U bent hier

Invasieve uitheemse soorten

Actualisering : februari 2020

De verspreiding van invasieve exoten in de natuur vormt een van de voornaamste bedreigingen voor de inheemse biodiversiteit. Bovendien kunnen de invasieve soorten aanzienlijke gevolgen met zich meebrengen voor de economie en de volksgezondheid.18 van de 66 soorten op de lijst van invasieve uitheemse soorten die zorgwekkend zijn voor de Europese Unie zijn waargenomen in het Brussels Gewest. Tientallen andere soorten, die niet op de Europese lijst voorkomen maar wel opgenomen zijn in de bijlage van de Natuurordonnantie over de invasieve soorten en/of in de databank van het Belgisch Forum Invasieve Soorten, zijn eveneens in het Brussels Gewest aanwezig   

Impact op de ecosystemen, maar soms ook op de menselijke gezondheid en de economie

De mens introduceert reeds eeuwenlang, doelbewust of per ongeluk, dier- en plantensoorten evenals zwammen en micro-organismen buiten hun natuurlijk verspreidingsgebied.  Sommige soorten kunnen zich aan de nieuwe omgeving aanpassen, planten zich voort en verspreiden zich soms zelfs in die mate dat ze de semi-natuurlijke habitat koloniseren. Door de groeiende mondialisering van de economie en de explosieve toename van het toerisme zijn deze soorten ook steeds talrijker.
Wanneer bepaalde uitheemse soorten zich echter blijven verspreiden in de lokale natuur, kan dit leiden tot het verdwijnen van inheemse soorten en het ecosysteem sterk beïnvloeden (concurrentie met de lokale soorten om voedsel of broedplaatsen, invasief gedrag bij afwezigheid van of gebrek aan natuurlijke vijanden, buitensporige predatie, binnendringen van oppervlaktewateren, verspreiding van ziekten, enz.). Ze kunnen eveneens ernstige gevolgen met zich meebrengen voor de economie (schade aan de gewassen, beperkingen voor de scheepvaart of de waterrecreatie, regulerende maatregelen, alsook maatregelen voor het herstel van de biodiversiteit enz.) en de volksgezondheid (infectieziekten, allergieën, brandwonden enz.).
De aanwezigheid van deze uitheemse of exotische soorten - die invasief of woekerend worden genoemd – zou de Europese Unie elk jaar zo'n 12 miljard euro kosten (gegevens voor 2015, https://ec.europa.eu/environment/efe/news/alien-invasion-2014-11-13_fr). De druk op de biodiversiteit en de ecosystemen is groot. 
Deze invasieve uitheemse soorten worden dan ook uitvoerig onderzocht om hun aanwezigheid en evolutie te observeren, hun ecologie en mogelijke impact te beschrijven, en vast te stellen welke beheersmaatregelen moeten worden getroffen om hun impact te beperken.

Een Europees wettelijk kader voor invasieve uitheemse soorten

Op 1 januari 2015 is een Europese verordening betreffende invasieve uitheemse soorten in werking getreden. Deze heeft tot doel de negatieve impact van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten in de Europese Unie te voorkomen en zoveel mogelijk te beperken door middel van een overkoepelende, tussen de lidstaten gecoördineerde aanpak. 
De verordening heeft betrekking op een aantal soorten die opgenomen zijn in een lijst, gebaseerd op verscheidene criteria zoals het vermogen van de soort om zich in het milieu voort te planten en de ernst van hun negatieve impact op de biodiversiteit, de gezondheid van de mens of de economie. De opname in de lijst houdt ook rekening met de noodzaak van een gezamenlijke actie op het niveau van de Europese Unie en de verwachte efficiëntie van de maatregelen die men zal nemen. De wetenschappelijke beoordeling van de risico's wordt gecontroleerd door een wetenschappelijk platform met experts van de 28 lidstaten.
De lijst moet regelmatig worden bijgewerkt en ten minste om de 6 jaar volledig opnieuw worden onderzocht. Hij werd goedgekeurd in 2016 en twee keer geactualiseerd (2017 en 2019), en telt op dit moment 66 voor de Unie zorgwekkende soorten. 
Op deze 66 soorten zijn onder meer de volgende maatregelen van toepassing : 

  • preventieve maatregelen (verbod op het houden, de handel, het transport, het kweken en het vrijlaten ervan);
  • de invoering van een monitoringssysteem;
  • de vroegtijdige uitroeiing van de soorten bij hun eerste waarneming; 
  • het optimaal beheer van de soorten die al wijdverspreid zijn.

