U bent hier

Welke wetgeving bestaat er in verband met de bodem?

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn er verschillende wetgevende teksten van toepassing. De Bodemordonnantie is het belangrijkste document, maar wordt aangevuld en op specifieke punten verduidelijkt door een aantal besluiten. Deze veelheid van teksten houdt verband met de evolutie ervan in de tijd (sommige besluiten actualiseren oudere besluiten), maar ook met de opkomst van nieuwe thema's in het bodembeheer (invoering van premies enz.).

Voor elk van deze wetgevende teksten verwijst de link naar de geconsolideerde versie, indien beschikbaar. Indien dit niet het geval is, verwijst de link naar de website van het Belgisch Staatsblad.

1. De basis van de bodemwetgeving: de Bodemordonnantie

De ordonnantie van 05/03/2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems is in werking getreden op 1 januari 2010. Ze is verschillende keren gewijzigd (met name door de ordonnantie van 23/06/2017 (B.S. 13/07/2017)). 

De bodemordonnantie beoogt: "het ontstaan van bodemverontreiniging voorkomen, de potentiële bronnen van verontreiniging identificeren, de bodemonderzoeken voor het vaststellen van het bestaan van een verontreiniging regelen en de modaliteiten bepalen voor de sanering of het beheer van de verontreinigde bodems, teneinde de bodemverontreiniging te doen verdwijnen, te controleren, in te dijken of te beperken."

2. Ter aanvulling: verschillende uitvoeringsbesluiten

a. Lijst van risico-activiteiten die bodemverontreiniging kunnen veroorzaken

Het besluit van 17 december 2009 tot vaststelling van de lijst van de risicoactiviteiten (B.S.  8/01/2010)

Op basis van bestaande gegevens bij Leefmilieu Brussel verzameld over een beperkte periode (< 5 jaar) en bij OVAM (in Vlaanderen) over een periode van 15 jaar, werd de oude lijst uit 2005 aangepast en ingekort. Dit basisbesluit is herhaaldelijk gewijzigd, waarvan de belangrijkste wijzigingen hieronder worden opgesomd:

Deze aanpassing gebeurde op basis van een grondige analyse van de industriële processen en de ervaring die Leefmilieu Brussel sinds de eerste bodemordonnantie van 2004 heeft verworven. Sommige rubrieken die niet in Brussel vertegenwoordigd zijn en rubrieken of subrubrieken waarvoor het intrinsieke risico op bodemverontreiniging zeer gering is, werden geschrapt (bijvoorbeeld drukkerijen tot 20 kW en brandstofdepots tot 500 liter).

In gevallen waarin de kwalificatie van een activiteit als risicovol afhangt van het gevaar van de gebruikte of opgeslagen producten, wordt de interpretatie bovendien makkelijker, aangezien kan worden volstaan met een verwijzing naar de risicoaanduidingen die krachtens de Europese verordening inzake de verpakking en etikettering van producten op de verpakking moeten worden aangebracht.

Deze aanpassing gebeurde naar aanleiding van de wijziging van de ordonnantie Milieuvergunningen en de lijst van de ingedeelde inrichtingen die op 20 april 2019 in werking is getreden. Alleen de lijst van de risicoactiviteiten is gewijzigd; de tekst van het besluit is niet veranderd. De wijzigingen zijn hoofdzakelijk vereenvoudigingen, moderniseringen en wijzigingen van titels, die niet leiden tot een wezenlijke verandering van wat al dan niet een risicoactiviteit is. In deze versie is ook rekening gehouden met wijzigingen in de wetgeving inzake afvalbeheer.

b. Akten van familiale aard met betrekking tot de terreinen of gebouwen die ingeschreven zijn in de inventaris van de bodemtoestand

Het besluit van 16/07/2015 betreffende de akten van familiale aard die uitgesloten zijn van de definitie van een vervreemding van een zakelijk recht in de zin van de ordonnantie van 05/03/2009 (B.S. 31/07/2015)

Op 31/07/2015 werd het nieuwe besluit inzake akten van familiale aard gepubliceerd. Dit besluit geeft een opsomming van een aantal akten van overdrachten die nu uitgesloten zijn van de definitie van een “vervreemding van een zakelijk recht”. In de praktijk betekent dit dat voor deze akten geen verkennend bodemonderzoek meer nodig is wanneer de betreffende akte betrekking heeft op een goed dat in categorie 0 (of gecombineerd met 0) van de inventaris van de bodemtoestand geregistreerd is.

Het besluit voorziet dus in een soepelere procedure voor akten van familiale aard, zoals de verdeling van een onroerend goed tijdens het huwelijk of na de echtscheiding, de inbreng van een onroerend goed in de gemeenschap, de verdeling van een onroerend goed tussen erfgenamen en de schenking van een onroerend goed.

c. Onderzoek en behandeling van bodemverontreiniging

1. Normen

Het besluit van 29/03/2018 tot vaststelling van de interventienormen en saneringsnormen (B.S. 2/05/2018)

De bodemordonnantie voorziet twee soorten normen: interventienormen en saneringsnormen.

