U bent hier

FAQ PLAGE

1. Drempelwaarde voor de PLAGE 

1.1. Waarom is er een verschil tussen de drempel voor de privé- en openbare sector? 

De drempel van 100.000 m² voor de privésector dient om de proportionaliteit tussen de beschikbare middelen en de verplichtingen van een PLAGE te waarborgen. Het is de bedoeling dat het PLAGE zich richt op grote particuliere organisaties die over voldoende personen beschikken om een team installatiebeheerders aan te stellen dat in staat is om de verschillende acties van het PLAGE efficiënt uit te voeren.
De drempel van 50.000 m² voor overheden werd vastgelegd om rekening te houden met artikel 5 (voorbeeldfunctie van overheden) van de Europese Richtlijn 2012/27/EU inzake energie-efficiëntie.

1.2. Waarom is er een drempelverschil tussen de federale, gewestelijke en gemeenschapsoverheden en de andere overheden? 

De federale, gewestelijke en gemeenschapsoverheden vallen niet onder de drempel van 50.000 m² omdat artikel 5 van de Europese richtlijn inzake energie-efficiëntie 2012/27/EU dit niet toelaat. Dat artikel bepaalt dat 3% van de totale vloeroppervlakte van de verwarmde en/of gekoelde gebouwen die eigendom zijn van de federale, gewestelijke en gemeenschapsoverheden en door deze overheden gebruikt worden, elk jaar gerenoveerd dient te worden om op zijn minst aan de minimale eisen op het vlak van energieprestatie te voldoen.
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft besloten om via het PLAGE een alternatieve maatregel in te voeren om aan deze verplichting te voldoen. Deze overheden dienen dus een PLAGE-doelstelling na te leven zodra zij een gebouw of een deel van een gebouw van meer dan 250 m² bezitten en/of in gebruik hebben.

2. Opleiding

2.1. Welke opleidingen moet de PLAGE-coördinator volgen? 

De coördinator wiens organisatie onder de PLAGE-verplichting valt, moet twee opleidingen volgen: "energiebeheer (Energieverantwoordelijke)" (3-daagse opleiding, voor iedereen toegankelijk) en een specifieke PLAGE-opleiding (1 dag, opleiding uitsluitend bestemd voor PLAGE-coördinatoren).

2.2. U heeft al een opleiding tot energieverantwoordelijke gevolgd. Blijft deze opleiding geldig?on reste valable? 

Ja. Als u de opleiding energiebeheer (energieverantwoordelijke) van Leefmilieu Brussel heeft gevolgd, blijft deze geldig als u als PLAGE-coördinator werd aangesteld.
Vink op het webplatform plage.brussels, op het tabblad coördinator, het vakje "Opleiding EV" aan met vermelding van het jaar waarin u de opleiding gevolgd heeft en download het bijbehorende certificaat als u de opleiding niet gevolgd heeft bij Leefmilieu Brussel.

2.3. Kan ik vragen om een gelijkwaardigheidsattest van de opleiding "energiebeheer (energieverantwoordelijke)" te krijgen wanneer ik die niet bij Leefmilieu Brussel heb gevolgd?  En zo ja, hoe? 

Ja. We vragen enkel een certificaat dat bevestigt dat u de opleiding heeft gevolgd en een specifiek programma van de opleiding. Leefmilieu Brussel zal de aanvraag analyseren en u, per e-mail en zo snel mogelijk, bevestigen of de opleiding als gelijkwaardig wordt beschouwd.  De opleiding moet aan verschillende voorwaarden voldoen. Zo moet de minimale inhoud vastgelegd in Bijlage 5 van het PLAGE-besluit van 14 juni 2018 zeker worden nageleefd.

3. Rol van de coördinator

3.1. Moet de PLAGE-coördinator deel uitmaken van het personeel van de betrokken organisatie of kan dit een externe persoon zijn? Mag hij al zijn taken uitbesteden?  