Volgens de verordening kunnen de lidstaten ook hun eigen nationale lijst opstellen van invasieve soorten die een versterkte regionale samenwerking vereisen. 
In het Brussels Gewest voorziet de in 2012 goedgekeurde natuurordonnantie de uitvoering van maatregelen voor de preventie van de intrede van nieuwe soorten op het grondgebied van het Gewest en voor de beperking van hun impact, met inbegrip van maatregelen voor de uitroeiing van reeds aanwezige invasieve soorten. Toch wordt het Brussels wettelijk kader aangepast om rekening te houden met de nieuwe Europese bepalingen. Daarnaast, rekening houdend met het grensoverschrijdende karakter van deze problematiek, wordt op dit moment een samenwerkingsakkoord goedgekeurd dat erop gericht is de acties die worden ondernomen op gewestelijk, communautair en federaal niveau te coördineren (zie lager).

18 invasieve uitheemse soorten van de Europese lijst waargenomen in het Brussels Gewest

18 soorten van de Europese lijst van de invasieve uitheemse soorten zijn in het Brussels Gewest waargenomen. De meeste komen ook voor op de lijst van ongeveer zeventig invasieve uitheemse soorten in bijlage IV van de natuurordonnantie. Een derde van deze 18 soorten zijn land- of waterplanten.  De rest zijn 4 soorten ongewervelden en 8 soorten gewervelden (1 reptiel, 2 vissen, 2 vogels, 3 zoogdieren).
Merk op dat voor bepaalde soorten, zoals de wasbeer, het aantal waarnemingen uiterst beperkt is. Eén van deze soorten werd overigens niet meer geïnventariseerd sinds 2004.


 
Onderstaande kaart toont de zones (ruiten met zijden van 250 meter) waarin één of meer invasieve uitheemse soorten uit de Europese lijst werden waargenomen in het Brussels Gewest. 

 
Kaart: Waarneming van invasieve uitheemse soorten die op de Europese lijst staan, Brussels Hoofdstedelijk Gewest 

Bron: Leefmilieu Brussel, departement Biodiversiteit (november 2019)
 

Kaart: Waarneming van invasieve uitheemse soorten die op de Europese lijst staan, Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Hierbij dient gezegd dat er geen systematische monitoring is die een nauwkeurige follow-up van de verspreiding van deze invasieve soorten mogelijk maakt. Voor bepaalde soorten is het dus mogelijk dat de verspreiding op het grondgebied veel groter is dan blijkt uit de observatiegegevens uit de database “biodiversiteit” van Leefmilieu Brussel. De kaart weerspiegelt ook de observatie-intensiteit, aangezien bepaalde zones zoals de groene ruimten en bosgebieden van het Gewest vaker worden bezocht door de observatoren (natuuronderzoekers, personeel van Leefmilieu Brussel, enz.). 
De vele observaties van invasieve uitheemse soorten van de Europese lijst in het Zoniënwoud houden vooral verband met het feit dat de Siberische grondeekhoorn (Tamias sibiricus), ook Koreaanse grondeekhoorn genoemd, die op de Europese lijst staat, hier heel veel voorkomt. 
De populatie van Koreaanse grondeekhoorns heeft zich hier gevestigd doordat enkele gekweekte dieren ontsnapt of uitgezet zijn in de jaren ’60-’70. Door gebrek aan natuurlijke predatoren hebben ze zich kunnen vermenigvuldigen en is hun aantal op korte tijd exponentieel gegroeid. Deze eekhoorns zijn nu talrijk aanwezig, vooral in het Zoniënwoud en directe omgeving. De Koreaanse eekhoorn is minder schuw en leeft minder in de bomen dan de gewone eekhoorn (Sciurus vulgaris), en laat zich dus gemakkelijker waarnemen. Aangezien beide soorten verschillende ecologische niches innemen, zouden ze in principe geen concurrenten mogen zijn. Doordat de Koreaanse eekhoorn zeer grote voedselvoorraden aanlegt en zijn populatie zeer groot is, mag voedselconcurrentie met de gewone eekhoorn, andere zoogdieren en zaadetende vogels echter niet worden uitgesloten, zeker in jaren met weinig zaden. Uit de gegevens die hierover beschikbaar zijn, kon echter niet worden afgeleid welke impact deze soort heeft op de biodiversiteit in het Zoniënwoud. 
Andere soorten van de Europese lijst die vooral in het Zoniënwoud leven, hebben daarentegen een aangetoonde negatieve impact. Dit is bijvoorbeeld het geval voor de reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum), een zeer invasieve soort die plaatselijk zorgt voor een aanzienlijke verschraling van de fauna en die “fotosensibiliserende” chemische stoffen bevat die ernstige brandwonden kunnen veroorzaken bij contact met de huid.
Vele andere in het Brussels Gewest en/of in Vlaanderen en Wallonië aanwezige soorten die niet op de Europese lijst voorkomen, zijn eveneens problematisch. Dat is bijvoorbeeld het geval met de eenjarige Ambrosia (Ambrosia artemisiifolia), een buitengewoon allergene plant, de Japanse duizendknoop (Fallopia japonica), de Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina), de groene parkieten (Psittacula krameri en eupatria, Myiopsitta monachus) en de grote Canadese gans (Branta canadensis).
Om een interregionale benadering mogelijk te maken, overweegt men een nationale lijst - en ook regionale lijsten - op te stellen die in het kader van de Europese reglementering past.
In afwachting van een dergelijke lijst is de database “Harmonia” over de invasieve soorten die de inheemse biodiversiteit bedreigen, samengesteld en bijgewerkt door het Belgische forum over de invasieve soorten, een referentie ter zake. In juni 2019 telde deze database 101 soorten die in België voorkomen, waarvan 44 op de zwarte lijst staan (soorten met een hoge milieu-impact).  Bijna tweederde van deze invasieve soorten zijn vaatplanten. 

