U bent hier

Wat is de Brusselse norm?

De blootstellingsnorm voor niet-ioniserende straling bedraagt 0,096 W/m – of 6 V/m – bij een referentiefrequentie van 900 MHz.

De ordonnantie van 1 maart 2007 betreffende de bescherming van het leefmilieu tegen de eventuele schadelijke gevolgen en hinder van niet-ioniserende stralingen legt de blootstellingsnorm voor Brussel vast:
 

"In alle voor het publiek toegankelijke plaatsen, mag de vermogensdichtheid van de niet-ioniserende stralingen nooit hoger zijn dan de norm van 0,096 W/m (ter indicatie 6 V/m) bij een referentiefrequentie van 900 MHz."

Wat is de blootstellingsnorm voor magnetische velden in Brussel?

De maximale toegestane norm bedraagt 6 V/m maar het blootstellingsgemiddelde ligt een stuk lager: Volgens onze simulaties bedraagt die 0,65 V/m op het Brusselse grondgebied. Het werkelijke gemiddelde ligt dus nog lager omdat onze simulaties op het maximum gebaseerd zijn.

Concrete cijfers voor het Brusselse grondgebied

Over het algemeen is op grondniveau meer dan 87% van het grondgebied onderworpen aan een waarde onder 1,5 V/m. Dat cijfer loopt op tot 97% aan de binnenzijde van de gebouwengevels. 

 Wat wordt bedoeld met 'voor het publiek toegankelijke plaatsen'?

Hieronder vallen niet alleen de ruimtes in een gebouw, maar ook de plaatsen in de openlucht waar mensen regelmatig kunnen verblijven, zoals woonruimtes, hotels, scholen, kinderdagverblijven, ziekenhuizen, kantoren, bejaardentehuizen en gebouwen bestemd voor regelmatig gebruik als sport- en speelruimte, maar ook tuinen, binnenplaatsen van huizenblokken, parkgebieden, voetpaden, speelplaatsen en balkons en terrassen van gebouwen.

Verschillende operatoren maar slechts één limiet

Het maakt niet uit hoeveel antennes er in uw buurt staan: u kunt sowieso niet worden blootgesteld aan een elektromagnetisch veld groter dan 6 V/m

De norm heeft immers betrekking op het effect van alle zendantennes samen. Alle telefoonoperatoren kunnen hun eigen antennes installeren. Om te vermijden dat de blootstellingsnorm wordt overschreden, moeten deze operatoren 'het elektromagnetisch veld dus onder elkaar verdelen'. 

Om die verdeling te vergemakkelijken, heeft de wet bepaald dat, bijvoorbeeld voor de zendantennes van drie operatoren, elke operator recht heeft op een derde van de norm, namelijk 3,45 V/m.

Dat kan verrassend lijken, maar met drie antennes van 3,45 V/m, wordt de norm van 6 V/m niet overschreden. Wanneer er verschillende antennes op dezelfde plaats staan, worden de golven die ze voortbrengen immers niet zomaar bij elkaar opgeteld.

Een voorbeeld

We kunnen de golven die worden voortgebracht door de antennes vergelijken met geluid, dat zich ook in de vorm van golven voortplant. Wanneer bijvoorbeeld twee mensen tegelijk praten, is het geluidsvolume in hun buurt niet dubbel zo hoog als het volume dat één stem voortbrengt. In werkelijkheid komen beide stemmen bovenop elkaar en horen we een conversatie die lichtjes luider klinkt dan wanneer één persoon aan het woord zou zijn

Hetzelfde geldt voor de antennes: de golven stapelen zich op, waardoor de totale blootstelling slechts lichtjes wordt versterkt.

Als een vierde operator zich op dezelfde plaats wil vestigen, heeft hij ook recht op een derde van de norm, namelijk 3,45 V/m. Maar als de antennes van de vier operatoren samen de totale norm van 6 V/m niet kunnen naleven, moeten alle operatoren die in deze zone aanwezig zijn hun antennevermogen beperken tot 25% van de norm, d.w.z. 3 V/m.

Over welke antennes gaat het?

De ordonnantie legt de norm vast voor de antennes die niet-ioniserende stralingen uitzenden met frequenties tussen 0,1 MHz en 300 GHz, d.w.z. voornamelijk voor:

  • antennes voor telefonie (gsm, UMTS, 4G ...) of mobiel internet (WiMAX, wifi ...)
  • antennes voor telefonie (gsm, UMTS, 4G ...) of mobiel internet (WiMAX, wifi ...)
    • de hulpdiensten
    • de politie
    • het NMBS- en MIVB-net
    • het luchtverkeer
    • defensie.

Deze antennes zijn gebonden aan milieuvergunningen, behalve in de uitzonderlijke gevallen die zijn opgenomen in het besluit van 30 oktober 2009

Voor antennes die op binnenlocaties staan, bijvoorbeeld in gebouwen, metrostations, treinstations of tunnels, en antennes met een laag vermogen is een milieuaangifte nodig.  Die procedure is eenvoudiger. Meer informatie over de toelatingen vindt u op onze pagina  'Vergunning en aangifte'  

Andere toestellen, andere reglementeringen

De ordonnantie heeft geen betrekking op:

  • toestellen die door particulieren worden gebruikt: gsm's, internetmodems, draadloze telefoons van het type DECT ... 
  • radioamateurs.

Gsm's

Elektronische communicatietoestellen zoals gsm's of draadloze telefoons vallen niet onder de Brusselse norm, maar moeten voldoen aan de vereisten van een Europese richtlijn.

Het specifiek absorptiedebiet (SAR) moet lager zijn dan 2 W/kg. Fabrikanten zijn vandaag verplicht om de waarden van elk model te publiceren. De SAR-waarde schommelt doorgaans tussen 0,1 W/kg en 1,5 W/kg.

Wifi

Wifisystemen moeten op hun beurt voldoen aan een federale wet over privételecommunicatie. Het maximale toegestane EIRP-vermogen voor wifiantennes hangt af van het frequentiegamma dat ze gebruiken:

  • tussen 2400 en 2483,5 MHz is het EIRP-vermogen beperkt tot 100 mW 
  • tussen 5150 en 5350 MHz is het EIRP-vermogen beperkt tot 200 mW 
  • tussen 5470 en 5725 MHz is het EIRP-vermogen beperkt tot 1 W.  

Een wifiantenne van 100 mW voldoet bijvoorbeeld aan de 6 V/m-norm vanaf een afstand van een twintigtal centimeter.

Radio- en televisieantennes

De huidige ordonnantie legt geen normen vast voor deze antennes. Ze zijn echter wel onderworpen aan de andere voorschriften uit de ordonnantie, met name de kadasterverplichting. Zo moeten de operatoren hun parameters – vermogen, helling, stralingsrichting enz. – en hun positie aan Leefmilieu Brussel melden.

Momenteel wordt er gewerkt aan een wijziging van de ordonnantie. Raadpleeg onze pagina 'Evolutie van de wetgeving' . 

Datum van de update: 07/12/2021