De PLAGE-coördinator moet deel uitmaken van het personeel van de organisatie die hij vertegenwoordigt.
Voor de uitvoering van een PLAGE zal het wellicht nodig zijn dat andere interne of externe spelers van uw organisatie meewerken. De identificatie van deze actoren en de oprichting van een "PLAGE"-team is geen verplichting, ook al wordt dit sterk aanbevolen gezien de omvang van de betrokken gebouwenparken.
Het staat de coördinator vrij om zijn opdracht te beheren door zijn collega's erbij te betrekken of door bepaalde taken uit te besteden. Het is echter de PLAGE-coördinator die de contactpersoon blijft voor alle communicatie met Leefmilieu Brussel. Hij staat in de ogen van Leefmilieu Brussel garant voor de kwaliteit en de juistheid van de gegevens die in het kader van de PLAGE-procedure worden verstrekt en gebruikt.

3.2. Kan mijn organisatie meerdere coördinatoren of een coördinator en plaatsvervangers aanstellen? 

Neen. U kunt officieel slechts één coördinator aanstellen (via machtiging). U kunt een team samenstellen achter deze persoon, maar wij aanvaarden slechts één contactpersoon. Indien u dat wenst, kunt u echter meerdere personen naar de PLAGE-opleiding sturen (afhankelijk van het aantal beschikbare plaatsen). Ook zal uw coördinator toegang tot het webplatform kunnen verlenen aan de medewerkers die hij hiervoor aanwijst.  Zij hebben dan dezelfde toegangsrechten als hij, met uitzondering van de officiële toezending van het dossier aan de revisor of aan Leefmilieu Brussel (waarvoor de coördinator als enige gemachtigd blijft om dit te doen).

4. Gebuiker/Eigenaar - Verbruik - Oppervlak

4.1. In sommige van de gebouwen van mijn gebouwenpark zijn er andere eigenaren of bewoners: wie is waarvoor verantwoordelijk?  Hoe bereken ik mijn PLAGE-oppervlakte verbruik?en PLAGE 

In het geval dat andere PLAGE-organisaties betrokken zijn bij een van uw gebouwen, bent u verplicht om als volgt te handelen:

  • elke betrokken partij telt de "gemeenschappelijke" oppervlakte die u bezit of gebruikt in uw respectieve gebouwenpark;
  • elke partij neemt de "gemeenschappelijke" oppervlakte die u bezit of gebruikt op in de berekening van uw respectieve doelstelling;
  • u werkt samen om in onderling overleg te bepalen wie de belangrijkste coördinator voor dit gebouw zal zijn (waarbij elke partij de PLAGE-coördinator van zijn of haar organisatie blijft) en hoe u de taken en inspanningen met betrekking tot de maatregelen in het actieprogramma verdeelt als één van u beslist om in dit gebouw acties te ondernemen.

Voor nadere gegevens over de begrippen eigenaars en gebruikers, verwijzen we naar het protocol blz. 17 - 18.

5. Gebouwen/Oppervlak 

5.1. Welke gebouwen vallen onder het toepassingsgebied van het PLAGE? 

Er moet rekening gehouden worden met de volgende gebouwen:

- gelegen op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (adres in één van de negentien gemeentes);
- een oppervlakte die gelijk is aan of groter is dan 250 m²;
- volledig of gedeeltelijk in het bezit van en/of gebruikt door de betreffende instantie op de dag dat het "identificatiedossier" ingediend wordt.
- De leegstaande gebouwen worden in rekening gebracht voor het bepalen van de PLAGE-drempels.

Voor nadere gegevens over de begrippen gebouwen, eigenaars en gebruikers, verwijzen we naar het protocol blz. 17.

5.2. Welke oppervlakken vallen onder het toepassingsgebied van PLAGE? 

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:

  1. privé-ruimten die uitsluitend worden gebruikt door of eigendom zijn van de organisatie die onder de PLAGE-verplichting valt,
  2. ruimten die worden gedeeld met andere organisaties dan de organisatie die onder de PLAGE-verplichting valt en waarvan de categorie één van de 16 categorieën is die in het protocol worden genoemd.
  3. gemeenschappelijke ruimten waarvan de categorie niet tot de 16 in het protocol genoemde categorieën behoort. Het gaat meestal om ruimten die worden gebruikt voor de doorgang van personen en goederen.
  • Behoudens specifieke overeenkomst met betrekking tot de verdeling van de verbruikskosten; De oppervlakte van de gemeenschappelijke ruimtes van een gebouw dat door verschillende bewoners gebruikt wordt, zal in rekening worden gebracht. Dat gebeurt pro rata de gebruikte privéoppervlaktes.
  • De oppervlakte van de gedeelde ruimtes die in aanmerking moet worden genomen wordt pro rata de oppervlakte die de organisatie gebruikt in rekening gebracht.

