U bent hier

Meststoffen

Meststoffen hebben als doel een plant rechtstreeks en efficiënt te voeden. Ook al wordt de voorkeur gegeven aan het gebruik van bodemverbeteraars, toch is het belangrijk om, in geval van tekorten of voor planten die veel voeding nodig hebben, ook het gebruik van meststoffen te overwegen. Ze kunnen je ook helpen bij de start van je carrière als groenteteler vóór de bodemverbeteraars de kans hebben gekregen om hun volledige potentieel te ontwikkelen. 

Gelukkig bestaan er organische en minerale meststoffen waardoor we de chemische meststoffen links kunnen laten liggen. Deze natuurlijke oplossingen hebben niet alle nadelen van de chemische varianten, maar het is zeer belangrijk dat de toepassing ervan volgens de regels van de kunst gebeurt. Onjuist gebruik ervan kan de bodem uit evenwicht brengen of leiden tot een overdaad van bepaalde elementen voor je planten of voor het grondwater. Idealiter voer je vooraf een bodemanalyse uit om de werkelijke behoeften van je bodem te controleren.

Elke meststof heeft andere eigenschappen en is bedoeld om één of meer essentiële elementen voor de groei van de plant te leveren: stikstof, kalium, fosfor, calcium, magnesium, zwavel en sporenelementen. Hieronder bespreken we kort enkele natuurlijke meststoffen.

  • Hoornmeel bevat voornamelijk stikstof, maar ook fosfor en zwavel. Het is een trage meststof die gedurende meerdere jaren werkt. Hoornmeel wordt in de herfst gebruikt en wordt met behulp van een krabber (cultivator) lichtjes in de bodem gegraven. Het wordt gemaakt van slachtafval.
  • Gedroogd bloed bevat ook stikstof, maar de werking ervan is zeer snel. Het wordt gegeven aan gulzige planten in volle groei of in geval van tekorten.
  • Kippenmest bevat stikstof en fosfor. Het heeft een snelle werking die toch lichtjes aanhoudt gedurende de volgende jaren. Het wordt bij voorkeur in het begin van het seizoen aangebracht.
  • Guano wordt verkregen uit de uitwerpselen van zeevogels en vleermuizen. Het bevat stikstof, calcium en veel fosfor. Deze meststof wordt bij voorkeur vervangen door andere meststoffen. De exploitatie ervan vindt plaats in een natuurlijke omgeving, waarbij de kolonies van de vogels die deze uitwerpselen leveren verstoord worden, om nog maar te zwijgen van het lange-afstandstransport. 
  • Beendermeel bevat veel fosfor en calcium en is dus te vermijden in een alkalische bodem. De meeste bodems bevatten voldoende fosfor en tekorten zijn meestal te wijten aan de beschikbaarheid van dit element voor de planten. 
  • Houtas (zie ‘bodemverbeteraars’) bevat kalk en kalium en, in mindere mate, magnesium en fosfor.
  • Bietenwijn, een bijproduct van de suikerindustrie, is rijk aan kalium. Net zoals bij fosfor komt een gebrek aan kalium in de bodem zelden voor. Een hoog calciumgehalte, bijvoorbeeld als gevolg van herhaalde besproeiing met stadswater, kan echter de opname van kalium door de planten verhinderen.
  • Gesteentemeel (zie ‘bodemverbeteraars’) bevat naast verschillende mineralen, afhankelijk van hun oorsprong, vooral silicium en andere sporenelementen.
  • Verschillende soorten planten(mest)gier (purines) hebben ook een bemestende werking. Brandnetelgier bevat stikstof en stimuleert de groei, heermoesgier versterkt de planten door zijn bijdrage van kiezelzuur en smeerwortelgier bevat dan weer kalium, fosfor en calcium.

Wat is potgrond? 

Potgrond bevat een langzaam afbrekend substraat (turf, kokosvezels) dat weinig voeding voor de planten oplevert. Om ervoor te zorgen dat planten er voordeel uit kunnen halen, wordt de potgrond verrijkt met ... meststof! Potgrond = neutraal medium + meststof. Dit betekent dat het zeer snel wordt opgebruikt, aangezien de meststof bedoeld is om de planten snel en efficiënt van voeding te voorzien. Dit is de reden waarom je na een aantal jaar, of zelfs al tijdens het tweede jaar, te maken krijgt met mislukte oogsten als je potgrond als enige substraat gebruikt. 

Waarom moet het kopen van potgrond vermeden worden? 

Waar mogelijk raden wij af om potgrond te kopen. Het is niet goed voor het evenwicht van je moestuin, noch ecologisch. Het verkrijgen van het substraat heeft namelijk schadelijke gevolgen voor het milieu.

De grondstoffen (turf!) die gebruikt worden voor het produceren van potgrond op basis van turf komen uit de veengebieden van Noord- en Oost-Europa. Veengebieden zijn zeer bijzondere moerasgebieden met een specifieke flora en fauna die in geen enkel ander soort natuurlijke omgeving voorkomen. Het zijn milieus die rijk zijn aan biodiversiteit en tal van diensten verlenen aan andere ecosystemen, waardoor ze een essentiële schakel vormen in de natuurlijke systemen. Bovendien vormen ze wat men koolstofputten noemt: enorme voorraden koolstof, die hierdoor niet in de vorm van koolstofdioxide in de atmosfeer terechtkomen. De vernietiging van veengebieden draagt rechtstreeks bij tot de wereldwijde klimaatverandering.

Om de vernietiging van de veengebieden tegen te gaan is er potgrond ontwikkeld op basis van kokosvezels. Jammer genoeg is het probleem hierdoor enkel verplaatst. De veengebieden in Europa worden misschien niet meer vernietigd maar de toenemende vraag naar kokos leidt tot steeds meer ontbossing in de tropen. Om nog maar te zwijgen over de werkomstandigheden van de arbeiders. Bovendien moet deze beruchte potgrond vaak meer dan 20.000 km afleggen voordat hij hier bij ons in de winkel ligt!

In bepaalde situaties is het gebruik van potgrond echter moeilijk te vermijden: bijvoorbeeld bij gewassen die in potten op een balkon worden geteeld en een zo laag mogelijk gewicht vereisen (potgrond is veel lichter dan aarde). In België begint men potgrond te produceren op basis van bladeren en takken. Als je gaat zaaien, overweeg dan zeker het gebruik van compost!

Datum van de update: 04/08/2021