U bent hier

Fysisch-chemische kwaliteit van het oppervlaktewater

Een goede fysisch-chemische kwaliteit van het water is een noodzakelijke en essentiële voorwaarde voor de overleving en ontwikkeling van het waterleven. De positieve evolutie die sinds de jaren 2000 werd vastgesteld, gaat verder. Het Kanaal heeft globaal een goede fysisch-chemische kwaliteit en voldoet aan alle normen in 2015 en 2016. De Woluwe, die aan strengere kwaliteitscriteria moet voldoen, is eveneens van goede kwaliteit. De evolutie van bepaalde parameters (CZV en opgeloste zuurstof) moet niettemin in het oog worden gehouden. De kwaliteit van de Zenne is sterk verbeterd sinds het begin van de metingen. Ze blijft echter het waterlichaam met de minst goede kwaliteit, vooral aan de uitgang van het Gewest. Voor sommige parameters blijven er normoverschrijdingen (o.a. geleidbaarheid, CZV, fosfor).

Beoogde doelstelling: de basiskwaliteitsnormen

Er bestaan specifieke doelstellingen voor de fysisch-chemische kwaliteit van het water: de basiskwaliteitsnormen (van kracht sinds 2011 – zie methodologische fiche). Aangezien de Woluwe in Natura 2000-gebied gelegen is, zijn er strengere normen van toepassing voor 4 parameters (zie methodologische fiche). In 2015 werd begonnen met een herziening van de basiskwaliteitsnormen en die geldt al voor een aantal parameters zoals: de biologische zuurstofvraag, de chemische zuurstofvraag en de opgeloste zuurstof. Om coherent te blijven binnen de beschikbare tijdreeks, worden de resultaten echter vergeleken met de normen van 2011 in deze synthese van de staat van het leefmilieu.

Op de 17 parameters die in het besluit zijn opgelijst zijn 9 parameters in deze fiche in acht genomen in overeenstemming met de methodologie die werd gebruikt voor de evaluatie van de fysisch-chemische toestand in het Waterbeheerplan 2016-2021:

  • de temperatuur,
  • de zuurheid (de pH),
  • de geleidbaarheid,
  • het zuurstofgehalte: onmisbaar voor het waterleven en voor de afbraak van de biodegradeerbare verontreinigende stoffen wat nodig is voor de zelfreiniging,
  • de organische belasting (de Biologische Zuurstofvraag (BZV) - indicator van vervuiling door biologisch afbreekbare organische stoffen waarvan de afbraak opgeloste zuurstof verbruikt -, de Chemische Zuurstofvraag (CZV)),
  • de troebelheid: de zwevende stoffen (ZS),
  • en de nutriënten (totaal stikstof en totaal fosfor).

Aangezien de fysisch-chemische kwaliteit het waterleven ondersteunt, draagt ze bij tot de biologische kwaliteit van de waterloop. Ze wordt dus onrechtstreeks weerspiegeld in haar ecologische toestand of haar ecologisch potentieel (zie "Biologische kwaliteit van de voornaamste waterlopen en vijvers").
Rekening houdend met deze milieudoelstellingen die voortvloeien uit de kaderrichtlijn water, richt deze fiche zich meer specifiek op de drie in het Brussels Gewest vastgelegde oppervlaktewaterlichamen (Woluwe, Kanaal en Zenne) stroomop- en stroomafwaarts van het grondgebied. We merken echter op dat het meetnetwerk in 2014 werd uitgebreid met tussentijdse meetpunten en met andere Brusselse waterlopen. Door de te korte reeks beschikbare metingen, zijn deze resultaten nog niet representatief.

De Woluwe: een goede fysisch-chemische kwaliteit maar waarvan de evolutie moet worden opgevolgd

De goede fysisch-chemische kwaliteit die in de vorige campagnes voor de Woluwe werd vastgesteld, blijft behouden in 2015 en 2016. In 2015 voldoen 8 van de 9 kwaliteitsparameters aan de opgelegde normen. Het is de chemische zuurstofvraag (CZV) die de norm overschrijdt: de waarde is twee keer hoger in 2015 (40 mg/l O2) dan in 2014. In 2016 voldoen alle parameters aan de norm.

