U bent hier

Kennismaking met uw bodem

Als u de verschillende kenmerken en eigenschappen van uw bodem kent, weet u ook welke planten aangepast zijn en welke er niet zullen gedijen. Zo houdt heide bijvoorbeeld van een zanderige en zure bodem, hortensia's verdragen beter een rijke, kleiachtige bodem, terwijl wortelen dan weer een lichte, goed vochtdoorlatende bodem nodig hebben. Kennis van de samenstelling van de bodem vergemakkelijkt ook het onderhoud ervan, zoals het aantal keer besproeien of de nodige toevoegingen voor het verbeteren van de bodem.

Om de samenstelling van u bodem te weten te komen (korrelgrootte), is de eerste stap het observeren en aanraken van de bodem. De drie belangrijkste bodemtypes zijn de volgende:

 

  • Zware kleigrond vormt een kleverige kluit als hij nat is. Hij is rijk aan voedingsstoffen, maar moeilijk te bewerken omdat hij zo vol water kan zitten.
  • Zandgrond valt in uw hand uiteen, zelfs als hij nat is. In dat geval spreken we over lichte grond. Zanderige bodems zijn zeer doorlatend voor water en voedingsstoffen, waardoor ze voortdurend onderhoud nodig hebben (besproeiing en toevoegen van compost).
  • Een leemachtige bodem vormt een losse massa als hij nat is, maar breekt gemakkelijk als hij droog is. Hij mag niet te veel bewerkt worden om zijn vruchtbaarheid te behouden. 

Worsttest 

Er bestaat een eenvoudige test om de textuur van uw bodem te bepalen. Neem hiervoor een handvol grond op met een homogeen vochtgehalte, niet te droog of te nat. 

  1. Probeer er een worstje van te maken door de aarde tussen uw handen te rollen. Als u er geen soort worst van kunt vormen, komt dat omdat uw grond zanderig is en niet genoeg organisch materiaal en klei bevat om de deeltjes samen te houden.
  2. Probeer daarna de worst te buigen tot de twee uiteinden elkaar aanraken. Als de worst breekt, dan hebt u waarschijnlijk leemgrond. Dit is een uitstekende textuur om te cultiveren.
  3. Als u er uiteindelijk in slaagt een cirkel te vormen, dan is uw bodem kleiachtig.

Een ander interessant element om na te gaan is de pH-waarde van de bodem, d.w.z. het zure of kalkhoudende (basisch) karakter ervan. Deze parameter zal de bloei van de flora in uw tuin beïnvloeden. In feite heeft elke plant zijn eigen voorkeuren op het gebied van pH: heide, kastanje, spinazie of prei verkiezen zure bodems, terwijl kersen, anjers, rapen of rozemarijn beter geschikt zijn voor kalkhoudende bodems.

Is mijn bodem zuur of kalkhoudend?  

De pH van uw boem bepalen kan op een heel eenvoudige manier: de azijn- en bicarbonaattest.
Neem een kleine hoeveelheid grond en doe die op een schoteltje. Begiet de grond vervolgens royaal met azijn. Let op de reactie:

  • Als u bellen aan het oppervlak ziet verschijnen, komt dat omdat uw grond nogal kalkhoudend is. Hoe harder het bruist, hoe meer kalk er in de bodem zit. 
  • Als u weinig of niets waarneemt, is dat omdat uw grond neutraal of eerder zuur is. Om dat uit te zoeken, voert u de bicarbonaattest uit.

Dompel daarvoor een nieuwe portie aarde onder in een kom met gedemineraliseerd water. Meng lichtjes en voeg bicarbonaat toe. Let nu weer op de reactie: 

  • Als u bellen aan het oppervlak ziet verschijnen, is uw grond aan de zure kant. Hoe harder het gaat bruisen, hoe zuurder de bodem. 
  • Als u niets of bijna niets waarneemt, is de grond neutraal of zo goed als neutraal.

Een te hoge zuurtegraad of hoeveelheid kalk in de bodem kan worden gecorrigeerd door het toevoegen van respectievelijk kalkmeststof of gecomposteerde mest. Het is dan echter beter om een professional te raadplegen die deze toevoeging kan doseren om uw tuin en het leven in de tuin niet te schaden.

 De biologische activiteit van de bodem is ook een belangrijke factor om rekening mee te houden. Daarmee bedoelen we de (samen)werking van alle micro-organismen die in het substraat leven en die het mogelijk maken om:

  • organisch materiaal dat aan het oppervlak aanwezig is (bladeren, takken, dode organismen...) af te breken en om te zetten in elementen die door planten kunnen worden opgenomen;
  • de structuur en beluchting van de bodem te bevorderen zodat hij meer water vasthoudt en niet verdicht

Zit er leven in mijn bodem? 

Het is moeilijk om de biologische activiteit van een bodem rechtstreeks te observeren, omdat alleen bepaalde organismen met het blote oog zichtbaar zijn (regenwormen, mieren, duizendpoten, weekdieren). Bovendien is hun waarneming sterk afhankelijk van de milieuomstandigheden van het moment. Als de grond bijvoorbeeld iets te droog of te warm is, zullen deze organismen zich dieper ingraven en niet meer zichtbaar zijn. Ze vormen slechts het topje van de ijsberg. Bovendien spelen ze een rol in de beluchting van de bodem, maar ze nemen slechts in geringe mate deel aan de afbraak van organisch materiaal, die vooral het werk is van schimmels en bacteriën in de bodem.

Er bestaan echter eenvoudige tests die indirect de bodemactiviteit kunnen observeren. Kunnen bijvoorbeeld worden genoemd:

  • De onderbroektest bestaat uit het begraven (maximaal 15-20 cm diep) van een 100 % katoenen onderbroek gedurende 2 maanden. De mate waarin de onderbroek is afgebroken, zal de intensiteit van de biologische activiteit van uw bodem weerspiegelen. Let op, het is beter om deze test in het voorjaar of het najaar uit te voeren;
  • De Slake test bestaat uit het onderdompelen van een kluit (droge brok) aarde in een met water gevulde pot. Vervolgens moet worden nagegaan of de kluit haar vorm en structuur behoudt of dat ze in kleine stukjes uiteenvalt. Hoe intenser de biologische activiteit in uw bodem, hoe sterker de samenhang tussen de bodemdeeltjes en hoe minder de kluit uiteenvalt.

Als volgende stap is het ook mogelijk om bodemanalyses uit te voeren. Dat kan met behulp van een analysekit (tuincentra) of in een laboratorium. Hierdoor kan met meer precisie de pH (zuurtegraad), de chemische karakterisering (koolstof/stikstof-verhouding...) of de biologische activiteit (CO2-gehalte) worden bepaald. De bedrijven die deze testen aanbieden, kunnen hierbij ook aanbevelingen formuleren.

Datum van de update: 15/07/2020