U bent hier

Bodemverbeteraars

Bij duurzaam tuinieren denken we in de eerste plaats aan het verbeteren van de bodem, er is namelijk een levende grond te voeden voordat er groenten op ons bord kunnen liggen!

Er zijn twee soorten bodemverbeteraars: organische (van plantaardige of dierlijke oorsprong) en minerale bodemverbeteraars.

 

 

 

Organische bodemverbeteraars 

Organische bodemverbeteraars dragen bij tot de verbetering van de bodemstructuur . Ze verhogen het humusgehalte van de bodem en verbeteren het klei-humuscomplex

  • Compost is je belangrijkste bondgenoot in de moestuin. Hij zorgt voor een toevoer van humus, verbetert de bodemstructuur en verhoogt de capaciteit voor het opnemen van water. Hij neutraliseert zure bodems zonder de kwaliteit van neutrale bodems aan te tasten. Hij zorgt voor een bijdrage aan macro- en sporenelementen. Hij verbetert de activiteit van het bodemleven. Hij vangt zware metalen en pesticiden op, waardoor ze niet meer door de planten worden opgenomen. Breng de compost aan in de herfst als hij nog niet verteerd is (= nog niet volledig gecomposteerd) of aan het begin van de lente als hij wel al rijp is. De hoeveelheid is afhankelijk van de gewassen die later op het perceel zullen staan of die er op hebben gestaan.
    Maak, indien mogelijk, ter plaatse je eigen compost. Een evenwichtige compost bestaat voor ongeveer 50% uit ‘groen, zacht, vochtig’ afval en voor 50% uit ‘bruin, hard, droog’ afval. Voor meer informatie over goed composteren, kun je een kijkje nemen bij de beschikbare bronnen van de vzw Worms.
  • Bij oppervlaktecompostering, ook gekend onder de term mulching, verspreid je al het plantenafval op het perceel zodat de afbrekende organismen, aanwezig in de bodem, hun werk kunnen doen. Deze methode verrijkt de bodem met organisch materiaal en heeft een gunstig effect op het bodemleven. Onkruid, groenteresten, dode bladeren, grasmaaisel (in een dunne laag, om te vermijden dat het gaat rotten - je moet de grond eronder nog kunnen zien)... zijn hiervoor ideale materialen en zijn gemakkelijk verkrijgbaar in (bijna) elke tuin. Volgens hetzelfde principe kan men er ook voor kiezen om bestaande wortels in de grond te laten zitten en dus te laten ontbinden (behalve dan degenen die we willen opeten), om zo het gehalte aan organisch materiaal in de bodem snel te verhogen, om voordeel te halen uit de ontstane rizosfeer en om de bodem te verluchten.
  • Met de Ramial Chipped Wood of RCW-methode probeer je de kenmerken van een bosbodem te benaderen. Een bosbodem is een goed gestructureerde en heel vruchtbare bodem, waar het leven welig in kan tieren. De grond wordt bedekt met een laag groen takkenhaksel van een paar centimeters dik die zich vervolgens zal ontbinden op een paar jaar tijd. Informeer je echter goed voor je hieraan begint: om echt effectief te zijn en een stikstofgebrek te voorkomen vraagt deze methode een nauwkeurige toepassing. Als hij correct wordt toegepast kan deze methode de bodem naar schatting op 2 à 3 jaar tijd evenveel verbeteren als wanneer men 10 jaar compost zou toevoegen. Deze methode maakt het mogelijk om sterk aangetaste bodems te verjongen.
  • Mest verrijkt je bodem met organisch materiaal dankzij het stro dat het bevat, maar is ook zeer rijk aan voedingsstoffen. Gebruik mest op percelen met groenten die veel voedingstoffen nodig hebben. Composteer hem voor gebruik of begraaf hem in de herfst, lichtjes in de bodem. Vermijd contact tussen verse mest en wortels. Doordat mest heel voedzaam is zouden de wortels als het ware kunnen ‘verbranden’. Weet dat er gedroogde mest bestaat dat je in zakken kan kopen, waardoor het makkelijk te vervoeren en te gebruiken is. 
  • Groenbemesters zijn eveneens bodemverbeteraars. Deze teelten worden gebruikt om de bodem te bedekken en te verbeteren. Ze voeren organisch materiaal en stikstof aan en verbeteren de bodemstructuur, om maar een paar voordelen op te noemen.
Stikstofgebrek
Men spreekt van een stikstofgebrek wanneer de stikstof in de bodem niet langer beschikbaar is voor de planten. Dit komt voor wanneer de aanwezige stikstof in de bodem volledig gemobiliseerd wordt voor de afbraak van een massale toevoer van dood organisch materiaal. Deze massale toevoer zal immers leiden tot een zeer belangrijke toename van afbrekende organismen zoals bacteriën of schimmels. Deze levende wezens in volle groei hebben een grote hoeveelheid stikstof nodig en zullen dus tijdelijk een beroep doen op alle reserves uit de bodem. Het gevolg daarvan is dat planten zonder stikstof vallen waardoor ze gaan lijden aan gebreken en schrielheid.  Zo’n situatie is slechts tijdelijk want van zodra het organisch materiaal is afgebroken zal het teveel aan afbrekende organismen sterven en zal hun populatie zich herstellen naar het oorspronkelijke evenwicht. De stikstof die aanwezig is in de bodem wordt hierdoor herverdeeld en is weer vrij om door de planten te worden opgenomen. Een typische bijwerking van de RCW-methode is een stikstoftekort veroorzaakt door het feit dat een groot aantal afbrekende organismen gemobiliseerd wordt om … afgebroken te worden.