De berekening van de vloeroppervlakte gebeurt in twee stappen:

  1. Bij de identificatiefase gebruikt de organisatie de volgende vereenvoudigde methode:
    Voor de gebouwen of delen van gebouwen die over een EPB-certificaat beschikken, mogen de vloeroppervlaktegegevens die werden berekend om deze certificaten op te stellen worden gebruikt.  Voor gebouwen waarvoor geen EPB-certificaat zou zijn afgeleverd op het ogenblik van de identificatiefase wordt de volgende vereenvoudigde methode toegepast om het vloeroppervlak te bepalen.
  2. Tijdens de programmatiefase, wanneer de organisatie er zeker van is dat ze onder de PLAGE-verplichting valt, zal ze een nauwkeurigere methode moeten gebruiken die haar in staat stelt om het specifieke verbruik van haar gebouwen te berekenen, op basis van nauwkeurige gegevens.
    (Zie voor meer info Protocol pag. 19-20)

6. Vrijstelling

6.1. Er is al een energieaudit uitgevoerd op de gebouwen in mijn gebouwenpark, ben ik vrijgesteld van het PLAGE? 

Als u een energieaudit van de milieuvergunning voor grootverbruikers heeft en deze audit momenteel geldig is en betrekking heeft op meer dan 80% van de oppervlakte van uw gebouwenpark, dan kunt u in dit geval een tijdelijke vrijstelling krijgen. Aan het einde van de geldigheidsperiode van deze audit, bent u onderworpen aan de PLAGE-regelgeving.
Als u beschikt over een energieaudit van grote bedrijven, heeft u geen recht op een vrijstelling. Onder bepaalde voorwaarden kunt u echter gebruik maken van de vereenvoudigde procedure.
Dit betekent dat u elementen van de energieaudit kunt hergebruiken om te voldoen aan de verplichtingen van de PLAGE-procedure.

6.2. Wat zijn de geldige beheerssystemen waarmee men recht heeft op de vereenvoudigde procedure? 

Met energie- of milieubeheersysteem bedoelen we "een reeks onderling samenhangende of op elkaar inwerkende elementen die zijn opgenomen in een plan dat een energie-efficiëntiedoelstelling en een strategie om die doelstelling te bereiken, vaststelt."

Het gaat om eender welk energie- of milieubeheersysteem dat door een onafhankelijke organisatie is gecertificeerd:

  • in overeenstemming met de normen aangenomen door het Europees Comité voor normalisatie, het Europees Comité voor elektrotechnische normalisatie, het Europees Telecommunicatie en Standaardisatie Instituut of de Internationale Organisatie voor Standaardisatie en die ter beschikking worden gesteld van het publiek.
  • op voorwaarde dat dit systeem voorziet in een energieaudit die voldoet aan de minimale criteria op basis van de volgende richtlijnen:
    • ze bevatten actuele, gemeten, traceerbare operationele gegevens betreffende het energieverbruik en (voor elektriciteit) de belastingsprofielen;
    • ze omvatten een gedetailleerd overzicht van het energieverbruiksprofiel van gebouwen of gebouwengroepen, industriële processen of installaties, met inbegrip van vervoer;
    • ze bouwen, zo veel mogelijk, voort op een analyse van de levenscycluskosten, in plaats van simpele terugverdienperioden, om rekening te houden met langetermijnbesparingen, residuele waarden van langetermijninvesteringen en discontopercentages;
    • ze zijn proportioneel en voldoende representatief om de vorming van een betrouwbaar beeld van de totale energieprestaties van de gebouwen en industriële activiteiten of installaties van de onderneming op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en om de betrouwbare bepaling van de belangrijkste punten ter verbetering mogelijk te maken.
    • zij leiden tot gedetailleerde en gevalideerde berekeningen van de voorgestelde maatregelen, zodat duidelijke informatie over mogelijke besparingen beschikbaar is;
    • De gegevens die bij energieaudits worden gebruikt, moeten kunnen worden opgeslagen voor historische analyse- en prestatie-opvolgingsdoeleinden.

