U bent hier

Ziekte bij amfibieën: chytridiomycose en ranavirose

2008_cbe_reptiles-amphibiens_0002.jpg

Amfibieënpopulaties kennen wereldwijd een dramatische terugval en zijn in hun voortbestaan bedreigd. De infectieziekten chytridiomycose en ranavirose spelen daarbij een sleutelrol. Er zijn geen aanwijzingen dat deze infectieziekten schadelijk zijn voor de mens. De ziekteverwekker van chytridiomycose is de schimmel Batrachochytrium dendrobatidis, de ziekteverwekker van ranavirose zijn ranavirussen. Deze ziekteverwekkers komen ook in België voor. Wat de impact is op de Belgische amfibiepopulaties is vooralsnog onbekend.

De schimmelziekte chytridiomycose heeft een reputatie opgebouwd van notoire amfibieëndoder. Deze ziekte wordt de ergste infectieziekte ooit genoemd wat betreft het aantal soorten die getroffen worden. Twee schimmels zijn hiervoor verantwoordelijk: Batrachochytrium dendrobatidis en Batrachochytrium salamandrivorans.

B. dendrobatidis (Bd) kent verschillende varianten (stammen) en infecteert een zeer groot aantal amfibieënsoorten van de drie amfibieënorden (kikkers en padden, salamanders en wormsalamanders). Deze schimmel is eind jaren negentig voor het eerst beschreven en infecteert nu al wereldwijd meer dan 440 soorten amfibieën. Deskundigen, waaronder het IUCN, noemen het de ‘ergste infectieziekte die gewervelden ooit heeft getroffen en een grote bedreiging voor de biodiversiteit’. In Noord-, Centraal- en Zuid-Amerika en in Australië heeft Bd geresulteerd in groot verlies van biodiversiteit, waarbij tientallen soorten amfibieën zijn uitgestorven. Tot nog toe bleef het grootste deel van Europa, inclusief België en Nederland, hiervan gespaard.

In onze contreien komt de schimmel wijd verspreid voor en werd hij vastgesteld bij de meeste inheemse amfibieënsoorten. Ziekte komt bij ons echter slechts incidenteel voor en werd tot nu enkel vastgesteld bij pas gemetamorfoseerde Vroedmeesterpadden Alytes obstetricans, zonder echter merkbare schade aan te richten op het niveau van de populatie. Momenteel lijkt het er dan ook op dat B. dendrobatidis en amfibieën met elkaar in evenwicht kunnen leven in Noordwest-Europa.

B. salamandrivorans (Bs) is zeer waarschijnlijk pas recent in Europa binnengebracht, mogelijk via besmette Aziatische salamanders. In tegenstelling tot de hierboven genoemde verwante schimmel B. dendrobatidis, lijkt er geen sprake van te zijn dat B salamandrivorans in evenwicht leeft met onze inheemse amfibieënpopulaties. Integendeel, deze agressieve schimmel heeft in de Nederlandse populatie vuursalamanders nagenoeg volledig laten uitsterven en veroorzaakt momenteel massale sterfte van salamanders in het zuiden van België. B. salamandrivorans lijkt niet voor te komen bij gezonde dieren. Kikkers en padden lijken gelukkig ongevoelig te zijn voor deze infectie.

Naast schimmels kunnen ook virussen onze inheemse amfibieën bedreigen. Ranavirussen kunnen ook een zeer groot aantal amfibieën infecteren (in principe al onze inheemse amfibieën), en kunnen onder bepaalde omstandigheden uitgebreide sterfte veroorzaken. Dit gebeurt momenteel in Nederland. In België zijn tot nu toe nog geen ranavirus-uitbraken gemeld bij wilde amfibieën, maar wel bij amfibieën in gevangenschap. Onderzoek toonde aan dat ranavirus aanwezig is in de Belgische populatie Stierkikkers. De uitbraken in wilde amfibieën in Nederland en de aanwezigheid van ranavirus in België in stierkikkers en in amfibieën in gevangenschap zijn een continue dreiging dat dit virus bij onze inheemse amfibieënsoorten problemen kan veroorzaken.

Historiek België

Bs werd in België voor het eerst ontdekt in december 2013 bij vuursalamanders in Eupen, en vervolgens opnieuw in april 2014 bij vuursalamanders in Robertville en in april 2015 bij vuursalamanders in Luik. De infectie veroorzaakt er massale sterfte van vuursalamanders.

Begin mei 2015 werd deze schimmel voor het eerst in Vlaanderen aangetroffen bij 2 alpenwatersalamanders in Duffel via de lopende passieve bewaking van ANB. Het opsporen van de besmette dieren gebeurde dankzij een goede samenwerking met UGent, Natuurpunt en de Hyla-werkgroep. Huidweefsel van beide alpenwatersalamanders testte aan de UGent duidelijk positief op de aanwezigheid van de schimmel Bs. Omdat het om ingevroren exemplaren ging, kan niet met zekerheid gezegd worden of de dieren ook daadwerkelijk stierven ten gevolge van de schimmelinfectie. Verder onderzoek op 43 andere salamanders van dezelfde poel leverde geen nieuwe sporen van de schimmel op. Op deze loactie komen geen vuursalamanders voor.