Minerale bodemverbeteraars 

Hoewel ze de structuur kunnen verbeteren, verbeteren minerale bodemverbeteraars vooral de minerale samenstelling, en dus de textuur van de bodem en zijn chemische kenmerken. Ze maken het mogelijk om een te lichte/zanderige bodem te versterken (bijvoorbeeld door de inbreng van klei). Ze kunnen ook de pH van de bodem reguleren: een zure bodem alkalischer maken, of net het tegenovergestelde! Vermijd echter om de textuur van je bodem te veel te willen aanpassen, want dit vereist een enorme toevoer van materiaal. In plaats daarvan is het beter om, indien mogelijk, de keuze van de groenten aan te passen en de concentratie organisch materiaal te verhogen om zo de minder optimale kenmerken van de textuur te verzachten.

  • Bentoniet verhoogt het kleigehalte in bodems die te zanderig zijn en hierdoor water en minerale elementen niet goed vasthouden. In combinatie met compost vormt het een mooi klei-humuscomplex dat de structuur en de capaciteit verbetert om water en minerale elementen vast te houden. 
  • Gesteentemeel maakt zware bodems lichter en geeft wat meer vastheid aan lichte bodems. Ze leveren veel sporenelementen en kiezelzuur die planten weerbaarder maken tegen ziektes. Afhankelijk van het type rots dat hiervoor wordt gebruikt, kan het gesteentemeel een verzurende of alkaliserende werking hebben. Het gehalte aan mineralen is ook afhankelijk van de herkomst. Ga dus bij de aankoop na of het gekozen meel geschikt is voor je behoeften. 
  • Houtas voegt kalk en kalium toe aan de bodem en in mindere mate magnesium en fosfor. Het is dus nuttig om een zure bodem in evenwicht te brengen. Omdat de elementen ervan snel door planten worden opgenomen kan houtas ook als meststof worden beschouwd. Men moet echter zuinig zijn met het gebruik ervan want te veel calcium kan de opname van andere mineralen verstoren. Reken op 50 tot 100 g per m² (een tot twee flinke handen vol) en graaf het in februari/maart lichtjes in onder de grond. Gebruik enkel houtas dat afkomstig is van ruw en onbehandeld hout en volledig verbrand (poedervormig) is!

Vermijd het gebruik van lithothamnium of maerl, kleine kalk algen, die bedreigd worden wegens overexploitatie.

Datum van de update: 04/08/2021