Volgens deze criteria zijn de systemen EMAS en ISO 14001 niet geldig. Anderzijds is een systeem dat gecertificeerd is volgens ISO 50001 wel geldig.

Voor meer informatie, zie artikel 2.5.7, §2, 1e streepje van het BWLKE.

7. Toepassingsgebied

    7.1. Wat is het toepassingsgebied van het PLAGE? Welke organisaties, welke gebouwen,…? 

    Het toepassingsgebied van het PLAGE staat duidelijk beschreven in het Protocol PLAGE pg. 17-20.

    7.2. Hoe worden dochterondernemingen van dezelfde groep behandeld?  Bijvoorbeeld wat betreft de afbakening van het gebouwenpark?  

    Het BWLKE is van toepassing op vennootschappen zoals gedefinieerd in het Wetboek van vennootschappen. Het PLAGE beoogt in dat opzicht elke handelsvennootschap die bij de KBO (Kruispuntbank van Ondernemingen) staat ingeschreven. Volgens dat principe stelt Leefmilieu Brussel dat een KBO-nummer aan een organisatie toebehoort.
    Indien een organisatie één of meer dochterondernemingen of aandelen in een andere organisatie heeft en deze hebben verschillende KBO-nummers, worden deze organisaties beschouwd als verschillende organisaties met verschillende gebouwenparken. Samengevat: één organisatie = 1 KBO-nummer = 1 gebouwenpark = 1 coördinator = 1 PLAGE-doelstelling.

    7.3. Waarom baseert men zich op de EPB-certificering van de openbare gebouwen om de inspanningsschalen voor de 1e cyclus van het PLAGE te bepalen? 

    De EPB-certificering (en de jaarlijkse bijwerking ervan) is verplicht voor openbare gebouwen die door de overheid worden gebruikt. De methodologie is gebaseerd op het werkelijke verbruik, waardoor rekening kan worden gehouden met gedrag, gebruik en "kleine" uitrustingen, in overeenstemming met de filosofie van het PLAGE. Daarnaast is het aandeel gecertificeerde openbare gebouwen hoog, waardoor de huidige database goed bruikbaar en representatief is voor het gebouwenpark.
    Ter herinnering, voor de niet-openbare gebouwen wordt het EPB-certificaat alleen verplicht gesteld voor kantoren en residentiële gebouwen in geval van een transactie (verkoop, verhuur, overdracht van huurcontracten, enz.) of bij het bouwen ervan. Voor deze sectoren is de database van de bestaande certificaten dus nog onvoldoende representatief voor het gebouwenpark, wat de database in dit stadium onbruikbaar maakt om een inspanningsschaal te bepalen die vergelijkbaar is met de schaal die voor de overheidssector is ontwikkeld. Ten slotte is de EPB-certificeringsmethodologie voor kantoren niet gebaseerd op het werkelijke verbruik, maar op theoretische gegevens die geen rekening houden met het verbruiksgedrag of de kleine uitrustingen van het gebouw, waardoor deze koppeling in strijd is met van de PLAGE-filosofie. Voor de andere (tertiaire) sectoren bestaat de EPB-certificeringsmethodologie nog niet en zal deze niet beschikbaar zijn voor de inwerkingtreding van het PLAGE.

    De inspanningsschalen en het gebruik van het gebouw kunnen na de 1e cyclus van het PLAGE worden herzien en bijgestuurd, via een nieuw ministerieel besluit, voornamelijk op basis van de gegevens die voor het hele gebouwenpark dat onder de PLAGE-verplichting valt, werden verzameld.

     

    Datum van de update: 05/07/2019