U bent hier

Tijdens de werf: veiligheid, uurrooster, methode, specifieke afwijkingen, afval

a. Veiligheidsmaatregelen
b. Werkuren van de werf
c. Gebruikte methode:
  1. Hermetisch afgesloten zone
  2. semi-hermetisch afgesloten zone
  3. Couveusezakmethode
  4. Afgebakende zone
d. Specifieke afwijkingen
e. Uw asbesthoudend afval: beheer, opslag en afvoer 

a. Veiligheidsmaatregelen

In alle gevallen

U moet alle voorzorgsmaatregelen treffen om te voorkomen dat er tijdens de werkzaamheden of tijdens het afvalbeheer asbestvezels verspreid worden in de omgeving. Deze voorzorgsmaatregelen zijn onder andere afhankelijk van het type asbestmateriaal, van het risico dat er asbestvezels vrijkomen tijdens de werkzaamheden en van de aanwezigheid van personen die niet bij de werf betrokken zijn.

  • De toegang tot de werf is verboden voor iedere persoon die niet betrokken is bij de asbestverwijderingswerf. Baken de werf af door middel van een lint. Wanneer een lint niet volstaat, gebruikt u bijvoorbeeld een hek of een vaste wand. 
  • Bij werkzaamheden in of nabij een gevoelige locatie zoals een school, een kinderdagverblijf, een speelterrein, een cultuurcentrum, een sportcentrum enz., mogen er geen werkzaamheden plaatsvinden wanneer er minderjarige personen aanwezig zijn.
  • Plaats duidelijk zichtbare verbodsborden aan de toegangen van de werf, die minimaal in het Nederlands en het Frans zijn opgesteld.
  • Plaats gevaarpictogrammen in verband met asbest en het verplicht dragen van een masker ter hoogte van de sassen en de werkzone.
  • Bescherm elementen die niet kunnen worden verplaatst met een hermetische plastificering om verontreiniging met asbest te voorkomen.
  • Houd gangen en nooduitgangen vrij. Verwijder alle materiaal of afval.  

    Behalve als u een schriftelijke toestemming hebt gekregen van de DBDMH of als het gebouw gedurende de duur van de werkzaamheden niet gebruikt wordt.

  •  De airconditioning en ventilatie worden afgesloten in de ruimten waar asbest wordt verwijderd, ingekapseld of opgeslagen. Alle openingen van deze ruimten worden dichtgestopt. 

Tijdens werkzaamheden in een stookruimte

  • De verwarmingsinstallatie wordt uitgezet tijdens asbestverwijderingswerken in de stookruimte.  

    => Als de luchttoevoer van de installatie zich buiten de werkzone bevindt, hoeft u de verwarmingsinstallatie niet uit te zetten.

    => Als de verwarmingsketel niet kan worden uitgezet, bijvoorbeeld in een ziekenhuis, een bejaardentehuis enz., plaats dan een hermetisch gesloten omhulsel met een beschermde slang rond de ketel.  Via deze slang kan lucht van buiten worden aangevoerd. Duid de plaats van de slang en de luchtinlaat aan op het installatieplan van uw werf.

    => In ieder geval mag de temperatuur binnen de zone niet te hoog worden om de installaties niet te beschadigen en de veiligheid van de werknemers te garanderen.

  • De elektrische installatie wordt uitgeschakeld tijdens werkzaamheden in de hoogspanningscabine.
  • Het aantal bluseenheden bedraagt minimaal:
    • twee per 100 m2 in een hermetisch afgesloten zone en 
    • één per 100 m2 in een semi-afgesloten of afgebakende zone.

Bijzondere veiligheidsmaatregelen tegen brand

  • Als het gebouw in gebruik is en de nooduitgangen volledig of gedeeltelijk geblokkeerd zijn, moet u voordat u met de werkzaamheden begint, toestemming vragen en krijgen van de Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp (DBDMH) en zijn advies volgen.    

    Als de nooduitgang gedeeltelijk geblokkeerd is, kunt u de verdieping(en) waar de werkzaamheden plaatsvinden afsluiten. In dat geval hoeft u geen toestemming te vragen aan de DBDMH.

  • Als er in grote gebouwen vanaf de vierde verdieping geen werkende muurhaspels aanwezig zijn, moet u de DBDMH waarschuwen in uw kennisgeving van het begin van de werf.

Bijzondere veiligheidsmaatregelen voor de afvoer van afvalwater 

Het water mag onder bepaalde voorwaarden worden afgevoerd in de openbare riolering naargelang het afkomstig is uit:

  • hetzij de hermetisch afgesloten zones en de natte sassen;
  • hetzij uit andere werfzones

=> Voorwaarden voor de afvoer van het water dat afkomstig is uit de hermetisch afgesloten zones en uit de natte sassen;

Het maximale watervolume dat u mag afvoeren, bedraagt:

  • 100 l per man en per pauze en
  • 2 l per kg asbestafval.
  • Vang het water op en filter het tot 1 µm  voordat u het afvoert in de riolering
  • Zorg ervoor dat de totale concentratie aan zwevende deeltjes in het water op geen enkel ogenblik hoger wordt dan 45 mg/l water.
  • In de natte sassen dient u de waterafvoer na filtering te controleren tijdens de eerste drie dagen na de inbedrijfstelling van de filterinstallatie. Vervolgens, als de gemeten concentratiewaarden maximaal 45mg per liter water bedragen, mag u het afvoerwater eenmaal per week controleren. 
  • Laat de monsters van het afgevoerde water analyseren door erkend laboratorium
  • Noteer de datum van de monstername en de analyseresultaten in een watercontroleregister. 