Desalniettemin is een verhoging van het waakzaamheidsniveau aangewezen. Deze gegevens wijzen immers op een verdere verspreiding van deze schimmel in ons land en een bedreiging van onze salamanderpopulaties. We kunnen voor deze locatie in Duffel dus enkel besluiten dat er DNA van de schimmel op alpenwatersalamanders is gevonden, maar het is nog onduidelijk of Bs er sterfte veroorzaakt. Het is ook nog niet duidelijk waarom in dezelfde poel geen andere geïnfecteerde exemplaren werden teruggevonden.

Verspreiding van Bd en Bs

Hoe Bs zich verspreidt tussen locaties kon nog niet worden achterhaald. Vermoedelijk kan de schimmel verspreid worden door verplaatsingen van materialen (fuik, schepnet, laarzen, …) die in contact zijn gekomen met de schimmel, door het verspreiden van besmet water of door verplaatsingen van besmette amfibieën. Omdat menselijke activiteiten potentieel een bron van verspreiding van de sporen van de schimmel zouden kunnen vormen is het noodzakelijk dat er bij veldwerkzaamheden in en rond bosgebieden en poelen volgens een veiligheidsprotocol gewerkt wordt om overdracht van besmetting tussen bosgebieden en poelen te voorkomen.

Voorzorgsmaatregelen bij veldwerkzaamheden

Download hier alle informatie over hoe op een veilige manier veldwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd zonder dat de verspreiding van deze schimmel en andere pathogenen in de hand worden gewerkt. Deze bioveiligheidmaatregelen dienen genomen te worden bij ALLE OPEENVOLGENDE veldwerkzaamheden in verschillende amfibieënhabitats in en rond bosgebieden en poelen, ongeacht of zij gericht zijn op activiteiten met betrekking tot fauna en flora of niet. Het opvolgen van eenvoudige desinfectiemaatregelen voor kleding en veldmaterialen is immers zeer effectief in het verlagen van het verspreidingsrisico van de schimmel.

Oproep om kadavers te melden en in te zamelen

Om de aanwezigheid van deze ziekteverwekkers na te gaan organiseert  Leefmilieu Brussel, Natuurpunt en de Hyla-werkgroep, en Natagora een passieve surveillance bij in het wild levende amfibieën. Ook jij kan hieraan meewerken. Het is zeer belangrijk dat elke ongewone amfibiesterfte gemeld wordt en dat kadavers worden ingezameld. Dode amfibieën waar de doodsoorzaak niet meteen duidelijk van is (vb predatie, verkeersslachtoffers, verdrinking) kunnen gemeld worden bij biodiv@leefmilieu.brussels.

Burgers die een dode amfibie vinden waarbij het kadaver relatief vers is én intact is zonder traumatische doodsoorzaak (dus géén aangereden amfibieën, kadavers die zijn aangepikt door dieren en géén verdronken amfibieën) kunnen deze kadavers inzamelen voor epidemiologische analyse.

Verpak in dat geval het kadaver in een dubbele plastic zak en contacteer Leefmilieu Brussel. Die zullen het kadaver ophalen en naar het laboratorium brengen.

Wildedierenziekten Preventie van de verspreiding van chytridiomycose bij de vuursalamander

Veiligheidsvoorschriften veldwerkzaamheden

Amfibieënpopulaties kennen wereldwijd een dramatische terugval en zijn in hun voortbestaan bedreigd. De infectieziekten chytridiomycose en ranavirose spelen hierbij een sleutelrol. Er zijn geen aanwijzingen dat deze infectieziekten schadelijk zijn voor de mens. De ziekteverwekker van chytridiomycose is de schimmel Batrachochytrium dendrobatidis, de ziekteverwekker van ranavirose zijn ranavirussen. Deze ziekteverwekkers komen ook in België voor. Wat de impact is op de Belgische amfibiepopulaties is vooralsnog onbekend.

Recent (december 2013) werd in België ook de aanwezigheid van Batrachochytrium salamandrivorans vastgesteld. Deze recent beschreven schimmel bracht de vuursalamander in Nederland op de rand van uitsterven. Het voorkomen van deze schimmel in België is zorgwekkend gezien de potentiële negatieve impact op de Belgische vuursalamanderpopulaties.

Hoe Batrachochytrium salamandrivorans zich verspreidt tussen locaties kon nog niet worden achterhaald. Vermoedelijk kan de schimmel verspreid worden door verplaatsingen van materialen (fuik, schepnet, laarzen,…) die in contact zijn gekomen met de schimmel, door het verspreiden van besmet water of door verplaatsingen van besmette amfibieën. Omdat menselijke activiteiten potentieel een bron van verspreiding van de sporen van de schimmel zouden kunnen vormen is het noodzakelijk dat er bij veldwerkzaamheden in en rond bosgebieden en poelen volgens een veiligheidsprotocol gewerkt wordt om overdracht van besmetting tussen bosgebieden en poelen te voorkomen.

