U bent hier

De vijanden van de buxus

De buxusmot (Cydalima perspectalis)

De rupsen van de buxusmot, een nachtvlinder uit Oost-Azië, veroorzaken veel schade aan buxusaanplantingen in de Brusselse groene ruimten.

De rups (maximaal 4 cm) is herkenbaar aan haar glimmende zwarte kop en haar lichtgroene lichaam, met een donkergroene streep in de lengte. De volwassen motten hebben witte en bruine vleugels met een goudgele tot violette weerschijn (gemiddelde vleugelbreedte 3,6 cm).

De rups verraadt haar aanwezigheid met een net van zijdedraad rond de takken en de bladeren en met groene uitwerpselen aan de voet van de buxus. De aantasting begint vaak binnenin de struiken, zodat men ze regelmatig visueel op aangevreten bladeren moet inspecteren. De eerste symptomen verschijnen in april en de schade blijft toenemen tot in de loop van mei. Vanaf juli-augustus ziet men doorlopend rupsen die zich aan het voeden zijn. De schade kent een piek. Deze plaag kan in de struiken in enkele jaren doden.

Aangezien de buxusmot in onze streken geen echte natuurlijke vijanden heeft, moeten we zelf ingrijpen om ze te bestrijden. Als we dat niet doen, bestaat het gevaar dat alle buxusplanten zouden verdwijnen.

Er bestaan verschillende bestrijdingsmethoden, die effectiever zijn wanneer ze worden gecombineerd.

Buxustaksterfte (Calonectria pseudonaviculata)

De voor de ziekte verantwoordelijke schimmel, Calonectria pseudonavivulata, richt grote verwoestingen in aanplantingen van sierbuxus aan. Hij gaat vaak samen met een andere schimmel, de Volutella buxi.

Deze vijand besmet vooral de buxus. Hij kan ook de pachysandra aantasten (een bodembedekker die in het tuincentrum wordt verkocht) en in minder mate de sarcococca (sierheester). De sporen ontkiemen pas wanneer de bladeren ten minste zes uur lang vochtig blijven. Anders dan de V. buxi kan de Calonectria pseudonaviculata ook planten zonder letsels besmetten. De symptomen van de ziekte verschijnen 3 tot 7 dagen na een geslaagde infectie.

Ze zijn vooral goed waarneembaar op de jonge blaadjes van de  Buxus sempervirens: min of meer concentrische lichtbruine vlekken met een donkere rand. Na verloop van tijd worden de bladeren bruin en vallen ze af.

De ziekte wordt op de eerste plaats bestreden met preventiemaatregelen:

  • vermijd elk contact tussen besmette en gezonde planten.
  • begiet tijdens droge periodes liever één keer per week dan elke dag, aan de voet van de plant en zonder de bladeren nat te maken.
  • vermijd een teveel aan voeding.
  • geef dichte struiken en gesnoeide vormen extra aandacht.
  • ontsmet het snoeigereedschap (snoeischaar, haagschaar enz.) tussen twee planten met alcohol.
  • plant geen gevoelige soorten.

Het composteren van potentieel besmet snoeiafval is niet aanbevolen. Verwijder besmet snoeiafval in de voor verbranding bestemde witte zakken (huishoudelijk afval).

Een behandeling met kunstmatige pesticiden (schimmelwerende middelen) is niet aanbevolen en in veel gevallen zelfs verboden. Ze kan de ontwikkeling van andere verwoestende schimmels in de hand werken. Deze producten zijn bovendien bijzonder gevaarlijk voor de gezondheid.

Datum van de update: 23/08/2018