Van de schildpad zijn 7 subsoorten aanwezig in de Brusselse vijvers

In Brussel komt deze watersoort voor in tal van parken met natte zones, en vooral in het Josafatpark (Schaarbeek), het Ossegempark (Laken), de vijvers van Elsene, de Kruidtuin (Sint-Joost-ten-Node), het Vijverspark (Anderlecht), het Pedepark (Anderlecht), het Koning Boudewijnpark (Jette), het park van Woluwe (Sint-Pieters-Woluwe). Ze komt ook voor in of aan de rand van het Zoniënwoud, bijvoorbeeld ter hoogte van de site van het Rood Klooster in Oudergem, de Hoefijzervijver, de vijver van de Verdronken Kinderen en het Solvaypark in Watermaal-Bosvoorde. Veel van deze waterschildpadden werden als huisdier gekocht in dierenwinkels en later door hun eigenaars vrijgelaten in de poelen en vijvers in de Brusselse parken en vijvers. 
De lettersierschildpad (Trachemys scripta) komt oorspronkelijk uit Amerika. Er zijn tal van ondersoorten.  De soort heeft een voorkeur voor stilstaand water, zelfs als het relatief vervuild is. Ze houdt van moerassen en vijvers met een modderige bodem en een overvloedige vegetatie. In hun eerste levensjaren zijn de lettersierschildpadden vraatzuchtige carnivoren die zich voeden met  waterorganismen: jonge vissen, kleine vissen, larven van amfibieën en de amfibieën zelf, insecten, ... De volwassen dieren zijn vooral planteneters, maar wagen zich soms ook aan vissen, amfibieën en kuikens van watervogels. De schade die hun aanwezigheid aanbrengt aan biologisch waardevolle milieus kan dus problematisch zijn. Daarnaast is er het economische verlies door de schade die deze schildpadden kunnen aanbrengen aan de waterplanten die zijn aangeplant door de beheerders van de groene ruimten. Tot slot kunnen ingevoerde schildpadden ziekten overbrengen.
De schildpadden houden hun winterslaap onder water. Voor een succesvolle voortplanting is het klimaat in het Brussels Gewest op dit moment (nog) niet warm genoeg, maar in Frankrijk, Spanje, Slovenië en Italië werden al gevallen waargenomen van voortplanting van Noord-Amerikaanse waterschildpadden. De vrijgelaten dieren kunnen meerdere jaren overleven in de natuur en zelfs vrij strenge winters overleven. 
De onderstaande kaarten tonen de utibreiding van de aanwezigheid van lettersierschildpaden in de loop van het voorbije decennium in het noordelijke en centrale gedeelte van het land. Deze kaarten zijn echter niet opgesteld op basis van systematische inventarissen, maar steunen grotendeels op observatiegegevens van het type “crowdsourcing”. De interpretatie ervan moet ook genuanceerd worden aangezien steeds meer observatoren hun gegevens invoeren op het platform www.waarnemingen.be.