Globaal – op de bovenvermelde uitzonderingen na - vertonen de parameters relatief stabiele gemiddelden sinds 2011. De organische belasting is erg laag (BZV van 2 mg/l over de periode 2001-2016), de pH is 8 en het gehalte nutriënten is laag (van de orde van 2 mg/l voor de totale stikstof en 0,2 mg/l voor de totale fosfor). Er wordt ook voldaan aan de strengere normen die sinds 2016 van toepassing werden voor de temperatuur en opgeloste zuurstof. De norm voor de ZS daarentegen werd tot tweemaal toe overschreden in 2011 en 2014 vanwege de relatieve variabiliteit van de jaargemiddelden. Ondanks deze schommelingen kan het water van de Woluwe helder worden genoemd (van de orde van 21 mg/l over de periode 2001-2016).

De goede fysisch-chemische kwaliteit van de Woluwe wordt verklaard door het feit dat ze hoofdzakelijk gevoed wordt door bronwater dat afkomstig is van het Zoniënwoud. Niettemin weerspiegelt de recente wijziging van haar chemische zuurstofvraag en, in mindere mate, haar troebelheid, zich direct op het niveau van haar biologische kwaliteit. Sinds 2013 evolueren de macro-ongewervelden en de phytobenthos inderdaad negatief (zie "Biologische kwaliteit van de voornaamste waterlopen en vijvers"). Die verslechteringen zouden een vervuiling kunnen weerspiegelen zoals specifieke lozingen van afvalwater. Er moet nog onderzoek worden gedaan om de onderliggende oorzaken van deze verslechteringen te identificeren.

Het Kanaal: een water van globale goede kwaliteit

Over het algemeen heeft het Kanaal een gelijkaardige kwaliteit bij het begin en het einde van zijn Brusselse loop. Drie parameters vertonen echter interessante verschillen. Tijdens de doorstroming van het Brussels grondgebied, stijgt de temperatuur van het water van het Kanaal bijvoorbeeld gemiddeld met 2°C (sinds het begin van de metingen), wat zich vertaalt in een verlaging van de concentratie opgelost zuurstof (met ongeveer 2 mg/l). Het water van het Kanaal is over het algemeen troebeler bij het binnenkomen van het Gewest dan bij het verlaten van het Gewest (een verschil van gemiddeld 17 mg/l wordt waargenomen voor de ZS), ook al is dit verschil sinds 2011 aan het afnemen.
Globaal genomen is het water van het Kanaal van goede kwaliteit. En weinig overtredingen van de basiskwaliteitsnorm worden vastgesteld inclusief tijdens de twee laatste campagnes van 2015 en 2016, die er geen aantonen. Het Kanaal kent een zwakke organische vervuiling aangezien zijn BZV van de orde van 2 mg/l is en zijn CZV van de orde van 25 mg/l sinds 2001. Deze laatste parameter lijkt niettemin opnieuw licht te stijgen sinds 2014, van een jaargemiddelde van 15 mg/l naar 24 mg/l in 2016 aan de ingang van het Gewest en van 14 mg/l naar 18 mg/l aan de uitgang. Het Kanaal heeft ook een relatief lage belasting aan nutriënten (bijna 6 mg/l gemiddeld voor de totale stikstof en 0,4 mg/l voor de totale fosfor). De gemiddelde jaarconcentraties aan totale stikstof vertonen zelfs een dalende trend sinds 2011. We stellen niettemin een stijging vast in 2016, maar tot gelijkaardige waarden als in 2014. Wat de totale fosfor betreft, lijken de gemiddelde concentraties te stabiliseren sinds 2011, maar in 2015 werd een eenmalige stijging vastgesteld tot 0,4 mg/l. Die stijging werd echter niet bevestigd in 2016. Het gehalte opgeloste zuurstof is significant gestegen zowel bij het binnenkomen als bij het verlaten van het Gewest en gaat naar een jaargemiddelde van 2 mg/l in 2001 naar 9 mg/l in 2016. De norm hiervoor wordt sinds 2009 nageleefd.
De zwevende stoffen (ZS) waarvan de concentraties bij het binnenkomen van het grondgebied tussen 2007 en 2011 systematisch de norm overschreden, lijken er de laatste vijf jaar echt op vooruit te gaan, en voldoen sinds 2012 aan de norm (gemiddelde waarde van respectievelijk 31 mg/l en 23 mg/l aan de ingang en aan de uitgang van het Gewest over de periode 2012-2016).

