U bent hier

De bodem van mijn moestuin verbeteren

Om de bodem van je moestuin te verbeteren, moet je eerst zijn eigenschappen kennen! Is de bodem eerder zwaar en compact (kleiachtig) of licht en zonder structuur (zanderig)? Een bleke of eerder een donkere kleur? Als je van plan bent om een deel van je terrein tot moestuin om te vormen is de bodem misschien jarenlang aangedrukt geweest? Aarzel niet om eveneens de infofiche ‘bodemverbeteraars en meststoffen’ te raadplegen voor meer info over de toe te voegen componenten. 

 

 

 

1. Een compacte en zware bodem 

Een te zware bodem bemoeilijkt de wortelgroei. Het risico bestaat zelfs dat de wortels van sommige gewassen zodanig verstikt worden dat ze uiteindelijk zullen rotten. Dit is het geval wanneer de bodem rijk is aan kleverige en zware bestanddelen (klei en leem), en/of wanneer er weinig tot geen leven aanwezig is dat nodig is voor een gunstige korrelige structuur. Als er geen leven aanwezig is, dan werd de bodem waarschijnlijk verkeerd behandeld: aangedrukt (verdicht), uitgehongerd (geen aanvoer van organisch materiaal) of in het ergste geval zelfs fijn gestampt.

De eerste voorzorgsmaatregel is zorgen voor een goede verluchting. Dat kan met behulp van een woelvork/woelriek of spitvork. Steek het gereedschap diep in de bodem en gebruik de steel als hefboom om, zonder de grond om te draaien, de kluiten te breken. In het geval van zwaar aangestampte grond is het soms onvermijdelijk om toch eerst met de spade aan het werk te gaan. Hoe dan ook, als de bodem levenloos en structuurloos is dan valt er niet veel te vernietigen.

Vervolgens zal een jaarlijkse toevoeging van organisch materiaal (compost, mest, RCW, ...) helpen om structuur aan te brengen in de bodem en om hem minder compact te maken. Zorg het hele jaar door voor een goede bodembedekking om het bodemleven te bevorderen. Uitzondering: wanneer de grond heel vochtig is, verwijder dan bij mooi weer de afdekking enkele dagen voordat je begint met zaaien. Hierdoor kan de grond drogen en opwarmen.

2. Een zanderige bodem 

Het probleem bij zandgrond is vooral dat hij geen water vasthoudt. Planten kunnen hierdoor snel last krijgen van droogte. Deze bodems verliezen bovendien snel hun minerale elementen door uitloging en zijn te arm om je slaplanten de nodige voeding te bezorgen. Het zijn vaak zure bodems.

Je kan werken aan 2 aspecten: bodembescherming op korte termijn en verbetering van de textuur en structuur op lange termijn.

Door de bodem het hele jaar door te bedekken, worden verdamping en uitloging van minerale elementen beperkt. Voeg klei (bentoniet, gesteentemeel) EN compost (verschillende kleine porties verspreid over het jaar) toe, om de vorming van een klei-humuscomplex mogelijk te maken. Op termijn verbeter je zo de structuur van de bodem en zijn vermogen om water en voedingsstoffen vast te houden.

Bij deze bodemtypes moet je vermijden om in de herfst mest of bodemverbeteraars die rijk zijn aan nitraten toe te voegen. De bodem kan deze niet vasthouden waardoor ze snel uitlogen. Ze gaan verloren voor je planten en verontreinigen het grondwater.

3. Een bleke bodem 

Een bleke bodem met gele, oker, witte of romige tinten wijst meestal op een bodem die weinig organisch materiaal bevat. Het resultaat is een bodem met een beperkte capaciteit om voedingsstoffen vast te houden! Dit is gelukkig niet onoverkomelijk. Door regelmatig compost en/of mest toe te voegen kan dit in de loop der jaren verbeteren. Nogmaals, zorg ervoor dat de grond goed bedekt is om het bodemleven te stimuleren. Dankzij dit bodemleven zal de humus in de bodem zich opnieuw kunnen samenstellen. 

Als er op de bodem niet geteeld wordt dan kan het heel interessant zijn om groenbemesters te zaaien. Voor de eerste teelten kunnen meststoffen zoals brandnetel- en smeerwortelgier een oplossing bieden.

4. Een donkere bodem 

Als de bodem een bruine of zwarte kleur heeft, dan is de kans groot dat hij zeer organisch is. Bingo! Het is een rijke bodem! Blijf deze rijkdom wel onderhouden door af en toe wat bodemverbeteraar toe te voegen, afhankelijk van de groenten die je er teelt. Gewassen putten een grond uit.

5. Een zure bodem 

Er bestaat een eenvoudige test om te weten of je bodem zuur is. Neem wat aarde en los het op in gedestilleerd water. Voeg daar wat natriumbicarbonaat aan toe. Als het licht begint te bruisen dan heb je te maken met een zure bodem. Nog een trucje: wanneer men wat zure grond mengt met het sap van rode kool dan wordt dit mengsel roze. Deze doe-het-zelftests geven echter geen nauwkeurige indicaties. Een pH-test, die gemakkelijk verkrijgbaar is in de winkel, kan je een betere indicatie geven van de zuurtegraad.

