming van gebouwen de voornaamste bron omwille van de verbranding van steenkool en van hout (36%), gevolgd door het wegtransport (30%), het verbruik van tabak (19%) en het beheer van afval (brand van wagens en gebouwen inbegrepen) (12%). De andere sectoren vertegenwoordigen 3% van het totaal.

 

 

Datum van de update: 24/04/2019