U bent hier

Milieukenmerken van het Brussels wagenpark

Met iets minder dan een half miljoen wagens bestaat het Brussels autopark voor twee derde uit particuliere voertuigen en voor een derde uit firmawagens. In 2016 nemen dieselvoertuigen hiervan 59% voor hun rekening. Iets meer dan zes op de tien van dergelijke voertuigen zijn uitgerust met roetfilters. Na een groei tijdens meerdere decennia stabiliseerde de verdieseling van het autopark in 2011 en daalt deze sinds 2015. In 2016 bedraagt de gemiddelde Ecoscore van het wagenpark 59. De score van de vloot nieuwe auto's (goed voor 16% van het wagenpark) bedraagt 67. Beide nemen jaarlijks met ongeveer een punt toe. De alternatieven voor de klassieke motoraandrijvingen (diesel en benzine) blijven nog erg gering in aantal, maar kennen een goede ontwikkeling.

Een half miljoen auto's, waarvan een derde firmawagens

In 2016 telt het Brussels wagenpark iets meer dan 485.000 wagens en vertegenwoordigt zo 8,5% van de Belgische vloot (Directie Inschrijvingen van Voertuigen (DIV) van de FOD Mobiliteit en Vervoer naar Ecoscore, op 31 december 2016). Twee derde van het autopark bestaat uit particuliere voertuigen. Het overige derde bestaat uit firmawagens.

Tussen 2014 en 2016 is de vloot met 4,9% ingekrompen als gevolg van een daling van de geleasede firmawagens tussen 2015 en 2016 die verband zou kunnen houden met de verhuizing van een grote onderneming (VITO, 2017). De vloot van de particuliere auto's daalt eveneens, maar minder sterk, van 330.000 naar 329.000.

In 2016 vertegenwoordigen auto’s die voor het eerst worden ingeschreven (i.e. nieuwe auto's) 16% van het Brussels wagenpark (en 9,5% van het Belgisch wagenpark). Allen beantwoorden ze minstens aan Euronorm 5. De andere nieuwe inverkeerstellingen (i.e. tweedehandswagens) zijn goed voor 12% van het wagenpark. Na een terugval wegens de economische crisis is het aantal (weer) in het verkeer gebrachte auto's in België tussen 2015 en 2016 gestegen. In Brussel daalt dat aantal echter alweer in 2016.

Twee specifieke kenmerken van het Brussels wagenpark die verband houden met firmawagens en met pendelaars

Het Brussels wagenpark heeft twee bijzonderheden:

  • Ten eerste is het aandeel van de firmawagens er groter dan elders: 32% van het totale park in 2016 (tegenover 16% in België) en 81% van de nieuwe inschrijvingen.
  • Vervolgens bestaat er een verschil tussen het in het Brussels gewest ingeschreven autopark en dat van de auto's die er effectief rijden. Dit verschil houdt verband met het grote aantal firmawagens en pendelaars (volgens BECI 2014 gebruikt 64% van de inkomende pendelaars de auto).

Deze twee bijzonderheden beïnvloeden de indicatoren van deze fiche (zie  vorig rapport over de staat van het leefmilieu voor meer details).

Diesel blijft domineren maar verliest terrein

Dieselwagens nemen het grootste deel van de Brusselse vloot voor hun rekening (59% in 2016), tegen benzinewagens (39%). De alternatieven voor de klassieke wagens (hybride, gecomprimeerd aardgas (CNG), LPG (liquefied petroleum gas) en andere technologieën) halen in 2016 samen 2% van de vloot.

64% van dieselwagens (van de Brusselse vloot) zijn uitgerust met roetfilters. We herinneren eraan dat de nieuwe dieselauto's er sinds 1 januari 2011 (Euro 5 en volgende) mee uitgerust moeten zijn. Het aandeel dieselwagens in de nieuwe inschrijvingen (62%) ligt in 2016 nog altijd hoger dan dat in de volledige Brusselse vloot. En een verpletterende meerderheid van de firmawagens rijdt op diesel (Ecoscore, 2017).

Maar het aandeel van diesel in de Brusselse vloot loopt terug. Dit is vooral goed nieuws voor de kwaliteit van de Brusselse lucht, aangezien diesel een grotere negatieve weerslag op het stedelijk milieu heeft (zie voor meer informatie het vorig rapport over de staat van het leefmilieu en de indicatoren voor de luchtkwaliteit).

Bij de nieuwe inschrijvingen (nieuwe en tweedehandse auto's) daalt het aandeel van diesel tussen 2014 en 2016 met 10%. Het aandeel van de benzine bij de nieuwe auto's is tussen 2014 en 2016 opnieuw fors toegenomen van 61% naar 69% voor de auto's van particulieren en van 19% naar 27% voor de firmawagens. Deze veranderingen houden verband met de huidige en verwachte evoluties van het fiscale beleid: de belasting op de firmawagens en op de brandstoffen maakt diesel minder voordelig.

