U bent hier

Normen voor benzinestations

Benzinestations die open staan voor het publiek vallen onder het besluit van 21 januari 1999 (.pdf). Dat legt speciale normen vast voor BTEX (benzeen, tolueen, ethylbenzeen en xyleen), voor minerale oliën en voor bepaalde polycyclische koolwaterstoffen.

 

 

 

 

 

Voor de bodem bestaan drie soorten normen:

  • referentiewaarde: dat is de grenswaarde waaronder de bodem gecatalogeerd wordt als ‘niet verontreinigd’. Op dat niveau bestaat er geen enkel risico voor de volksgezondheid en het milieu. Liggen de waarden voor uw terrein onder deze norm? Dan wordt het gekwalificeerd als ‘kwaliteitsbodem’ en mag het voor elk doeleinde worden gebruikt;
  • drempelwaarde: de grenswaarde waaronder het risico verwaarloosbaar is. Komt u boven deze norm, dan moet een studiebureau het risico inschatten. Dreigt er gevaar? Dan moet de verontreiniging van het terrein worden verwijderd. De drempelwaarde is ook de doelstelling die u moet halen als u saneert.
  • interventiewaarde: boven deze grens is het risico onaanvaardbaar en is sanering verplicht.

Voor grondwater bestaan twee normniveaus:

  • referentiewaarde: zoals voor de bodem bepaalt deze waarde de maximale concentratie waarbij het water ‘niet verontreinigd’ is. Ligt het niveau erboven? Dan moet een studiebureau het risico beoordelen.
  • interventiewaarde: de grenswaarde waarboven sanering verplicht is.

Al deze waarden variëren volgens de bestemming van het terrein. Dat is logisch. Dezelfde concentratie aan verontreinigende stoffen vormt een veel groter risico als ze zich voordoet in een dichtbevolkte zone of in een groenzone. Deze nuances worden zichtbaar in de sensibiliteitsklasse die wordt bepaald op basis van de bestemming van het terrein in het Gewestelijk Bestemmingsplan. Van heel soepel tot heel streng:

  • industriezone: stedelijke industriezones, haven- en transportactiviteiten, spoorweg;
  • woonzone: woongebieden, gemengde gebieden, gebieden voor voorzieningen van openbaar belang of van openbare diensten, administratieve zones;
  • recreatiegebied: groengebieden, zones voor landbouw, openluchtactiviteiten en grondreservegebieden;
  • zones met een bijzondere bestemming: waterwinningsgebieden, opslagbekkens voor drinkwater, gebieden met hoge biologische waarde, zones voor bescherming van oppervlaktewater.

 

Datum van de update: 12/07/2019