 =>  Voorwaarden voor de afvoer van water afkomstig uit andere werfzones 

Deze voorwaarden zijn van toepassing op afvalwater van sanitaire installaties, verbonden aan een werf. Indien u meer informatie wenst over het beheer van afvalwater van andere werfzones, kan u contact opnemen met Leefmilieu Brussel (permit_asbest@environnement.brussels)

U mag al het andere water van de werf afvoeren als het geen van de volgende elementen bevat:

  • textielvezels;
  • verpakkingsmateriaal van kunststof;
  • al dan niet organische vaste huishoudelijke afvalstoffen;
  • minerale oliën, gebruikte oliën, ontvlambare producten, vluchtige oplosmiddelen, verf, geconcentreerd zuur of base
  • elke ander stof die het rioleringswater giftig of gevaarlijk kan maken;
  • meer dan 0,5 g/l andere stoffen die met petroleumether kunnen worden geëxtraheerd.

Top

b. Werkuren van de werf

  • De werkuren van de werf, voor leveringen, afvalophaling enz. liggen van maandag tot vrijdag van 7.00 tot 19.00 uur.
  • Op zaterdagen, zon- en feestdagen mag er niet gewerkt worden. 

    U kunt een afwijking krijgen en op zaterdagen, zon- en feestdagen en ook 's nachts werken voor bepaalde werkzaamheden die geen geluidshinder veroorzaken of continu moeten doorgaan.

    Hoe kunt u een afwijking aanvragen?

    Dien uw aanvraag voor een afwijking bij voorkeur in bij de afdeling Vergunningen van Leefmilieu Brussel, samen met uw aanvraag voor een tijdelijke milieuvergunning of in het aangiftedossier, maar ten minste 10 dagen vóór het begin van de werkzaamheden.

    Uw aanvraag voor een afwijking moet worden gemotiveerd en aangeven welke maatregelen worden getroffen om de risico's en de hinder tot een aanvaardbaar niveau te verlagen en te beperken.

    U moet de officiële beslissing afwachten om het uurrooster van de werf te wijzigen.

  • Als de werf betrekking heeft op een school, een kinderdagverblijf of een sportcentrum bijvoorbeeld, is het verboden op deze werf te werken als er minderjarige personen aanwezig kunnen zijn.  

    In sommige gevallen kan de werf toegelaten worden indien de werfzone en de bijhorende effecten fysiek gescheiden zijn van de plaatsen waar minderjarigen aanwezig kunnen zijn.

    In sommige gevallen, als de werfzone zich nabij een gebouw bevindt dat bezocht wordt door minderjarige personen, kan het verboden zijn op deze werf te werken als er minderjarige personen in de buurt aanwezig kunnen zijn.

Top

c. Gebruikte methode

1. Hermetisch afgesloten zone

In deze zone heerst een onderdruk ten opzichte van buiten. Het is dus noodzakelijk te controleren of deze zone goed dicht is.

=> Afscheiding van de zone

  • Als u de werkzone wilt afscheiden met een wand, moet u deze wand bekleden met een tweelagige luchtdichte bekleding, bijvoorbeeld twee aparte lagen sterk plastic.
  • U moet altijd de bestaande oppervlakken aan de binnenkant van de afscheiding bekleden met een eenlagige bekleding, bijvoorbeeld een laag sterk plastic. 

    U kunt een afwijking aanvragen om bepaalde oppervlakken of uitrusting niet te plastificeren, bijvoorbeeld als de bestaande muren vóór de start van de werkzaamheden al gecontamineerd zijn.

    In dat geval moet u uw aanvraag motiveren in uw werkplan en aangeven welke maatregelen zullen worden genomen om de risico's en de hinder tot een aanvaardbaar niveau te verlagen of te beperken. U kunt bijvoorbeeld couveusezakken gebruiken om bijkomende contaminatie te vermijden.

    U moet aantonen dat:

  • Controleer de luchtdichtheid van de zone door middel van een rooktest voordat u aan het werk gaat in de zone. Na afloop van de rooktest mag de tijd voor de rookafvoer uit de hermetisch afgesloten zone en de sassen niet langer zijn dan 15 minuten. Na de rooktest wordt er een verslag opgemaakt volgens het typemodel.
  • Breng per 15 m2 en duidelijk zichtbaar een merkteken « A »  aan op de binnenzijden van de afsluiting.
  • Doe dagelijks een visuele inspectie van de afsluiting die vrij moet zijn van elk obstakel. Noteer de onregelmatigheden in het werfregister, alsook de maatregelen die worden getroffen om 

Zorg voor een onderdruk van minimaal 10 Pascal tussen de binnenkant van de zone en de omgeving:

  • meet deze onderdruk buiten de luchtstroming die wordt veroorzaakt door de afzuiginstallaties;
  • controleer de onderdruk in de afgesloten zone door middel van een monitor;
  • registreer de onderdruk met regelmatige tussenpozen;
  • noteer elke onregelmatigheid in het werfregister; vermeld de oorzaken van de onregelmatigheid en welke maatregelen werden genomen om ze te verhelpen.

=> De afzuiginstallaties 

De kwaliteit van de afgevoerde lucht van elke afzuiginstallatie wordt dagelijks gecontroleerd door het laboratorium.