Verouderend wagenpark dat ouder is dan het Belgisch autopark

De gemiddelde leeftijd van de Brusselse vloot in 2016 is 9,4 jaar (tegen 8,3 op nationaal niveau). Deze gemiddelde leeftijd contrasteert sterk al naargelang het firmawagens - (3,1 jaar) die snel vernieuwd worden - betreft, of wagens van particulieren (12,4 jaar), die ongeveer 3 jaar ouder zijn dan de Belgische vloot. Het aandeel voertuigen dat ouder is dan 25 jaar (8%) ligt er overigens hoger (versus 4% op nationaal niveau).

De Ecoscore van het Brussels wagenpark

De Ecoscore is een milieuprestatie-indicator van een voertuig met een globalere beoordeling van de milieu-impact van een voertuig dan louter de CO2-uitstoot of dan de Euronormen (zie methodologische fiches en vorig rapport over de staat van het leefmilieu). Het resultaat is een score op een schaal van 0 tot 100: hoe hoger de Ecoscore, hoe minder vervuilend het voertuig.

De berekeningswijze houdt zowel rekening met de emissies die gepaard gaan met het rijden van het voertuig (uitlaat), als met de productie en distributie van de brandstof of elektriciteit. De ingeschatte impact betreft het broeikaseffect, de luchtverontreiniging (zowel voor de gezondheid als voor de ecosystemen) en de geluidshinder. De Ecoscore schat de reële uitstoot (van onder meer CO2) en het reële brandstofverbruik van de voertuigen evenwel (net zoals de Euronormen) te laag in (zie  vorig rapport over de staat van het leefmilieu).

De gemiddelde Ecoscore van het Brussels wagenpark bedraagt 59 in 2016. Het neemt jaarlijks met ongeveer een punt toe. De Ecoscore van het nieuw wagenpark ligt 8 punten hoger (idem voor het Belgisch wagenpark) en verbetert dus sneller dan het totaal park.
Als we het totaal wagenpark bekijken, hebben de firmawagens een gemiddeld hogere Ecoscore (62) dan wagens van particulieren (58). Bij het nieuw wagenpark neemt men het omgekeerde waar (respectievelijk 67 voor de firmawagens  en 69 voor de auto's van particulieren).

Merk ook op dat de Brusselse overheid het goede voorbeeld geeft, met een gemiddelde Ecoscore van 71 voor de in 2015 nieuw ingeschreven auto's. Voor de 72 Brusselse openbare instellingen vertegenwoordigt diesel slechts 32% van de voertuigen. 11% is elektrisch, waarvan de helft met groene stroom rijdt.

Gemiddelde ecoscore van het Brussels wagenpark (totaal en nieuw) en per eigenaarstype (2012-2016)

Bron: Rapporten Ecoscore, 2017

De gemiddelde Ecoscore volgens het type van brandstof

De gemiddelde Ecoscore volgens het type van brandstof geeft aan dat de benzinewagens globaal een minder grote milieu-impact hebben dan dieselwagens (hun gemiddelde Ecoscore ligt 9 punten hoger: 64 vs 55 in 2016 in Brussel) (zie ook de infofiche over het verrekenen van de Ecoscore in de procedure voor aankoop/leasing van nieuwe voertuigen). Voor deze twee soorten van motoraandrijving neemt de Ecoscore ook nog eens jaarlijks toe (+1,7 voor benzine en +1,4 voor diesel sinds 2014). In vergelijking met de Belgische vloot heeft de Brusselse vloot een Ecoscore die een punt lager ligt voor benzinevoertuigen en vrijwel dezelfde is voor dieselvoertuigen.

Hybride en plug-in voertuigen op benzine hebben in 2016 een even hoge Ecoscore (76) in tegenstelling tot 2014. De daling van de plug-in voertuigen op benzine is het gevolg van het commerciële succes van de krachtige SUV's en van de sportwagens met zware motoren, die vooral als firmawagens ingeschreven zijn. De CNG-voertuigen zijn met 2 punten vooruitgegaan tegenover 2014 (78). De hybride voertuigen op diesel (62) vertegenwoordigen dan weer een interessant alternatief voor de klassieke dieselvoertuigen (55), vooral omwille van het “plug-in”-systeem (71) dat de prestaties van hybride voertuigen op benzine benadert. Dit systeem heeft zijn aandeel in de Belgische vloot bijna verdrievoudigd, van 272 voertuigen in 2014 naar 727 in 2016. Voertuigen op LPG (59) zien hun kloof met de Ecoscore van klassieke voertuigen op benzine (64) toenemen. De technologie met de minste milieu-impact is uiteraard het elektrisch voertuig, met een Ecoscore van 85.

De goede resultaten van alle alternatieven op klassieke brandstoffen dient men evenwel te nuanceren. Hun aandeel in de totale vloot is immers miniem behalve in de vloot van de Brusselse overheid (zie hierboven).