Als de pH lager is dan 6, is het tijd om bodemverbeteraar toe te voegen: compost zal helpen om de bodem op termijn te reguleren. Af en toe wat houtas toevoegen kan ook helpen om de bodem minder zuur te maken. Reken op één (tot twee) handen vol per m².

6. Een kalkbodem 

Een kalkbodem is basisch. Om dit te testen doe je er wat azijn over, begint het te schuimen (zelfs lichtjes), dan gaat het om kalk. Als het rode koolsap blauw wordt dan is er zelfs sprake van een heel basische (of alkalische) bodem (pH>8). Maar net als bij een zure bodem gebruik je beter een pH-test uit de winkel om een nauwkeurigere indicatie te krijgen.

Wanneer je een waarde meet die hoger is dan 7,5 is er sprake van een alkalische bodem.

Het is niet zo gemakkelijk om een bodem te verzuren. Compost zal dit na verloop van tijd in evenwicht brengen door het calcium, dat meestal verantwoordelijk is voor het alkalisch karakter, te ‘vangen’. Vermijd het gebruik van meststoffen en bodemverbeteraars die calcium bevatten. Kippenmest is vrij zuur en kan dus geschikt zijn voor dit soort bodem. Besproei de grond zoveel mogelijk met regenwater aangezien het leidingwater in Brussel veel kalk bevat.

7. Een neutrale bodem 

Noch zuur, noch kalkhoudend, met een pH-waarde tussen 6,5 en 7,5? Alweer bingo! Het is een neutrale bodem en daar zijn je planten blij mee!

8. Vochtige bodem 

Als de bodem snel verzadigd geraakt en het water blijft staan dan kunnen de wortels verstikt raken en rotten. Dit probleem kan verschillende oorzaken hebben: 

  1. de grond bevat veel klei en houdt water vast. Dan gelden de tips voor een compacte en zware bodem, net zoals wanneer de waterverzadiging het gevolg is van een aangestampte bodem of van een gebrek aan structuur.
  2. je tuin ligt op een natuurlijke (klei) of kunstmatige (beton, sterk verdichte grond) ondoordringbare laag, en het water loopt onvoldoende weg. In dat geval moet er een drainagesysteem worden aangelegd door de ondoordringbare laag te doorboren of om een zijdelingse drainage te creëren. Als dit niet mogelijk is kun je de plantperken verhogen (heuvels, bakken).
  3. de wateraanvoer is te groot (bv. onder een dakgoot), dus dat moet worden aangepast.

9. Droge bodem 

In principe zijn dit zandgronden. Niettemin kun je in de stad andere zeer droge bodemtypes aantreffen:

  1. oude potgrond : zie punt 10 hieronder;
  2. gebieden die sterk verarmd zijn op vlak van organisch materiaal met een laag waterhoudend vermogen: voeg compost en mest toe, zorg voor een organische bodembedekking om organisch materiaal toe te voegen en het bodemleven te doen herleven;
  3. een zeer oppervlakkig aangedrukte bodem kan ook droog zijn omdat het water wegstroomt zonder erin te kunnen dringen: hij moet verlucht worden (zie 1.1 compacte en zware bodem) en de oorzaak van het aanstampen moet worden aangepakt.
  4. de beschutting van een gebouw kan de regen beletten om een terrein voldoende van water te voorzien - in dit geval is het moeilijk om een moestuin te onderhouden zonder irrigatiesysteem.

10. Verbetering van het substraat van moestuinbakken 

Het gebeurt vaak dat moestuinbakken die al enkele jaren aan de kant stonden terug in gebruik genomen worden. Vaak zijn deze bakken gevuld met potgrond waarvan de meststof na een jaar op is. Als er ooit bodemleven aanwezig was dan is dit lang geleden al gestorven door gebrek aan voedsel en water.

Je hoeft de potgrond niet per se weg te gooien. Je kunt er aarde aan toevoegen en de twee substraten goed mengen. Reken op ongeveer 50% aarde, 50% potgrond. Leg er het eerste jaar ook een flinke laag compost op. Je kan de compost onder de bovenste 15-20 centimeter van het substraat mengen. Blijf vervolgens elk jaar compost aan je moestuinbak toevoegen.

In de loop der jaren zal de potgrond uiteindelijk vergaan. Je zult zien dat de hoogte van het substraat afneemt. Dat is volledig normaal. Dan is het tijd om wat aarde toe te voegen.

Als je bak ‘echte’ aarde bevat, gelden de bovenstaande tips eveneens. Wees ervan bewust dat het in bakken, meer nog dan in de volle grond, cruciaal is om leven in de grond (te brengen en) te onderhouden! Levende compost, een handvol tuinaarde, ... is voldoende om het bodemleven een duwtje in de rug te geven.    

Datum van de update: 04/08/2021