  • Zorg ervoor dat het laboratorium makkelijk toegang heeft tot de plaatsen waar de gefilterde lucht wordt afgevoerd om de controle te verrichten.
  • De afzuiginstallaties:
    • zijn uitgerust met absoluutfilters;
    • zorgen voor een goede luchtcirculatie in de zone   

      Als de zone verschillende kleine vertrekken of grote ruimten omvat, dient u maatregelen te nemen om dode punten te vermijden en een goede luchtcirculatie te garanderen op elk punt in de zone.

      Bijvoorbeeld: 

      • plaats een afzuiginstallatie met recirculatie of
      • voorzie ventilatoren in de zone of meerdere luchtinlaten.

      Deze luchtinlaten moet voorzien zijn van flappen of terugslagkleppen om te voorkomen dat er lucht weglekt indien de onderdruk zou wegvallen.

    • zorgen voor een afzuigdebiet waarbij de lucht in de zone minstens 4 keer per uur wordt ververst;
    • bevinden zich bij voorkeur buiten de zone of aan de rand van de zone en;   
      • Als de afzuiginstallatie zich in de zone bevindt: moet zij volkomen luchtdicht zijn.
      • Als de afzuiginstallatie zich in de zone bevindt maar ver van de randen van de zone, moet u:
        • dit verantwoorden op het werkplan;
        • uitleggen welke maatregelen u hebt getroffen om te garanderen dat het risico op verspreiding van asbestvezels op een aanvaardbaar niveau blijft. Bijvoorbeeld het afvoerkanaal van de gefilterde lucht beschermen met een omkasting van hard materiaal.
    • komen buiten het gebouw uit op een redelijke afstand van ramen, deuren, ventilatieroosters, luchtinlaten enz. 

      U kunt een afwijking aanvragen en de lucht binnen in het gebouw afvoeren als het niet mogelijk is de lucht naar buiten af te voeren. In dat geval moet u uw aanvraag voor een afwijking motiveren in het werkplan en aangeven welke maatregelen zullen worden getroffen om de risico's en de hinder tot een aanvaardbaar niveau te verlagen en te beperken.

      U moet aantonen dat:

      • de oplossing die u voorstelt de enige technisch haalbare is;
      • het risico op verspreiding van asbestvezels op een aanvaardbaar niveau blijft; bijvoorbeeld de lucht afvoeren in een ongebruikte ruimte van het gebouw, door middel van een afzuiginstallatie met dubbele absoluutfilter.
    • komen uit op een plaats die niet toegankelijk is voor het publiek.      

      U kunt een afwijking aanvragen en de lucht afvoeren op een plaats die toegankelijk is voor het publiek als het niet mogelijk is de lucht elders af te voeren. 

      In dat geval moet u uw aanvraag verantwoorden in het werkplan. U moet dan aantonen dat:

      • de oplossing die u voorstelt de enige technisch haalbare is;
      • het risico op verspreiding van asbestvezels op een aanvaardbaar niveau blijft; bijvoorbeeld door gebruik te maken van een afzuiginstallatie met dubbele absoluutfilter.

      Als de luchtuitlaat van de afzuiginstallatie uitkomt op een voetpad, moet u:

      • deze op een hoogte van minimaal 2 m plaatsen;
      • deze voorzien van een hek of een bekisting met een hoogte van minimaal 2m om het publiek en het afvoerkanaal te beschermen.
  • Voorzie een tweede afzuiginstallatie die de onderdruk in stand kan houden indien er zich een incident zou voordoen.

=> De sassen

  • Voorzien een personeelssas met 3 compartimenten.
  • Voorzie een materiaalsas met 2 compartimenten, die beide voorzien zijn van een nat compartiment met douche.  

    U kunt een afwijking vragen om geen materiaalsas maar de personeelssas met drie compartimenten te gebruiken. In dat geval moet u uw aanvraag verantwoorden en motiveren.

    Personeelssas met 2 compartimenten

    U kunt een afwijking vragen om een personeelssas met 2 compartimenten te installeren als de zone te klein is. In dat geval moet u altijd het douchecompartiment behouden.

=>  Kijkvensters

  • Via kijkvensters in de zeilen waarmee de zone is afgescheiden, kan de werf worden gecontroleerd.  Voorzie er voldoen om een volledig beeld te krijgen van de binnenkant van de zone. 

    U kunt een aanvraag voor een afwijking indienen op voorwaarde dat u deze motiveert, als het op de werf niet mogelijk is een kijkvenster te voorzien. Bijvoorbeeld tijdens werkzaamheden in een kelder of een stookruimte met maar één toegang...

Bijzondere gevallen

  • Als er zich een werkende lift nabij de werkzaamheden bevindt, kunnen de bewegingen hiervan een luchtstroming veroorzaken die ertoe kan leiden dat er asbestvezels vrijkomen. Een lift beïnvloedt namelijk de onderdruk in de zone en kan de luchtstroming tussen de zone en buiten omkeren. Stel dus maatregelen voor zoals het uitschakelen van de lift tijdens de werkzaamheden, een hermetische afsluiting van de deuren van de verdieping waar de werkzaamheden plaatsvinden...
  • Als de werkzaamheden plaatsvinden in een stookruimte, moet de verwarmingsinstallatie worden uitgezet tijdens de asbestverwijderingswerken.   