Andere indicatoren voor de milieuprestatie van het wagenpark: CO2-uitstoot en EURO-normen

De CO2-uitstoot van een wagen die in het Brussels Gewest staat ingeschreven bedraagt gemiddeld 143 g/km (net zoals het Belgisch gemiddelde). Jaarlijks loopt de uitstoot dan nog eens terug, met nagenoeg 3% hoewel de trend sinds 2014 vertraagt. Firmawagens stoten gemiddeld heel wat minder CO2 uit dan particuliere voertuigen (125 g/km vs 152 g/km). Bovendien betreft het een sterkere vermindering, met een bijna twee keer snellere terugval tussen 2008 en 2016.

Verdeling van de EURO-standaards in het Brussels wagenpark (2012-2016)

Bron: Ecoscore, 2017
De datum rechts van de EURO-norm komt overeen met de datum van de ingebruikneming van de norm voor de auto's

In 2016 staat Euro 5 altijd voor de meest verbreide standaard in de Brusselse vloot (31%) maar zijn aandeel neemt sinds 2014 af ten gunste van de Euro 6, die hem vervangt. Hoewel Euro 4 nog op de tweede plaats komt (25%) is de Euro 6-norm met 19% al goed ingeburgerd in het Brussels gewest. Nog maar twee jaar geleden vertegenwoordigde hij slechts 3% van de vloot.

Ten opzichte van de Belgische vloot heeft de Brusselse vloot twee bijzondere kenmerken: de nieuwe normen vinden er sneller ingang (+16% in 2016 tegenover 2014 voor de Euro 6-norm, vergeleken met 13% voor België) en de Brusselse vloot behoudt een groter aandeel Euro 0 (8% tegenover 5% voor België). Dit is opnieuw het gevolg van het overwicht van firmawagens in het Brusselse park.

Een welkome herziening van de homologatietest

De oude homologatietest voor voertuigen - de New European Driving Cycle (NEDC), een gestandaardiseerde testcyclus op de proefbank, was weinig representatief voor de reële rijomstandigheden. Op 1 september 2017 werd hij met de invoering van de Euro 6c-norm vervangen door de Worldwide Harmonized Light Vehicle Test Procedure (WLTP). De nieuwe cyclus zal trouwens op 1 september 2018 naar alle nieuwe voertuigen worden uitgebreid, ook naar de types die voor september 2017 werden gehomologeerd. De voertuigen in voorraad die met de NEDC-test werden gevalideerd, mogen nog tot september 2019 worden verkocht.

De nieuwe homologatietest geeft een betere benadering van de reële rijomstandigheden, bijvoorbeeld door de duur van de test te verlengen, de rijsituaties beter te diversifiëren (zoals met een test in file-omstandigheden), metingen op meer realistische temperaturen uit te voeren enz. Hij gaat ook samen met een meting van de emissies in reële verkeersomstandigheden: de RDE (Real Driving Emissions). De WLTP-test, aangevuld met de RDE-test, zal bepaalde Ecoscores misschien doen dalen, maar zal vooral de consumenten een beter beeld van de realiteit geven.

Milieuprestaties van het wagenpark die constant verbeteren, maar een nog steeds erg aanwezig mobiliteitsprobleem

De evolutie van de Ecoscore van het Brussels wagenpark getuigt van een verbetering van de milieuprestaties. Deze positieve balans dient evenwel te worden gerelativeerd als men de globale impact van een wagen op het milieu bekijkt, ook op het vlak van de mobiliteit: hoe efficiënt ook, toch houdt een wagen een problematische belemmering voor verplaatsingen en parkeren in.

Het Brussels Gewest en België krijgen te kampen met een daadwerkelijk mobiliteitsprobleem. Verschillende indicatoren tonen dat dit probleem er niet beter op wordt: weliswaar zwakke, maar reële groei van het autopark (behalve in het Brussels Gewest), toename van de structurele files (d.i. niet veroorzaakt door het slechte weer of door incidenten) in België in 2015 (gezamenlijke filelengte van 100 tot 150 km op 50 volle dagen - Touring Mobilis, 2016). Andere indicatoren tonen evenwel een positieve evolutie (zie fiche “Mobiliteit en Vervoer”): daling van het wegverkeer (buiten de Ring) in het bijzonder in de stadscentra; sterke toename van de verplaatsingen met het openbaar vervoer en per fiets, dalend wagengebruik door de Brusselaars, met name als vervoermiddel van woonplaats tot werk en andersom, en een versnelde toename in 2016 van de aankoop van voertuigen met alternatieve brandstoffen. Merk ook op dat bijna de helft van de Brusselse huishoudens (47%) helemaal geen auto bezit (Huishoudbudgetonderzoek (HBS), 2016).

Datum van de update: 07/01/2019
Documenten: 

Methodologische fiche(s)

Tabel(len) met de gegevens

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

Studie(s) en rapport(en)

Plan(nen) en programma(‘s)
- Gewestelijk Lucht-Klimaat-Energieplan, juni 2016 (.pdf)