U bent hier

Het STOEMP-project

Het project 'STOEMP: Stochastic geometry modeling of public exposure to EMF' is een 4-jarig toegepast onderzoeksproject dat via Innoviris door het Brussels Gewest gefinancierd wordt. Het wordt gezamenlijk geleid door de Université Libre de Bruxelles, de Université catholique de Louvain en Leefmilieu Brussel, met deelname van het Institut Mines-Télécom in Parijs.

Waarom neemt Leefmilieu Brussel deel aan dit project?

In de eerste plaats is dit project bedoeld om de Brusselse administratie een extra instrument te verschaffen voor de preventie van en de controle op de blootstelling aan straling van telecommunicatie. 

Onze ambitie? Een statistisch model bouwen om elektromagnetische blootstelling digitaal te voorspellen. Dit model zal een aanvulling vormen op de simulatietools die momenteel door Leefmilieu Brussel worden gebruikt.

Ten tweede werd een netwerk van sensoren opgezet om de onderzoekers van experimentele gegevens te voorzien. Dankzij dit netwerk kan Leefmilieu Brussel in real time de evolutie van de elektromagnetische blootstelling monitoren. De huidige situatie maakt deze metingen bijzonder interessant omdat ze ons in staat stellen de evolutie van de blootstelling door de mogelijke uitrol van 5G in Brussel te observeren.

Ten derde zal Leefmilieu Brussel ook het belang kunnen evalueren van een dergelijk sensornetwerk voor de verwezenlijking van haar belangrijkste opdracht: a priori en a posteriori de naleving controleren van de norm die is vastgelegd door de verordening van 1 maart 2007.

Stochastische geometrie voor het schatten van de blootstelling aan elektromagnetische velden

Het STOEMP-project onderzoekt de mogelijkheid om stochastische geometrie te gebruiken om de blootstelling aan elektromagnetische velden in te schatten. 

Deze techniek wordt reeds gebruikt op andere gebieden van de telecommunicatie, met name om de dekking en de prestaties van een telecommunicatienetwerk te analyseren. Het principe bestaat erin de locatie van antennes, gebruikers en stralingsbronnen willekeurig te beschouwen om statistische kenmerken van elektromagnetische blootstelling af te leiden.

Sensoren waar, hoe, waarom?

Waar?

Het studiegebied waar deze sensoren zijn geïnstalleerd, bestrijkt de gemeenten Elsene en Etterbeek: van de Solbosch-campus van de ULB tot het Jubelpark, via het Flageyplein en de wijk van het kerkhof van Elsene.

Hoe?

In totaal 40 sensoren meten het elektrische veld van alle radiodiensten (80 Hz tot 6 GHz), d.w.z.:

  • van radio- en televisie-uitzendingen (FM, DAB+, DVB-T); 
  • van telefoondiensten (2G, 3G, 4G, 5G);
  • van wifi;
  • van de netwerken van MIVB, NMBS en ASTRID (hulpdiensten). 

Om de sensoren tijdens hun installatie te ijken, werd voor elk van de diensten een meting verricht met een meetapparaat dat nauwkeuriger was dan deze sensoren.

Waarom?

De sensoren verrichten 12 metingen per dag van het gemiddeld elektrisch veld, over 6 minuten, 4 m van de grond. Zij maken het dus mogelijk om de evolutie van het elektrisch veld in de tijd te volgen op dag- en weekschaal en ook op lange termijn. 

Het elektrisch veld ten gevolge van mobiele telefoondiensten varieert naargelang van het netwerkverkeer: dag/nacht-cycli zijn duidelijk waarneembaar, evenals cycli op weekschaal (feestdagen/zondagen). 

Op lange termijn zullen deze sensoren ook helpen om de potentiële evolutie van de uitrol en het gebruik van het 5G-netwerk te volgen.  

De locatie van de sensoren en de resultaten van hun metingen zijn in real time beschikbaar op de website van het Observatoire des ondes.

Geven deze metingen aan of de maximale blootstellingsnorm wordt overschreden?

Nee, omdat de sensoren niet nauwkeurig genoeg zijn om de sensormetingen rechtstreeks te vergelijken met de 6V/m norm. Bovendien worden de metingen verricht op 4 m boven de grond buiten een voor het publiek toegankelijke ruimte waar de norm in acht moet worden genomen. 

Sensormeting en norm zijn twee verschillende grootheden. 

De metingen van deze sensoren vertegenwoordigen het elektrische veld van alle radiodiensten (breedbandmeting).
De norm houdt rekening met het feit dat de veronderstelde milieu-effecten van elk van deze diensten niet dezelfde zijn. 

Zo is de blootstellingslimiet bij 900 MHz strenger dan bij 2.000 MHz. 
Om te beoordelen of de norm wordt overschreden, moet het elektrische veld bij elke frequentie dus worden gewogen aan de hand van het veronderstelde effect op het milieu. 

Limieten vastgelegd in de Brusselse ordonnantie van 1 maart 2007
We spreken over een elektrische veld equivalent aan 900 MHz waarbij de equivalentie berekend wordt ten opzichte van de grenswaarden die zijn vastgesteld in de Brusselse verordening van 1 maart 2007. 
Deze equivalentieberekening wordt onder meer gebruikt in de simulaties die door Leefmilieu Brussel zijn uitgevoerd. 

Om zijn controlemetingen uit te voeren, gebruikt Leefmilieu Brussel nauwkeurigere en duurdere apparatuur dan de sensoren van dit project. Deze apparaten maken het mogelijk om de elektrische velden van elke radiodienst onafhankelijk te meten (smalbandmeting). Zo maken zij het mogelijk om na te gaan of de norm wordt nageleefd. 

De sensoren zullen niet in de plaats komen van de simulaties en de metingen waarmee Leefmilieu Brussel nu al a priori en a posteriori kan controleren of de door de ordonnantie vastgestelde norm wordt nageleefd. 

Anderzijds maken zij het mogelijk om interessante gegevens te verzamelen om beter te bestuderen hoe de elektromagnetische blootstelling ten gevolge van alle soorten telecommunicatie (van 2G tot 5G) zich in tijd en ruimte ontwikkelt. 

Ter herinnering: je kunt de blootstellingsniveaus in je buurtbekijken op het kadaster van zendantennes. Als je nog twijfels hebt, kun je altijd vragen om een meting bij je thuis. Deze meting is gratis.

Datum van de update: 13/07/2021