U bent hier

Monitoring van de soorten

Actualisering : februari 2020

De Brusselse fauna en flora maken het voorwerp uit van wetenschappelijke monitoringscampagnes die onmisbare gegevens opleveren voor de opstelling van beleidslijnen en maatregelen inzake het beheer van de biodiversiteit.  Een relatief rijke biodiversiteit aanwezig is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ondanks zijn stedelijke context en beperkte oppervlakte. Sommige groepen, waaronder de reptielen en de vlinders, zijn echter weinig vertegenwoordigd in vergelijking met de in België aanwezige diversiteit.

Monitoring en wetenschappelijke opvolging ter ondersteuning van het biodiversiteitsbeheer

De monitoring en de opvolging van de biodiversiteit behoren tot de opdracht van Leefmilieu Brussel.  
Deze opdracht heeft hoofdzakelijk betrekking op de inventarissen en de studies waarvan de uitvoering, via overheidsopdrachten, wordt toevertrouwd aan universiteiten en onderzoeksinstituten of, via subsidies, aan verenigingen voor de bescherming en het behoud van de natuur.
De in dat verband ingezamelde gegevens beantwoorden aan uiteenlopende doelstellingen:

  • de internationale en Brusselse verplichtingen naleven betreffende de monitoring van de natuur en de rapporteringen die erop betrekking hebben (onder meer in het kader van de Natura 2000- en de vogelrichtlijn, de ordonnantie betreffende het natuurbehoud, enz.);
  • ertoe bijdragen dat de veranderingen in het leefmilieu onder de aandacht worden gebracht;
  • de beleidslijnen en maatregelen inzake biodiversiteit uitwerken en evalueren; 
  • het publiek informeren en sensibiliseren over de uitdagingen op het vlak van de biodiversiteit.

Om haar diverse informatiebehoeften en opvolgingsinitiatieven betreffende de biodiversiteit te rationaliseren, heeft Leefmilieu Brussel het INBO (het Vlaams Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek) in 2009 belast met het uitwerken van een monitoringstrategie voor de opvolging van de biodiversiteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (zie verslag van Van Calster H. en Bauwens D., 2010). Daarnaast werd in 2018, in toepassing van artikel 15 §1 van de Natuurordonnantie, een besluit goedgekeurd dat een toezichtschema vastlegt voor de staat van instandhouding van soorten en natuurlijke habitats aanwezig in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Er wordt eveneens op gewezen dat Leefmilieu Brussel sinds 2009 de gegevens waarover ze beschikt betreffende de soortenrijkdom in het Brussels Gewest, in één soortendatabank centraliseert. Deze databank vormt een belangrijk steunpunt voor het Brussels beleid inzake biodiversiteit.

Tal van inventarissen en atlassen van de flora en de fauna zijn opgesteld of zijn in uitvoering

Deze fiche heeft specifiek betrekking op de inventarissen en de opvolging (monitoring) van soortengroepen die op gewestelijke schaal zijn uitgevoerd.  In diverse documenten van de verslagen over de staat van het Brussels leefmilieu zijn bovendien andere monitoringsgegevens in verband met de biodiversiteit terug te vinden, waaronder in het bijzonder die betreffende de biologische kwaliteit van de waterlopen (zie thema water van dit verslag), de fytosanitaire toestand van de bomen van het Zoniënwoud (zie thema Groene ruimten en biodiversiteit) en de staat van instandhouding van bepaalde soorten bedoeld door de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn (zie focus over de staat van instandhouding van soorten  en over het Vliegend hert ), de natuurlijke habitats  of die met betrekking tot de kwalitatieve en kwantitatieve opvolging van de groene ruimten (zie factsheet «Analyse van de onbebouwde oppervlakten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest door interpretatie van satellietbeelden »).
De monitoring van de soorten heeft onder meer geleid tot de opstelling van verschillende inventarissen en atlassen die betrekking hebben op het volledig Brussels grondgebied. De onderstaande tabel geeft een beknopte samenvatting van de belangrijkste kwantitatieve gegevens die voortvloeien uit deze studies, namelijk: het aantal op het terrein getelde soorten tijdens de onderzoeksperiode (waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de inheemse soorten en de soorten die vrijwillig of toevallig werden geïntroduceerd), evenals, wanneer deze gegevens beschikbaar zijn, het aantal in Brussel uitgestorven soorten. De inventaris van de lokaal uitgestorven soorten is gebaseerd op historische gegevens (oude floristische of faunistische inventarissen, archieven, oude herbariums of insectendozen enz.). De in aanmerking genomen periode die varieert naargelang de studie, wordt vermeld in de onderstaande tabellen.  Voor de vissen zijn de gegevens afkomstig van vier meetcampagnes in het kader van de evaluatie van de biologische kwaliteit van de Brusselse waterlopen en vijvers (zie factsheet 'Vissen '). Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan een nieuwe atlas van de zoogdieren, een nieuwe amfibieën- en reptielenatlas en een atlas van de odonata (libellen en juffers). Een atlas van de bijen wordt voorbereid.
 