    Als de verwarmingsketel niet kan worden uitgezet, bijvoorbeeld in een ziekenhuis of een bejaardentehuis, moet u:

    -> dit vermelden in uw werkplan en

    -> aangeven welke maatregelen worden getroffen om te vermijden dat er asbestvezels verspreid worden.

    Bijvoorbeeld:

    • Plaats een hermetisch gesloten omhulsel met een beschermde slang rond de ketel. Via deze slang kan lucht van buiten worden aangevoerd. Duid de plaats van de slang en de luchtinlaat aan op het installatieplan van uw werf.
    • Plaats de luchtinlaat van de installatie buiten de werkzone.
    • Voorzie de branders van lucht via een slang die beschermd is met een omkasting.
    • Voer een rooktest uit op de omkasting om na te gaan of deze luchtdicht is en de ketel niet gecontamineerd kan worden met asbestvezels.

    In ieder geval moet de temperatuur worden verlaagd om de veiligheid van de werknemers en de integriteit van de installaties te garanderen.

  • Als de werkzaamheden plaatsvinden in een stookruimte of in ruimten waar er niet-geïsoleerde leidingen van een verwarmingsketel aanwezig aanwezig zijn, moet u de verwarmingsinstallatie uitzetten tijdens de asbestverwijderingswerken.

    Als een verwarmingsketel in werking blijft tijdens de werkzaamheden, dient u erop toe te zien dat de temperatuur niet te hoog wordt zodat de plastificering intact blijft.

=> Metingen van de luchtkwaliteit 

Dagelijkse optische metingen zijn verplicht:

  • ter hoogte van de afgevoerde lucht van de afzuiginstallaties;
  • in het groene compartiment van de personeelssas;
  • nabij de personeels- en de materiaalsas;
  • op de andere plaatsen die zijn aangegeven in de milieuvergunning, zoals een plaats vlak bij de werfzone die bezocht wordt door derden.

Deze dagelijkse luchtmetingen gaan na of de concentratie asbestvezels in de lucht:

  • niet hoger is dan 0,010 vezel per cm3 ter hoogte van de afvoer van elke luchtafzuiginstallatie;
  • maximaal 0,010 vezel per cm3 hoger is dan de waarde die vóór de werkzaamheden gemeten werd in de omliggende ruimte voor de andere meetpunten.

In speciale omgevingen, zoals scholen, kinderdagverblijven, sterk gecontamineerde en stofrijke zones, kunnen de opgelegde voorwaarden bijzondere maatregelen voorschrijven zoals metingen door middel van wrijving of elektronische analyses waarmee met name onderscheid kan worden gemaakt tussen asbestvezels en andere soorten vezels.

2. Semi-hermetisch afgesloten zone

Een semi-afgesloten werfzone kan zeer verschillende kenmerken hebben. Deze kenmerken worden vastgesteld op basis van het voorgestelde werkplan, de resultaten van het plaatsbezoek en de analyse van het dossier dat hieruit voortvloeit.

De opgelegde voorwaarden kunnen dus zeer streng zijn en aansluiten bij de voorwaarden die gelden in een hermetisch afgesloten zone, of minimaal en aansluiten bij de voorwaarden die gelden in een afgebakende zone.

=> Afscheiding van de zone

Als uw tijdelijke milieuvergunning van klasse 1B dit vereist:

  • Sluit de zone af door middel van een tweelagige luchtdichte bekleding, bijvoorbeeld twee aparte lagen sterk plastic
  • Bedek de bestaande oppervlakken aan de binnenkant van de afscheiding met een eenlagige bekleding, bijvoorbeeld een laag sterk plastic. 
  • Doe dagelijks een visuele inspectie van de afsluiting die vrij moet zijn van elk obstakel. Noteer de onregelmatigheden in het werfregister, alsook de maatregelen die worden getroffen om deze te verhelpen. 

=> Verplichte kijkvensters

  • Via kijkvensters in de zeilen waarmee de zone is afgescheiden, kan de werf worden gecontroleerd.  Voorzie er voldoen om een volledig beeld te krijgen van de binnenkant van de zone.  

    U kunt een aanvraag voor een afwijking indienen op voorwaarde dat u deze motiveert, als het op de werf niet mogelijk is een kijkvenster te voorzien. Bijvoorbeeld tijdens werkzaamheden in een kelder of een stookruimte met maar één toegang...

=> De afzuiginstallaties 

      Als uw tijdelijke milieuvergunning van klasse 1B dit vereist:

  • Voorzie één of meer afzuiginstallaties voor de luchtverversing in de zone. De kwaliteit van de afgevoerde lucht van elke afzuiginstallatie wordt dagelijks gecontroleerd door het laboratorium.
  • Zorg ervoor dat het laboratorium makkelijk toegang heeft tot de plaatsen waar de gefilterde lucht wordt afgevoerd om de controle te verrichten
  • De afzuiginstallaties:
    • zijn uitgerust met absoluutfilters;
    • zorgen voor een goede luchtcirculatie in de zone;   

      Als de zone verschillende kleine vertrekken of grote ruimten omvat, dient u maatregelen te nemen om dode punten te vermijden en een goede luchtcirculatie te garanderen op elk punt in de zone.

      Bijvoorbeeld: 

      • plaats een afzuiginstallatie met recirculatie of
      • voorzie ventilatoren in de zone of meerdere luchtinlaten.

      Deze luchtinlaten moet voorzien zijn van flappen of terugslagkleppen om te voorkomen dat er lucht weglekt indien de onderdruk zou wegvallen.

