U bent hier

Stookolie opslagtank

Stookolie is een gevaarlijke stof die deel uitmaakt van de familie van de koolwaterstoffen. Koolwaterstoffen zijn derivaten van aardolie. Ze zijn ontvlambaar en kunnen de bodem en het grondwater ernstig vervuilen in geval van een lek of ongeval.

Hebt u een opslagtank in huis of wil u er één installeren? Dan zijn voorzorgs- en onderhoudsmaatregelen nodig en in sommige gevallen moeten wettelijke verplichtingen worden nageleefd. 

Wettelijke verplichtingen: aangifte of milieuvergunning

Afhankelijk van de inhoud en van het feit of het om een bovengrondse of ondergrondse stookolie opslagtank gaat, kan de opslagtank worden ingedeeld in de lijst van inrichtingen die moeten worden aangegeven of waarvoor een milieuvergunning moet worden aangevraagd.  De aangifte of vergunningsaanvraag moeten bij de gemeente worden ingediend, maar afhankelijk van het geval zal de gemeente of Leefmilieu Brussel de bevoegde instantie zijn die het dossier zal behandelen. Het bewijs van de aangifte en de vergunning zijn voorzien van uitbatingsvoorwaarden die moeten worden nageleefd (inzake veiligheid, controles, enz. ).

Houd er rekening mee dat bepaalde van deze voorwaarden verschillen van de opgelegde voorwaarden in andere gewesten van het land (Vlaanderen, Wallonië). Niet alle opslagtanks die in België worden verkocht komen overeen met de Brusselse voorwaarden. Informeer u dus goed vooraleer u een opslagtank koopt!

Opgelet: indien zich in uw gebouw nog andere inrichtingen bevinden die eventueel aan een milieuvergunning onderworpen zijn (verwarmingsketels, parkings, statische transformator, enz.) heeft u slechts 1 vergunning nodig voor al deze inrichtingen.

  • Indien het om een niet ingegraven opslagtank gaat met een inhoud:
    • van minder dan 3000 liter, dan moet u deze niet aangeven
    • tussen 3000 en 10.000 liter, dan moet u deze aangeven
    • van meer dan 10.000 liter, dan moet u een milieuvergunning aanvragen.
  • Indien het om een ingegraven opslagtank gaat met een inhoud:
    • tot 10.000 liter, dan moet u deze aangeven 
    • van meer dan 10.000 liter, dan moet u een milieuvergunning aanvragen.

We merken op dat bij een inhoud van meer dan 10.000 liter, de (ingegraven of niet ingegraven) opslagplaatsen beschouwd wordt als een risicoactiviteit voor de bodem. Dit betekent dat u de verplichtingen in het kader van de Brusselse bodemwetgeving zal moeten naleven.

Voor meer info over uw milieuvergunning en uw verplichtingen in het kader van de bodemwetgeving.

Indien het om een "ingedeelde" opslagtank gaat (onderworpen aan een aangifte of een milieuvergunning), kan u de onderstaande gidsen raadplegen om de voorwaarden die in uw vergunning worden opgelegd beter te begrijpen:

Ondernemersgids Ingegraven stookolie opslagtanks

Ondernemersgids Niet-ingegraven stookolie opslagtanks

Aanbevelingen voor een niet-ingedeelde opslagtank

Indien uw opslagtank niet is ingedeeld (niet ingegraven opslagtank van minder dan 3.000 liter) moet u hem niet aangeven of geen milieuvergunning aanvragen. 

Om elk risico op bodem- of grondwatervervuiling waarvoor u verantwoordelijk kan worden gesteld te vermijden, is het evenwel belangrijk uw opslagtank als een goede huisvader te onderhouden en de volgende aanbevelingen op te volgen:  

  • De opslagtank moet altijd toegankelijk zijn om de interventie van de hulpdiensten mogelijk te maken bij een ongeval.
  • Het vullen van de opslagtank moet worden uitgevoerd onder het permanent toezicht van de leverancier zodat hij onmiddellijk kan ingrijpen bij een incident.  Blijf zelf ook aanwezig zodat u kan ingrijpen. 
  • Bewaar in de buurt van de opslagtank een interventiekit samengesteld uit absorberende producten (bv. zaagsel) die u kan gebruiken in geval van een lek en nadien als gevaarlijk afval kan verwijderen. 
  • Laat regelmatig een dichtheidstest uitvoeren en de corrosietoestand controleren door een expert op het vlak van opslaginstallaties indien uw opslagtank ingegraven is.
  • Controleer het niveau van uw opslagtank regelmatig: informeer onmiddellijk een expert op het vlak van opslaginstallaties indien u een onregelmatigheid vaststelt (abnormaal verbruik, water in de stookolie).
  • Om te vermijden dat de stookolie bij de levering overloopt, is het nuttig een anti-overloopsysteem te installeren.

Wat is de te volgen procedure om een opslagtank van stookolie voor verwarming buiten dienst te stellen ?

Deze procedure moet worden gevolgd voor ingedeelde opslagtanks waarvoor een aangifte of milieuvergunning nodig is.

Voor de niet-ingedeelde opslagtanks moet het afval afkomstig van de reiniging van de opslagtank worden verwijderd door een inzamelaaar, handelaar of makelaar van gevaarlijk afval die erkend is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Er wordt trouwens aangeraden de onderstaande procedure te volgen om risico's op bodem- en grondwaterverontreiniging  waarvoor de uitbater verantwoordelijk kan worden gesteld te vermijden.

1.     Melding :

Voorafgaand aan alle werken, moet de bevoegde overheid voor « het buiten dienst stellen » verwittigd worden per aangetekende brief. Deze brief moet een beschrijving van de werken vermelden, evenals de datum van uitvoering ervan.