 


Naast de enkele cijfers die worden voorgesteld in de bovenstaande tabellen, zijn deze inventarissen vooral interessant vanwege de analyses waartoe ze aanleiding geven en die het mogelijk maken om: 

  • trends vast te stellen ten opzichte van de rijkdom en de ruimtelijke spreiding van de verschillende soorten en de aandacht te vestigen op de meest kwetsbare soorten;
  • de meest interessante sites te identificeren op het vlak van de biodiversiteit;
  • de vestiging van nieuwe soorten in kaart te brengen, of dit nu het gevolg is van een menselijke tussenkomst of van een natuurlijk proces (bijvoorbeeld door de klimaatverandering); 
  • de factoren te bepalen die aan de basis liggen van de vastgestelde evoluties.

Deze studies die doorgaans erg veel informatie en genuanceerde conclusies bevatten, kunnen moeilijk in enkele lijnen worden samengevat. Voor meer informatie kunnen geïnteresseerde lezers diverse online beschikbare documenten raadplegen (volledige publicaties of samenvattingen, zie hieronder).

Bepaalde taxonomische groepen (zoogdieren, libellen, vogels, ...) zijn goed vertegenwoordigd op het Brussels grondgebied, rekening houdend met de beperkte afmetingen en het stedelijk karakter ervan.

Een vergelijking van bovenstaande gegevens met een inventaris van de soorten opgesteld door de AD Statistiek in 2017 (FOD Economie) toont aan dat ongeveer twee derde van de soorten zoogdieren en odonata ((libellen en juffers) die voorkomen in België ook voorkomen in het Brussels Gewest. Voor de groepen vogels, amfibieën, rechtvleugeligen (krekels en sprinkhanen) en vaatplanten bedraagt dit aandeel 40 tot 50%.
Deze percentages zijn bijzonder hoog, gelet op de beperkte afmetingen en het extreem verstedelijkte karakter van het Brussels grondgebied. Deze positieve vaststelling vereist echter enige nuancering aangezien een groot deel van de soorten zeldzaam tot zeer zeldzaam is. 
Anderzijds zijn de reptielen, dagvlinders en vissen met minder dan een derde van de aanwezige soorten veel zwakker vertegenwoordigd in het Brussels Gewest. Sinds 2001 werden 2 zoogdiersoorten die al enkele decennia niet meer voorkwamen opnieuw waargenomen en hebben zich 3 nieuwe vleermuissoorten gevestigd.
Voor de zoogdieren blijkt uit een vergelijking van de 2 atlassen dat 3 soorten die in de periode 1909-2000 werden waargenomen, namelijk mopsvleermuis (Barbastella barbastellus), otter (Lutra lutra) en vale vleermuis (Myotis myotis), niet meer werden waargenomen na augustus 2000. Deze laatste soort werd echter wel waargenomen in gebieden die grenzen aan het Brussels Gewest. 
Sinds 2001 werden 7 soorten die niet werden waargenomen in de periode voorafgaand aan 2001 geïnventariseerd: 

  • 5 inheemse soorten waarvan 3 vleermuissoorten: bever (Castor fiber), everzwijn (Sus scrofa), tweekleurige vleermuis (Verspertilio murinus), Kuhls dwergvleermuis (Pipistrellus kuhlii) en grijze grootoorvleermuis (Plecotus austriacus);
  • 2 niet-inheemse soorten (opgenomen in de lijst van Europese invasieve soorten, zie indicator over de invasieve uitheemse soorten): Chinese muntjak (Muntiacus reevesi, enkele waarnemingen, een exemplaar werd gevangen in 2016) en wasbeer (Procyon lotor) waarvan de huidige aanwezigheid in het Zoniënwoud niet met zekerheid is vastgesteld.

