U bent hier

Bescherming van de soorten

De habitatrichtlijn maakt onderscheid tussen 2 lijsten met soorten waarvoor de lidstaten bepaalde beschermingsmaatregelen moeten nemen :

- bijlage II: Lijst van de dier- en plantensoorten die bedreigd, kwetsbaar, zeldzaam of uniek zijn voor een welbepaalde regio. De Richtlijn vraagt dat voor die soorten Natura 2000-gebieden worden aangewezen.

- bijlage IV: Somt de diersoorten (vleermuizen, amfibieën, …) en plantensoorten op die van communautair belang zijn en die daarom strikte bescherming moeten genieten over het hele grondgebied, d.w.z. zowel binnen als buiten de Natura 2000-gebieden.

En buiten de Natura 2000-gebieden?

Naast de aanwijzing van Natura 2000-gebieden moeten de lidstaten de nodige initiatieven nemen om het beoogde netwerk efficiënt te maken.  Dit kan via de promotie van ecologisch beheer en via het behoud en herstel van kleine landschapselementen. Deze punctuele en lineaire elementen (hagen, boszomen, grachten, poelen, bosjes,… ) zijn van groot belang voor tal van soorten als schuilplaats, rustplaats, voedselplaats, voortplantingsplaats, voor de migratie....

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werden eind jaren 90 de programma’s Groen en Blauw netwerk opgestart. Deze programma’s hebben als doel nieuwe groene ruimten in te richten, verbindingen te realiseren tussen die groene ruimten, en bepaalde delen van de waterlopen ecologisch te herstellen. Dit alles is ook ten gunste van de verspreiding en bescherming van wilde dier- en plantensoorten.

We herinneren eraan dat de lidstaten verplicht zijn om alle nodige maatregelen te nemen ter bescherming van de Bijlage IV-soorten en dit buiten de aangeduide gebieden, d.w.z. over het hele grondgebied.

 

Datum van de update: 25/01/2016