U bent hier

Beleid inzake energie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

2003_cbe_energie_vol_2_93.jpg

Nationaal actieplan inzake hernieuwbare energie

De Europese Unie heeft zich ertoe verbonden om het aandeel van hernieuwbare energie tegen 2020 te verhogen zodat ze 20% vertegenwoordigt van het eindverbruik van energie (tegen 8,5 % in 2005). Om deze doelstelling te behalen moet elke lidstaat zijn hernieuwbare energieverbruik verhogen in de sectoren van de elektriciteit, verwarming en koeling en de transportsector.

Voor België is het bindende aandeel van energie geproduceerd vanuit hernieuwbare bronnen in het eindverbruik van energie in 2020 vastgesteld op 13%. Iedere gefedereerde entiteit is verantwoordelijk voor de uitvoering van ambitieus beleid voor de ontwikkeling van hernieuwbare energie teneinde deze doelstelling te behalen. De Brusselse doelstelling bedraagt 849GWh.

Om haar doelstelling te behalen heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het Gewestelijk plan lucht-klimaat-energie een ontwikkelingsstrategie voor hernieuwbare energie gedefinieerd. Deze strategie legt de prioriteit op de ontwikkeling van fotovoltaïsche energie waar het belangrijkste productiepotentieel in het stedelijk landschap ligt. 

Als maatregel om haar ontwikkeling te stimuleren, heeft het Gewest trouwens besloten om een installatieprogramma voor fotovoltaïsche panelen op het dak van openbare gebouwen, (SolarClick) uit te voeren en beschikt ze over een zonnekaart om het zonnepotentieel van Brusselse daken te identificeren.

Actieplan inzake energie-efficiëntie

Het Actieplan voor Energie-Efficiëntie (APEE), dat in 2007 werd goedgekeurd, vatte de maatregelen samen die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn genomen met het zicht op het behalen van de indicatieve doelstelling om energiebesparingen van 9% te realiseren op een periode van 9 jaar. Dit plan bevatte 49 maatregelen in de bouw- de residentiële, de tertiaire en industriële, de openbare en de transportsector.

Het tweede Brusselse APEE, gerealiseerd in 2011,  bouwt verder op het regionaal energiebeleid van het eerste APEE. Het zet een specifiek accent op de voorbeeldigheid van de overheidsinstanties.

Het derde APEE werd bezorgd aan de Europese Commissie naar aanleiding van de goedkeuring van de richtlijn 2012/27 betreffende de energie-efficiëntie. Het omvat eveneens een strategie voor de renovatie van gebouwen.

Het vierde APEE, dat in 2017 verschenen is, is het laatste plan opgesteld onder de auspiciën van richtlijn 2012/27, alvorens de Nationaal Energie en Klimaatplan (NEKP) en hun monitorings in het kader van de Energy Union Governance het verder overnemen.

Datum van de update: 20/12/2018