Maar een altijd te hoge geleidbaarheid

Tot slot flirt de geleidbaarheid voortdurend met de norm, waarbij er om de twee - drie jaar overschrijdingen worden waargenomen. De grote tijdelijke stabiliteit van de vastgestelde waarden en het kleine verschil met de norm maakt het zeer waarschijnlijk dat in de toekomst nieuwe overschrijdingen zullen worden vastgesteld.
De oorsprong van deze hoge waarden voor het geleidingsvermogen is onzeker maar zou kunnen wijzen op de aanwezigheid van vervuild water: onder meer de rechtstreekse instroom van het water van lage kwaliteit vanuit de Neerpedebeek, de Broekbeek en de Zenne (door oppompen of bij zware regenbuien), door het overlopen van collectoren, van specifieke rechtstreekse lozingen van afvalwater, of nog vervuiling door het waterverkeer.

De kwaliteit van de Zenne is sterk beïnvloed door de lozingen van zuiveringsstations

Naargelang van de voorwaarden bestaat het dagelijks gemiddeld debiet van de Zenne bij het verlaten van Brussel voor de helft of voor twee derden uit het debiet van waterlozingen na behandeling door de twee zuiveringsstations van Brussel-Zuid en Brussel-Noord. De bijkomende metingen die gebeuren overheen het traject van de Zenne in 2014 zouden overigens een verdunnend effect tonen van bepaalde polluenten, na de lozing ervan. Dit geloosd water is warmer en zou dus aan de basis kunnen liggen van de stijging van de temperatuur vastgesteld aan de uitgang van het Brussels grondgebied ten opzichte van de ingang (gemiddeld verschil van 2°C sinds 2001).
Aangezien de Zenne het ontvangende milieu is van het door de waterzuiveringsstations behandelde water maar ook van talrijke overstorten via de stormbekkens, wordt haar waterkwaliteit sterk beïnvloed door de zuiveringsprestaties van de stations en de frequentie van de werking van de stormbekkens en de kwaliteit van het water dat erin wordt geloosd.

De Zenne: een betere naleving van de normen

De Zenne heeft de slechtste fysisch-chemische kwaliteit. Toch trad er een zeer grote globale verbetering op ongeveer tussen het begin van de jaren 2000 en 2010, aan de uitgang van het grondgebied van het Gewest. Die verbetering zet zich vandaag nog door voor de opgeloste zuurstof. Deze trends werden geïllustreerd en besproken in de vorige staat van het leefmilieu (zie VSL-indicator 2011-2014).

Evolutie van de fysisch-chemische kwaliteit van de Zenne (2001-2016)

Bron: Leefmilieu Brussel, afd. Reporting en milieueffecten, 2017


 

Een van de gevolgen van deze positieve evolutie op het niveau van de Zenne is dat de kwaliteit bij het verlaten van het Gewest gaandeweg de kwaliteit bij het binnenkomen benadert. Een ander gevolg is een betere beantwoording aan de normen:

  • de opgeloste zuurstof: het gemiddeld gehalte vastgesteld tijdens de twee laatste campagnes bevestigen de toename van de concentraties opgeloste zuurstof in de Zenne, zowel bij het binnenkomen als bij het verlaten van het Gewest. In 2016 werden waarden van 9 mg/l vastgesteld op de twee meetpunten terwijl ze slechts 3 mg/l bedroegen in 2006 (campagne waarbij de kwaliteit aan de uitgang hetzelfde was als aan de ingang). Deze positieve resultaten dienen niettemin genuanceerd te worden door de aanwezigheid van dalingen van de opgeloste zuurstof (bij hittegolven of bij overlopen bij regenweer) onder de drempel van de 3 mg/l, die als kritiek beoordeeld wordt voor het leven van het visbestand, ook al duren deze episodes slechts enkele uren of dagen.
  • De CZV: bij het binnenstromen sinds 2005 (behalve in 2010) en bij het buitenstromen sinds 2012 maar met opnieuw een stijging op deze laatste site in 2016.
  • De nutriënten: er is voldaan aan de normen voor de totale stikstof en voor de totale fosfor, respectievelijk sinds 2008 en 2010 in de twee meetpunten. De metingen van de totale fosfor kennen soms eenmalige concentratiepieken, zoals in 2015 bij het verlaten van het Gewest. Men moet dus bijzonder waakzaam zijn ten opzichte van deze parameter.