De vergelijking van de 2 atlassen toont aan dat voor respectievelijk 65% en 7% van de soorten zoogdieren die aanwezig zijn in het Brussels Gewest de omvang van het grondgebied waarop de waarnemingen werden gedaan is toegenomen of stabiel is gebleven. Deze informatie moet echter met omzichtigheid worden beschouwd, aangezien voor tal van soorten de kennis van hun ecologie en van de gebieden waarin ze aanwezig zijn en de detectiemethoden zijn verbeterd.
De vleermuizenpopulatie van het Brussels Gewest is opmerkelijk rijk: 20 soorten vleermuizen van de 24 die vandaag in België zijn geïnventariseerd, werden tot vandaag aangetroffen in het Gewest.

Het aantal vogelsoorten dat met zekerheid broedt in het Brussels Gewest blijft stabiel, maar de samenstelling van de avifauna evolueert snel

De samenstelling van de avifauna evolueert snel, vanuit het oogpunt van zowel de inheemse als de uitheemse soorten. Sinds de uitvoering van de laatste atlas van de avifauna (2000-2004) zijn bepaalde soorten uitgestorven als “zeker broedvogel” en werd de status van andere soorten naar beneden aangepast als “waarschijnlijke broedvogel”. Omgekeerd zijn er nieuwe soorten verschenen. Soorten die in de Atlas 2000-2004 werden beschouwd als recentelijk lokaal uitgestorven, werden opnieuw waargenomen. Van de verdwenen broedvogels zijn er 2 uitheems (zwarte zwaan en Magelhaengans).

De amfibieën en reptielen hebben bijzonder zwaar geleden onder de aantasting, de vernieling en de versnippering van hun habitats

De eerste atlas van de Brusselse herpetofauna (amfibieën en reptielen) constateerde een algemene achteruitgang van de inheemse soorten door de vernieling en de aantasting van de gunstige milieus, alsook ten gevolge van de versnippering van de habitats. Zes inheemse soorten van de veertien die in het verleden werden waargenomen in de hoofdstad, worden beschouwd als uitgestorven. De Atlas 2004-2019 waaraan op dit moment de laatste hand wordt gelegd, bevestigt deze vaststelling, aangezien, op één uitzondering na (groene kikker), geen enkele van de als uitgestorven beschouwde soorten werd aangetroffen, ondanks de evolutie van de kennis die de voorbije vijftien jaar sterk is gestegen. 
Het fenomeen van de recente vestiging van soorten die niet thuishoren in de Brusselse fauna is de voorbije jaren versterkt. Het gaat om zowel uitheemse soorten (minstens twee genaturaliseerde kikkersoorten en verschillende niet-genaturaliseerde soorten waterschildpadden) en twee neo-inheemse soorten (soorten die al dan niet opzettelijk werden uitgezet in het Brussels Gewest, maar die van nature aanwezig zijn in een gebied dat dicht bij dat van het introductiegebied ligt)).

De terugkeer van de vissen in de Zenne

De meetcampagnes in het kader van de evaluatie van de biologische kwaliteit van de waterlopen hebben een duidelijke verbetering van de staat van de visfauna in de Zenne aangetoond. In de campagnes van 2007 en 2013 werd immers alleen in 2013 één enkele vis in de Brusselse Zenne gevangen. In 2004 werd zelfs geen telling uitgevoerd, omdat de kwaliteit van het water zo slecht was dat er geen vissen in konden leven. 
Deze resultaten steken schril af tegen die van de laatste campagne in 2016, toen in de Zenne meer dan 200 vissen van 15 verschillende soorten werden gevangen. Vertrekkend van de referentielijst van de soorten die historisch in de Zenne aanwezig waren toen ze nog niet of weinig door menselijke activiteiten werd verstoord, stellen we vast dat 11 van de 17 soorten van deze lijst werden waargenomen (soms slechts één keer). Merk op dat sommige van de in 2016 opgetekende soorten ecologisch veeleisend zijn, zoals de bittervoorn, een soort die in het kader van de Europese wetgeving Natura 2000 een bijzondere bescherming geniet (zie Focus Staat van instandhouding van de soorten).
Deze vooruitgang moet in de eerste plaats in verband worden gebracht met de gedane inspanningen voor de zuivering van het afvalwater, zowel stroomopwaarts van Brussel als op gewestelijk niveau (zie het thema Water van deze synthese).  

Datum van de update: 19/03/2020
Documenten: 

Methodologische fiches

Tabellen met de gegevens

Factsheet(s)

Thema « Grondgebruik en landschappen in Brussel»

Fiches van de Staat van het Leefmilieu

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

Studies en rapporten

Plannen en programma‘s