    • zorgen voor een afzuigdebiet waarbij de lucht in de zone minstens 4 keer per uur wordt ververst;
    • bevinden zich bij voorkeur buiten de zone of aan de rand van de zone en;   
      • Als de afzuiginstallatie zich in de zone bevindt: moet zij volkomen luchtdicht zijn.
      • Als de afzuiginstallatie zich in de zone bevindt maar ver van de randen van de zone, moet u:
        • dit verantwoorden op het werkplan;
        • uitleggen welke maatregelen u hebt getroffen om te garanderen dat het risico op verspreiding van asbestvezels op een aanvaardbaar niveau blijft. Bijvoorbeeld het afvoerkanaal van de gefilterde lucht beschermen met een omkasting van hard materiaal.
    • komen buiten het gebouw uit op een redelijke afstand van ramen, deuren, ventilatieroosters, luchtinlaten enz. 

      U kunt een afwijking aanvragen en de lucht binnen in het gebouw afvoeren als het niet mogelijk is de lucht naar buiten af te voeren. In dat geval moet u uw aanvraag voor een afwijking motiveren in het werkplan en aangeven welke maatregelen zullen worden getroffen om de risico's en de hinder tot een aanvaardbaar niveau te verlagen en te beperken.

      U moet aantonen dat:

      • de oplossing die u voorstelt de enige technisch haalbare is;
      • het risico op verspreiding van asbestvezels op een aanvaardbaar niveau blijft; bijvoorbeeld de lucht afvoeren in een ongebruikte ruimte van het gebouw, door middel van een afzuiginstallatie met dubbele absoluutfilter.
    • komen uit op een plaats die niet toegankelijk is voor het publiek.      

      U kunt een afwijking aanvragen en de lucht afvoeren op een plaats die toegankelijk is voor het publiek als het niet mogelijk is de lucht elders af te voeren. 

      In dat geval moet u uw aanvraag verantwoorden in het werkplan. U moet dan aantonen dat:

      • de oplossing die u voorstelt de enige technisch haalbare is;
      • het risico op verspreiding van asbestvezels op een aanvaardbaar niveau blijft; bijvoorbeeld door gebruik te maken van een afzuiginstallatie met dubbele absoluutfilter.

      Als de luchtuitlaat van de afzuiginstallatie uitkomt op een voetpad, moet u:

      • deze op een hoogte van minimaal 2 m plaatsen;
      • deze voorzien van een hek of een bekisting met een hoogte van minimaal 2m om het publiek en het afvoerkanaal te beschermen.
  • Er kan een tweede afzuiginstallatie worden voorgeschreven om de onderdruk in stand te houden als er zich een incident zou voordoen.
  • De onderdruk in de zone kan worden voorgeschreven, maar bedraagt doorgaans < 10 Pascal.

=> Metingen van de luchtkwaliteit 

Als er een afzuiginstallatie is, zijn dagelijkse metingen verplicht. De tijdelijke milieuvergunning van klasse 1B kan echter metingen van de luchtkwaliteit voorschrijven.

  • ter hoogte van de afgevoerde lucht van de afzuiginstallaties;
  • in het groene compartiment van de personeelssas;
  • nabij de personeels- en de materiaalsas;
  • op de andere plaatsen die zijn aangegeven in de tijdelijke milieuvergunning, zoals een plaats vlak bij de werfzone die bezocht wordt door derden.
  • Deze dagelijkse luchtmetingen gaan na of de concentratie asbestvezels in de lucht:
    • niet hoger is dan 0,010 vezel per cm3 ter hoogte van de afvoer van elke luchtafzuiginstallatie;
    • maximaal 0,010 vezel per cm3 hoger is dan de waarde die vóór de werkzaamheden gemeten werd in de omliggende ruimte voor de andere meetpunten.

In speciale omgevingen, zoals scholen, kinderdagverblijven, sterk gecontamineerde en stofrijke zones, kunnen de opgelegde voorwaarden bijzondere maatregelen voorschrijven, zoals metingen door middel van wrijving of elektronische analyses waarmee met name onderscheid kan worden gemaakt tussen asbestvezels en andere soorten vezels.

=> Betreden en verlaten van de zone

  • Het betreden en verlaten van de zone gebeurt via een flap, een droge of natte sas, afhankelijk van de eisen van de vergunning. In sommige gevallen wordt een aparte sas voorgeschreven voor het afvoeren van materieel en afval.   

    Als er geen natte sas is, moet u eventueel:

    • het afval en materieel reinigen en fixeren voordat deze de zone verlaten;
    • het personeel verplichten te werken met een dubbel 'Tyvek'-pak.

    Het buitenste pak wordt dan afgezogen en uitgetrokken in de droge sas.

Bijzondere gevallen

  • Als er zich een werkende lift nabij de werkzaamheden bevindt, kunnen de bewegingen hiervan een luchtstroming veroorzaken die ertoe kan leiden dat er asbestvezels vrijkomen. Een lift beïnvloedt namelijk de onderdruk in de zone en kan de luchtstroming tussen de zone en buiten omkeren. Stel dus maatregelen voor zoals het uitschakelen van de lift tijdens de werkzaamheden, een hermetische afsluiting van de deuren van de verdieping waar de werkzaamheden plaatsvinden...
  • Als de werkzaaamheden plaatsvinden in een stookruimte, moet de verwarmingsinstallatie worden uitgezet tijdens de asbestverwijderingswerken.  

