U bent hier

Biomassa

Wat is biomassa? Welke vormen bestaan er?

De term biomassa omvat producten die gewonnen zijn uit plantaardige grondstoffen en dierlijk (rest)materiaal van de landbouw en de bosbouw en ook de biologisch afbreekbare fractie van industrieel en huishoudelijk afval. 

Voorbeelden zijn: biobrandstoffen, bijproducten van houtzagerijen, hakhout, slib, bosresten zoals boomstronken, dierlijke mest en frituurolie. 

Biomassa is dus een hernieuwbare energiebron, op voorwaarde dat er op duurzame en verantwoordelijke wijze aan land- en bosbouw wordt gedaan en dat het verbruik de productie niet overschrijdt. Maar aan deze voorwaarden wordt vaak niet voldaan.

Algemeen kan biomassa gebruikt worden voor:

  • verwarming: in de vorm van brandhout wordt het gebruikt om vuur te maken. 

    Hout heeft een zekere tijd nodig om te groeien en er moet dus rekening worden gehouden met het tempo van vernieuwing van de materie: als men meer kapt dan dat er kan groeien, kan men dat moeilijk duurzaam noemen. De afvalstoffen van menselijke activiteiten zoals slib van afvalwaterzuivering, en de organische fractie van het huishoudelijk afval worden ook in Brussel gebruikt om warmte te recupereren. 

  • elektriciteit: elektriciteitsproductie gebeurt door het verbranden van brandstoffen (nucleair, gas, kolen, biomassa maar ook huishoudelijk afval). De energie die vrijkomt van deze brandstof wordt gebruikt om een generator aan te drijven die elektriciteit produceert. 

    Er zijn vele debatten over de productie en het gebruik van kernenergie, maar ook over het gebruik van kolen, omdat veel kolen worden ingevoerd van landen waarbij de lokale ecologie schade ondervindt door het kappen van bossen. Ook al heeft België zelf geen kolencentrale meer, soms moeten we wel elektriciteit invoeren van landen die wel nog kolen gebruiken, zoals Duitsland bijvoorbeeld. 

  • transport: in deze categorie zitten de biobrandstoffen. Die worden geproduceerd om energie op te wekken. 

    De eerste generatie, zoals suikerriet, koolzaadolie en palmolie, staan vaak ter discussie door het grote land- en watergebruik om ze te telen. Dit levert concurrentie op met voedsel. Bovendien worden ook grote stukken oerwoud gekapt voor bv. Palmolieplantages die de biodiversiteit onder druk zetten. De tweede generatie, zoals biodiesel, worden gewonnen uit frituur- en dierlijk vet via een chemisch proces. Het is nog niet bewezen dat de uitstoot van biodiesel properder zou zijn dan die van gewone diesel.

Biomassa, CO2-neutraal ?

In theorie is biomassa een hernieuwbare energiebron, waarbij de koolstofcyclus neutraal is: de CO2 die vrijkomt bij verbranding is namelijk dezelfde CO2 die de planten hebben opgevangen uit de atmosfeer. Maar in realiteit niet, doordat er niet duurzaam wordt omgesprongen met de beschikbare grondstoffen. Bovendien zijn het transport en de transformatie van de biomassa ook stappen die CO2 produceren. Ook bestaat er een tijdelijk verschil tussen het moment waarop de CO2 in de atmosfeer terechtkomt en het moment waarop deze wordt opgevangen: het vraagt vele decennia voor een boom om alle CO2 op te vangen die nodig is voor zijn groei.

Impact op de luchtkwaliteit

Bij de verwerking van biomassa, met name de verbranding, komen verschillende schadelijke stoffen vrij die een negatieve impact hebben op de luchtkwaliteit, terwijl de Europese Unie steeds striktere emissie- en concentratienormen oplegt. De grote installaties zijn onderworpen aan een milieuvergunning die rekening houdt met de impact op de luchtkwaliteit, maar dat geldt niet voor kleine installaties zoals houtpelletkachels of houtketels. 

VOS, CO en PAK’s

De impact van houtverwarming op de kwaliteit van de binnen- en buitenlucht hangt af van het type ketel (open of gesloten haard, kachel, insert of pelletketel), evenals de in de ketels toegepaste technologie en de manier waarop men ze gebruikt.

De verbranding van hout produceert veel verontreinigende stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid, namelijk vluchtige organische stoffen (VOS), koolmonoxide (CO), fijnstof, dioxines en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s). Zelfs al is het aandeel van hout in het Brusselse Gewest voor verwarming vrij klein (0,5% van het totale verbruik), toch is de verbranding ervan verantwoordelijk voor één derde tot de helft van de uitstoot van deze stoffen.

Het gebruik van een efficiënte ketel, in combinatie met de kwaliteit van het hout, zorgt ervoor dat deze emissies verminderen; echter blijven deze toch nog hoger dan de emissies die worden uitgestoten bij het gebruik van gas, of zelfs mazout, als verwarming. 

Toekomst voor het Brusselse Gewest

Het potentieel van biomassa als energiebron in het Brusselse Gewest blijft beperkt. Hout en pellets zijn niet in grote hoeveelheden beschikbaar, ook al kunnen we in ons Gewest een deel van het Zoniënwoud duurzaam ontginnen. Deze biomassa zou dus moeten ingevoerd worden, wat voor nog meer luchtverontreiniging zou zorgen. Ook moet het gestockeerd kunnen worden, waarvoor de plaats en het volume vaak ontbreekt. Tenslotte moet deze plaats ook vlot toegankelijk zijn. 

