U bent hier

Risico-onderzoek

277-0415-_127.jpg

Indien de bodemverontreinigingsdeskundige die belast is met het gedetailleerd onderzoek van uw terrein een eenmalige verontreiniging die hoofdzakelijk werd gegenereerd voor 1 januari 1993, een gemengde verontreiniging (behalve indien deze integraal werd gegenereerd na 20 januari 2005 door de huidige exploitant, de houder van de zakelijke rechten en/of eender welke andere geïdentificeerde persoon) of een weesverontreiniging vaststelt, dan moet er een risico-onderzoek worden uitgevoerd. Dit heeft tot doel de risico’s te beoordelen die de aan het licht gebrachte verontreiniging kan inhouden voor de mens en het leefmilieu, en de noodzaak van een behandeling te bepalen.

De bodemverontreinigingsdeskundige dient dit risico-onderzoek uit te voeren in overeenstemming met de bepalingen van de ordonnantie van 5 maart 2009, gewijzigd in 2017, en met de Codes van goede praktijk met betrekking tot de risico-onderzoeken die raadpleegbaar is op de website van Leefmilieu Brussel.

In de praktijk

De bodemverontreinigingsdeskundige voert het risico-onderzoek uit in overeenstemming met de Codes van goede praktijk met betrekking tot de risico-onderzoeken die onder andere modellen en formules voor de risicoberekening stipuleert. Hij vergelijkt de resultaten van deze berekeningen met de verschillende waarden en/of criteria die door deze Codes van goede praktijk worden vastgesteld.  Hij formuleert vervolgens de met redenen omklede conclusies, per perceel, betreffende :

  • de aanvaardbaarheid van de risico's (huidige, mogelijke of toekomstige indien bekend) van de verontreiniging ;
  • de dringendheid van een risicobeheer;
  • de noodzaak om al dan niet een risiscobeheervoorstel op te maken;
  • de termijn waarbinnen een dergelijk voorstel aan Leefmilieu Brussel moet worden betekend.

De bodemverontreinigingsdeskundige bepaalt ook desgevallend de te treffen opvolgings- of noodmaatregelen.

Gelijkvormigheidsverklaring

Het risico-onderzoek wordt ingediend bij Leefmilieu Brussel, dat 30 dagen de tijd heeft om:

  • ofwel het al dan niet gelijkvormig te verklaren;
  • ofwel aanvullingen op te leggen die binnen een redelijke termijn aan Leefmilieu Brussel moeten worden betekend.

Na ontvangst van de aanvullingen heeft Leefmilieu Brussel 30 dagen de tijd om het risico-onderzoek al dan niet gelijkvormig te verklaren.

In onderlinge overeenstemming tussen Leefmilieu Brussel en de persoon die het risico-onderzoek moet uitvoeren, kan de termijn van 30 dagen worden verlengd tot 60 dagen.

In de gelijkvormigheidsverklaring bepaalt Leefmilieu Brussel, in voorkomend geval en op basis van de conclusies van het risico-onderzoek:

  • de termijn waarbinnen het risicobeheersvoorstel aan het Instituut moet worden betekend ;
  • de nood- of follow-up-maatregelen die moeten worden genomen;
  • de gebruiksbeperkingen die gerespecteerd moeten worden om het risico van de bodemverontreiniging aanvaardbaar te houden.

Geldigheid van het risico-onderzoek

Een risico-onderzoek is geldig zolang er zich geen wijziging heeft voorgedaan in de elementen waarmee rekening is gehouden in dit onderzoek om de risico’s van blootstelling voor de mens, aantasting van de ecosystemen en verspreiding van verontreinigende stoffen te bepalen, met inbegrip van de gegevens van het gedetailleerd onderzoek en het bodembestemmingsplan.

Een risico-onderzoek is niet meer geldig als een stedenbouwkundig attest, een stedenbouwkundige vergunning of een verkavelingsvergunning voor het terrein wordt afgeleverd na dit onderzoek en een van door dit onderzoek in aanmerking genomen elementen wijzigt.

Als een risico-onderzoek betreffende een perceel niet langer geldig is, moet het risico-onderzoek betreffende dit perceel geactualiseerd worden door de aanvrager van de afgeleverde, maar nog niet uitgevoerde stedenbouwkundige vergunning, in overeenstemming van 2009, gewijzigd in 2017.

Als het risico-onderzoek wordt geactualiseerd om de toekomstige risico's te beoordelen, rekening houdend met de bestemming volgens de geldige stedenbouwkundige attesten, stedenbouwkundige vergunningen en verkavelingsvergunningen voor het terrein, en als dit risico-onderzoek hetzij een onaanvaardbaar risico, hetzij geen onaanvaardbaar risico maar wel een vermindering van de huidige gebruiksbeperkingen vaststelt, moet een risicobeheersvoorstel of saneringsvoorstel worden opgesteld om ofwel het beoogde risico te beheren, ofwel het risicobeheer te beschrijven dat de wijziging van de gebruiksbeperkingen beoogt. Het risicobeheersvoorstel of het saneringsvoorstel en de uitvoering ervan zijn ten laste van de persoon die het risico-onderzoek actualiseert.

Datum van de update: 19/03/2018