De interventienormen zijn concentraties van verontreinigende stoffen in de bodem en het grondwater, waarboven de risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu als niet te verwaarlozen worden beschouwd en een behandeling van de verontreiniging vereist is. Concreet gaat het om normen waarvoor, eenmaal overschreden, een gedetailleerd onderzoek moet worden uitgevoerd.

De saneringsnormen zijn concentraties van verontreinigende stoffen in de bodem en het grondwater waaronder de risico's voor de volksgezondheid en het milieu worden geacht nul te zijn en die de bodem in staat stellen alle functies te vervullen.
Concreet zijn dit de normen waarboven een gedetailleerd onderzoek moet worden uitgevoerd wanneer een bodem aan de saneringsnormen voldeed (of geacht werd te voldoen) en het zijn eveneens deze normen die gehaald moeten worden bij sanering.

2. Type-inhoud van de uit te voeren onderzoeken en werkzaamheden

Het besluit van 29 maart 2018 tot vaststelling van de type-inhoud van het verkennend bodemonderzoek en het gedetailleerd bodemonderzoek (B.S. 2/05/2018)  

Om de structuur van de verkennende en de gedetailleerde bodemonderzoeken te harmoniseren, werd een standaardmodel ingevoerd. Dit moet de bodemverontreinigingsdeskundigen helpen bij hun redactionele werkzaamheden. Naast het standaardmodel werd een strategie ontwikkeld ter uitvoering van de verkennende en de gedetailleerde bodemonderzoeken. Ze omvat onder andere duidelijke en transparante regels voor de berekening van het aantal uit te voeren boringen/peilbuizen en analyses, zodat de verplichtinghouders zich vooraf een idee kunnen vormen van de omvang van de uit te voeren werken en de kosten ervan.

Het besluit van 29/03/2018 tot vaststelling van de type-inhoud van het saneringsvoorstel, het risicobeheersvoorstel en de behandeling van beperkte duur (B.S. 02/05/2018) 

Enerzijds gaat het erom bodemverontreinigingsdeskundigen een precies kader te bieden voor de uitvoering van het voorstel voor sanering en/of risicobeheer, om te voorkomen dat elke deskundige zijn eigen aanpak voor de ontwikkeling van dergelijke projecten ontwikkelt, wat tot grote verschillen in de kosten van de werkzaamheden zou kunnen leiden. Anderzijds maken de modaliteiten voor de aangifte en de aanplakking van de behandeling van beperkte duur het mogelijk om de naleving van de voorwaarden van de ordonnantie en de codes van goede praktijk voor de uitvoering van deze specifieke behandelingen te controleren.

3. Bodemverontreinigingsdeskundigen en bodemsaneringsaannemers

Besluit van 7/10/2021 betreffende de erkenning van de bodemverontreinigingsdeskundigen en de registratie van bodemsaneringsaannemers (B.S. 19/11/2021).

Dit besluit werd goedgekeurd om de voorwaarden voor de erkenning van "bodemverontreinigingsdeskundigen" en de registratie van "bodemsaneringsaannemers" te bepalen.

d. Bodemattest

Het besluit van 16 februari 2017 betreffende het bodemattest (B.S. 20/03/2017)
Het doel van dit besluit is het vaststellen van de modaliteiten voor de aanvraag, uitreiking en vergoeding van de bodemattesten. Het besluit voorziet ook in een type-inhoud van de bodemattesten.    

e. Toekenning van premies

Het besluit van 12/07/2018 betreffende de toekenning van premies voor de uitvoering van bodemonderzoeken en behandelingswerken van weesverontreiniging (B.S. 06/08/2018)

Leefmilieu Brussel kan onder bepaalde voorwaarden premies toekennen voor de uitvoering van bodemonderzoeken en behandelingswerken voor weesverontreiniging.

f. Specifiek besluit

Het besluit van 21 januari 1999 tot vaststelling van de uitbatingsvoorwaarden voor benzinestations in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Deze tekst is een uitvoeringsbesluit van de ordonnantie betreffende de milieuvergunningen, maar wij vermelden hem hier omdat hij de verplichtingen inzake onderzoek en behandeling van bodemverontreiniging vastlegt waaraan alle benzinestations die als openbare verkooppunten fungeren, moesten voldoen voordat de bodemordonnantie van kracht werd. Hij voorziet ook in maatregelen ter voorkoming van bodemverontreiniging die alle benzinestations, zowel openbare als particuliere, moeten naleven.

Datum van de update: 22/02/2022