    Als de verwarmingsketel niet kan worden uitgezet, bijvoorbeeld in een ziekenhuis of een bejaardentehuis, moet u:

    - > dit vermelden in uw werkplan en

    - > aangeven welke maatregelen worden getroffen om te vermijden dat er asbestvezels verspreid worden.

    Bijvoorbeeld:

    • Plaats een hermetisch gesloten omhulsel met een beschermde slang rond de ketel. Via deze slang kan lucht van buiten worden aangevoerd. Duid de plaats van de slang en de luchtinlaat aan op het installatieplan van uw werf.
    • Plaats de luchtinlaat van de installatie buiten de werkzone.
    • Voorzie de branders van lucht via een slang die beschermd is met een omkasting.
    • Voer een rooktest uit op de omkasting om na te gaan of deze luchtdicht is en de ketel niet gecontamineerd kan worden met asbestvezels.

    In ieder geval moet de temperatuur worden verlaagd om de veiligheid van de werknemers en de integriteit van de installaties te garanderen.

  • Als de werkzaamheden plaatsvinden in een stookruimte of in ruimten waar er waar er niet-geïsoleerde leidingen van een verwarmingsketel aanwezig zijn, moet u de verwarmingsinstallatie uitzetten tijdens de asbestverwijderingswerken.

    Als een verwarmingsketel in werking blijft tijdens de werkzaamheden, dient u erop toe te zien dat de temperatuur niet te hoog wordt zodat de plastificering intact blijft.

3.  Couveusezakmethode

De couveusezakmethode is een methode waarmee bepaalde asbesthoudende materialen met behulp van een couveusezak kunnen worden verwijderd uit een hermetisch afgesloten zone. Hierbij wordt een speciale zak hermetisch rond het af te voeren materiaal aangebracht. Deze zak is voorzien van handschoenen, waardoor het asbesthoudende materiaal kan worden verwijderd zonder dat er asbestvezels vrijkomen in de lucht.

Om deze couveusezakken te gebruiken, moet u zich aan de volgende voorschriften houden:

  • baken de werkruimte af;
  • isoleer het af te voeren materiaal tijdens het wegnemen en het reinigen van de drager. De couveusezak moet worden aangebracht zonder dat er asbestvezels vrijkomen. Het materiaal moet in goede staat verkeren, makkelijk bereikbaar zijn en makkelijk afneembaar van zijn drager.

Als de milieuvergunning van klasse 1B of de bijzondere voorwaarden van uw aangifte van klasse 1C dit vereisen:

  • Eventueel wordt de luchtkwaliteit rondom de werkzaamheden gemeten, vooral als de werf zich bijvoorbeeld in een school of een kinderdagverblijf bevindt. In dat geval is de concentratie asbestvezels in de lucht maximaal 0,010 vezels per cm³ hoger dan de waarde die vóór de werkzaamheden werd gemeten in de omliggende afgebakende ruimte.

Als het isolatiemateriaal beschadigd is, tegen de muren is aangebracht of voorzien van een wapeningsnet onder het pleisterwerk, kan het niet in couveusezakken worden verpakt zonder dat er asbestvezels vrijkomen.

  • Gebruik de couveusezakken in dat geval in een semi-afgesloten of hermetisch afgesloten zone.

4.  Afgebakende zone

Een afgebakende zone is een werkzone die ontoegankelijk is gemaakt voor het publiek en voor personen die niet betrokken zijn bij de werf voor asbestverwijdering of -inkapseling. De zone wordt met name afgebakend door het aanbrengen van linten en de reglementaire pictogrammen.

 

Het werk in een afgebakende zone vereist dat de asbestmaterialen niet gebroken zijn en dat de demontage zuiver gebeurt, d.w.z. dat het asbestmateriaal hierbij niet beschadigd wordt en er geen asbestvezels vrijkomen in de lucht.

  • Om te voorkomen dat er asbestvezels vrijkomen in de lucht, kunt u verschillende technieken gebruiken. Uw tijdelijke vergunning van klasse 1B kan er enkele voorschrijven. Bijvoorbeeld:
    • bevochtiging,
    • verneveling van een fixeermiddel,
    • een afzuiginstallatie,
    • een stofzuiger met een absoluutfilter.

Als uw tijdelijke milieuvergunning van klasse 1B of de bijzondere voorwaarden van uw aangifte van klasse 1C dit vereisen:

  • Eventueel wordt de luchtkwaliteit rondom de werkzaamheden gemeten, vooral als de werf zich bijvoorbeeld in een school of een kinderdagverblijf bevindt. In dat geval is de concentratie asbestvezels in de lucht maximaal 0,010 vezels per cm3 hoger dan de waarde die vóór de werkzaamheden werd gemeten in de omliggende afgebakende ruimte.

Top

d. Bijzondere afwijkingen 

In geval van sloop of verbouwing

  • Voordat u begint te slopen, moet u het volledige gebouw asbestvrij maken. Voordat u begint te verbouwen, moet u alle asbestmaterialen verwijderen uit de zones waar de werkzaamheden zullen plaatsvinden.

    U kunt een afwijking vragen als de gebouwen in kwestie problemen vertonen in verband met de stabiliteit of toegankelijkheid, waardoor de asbestverwijdering technisch of financieel onmogelijk is. Afhankelijk van uw situatie, is dit de aangewezen procedure:

      1.     Als voor de werkzaamheden een tijdelijke milieuvergunning of een aangifte vereist is:

       - >   Dien uw aanvraag voor een afwijking samen met uw dossier in.