Hieronder wordt aangegeven hoe op een veilige manier veldwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd zonder dat de verspreiding van deze schimmel en andere pathogenen in de hand worden gewerkt. Deze bioveiligheidmaatregelen dienen genomen te worden bij ALLE OPEENVOLGENDE veldwerkzaamheden in verschillende amfibieënhabitats in en rond bosgebieden en poelen, ongeacht of zij gericht zijn op activiteiten met betrekking tot fauna en flora of niet. Het opvolgen van eenvoudige desinfectiemaatregelen voor kleding en veldmaterialen is immers zeer effectief in het verlagen van het verspreidingsrisico van de schimmel.

Algemene bioveiligheidsmaatregelen

  • Hanteer amfibieën alleen als het echt noodzakelijk is.
  • Amfibieën moeten altijd op de vangstlocatie worden losgelaten.
  • Als handen in contact komen met water of met amfibieën is het aangeraden wegwerphandschoenen (poederloos) te dragen. Gebruik hiervoor uitsluitend vinylhandschoenen want latexhandschoenen kunnen sterfte veroorzaken bij amfibieën. Indien geen wegwerphandschoenen worden gedragen, dienen de handen bij het verlaten van een locatie ontsmet te worden met een ontsmettende handgel.
  • Alle materialen die tussen verschillende locaties gebruikt worden, moeten worden gereinigd en ontsmet.
  • Als u het water in bent gelopen, of contact hebt gemaakt met water of modder, moeten schoenen, laarzen, waadpak, ... grondig worden gereinigd en ontsmet.
  • Er is nog geen bewijs dat de schimmel verspreid wordt door autobanden, maar het is wel goed

om de auto iets verderop op een verhard pad te zetten en niet op (zachte modderige) ondergrond.

Dode en/of zieke amfibieën waarvan de doodsoorzaak niet op het eerste gezicht kan worden vastgesteld, vormen een hoog risico. Hanteer ze dus enkel met handschoenen.

Hoe materiaal ontsmetten?

  •  verwijder plantenresten, modderkluiten etc.
  • spoel met water
  • desinfecteer op onderstaande wijze, op ruime afstand van het oppervlaktewater:
    • maak een 1% Virkon® oplossing en spuit deze oplossing met een handsproeier op alle veldmaterialen, wacht tot de materialen volledig gedroogd zijn alvorens u de materialen weer gebruikt
    • let op dat Virkon zeker niet in direct contact komt met amfibieën, door bijvoorbeeld bakjes die gesproeid worden met Virkon waar vervolgens amfibieën in verzameld worden vooraleer staalname of meting gebeurt. In dergelijk geval moet het materiaal na ontsmetting eerst nagespoeld worden
    • gooi nooit de gebruikte reinigende oplossing in de natuur
    • was handen met een ontsmettende handgel
  • ben je niet in staat om materiaal op de locatie schoon te maken, neem het dan mee in plastic zakken en doe het thuis
  • een verhitting van 30 minuten bij 60°C (dit betekent wel dat het materiaal zelf gedurende 30 minuten 60°C warm moet zijn, dus opwarmtijd werd niet meegerekend) is eveneens een goede manier om materiaal te ontsmetten

Advies voor concrete acties

Bij paddenoverzetacties wordt door elke vrijwilliger per locatie 1 set materiaal (= laarzen, emmer)

gebruikt die niet op een andere locatie mag worden gebruikt. Na de werkzaamheden op een locatie worden de handen ontsmet met een ontsmettende handgel of worden de vinyl wegwerphandschoenen verwijderd.

Bij educatieve projecten mag slechts 1 zoetwaterlocatie per dag bezocht worden en het materiaal dat hierbij gebruikt wordt, wordt nadien grondig gereinigd en ontsmet.

Bij inventarisatie van amfibieën wordt per locatie het materiaal gereinigd en ontsmet alvorens naar een andere locatie wordt gegaan, of er wordt per locatie een aparte set materiaal (schepnet, fuik, emmer, laarzen) gebruikt. Na ontsmetting dient het materiaal volledig te drogen alvorens opnieuw te gebruiken.

Bij alle inventarisaties en werkzaamheden in amfibieënhabitats met materiaal dat wordt gebruikt voor kanalen, rivieren, beken en stilstaand water, moet alle materiaal grondig gereinigd en ontsmet worden voor én na de werkzaamheden in amfibieënhabitat.

Neem bij het aantreffen van dode amfibieën waar de doodsoorzaak niet meteen duidelijk is (vb predatie, verkeerslachtoffers, verdrinking) contact op met de Leefmilieu Brussel. Intacte kadavers zonder traumatische doodsoorzaak (dus géén aangereden amfibieën of kadavers die zijn aangepikt door dieren) die bovendien relatief vers zijn, worden best ingezameld voor analyse.

  • Verpak in dat geval het dier in een dubbele plastic zak en stockeer het in de diepvries.

Deze veiligheidsvoorschriften zijn conform het Belgische actieplan Bsal. Contacteer Leefmilieu Brussel.

Datum van de update: 23/08/2018