Een positieve evolutie die wordt weerspiegeld in haar biologische kwaliteit

Deze evolutie heeft een gunstige invloed op het aquatisch leven in deze waterloop. 2016 wordt inderdaad gekenmerkt door een terugkeer van de vissen aan de ingang van het Gewest. En de vissengemeenschap die de Zenne opnieuw had gekoloniseerd aan de uitgang van het Gewest sinds 2013 vertoont in 2016 een toename van de specifieke diversiteit (zie "Biologische kwaliteit van de voornaamste waterlopen en vijvers").

Maar er zijn nog verbeteringen nodig

Voor de BZV werd de norm bij het binnenkomen nageleefd sinds 2005. Maar bij het verlaten van het Gewest werd de norm tweemaal over de 6 laatste jaren overschreden: in 2012 en 2014.
De erg hoge waarden van de geleidbaarheid bij het verlaten van het Gewest (bijna 26% hoger dan de norm) leiden, wellicht samen met deze nog hoge organische belasting, tot een systematische overschrijding van de norm. Hoewel het geleidbaarheid lager is bij het binnenkomen van het Gewest, overschrijdt het regelmatig de norm (gemiddeld met ongeveer 5%).
Een andere parameter die de overeenkomstige norm overschrijdt in de Zenne: de ZS. Ook al is de verbetering ten opzichte van het begin van de jaren 2000 ten noorden van het Gewest onmiskenbaar (de concentraties bereikten toen meer dan het dubbele van de norm), toch vertonen de metingen grote schommelingen die weerspiegeld worden in de sterke variabiliteit van de jaargemiddelden en tussen de twee meetpunten. De norm werd niettemin één keer overschreden gedurende de 5 laatste campagnes (in 2013) aan de ingang van het Gewest en twee keer (in 2012 en in 2014) aan de uitgang.

Waakzaamheidspunten voor de toekomst

De CZV, de opgeloste zuurstof en de troebelheid in de Woluwe moeten nauwgezet worden opgevolgd, want de voorbije jaren werd een verslechtering vastgesteld. De geleidbaarheid is nog een terugkerend probleem voor het Kanaal maar bovenal voor de Zenne. De BZV en de turbiditeit in de Zenne blijven waakzaamheidspunten. Waakzaamheid blijft ook geboden ten opzichte van bepaalde parameters waarvan de schommelingen eenmalig concentratiepieken of -dalen veroorzaken (zoals het totale fosfor en de CZV in het geval van de Zenne): deze wijzigingen kunnen leiden tot een overschrijding van de normen als ze verschillende malen per jaar voorvallen, en het leven van het visbestand bedreigen.
Hoewel het aantal declasseringsparameters sinds 2001 is gedaald, zijn blijvende inspanningen nodig, zowel binnen het Brussels Gewest als stroomopwaarts ervan, om aan alle normen te voldoen.

Datum van de update: 07/01/2019
Documenten: 

Methodologische fiche(s)

Tabel(len) met de gegevens

Factsheet(s)

Fiche(s) van de Staat van het Leefmilieu

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

  • Factsheets over de fysisch-chemische kwaliteit van het Brussels oppervlaktewater (2001-2012), september 2015. 118 pp. Intern document (enkel in het Frans) (.pdf)

Studie(s) en rapport(en)

  • Technische rapporten betreffende de resultaten van de jaarlijkse meetcampagnes van de fysisch-chemische oppervlaktewaterkwaliteit, verschillende jaren tem 2013 (.pdf)
  • Analyseresultaten van de jaarlijkse meetcampagnes van de fysisch-chemische oppervlaktewaterkwaliteit. BDB (2013), EUROFINS (2014, 2015 & 2016). Beperkte verspreiding (.xls)

Plan(nen) en programma(‘s)