       - >   Verantwoord uw aanvraag in het werkplan. U moet dan aantonen dat:

    • de oplossing die u voorstelt de enige technisch of financieel haalbare is;
    • het risico op verspreiding van asbestvezels op een aanvaardbaar niveau blijft. Markeer de asbestmaterialen bijvoorbeeld met een fluospray; zorg tijdens de sloop of ontmanteling van het gebouw constant voor bevochtiging...

      2.     Als u uw aanvraag voor een afwijking los van uw aanvraag voor een tijdelijke vergunning van klasse 1B indient, moet u uw aanvraag voor een afwijking overmaken aan de afdeling Vergunningen van Leefmilieu Brussel, minimaal twee maanden vóór de sloop of de verbouwing.

    En dan?

    Leefmilieu Brussel kan de afwijking toestaan op voorwaarde dat u zich aan de bijzondere voorwaarden houdt om het risico op verspreiding van asbest tijdens de sloop- of verbouwingswerkzaamheden te beperken. Bijvoorbeeld:

    • ontmanteling in plaats van sloop;
    • elektronische luchtmetingen op gevoelige punten;
    • follow-up van de werf ter plaatse door een verantwoordelijke voor het asbestbeheer...

Bij gebruik van mechanische werktuigen op basis van hoge snelheid

  • Het is verboden mechanische werktuigen op basis van hoge snelheid, hogedrukreinigers met water, droogstraalmachines, luchtcompressoren, schuurschijven of slijpmachines te gebruiken om voorwerpen of dragers die gemaakt zijn van of bekleed zijn met asbesthoudende materialen te bewerken, te snijden, te doorboren of te reinigen om het asbest te verwijderen.  

    U kunt een afwijking vragen. Afhankelijk van uw situatie, is dit de aangewezen procedure:

    1.     Als voor de werkzaamheden een tijdelijke milieuvergunning of een aangifte vereist is:

       ->    Dien uw aanvraag voor een afwijking samen met uw dossier in.

       ->    U moet aantonen dat:

    • de methode die u voorstelt de enige technisch haalbare is om het werk uit te voeren;
    • de gebruiksvoorwaarden van de methode houden het risico op verspreiding van asbestvezels op een aanvaardbaar niveau.

      2.     Als u uw aanvraag voor een afwijking los van uw aanvraag voor een tijdelijke vergunning van klasse 1B indient, moet u uw aanvraag voor een afwijking overmaken aan de afdeling Vergunningen van Leefmilieu Brussel, minimaal twee maanden vóór de sloop of de verbouwing.

Top

e. Uw asbesthoudend afval: beheer, opslag en afvoer

Beheer van asbesthoudend afval

Asbestafval is gevaarlijk afval. Het moet als dusdanig worden beheerd.

Materialen die in contact zijn gekomen of gecontamineerd zijn geweest met asbestvezels en die niet ter plaatse kunnen worden gedecontamineerd, worden gelijkgesteld met asbestafval.

  • In ieder geval moet u alle voorzorgsmaatregelen treffen om te voorkomen dat er asbestvezels vrijkomen tijdens de behandeling of het vervoer van asbestafval naar de opslagruimte of de container.
  • Houd asbestafval gescheiden van ander afval. 
  • Sorteer het asbestafval volgens categorie, op basis van hun verwerkingscircuit.
  • U moet elke dag een register opmaken van het geproduceerde afval, met vermelding van:
    • de hoeveelheden asbestafval die elke dag zijn geproduceerd;
    • de hoeveelheden afval die van de werf zijn afgevoerd, met aanduiding van hun bestemming.
  • Het is verboden asbestafval te verdichten of te vermalen.
  • Het is verboden asbestafval te recyclen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Het is verboden asbestafval te recyclen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

  • Niet-broos asbestafval moet worden verpakt in een luchtdichte en hermetisch gesloten verpakking van polyethyleen, pvc of vergelijkbaar met een dikte van ≥ 150 µm voordat het wordt afgevoerd uit de werkzone.
  • Plak op de buitenste verpakking een etiket dat de aanwezigheid van asbest aangeeft.

Verpakking van broos of scherp asbesthoudend afval

  • Verpak scherp en broos afval in zakken van polypropyleen, pvc of vergelijkbaar met een dikte van ≥ 200 µm,  met daaromheen een hermetisch gesloten luchtdichte zak

     met een dikte van ≥ 200 µm.

  • Plak op de buitenste verpakking een etiket dat de aanwezigheid van asbest aangeeft.

Tijdelijke opslagplaats van asbesthoudend afval

  • Het is verboden asbesthoudend afval op te slaan in een hermetisch afgesloten of semi-hermetisch afgesloten zone. 

    U kunt met een gemotiveerde aanvraag een afwijking vragen als het echt onmogelijk is het elders op te slaan.

    U moet in dat geval:

    • uw aanvraag verantwoorden in uw werkplan;
    • aantonen dat de oplossing die u voorstelt de enig mogelijke is;
    • aangeven welke maatregelen zullen worden getroffen om de risico's tot een aanvaardbaar niveau te verlagen en te beperken.

    U kunt bijvoorbeeld:

    • het afval opslaan op een plaats in de zone waar het niet beschadigd wordt en waar er geen asbest moet worden verwijderd;
    • ervoor zorgen dat een visuele inspectie mogelijk is zonder dat deze gehinderd wordt door het opgeslagen materiaal;
    • het gecontamineerde afval en materieel stofvrij maken met een stofzuiger met absoluutfilter of met vochtige doeken;
    • een fixeeroplossing op de buitenverpakking vernevelen vóór en tijdens het hanteren....