Met de uitdagingen van de toekomst sluit het Gewest echter niet uit om biomassa in te schakelen, op voorwaarde dat het op een duurzame en niet belastende wijze voor de gezondheid wordt verwerkt. Dat kan bv. onder de vorm van biogas in warmtenetten of voor de productie van warmte en elektriciteit door biomethanisatie van lokaal groenafval. Echter, met het oog op de volksgezondheid, het beschermen van de regionale luchtkwaliteit en Europese verplichtingen, zet de Regering zich in voor regelmatige bewustmaking over de negatieve gevolgen van het verbranden van hout in al zijn vormen.

Bovendien zal er, via de regionale wetgeving vanaf 2021, worden verboden om centrale verwarmingssystemen te installeren die op hout of afgeleiden ervan werken.

Enkele tips als u hout gebruikt om u te verwarmen

Hout wordt in het Brusselse Gewest veel gebruikt als bijverwarming in woningen. Het aantal hout- en pelletkachels is in Brussel toegenomen, maar ook de nieuwste toestellen stoten nog schadelijke stoffen uit, nog steeds meer dan een gewone gasketel. Het is dus niet evident om op een gezonde en efficiënte manier te verwarmen met hout. De kwaliteit van de brandstof, een roetfilter en een goede afstelling zijn cruciale elementen in het gebruik ervan.

Enkele tips: 

  • Stel de kwaliteit van het hout voorop:
    • Gebruik uitsluitend droog, proper en onbehandeld hout. 

      Hoe vochtiger en vuiler het hout is, hoe slechter de verbranding zal gebeuren en hoe meer fijnstof er dus vrijkomt. Ook het rendement zal lager zijn. Dit geldt evenzeer voor pellets. Behandeld hout (geverfd, gecoat, gebeitst) dat wordt opgebrand is om evidente redenen niet gezond. 

      TIP: Hout is pas brandklaar als het twee jaar heeft kunnen drogen. Voorzie hierbij voldoende verluchting tijdens het droogproces en stockeer het hout in een droge ruimte. Een houtvochtigheidsmeter kan u aangeven of de ideale vochtigheidsgraad (+/- 15%) werd behaald.
    • Harshoudend (zacht) hout  zoals den, spar, berk, pallethout, ... is niet geschikt voor de meeste kachels en haarden. 

      Bij de verbranding komen harsen vrij die verdampen. Een gewone kachel of haard krijgt die verdampingsgassen niet volledig verbrand. Voor warme-accumulerende kachels of massakachels, zoals speksteen- of tegelkachels, zijn deze houtsoorten wel mogelijk.

    • Teveel hout ineens in de kachel leggen, zorgt voor een onvolledige verbranding en dus veel fijnstof. Voor tweederde vullen zorgt ervoor dat er voldoende lucht kan circuleren zodat het verbrandingsproces optimaal kan verlopen.
  • Kies een degelijk toestel :
    • Een open haard stoot meer verontreinigende stoffen uit dan een gesloten haard. 
    • Oude houtkachels kunnen tot 5000 mg fijnstof/Nm3 uitstoten; zij hebben geen roetfilter en zijn uitermate slecht voor de binnenhuislucht en dus uw gezondheid. 

      De nieuwste toestellen op de markt, zoals speksteenkachels, bevatten een roetfilter en mogen maar maximaal 40 mg/Nm3 fijnstof uitstoten. Maar zelfs met een roetfilter moet u zich realiseren dat de uitstoot nog tot vijfmaal meer bedraagt dan bij verwarming op gas of mazout.

    • De nieuwe Europese Richtlijn legt een eco-label op met een minimum rendement voor alle nieuwe toestellen en een duidelijke etikettering. Let hier op bij aankoop. 
  • Zorg voor een goede afstelling:
    • Oude kachels zijn meestal niet volledig luchtdicht en de luchttoevoer kan niet geregeld worden. 

      Dit bepaalt echter de efficiëntie van uw kachel of haard. De nieuwere toestellen bevatten een automatische luchtsturing naar buiten, die zorgt voor een optimale verbranding.

    • Zwarte glasramen zijn een typisch gevolg van een slechte verbranding. Het is belangrijk om dan na te gaan wat er fout loopt en het probleem op te lossen.
    • Laat uw toestel jaarlijks onderhouden en laat de afvoerleidingen voor verbrandingsgassen nakijken door een erkend vakman. Vergeet ook de schoorsteen niet. 

      Ter herinnering, in het Brussels Gewest is dit trouwens verplicht. Zo bent u zeker dat ze goed werken en beperkt u het risico op panne en zware verontreiniging. 

  • Gebruik de top fire-methode om uw vuur aan te maken: onderaan geschrankt de grootste stukken hout, dan fijn hout en bovenaan het aanmaakblokje.

Door deze tips te volgen, komt er heel wat minder fijnstof vrij en zal het rendement van de verbranding hoger liggen, waardoor u dus ook minder hout zal verbruiken. En vergeet vooral niet te verluchten en ventileren zodat de vervuilde lucht uit de woning wordt verwijderd.

Datum van de update: 13/11/2018