U bent hier

Types van reservaten

Het Brussels Gewest telt drie grote types van reservaten:

Natuurreservaten

De 14 natuurreservaten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (het moeras van Ganshoren, Kinsendael-Kriekenput, de Verdronken-Kinderen-Vallei...) werden opgericht om de biodiversiteit te beschermen van enkele in Brussel eerder zeldzame milieus (een moeras, een heiderelict…). Ondanks de grote biologische rijkdom hebben natuurreservaten vaak te lijden onder verschillende vormen van verstoring.
Overmatige recreatie verstoort de rust van dieren, en planten worden vaak vertrappeld. De toegang tot de natuurreservaten is dan ook beperkt tot de paden.

Bosreservaten

Deze reservaten liggen in het Zoniënwoud en zijn bedoeld om de typische habitats en boslandschappen te beschermen. Men spreekt van « integrale bosreservaten » wanneer geen enkele tussenkomst is voorzien. Aldus kan het bos op een spontane en natuurlijke manier evolueren  Elders worden regionale bossen wel beheerd om een karakteristiek bostype te beschermen zoals dat van het eikenbos met hyacinten in het Rood Klooster.
Het statuut van bosreservaat moet op termijn bijdragen tot een hogere natuurlijke waarde van het bos. Op die plaatsen wordt trouwens intensief wetenschappelijk onderzoek gevoerd.

Archeologische reservaten

Die moeten de risico’s op beschadiging beperken van de hoogtestructuren (Romeinse of pre-Romeinse grafheuvels en verdedigingsstructuren van een kamp), alsook van de archeologische restanten die ontdekt werden in de bovenste laag van de bodem van het Zoniënwoud en rond de vijver van Bosvoorde (werktuigen in silex, keramische potscherven…). Die schade kan veroorzaakt worden door het vertrappelen door wandelaars, door een onaangepast bosbeheer, en zelfs door biologische en klimatologische factoren.

Biologische reservoirs

De Brusselse natuurreservaten en bosreservaten vormen belangrijke reservoirs voor de biodiversiteit. De zeldzame soorten die er voorkomen, vormen een genenpool. Vanuit deze kernpopulaties kunnen soorten zich verspreiden en in contact komen met naburige populaties. Aldus kunnen genen worden uitgewisseld.  Ecologische netwerken (zoals het groene en blauwe netwerk), werken deze uitwisseling in de hand.

Datum van de update: 06/10/2016