U bent hier

Kwaliteit

Op basis van de analyse van de resultaten van het kwalitatieve monitoringprogramma dat werd uitgevoerd krachtens de Kaderrichtlijn Water, werd de chemische toestand van de grondwaterlichamen van de Sokkel en het Krijt BR01, van de Sokkel BR02, van het Landeniaan BR03 en van het Ieperiaan (Heuvelstreek) BR04 als goed geëvalueerd.

De chemische toestand van het grondwaterlichaam van de Brusseliaan- en Ieperiaanzanden BR05 werd eind 2012 als middelmatig geëvalueerd wegens een te sterke verontreiniging op bepaalde monitoringsites met nitraten, pesticiden en tetrachloorethyleen.

Kwetsbaarheid

De kwetsbaarheid wordt voorgesteld door de capaciteit die aan het water aan de oppervlakte wordt gegeven om zich bij de freatische grondwaterlaag te voegen. De intrinsieke kwetsbaarheid bepaalt meer bepaald de gevoeligheid voor infiltratie van verontreinigende stoffen die afkomstig zijn van de oppervlakte. De onverzadigde zone (of vadosezone) zorgt immers voor een natuurlijke bescherming van het grondwater tegen oppervlakteverontreiniging.

De evaluatie van de intrinsieke kwetsbaarheid houdt rekening met verschillende fysische factoren zoals:

  • de aard van de bodem en de helling die de verhouding tussen de afvloeiing en de infiltratie beïnvloeden;
  • de geologische en hydrogeologische parameters van de onverzadigde zone, en meer bepaald de verticale doorlaatcoëfficiënt, en van de dikte van de geologische lagen waaruit ze bestaat. Deze twee parameters beïnvloeden in hoge mate de hoeveelheid water die zal doordringen, en ook de duur van de migratie tussen de oppervlakte en de grondwaterlaag. Hoe langer de migratie duurt, des te groter is de kans dat een verontreinigende stof biologisch wordt afgebroken.

Schatting van het risico van de grondwaterlichamen op kwetsbaarheid (bron: Project INTERREGIIIB-Scaldit_PA08 - 2003) 

Verontreiniging door nitraten

Verstedelijking is de overheersende drukfactor die de verontreiniging met nitraten van 70% van de monitoringsites in een stedelijke omgeving veroorzaakt. De hoge bevolkingsdichtheid veroorzaakt een grote hoeveelheid organische stoffen in het huishoudelijke afvalwater, waarvan het beheer via het verouderde rioleringsstelsel verantwoordelijk is voor een niet te verwaarlozen verontreiniging van het grondwater.

De evaluatie van de intrinsieke kwetsbaarheid van het waterlichaam van de Brusseliaanzanden voor verontreiniging door nitraten werd uitgevoerd aan de hand van de DRASTIC -methode, rekening houdend met de bodemkundige, geologische en hydrogeologische parameters (diepte van de piëzometrische oppervlakte, doorlaatcoëfficiënt, afvloeiing,...) en de fysische oppervlakteparameters van de grondwaterlaag.

De DRASTIC-methode waarvan het acroniem naar de overheersende factoren verwijst die zijn betrokken bij de risico’s op verontreiniging van de grondwaterlagen – “D: depth of water; R: net Recharge; A: Aquifer media; S: Soil media; T: Topography; I: Impact of vadose zone; C: doorlaatfactor van de aquifer

 

De Zennevlakte waar de freatische grondwaterlaag zich dicht bij de oppervlakte bevindt en de verstedelijking haar toppunt heeft bereikt, is bijzonder kwetsbaar. Dat is ook het geval in de Woluwevallei, maar in mindere mate gezien de beperktere afdekking en de lagere bevolkingsdichtheid. De afdekking van de oppervlakten en de verandering van de bodem (funderingen, uitgraving, ophogingen, verdichting,...) verstoren de bodem en de ondergrond, en leiden ertoe dat de aanvulling van de grondwaterlaag wordt beperkt tot enkele geconcentreerde stroompunten. De bodem en de ondergrond kunnen hun natuurlijke zuiverende rol niet langer spelen. De onverzadigde zone is dun en zorgt ervoor dat de nitraten snel worden overgebracht naar het grondwater.

De “beschermde gebieden” waar de menselijke activiteiten worden beperkt door een wetgevend kader, worden bovendien van nature beschermd door hun bodem en een zeer diepe onverzadigde zone. Het overbrengen van de nitraten duurt er langer.

In het zuiden van het Gewest gaat de grondwaterlaag die van water wordt voorzien door stromen die afkomstig zijn van het Vlaams Gewest, er licht op achteruit. De aanwezigheid van tal van zinkputten en ook de verstedelijking in het zuiden van het Gewest dragen daartoe bij..

Welke herstelmaatregelen?

Aangezien de verdichting van de bevolking in het Gewest onvermijdelijk is, moet het herstel van de kwaliteit van het waterlichaam worden gebaseerd op een optimalisatie van het afval- en regenwaterbeheer.

De renovatie van het rioleringsstelsel is gepland over een periode van 20 jaar en zou prioritair moeten zijn in de meest kwetsbare zones, met name in de valleibodems.

Tegelijkertijd maakt de ontwikkeling van een strategie met het oog op de beperking van het volume regenwater dat in het rioleringsstelsel stroomt, het mogelijk om de overbelasting van dat laatste te beperken en de verwerkingsrendementen ter hoogte van de zuiveringsstations te verbeteren. Deze strategie is gebaseerd op de installatie van voorzieningen voor de tijdelijke opvang van regenwater (recreatieve greppels, regenbomen en -tuinen, opslag- en/of groendaken ...) dat vervolgens eerst met een geregeld debiet afvloeit (er wordt evenwel een overloop aangesloten op het rioleringsstelsel) naar het oppervlaktewater of in de ondergrond voor zover het afvloeiwater de kwaliteit van het ontvangende milieu niet aantast, of het nu gaat om oppervlaktewater, grondwater of afhankelijke terrestrische en aquatische ecosystemen.

Dit waterbeheer moet worden gecontroleerd om de kwalitatieve bescherming van de voorraad te garanderen.

Verontreiniging door pesticiden

De pesticiden en hun metabolieten (afbraakproducten van de pesticiden) die aanwezig zijn in het grondwaterlichaam van de Brusseliaanzanden, zijn hoofdzakelijk voor niet-landbouw, particulier of openbaar gebruik, aangezien er nauwelijks landbouw aanwezig is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De vastgestelde verontreiniging op het gebied van pesticiden en metabolieten op bepaalde monitoringsites zou wijzen op historische vervuiling ten gevolge van gebruik in het verleden of verboden gebruik van oude voorraden pesticiden. De dalende tendensen die worden vastgesteld voor bepaalde pesticiden, zijn over het algemeen toe te schrijven aan het feit dat het gebruik ervan verboden is.

Welke herstelmaatregelen? 

De ordonnantie van 20 juni 2013 betreffende pesticidenbeheer dat verenigbaar is met duurzame ontwikkeling, zou er net als het bijbehorende Gewestelijk Programma voor Pesticidenreductie moeten toe bijdragen dat de pesticidenconcentraties in het grondwater verder worden verlaagd.

Verontreiniging door tetrachloorethyleen

Uit de kwalitatieve monitoring is ook de significante en toenemende aanwezigheid van tetrachloorethyleen gebleken op bepaalde monitoringsites van het grondwaterlichaam van de Brusseliaanzanden in een verstedelijkte zone. De druk moet worden geïdentificeerd.

 

Datum van de update: 18/03/2019