2.     Verkennend bodemonderzoek :

Er moet een verkennend bodemonderzoek gedaan worden overeenkomstig de Ordonnantie betreffende het beheer van vervuilde bodems :

  • Bij het buiten dienst stellen als de opslagplaatsen voor verwarming een capaciteit van meer dan 10.000 liter heeft.
  • In geval van een ongeluk met bodemvervuiling (of verontreiniging van het  oppervlaktewater) of in geval van een toevallige ontdekking van zo’n verontreiniging.

Alle studies die in het kader van de bodemordonnantie worden uitgevoerd, moeten worden toevertrouwd aan een erkend bodemverontreinigingsdeskundige.

Voor meer info over uw milieuvergunning en uw verplichtingen in het kader van de bodemwetgeving.

3.     Hoe te werk gaan bij het buiten dienst stellen van een opslagtank ?

1. Als de opslagtank gedekt is door een milieuvergunning, kunnen in deze vergunning voorwaarden opgelegd zijn i.v.m. het buiten dienst stellen.

2. Als de vergunning geen voorwaarden bevat i.v.m. het buiten dienst stellen of als de opslagtank niet gedekt is door een milieuvergunning, moet volgende procedure gevolgd worden :

1° De opslagtank ontgassen en leegmaken,

2° De opslagtank reinigen,

3° Het afval afkomstig van het leegmaken en reinigen, laten ophalen door een erkende inzamelaar, handelaar of makelaar van gevaarlijk afval in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het slib, het bezinksel op de bodem en het afvalwater worden beschouwd als gevaarlijk afval. Deze afvalstoffen moeten verwijderd worden door een in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest erkende inzamelaar, handelaar of makelaar. Elke overhandiging en ontvangst van gevaarlijke afvalstoffen gebeurt tegen afgifte van verwijderings- en valorisatie traceerbaarheidsdocument. 

4°   Voor de opslagplaats van meer dan 10.000 l : een verkennend bodemonderzoek laten uitvoeren.

Na de resultaten van het verkennend bodemonderzoek, indien de vereiste zich stelt, moeten de ingegraven opslagtanks desgevallend ofwel verwijderd worden, ofwel ter plaatse blijven onder volgende voorwaarden:

  • Ze belemmeren geen eventuele latere behandeling of controle van een bodemverontreiniging
  • De vulsystemen moeten buiten dienst gesteld worden zodat elke levering onmogelijk wordt gemaakt.
  • Ze moeten met zand of een ander inert materiaal gevuld worden (cement, mortel, beton, betonschuim, gestabiliseerd zand, …). Het gebruik van schuim is verboden, tenzij de bevoegde overheid hiervoor toestemming geeft.

Voor of na de resultaten van het verkennend bodemonderzoek, indien de vereiste zich stelt, moeten de niet ingegraven opslagtanks desgevallend ofwel verwijderd worden, ofwel ter plaatse blijven onder volgende voorwaarden:

  • Ze belemmeren geen eventuele latere behandeling of controle van een bodemverontreiniging
  • De vulsystemen moeten buiten dienst gesteld worden zodat geen enkele levering mogelijk wordt gemaakt.

6° De copies van de verwijderings- of valorisatie traceerbaaarheidsdocument van de gevaarlijke afvalstoffen moeten naar de bevoegde overheid gezonden worden.

De werken voor het buiten dienst stellen mogen uitgevoerd worden door een bedrijf dat hierin gespecialiseerd is (een aantal van die bedrijven zijn terug te vinden in de Gouden Gids, rubriek “Mazouttanks”, (reiniging van)).

In geval van een lek, overlopen of verontreiniging

Indien u uitbater bent van een tank en houder van een milieuvergunning

1) Bel de brandweer in geval van verontreiniging die uw veiligheid of de veiligheid van derden in gevaar kan brengen en/of die schadelijk kan zijn voor het leefmilieu (nummer 112).

2) Verwittig ook:

  • De gemeente
  • De afdeling Inspectie van Leefmilieu Brussel (e-mail ; fax : 02/775.75.05).

Dit is een verplichting voor alle houders van een vergunning krachtens artikel 63 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen.

  • De onderafdeling Bodems van Leefmilieu Brussel indien er een vermoeden van bodemverontreiniging is.  Het vermoeden van bodemverontreiniging moet worden aangegeven door middel van het meldingsformulier dat moet worden teruggestuurd naar bodeminfosol@environnement.brussels.

Dit is een verplichting voor iedereen krachtens artikel 4 van de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems, gewijzigd door de ordonnantie van de 23 juni 2017.

Indien u een opslagtank hebt waarvoor geen milieuvergunning is vereist of indien u getuige bent van verontreiniging

1) Bel de brandweer in geval van verontreiniging die uw veiligheid of de veiligheid van derden in gevaar kan brengen en/of die schadelijk kan zijn voor het leefmilieu (nummer 112).

2) Indien er een vermoeden van bodemverontreiniging is, moet u ook de onderafdeling Bodems van Leefmilieu Brussel verwittigen door middel van het meldingsformulier van ontdekking van een bodemverontreiniging dat moet worden teruggestuurd naar bodeminfosol@environnement.brussels.

Deze verplichting geldt voor iedereen krachtens artikel 4 van de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems, gewijzigd door de ordonnantie van de 23 juni 2017.

3) U kunt ook de lokale politie verwittigen en uw getuigenis (indien mogelijk met foto’s) opsturen naar de afdeling Inspectie van Leefmilieu Brussel : e-mail ; fax : 02/775.75.05.

Datum van de update: 07/09/2018