    Er kunnen zich twee gevallen voordoen en uw aanvraag voor een afwijking moet vermelden in welke situatie u zich bevindt:

    Afwijking 1

    U moet het afval opslaan in de zone maar het afval wordt verwijderd via een sas voordat de zone wordt vrijgegeven.

    Afwijking 2

    U moet het afval opslaan in de zone en het afval blijft in de zone totdat de zone wordt vrijgegeven.

    Als uw aanvraag voor een afwijking wordt goedgekeurd, mag u asbesthoudend afval tijdelijk in de zone opslaan als:

    • de hoeveelheid asbestafval gering is;
    • het asbestafval niet het risico loopt beschadigd te worden;
    • het asbestafval wordt ondergebracht op een plaats waar er geen asbest moest worden verwijderd.
  • Beperk het afval dat tijdelijk in de werkzone wordt opgeslagen altijd tot het strikte minimum. 
  • U mag verschillende opslagplaatsen hebben voor broos en niet-broos afval.
  • U mag asbesthoudend afval voordat het buiten de werf wordt afgevoerd, opslaan:
    • in een zeecontainer die verplicht wordt afgesloten met een sleutel, die niet toegankelijk is en die omgeven is door een omheining van minimaal 2 meter hoog;
    • in een ruimte die met een sleutel wordt afgesloten, die is aangeduid met de vermelding "gevaar - asbest" in het Nederlands en het Frans en duidelijk onderverdeeld is per verwerkingscircuit.
    • in een afgebakende zone die niet toegankelijk is voor het publiek;
    • in een open container met een gesloten containerbag, maar alleen voor niet-broos asbestafval.

      Deze containerbag moet altijd gesloten zijn, behalve tijdens het vullen.

  • Het is verboden open containers met een containerbag op de openbare weg te plaatsen, behalve om onmiddellijk te laden en af te voeren.
  • Duid de locatie van de opslagplaats aan op het werkplan en op de plannen van de installaties.
  • Plaats rond gesloten containers op de openbare weg een omheining van minimaal 2 m hoog om ze ontoegankelijk te maken.
  • Duid op de containers de aard van het afval en zijn bestemming aan.

Vervoer van het asbestafval tussen de werkzone, de opslagplaats op de werf en de container 

  • Vervoer het asbestafval tussen de werkzone, de opslagruimte of de niet publiek toegankelijke zone en de containers op een ogenblik dat er geen gevaar is dat u personen kruist die niet betrokken zijn bij de werf voor de asbestverwijdering of -inkapseling.

Afvoer van asbestafval van de werf

  • Duid elke dag in het afvalregister de hoeveelheden afval aan die van de werf werden afgevoerd.
  • Voordat u het afval afvoert, moet u nagaan of de verpakking beantwoordt aan de voorgeschreven dikte, geëtiketteerd en hermetisch afgesloten is.
  • Laat het asbestafval altijd afvoeren door een erkende ophaler in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die u een ontvangstbewijs overhandigt. 

    Als voor uw werf geen vergunning vereist is, hoeft u het asbestafval niet te laten afvoeren door een erkende ophaler.

    Om uw verplichtingen inzake het afvalbeheer na te komen, moet u echter de regels volgen die zijn vastgelegd door het Brudalex-besluit

  • Het is verboden asbestafval naar een recyclagecentrum te brengen.

In een hermetisch afgesloten zone

  • Verwijder het hermetisch verpakte afval uit de zone via de natte materiaalsas met twee compartimenten:
    • verwijder het stof van de verpakkingen onder de douche;
    • plaats ze vervolgens in een tweede, schone en luchtdichte verpakking van polypropyleen, pvc of vergelijkbaar materiaal met een dikte van ≥ 200 m voordat u naar een tijdelijke opslagplaats overbrengt. 

      Indien er geen materiaalsas is

      U kunt met een gemotiveerde aanvraag een afwijking vragen om het afval via de personeelssas af te voeren:

      • als de hoeveelheid afval miniem is;
      • als de ruimte te klein is om twee sassen te installeren (bijvoorbeeld bij werkzaamheden in een kelder).

In een semi-hermetisch afgesloten zone

  • In zones die zijn uitgerust met een natte sas:
    • voer het verpakte afval af via de sas die is uitgerust met een douche (materiaalsas of personeelssas) om het stofvrij te maken;
    • plaats het vervolgens (buiten de werkzone) in een tweede, schone en luchtdichte verpakking van polypropyleen, pvc of vergelijkbaar materiaal met een dikte van ≥ 200 µm;
    • breng het over naar een tijdelijke opslagplaats.
  • In zones zonder natte sas:
    • verwijder het stof van asbesthoudend afval;
    • plaats het vervolgens (buiten de werkzone) in een tweede, schone en luchtdichte verpakking van polypropyleen, pvc of vergelijkbaar materiaal met een dikte van ≥ 200 µm;
    • breng het over naar een tijdelijke opslagplaats.
  • Om niet-broos asbestafval af te voeren, kunt u:
    • het verpakken in een enkelwandige verpakking van polyethyleen, pvc of vergelijkbaar materiaal met een dikte van ≥ 150 µm of
    • het in bulk vervoeren in een open container met een containerbag.
Datum van de update: 09/11/2018