Waarnemigen van de lettersierschildpad (Trachemys scripta) in en rond het Brussels Gewest in de periodes 2006-2009 en 2015-2018 (op basis van de bevestigde waarnemingen op de website waarnemingen.be)

bron: www.waarnemingen.be, geraadpleegd op 22/11/2019
 

In het Brussels Gewest werden volgens de gegevens van de tweede amfibieën- en reptielenatlas (in afwerkingsfase) 514 waarnemingen van lettersierschildpadden geregistreerd in de periode 2004-2019.  
Deze waarnemingen hebben betrekking op tal van natte gebieden in het Gewest (in 48 vierkanten van 1 x 1 km van het UTM-raster van de 200 vierkanten die helemaal of voor een stuk op Brussels grondgebied liggen werd minstens één waarneming vastgesteld). In de vorige atlas, die betrekking had op de periode 1984-2003, werden schildpadden waargenomen in 29 vierkanten van km2.
Krachtens de Europese verordening over de invasieve uitheemse soorten geldt voor de lettersierschildpad een totaalverbod op het invoeren, houden, verkopen, vervoeren, telen en uitzetten in de natuur.

Acties op gewestelijk en nationaal niveau 

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest beschikt over een juridisch kader voor de strijd tegen en het beheer van de invasieve uitheemse soorten. De ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud omvat een bijlage die een overzicht geeft van de invasieve uitheemse soorten (bijlage IV). Deze lijst wordt de “Brusselse lijst” genoemd. Voor deze soorten (28 diersoorten en 46 plantensoorten) gelden al verschillende verbodsbepalingen, zonder mogelijkheid van afwijking, namelijk:

  • De opzettelijke introductie of herintroductie in de natuur;
  • De verkoop, het gratis of tegen vergoeding overdragen, het ruilen of aanschaffen.

De lijst verbiedt ook het aanplanten van uitheemse soorten in de natuurreservaten en machtigt de Regering om maatregelen te treffen voor de uitroeiing van bepaalde invasieve soorten.
21 soorten van de Brusselse lijst staan ook op de Europese lijst van 66 soorten. De Brusselse lijst en de Europese lijst vullen elkaar aan, maar op het vlak van bepaalde verbodsbepalingen of uitzonderingen ontbreekt het aan coherentie tussen de twee wetteksten.
De Brusselse wetgeving wordt op dit moment aangepast om rekening te houden met nieuwe Europese bepalingen. 
Het natuurbeheerplan omvat een maatregel die specifiek betrekking heeft op het beheer van invasieve soorten. 
Verschillende acties werden reeds ondernomen, waaronder meer bepaald: 

  • het informeren en sensibiliseren van de bevolking omtrent de problemen die bepaalde invasieve soorten veroorzaken en de acties die ze kunnen ondernemen om deze tot een minimum te beperken, met inbegrip van het voederen (infosheets, brochures en folders, website enz.) ; 
  • het informeren en sensibiliseren van beroepsbeoefenaars in de tuinbouwsector om het kweken en verkopen van invasieve planten terug te dringen en het gebruik van alternatieve inheemse soorten aan te sporen (via de cofinanciering van het nationale project LIFE+ “AlterIAS”, dat op dit moment beëindigd is);
  • het verspreiden van informatie (technische fiches) en het opleiden van veldpersoneel om bepaalde invasieve planten te beheren ; 
  • het beheren in het veld van bijzonder problematische invasieve soorten zoals de Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina), de Japanse duizendknoop (Fallopia japonica), de reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum) of ook nog de grote Canadese gans (Branta canadensis);
  • het financieren via openbare aanbestedingen of subsidies van projecten die de potentiële impact van bepaalde exoten in het Brussels Gewest onderzoeken.

Gezien de transgewestelijke aard van het probleem werkt Leefmilieu Brussel tevens samen met werkgroepen, panels van deskundigen en begeleidingscomités voor onderzoeken die op bovengewestelijk en internationaal niveau worden georganiseerd. 
Op nationale schaal werd recentelijk een samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en de drie Gewesten goedgekeurd, om bepaalde acties te coördineren. Van de lopende acties vermelden we in het bijzonder de ontwikkeling van een website en de opstelling van een actieplan betreffende de introductie- en verplaatsingskanalen van invasieve uitheemse soorten. Voor België zijn de kanalen die als het meest problematisch worden beschouwd voor de introductie van invasieve soorten het water, de grondverplaatsingen en de handel in nieuwe gezelschapsdieren. Een rapport over de haalbaarheid van de uitvoering van maatregelen voor de uitroeiing of de beperking van de verspreiding voor een veertigtal invasieve uitheemse soorten die onder de Europese verordening vallen, werd opgesteld met de medewerking van tientallen beheerders en wetenschappers uit de 3 gewesten van het land.   

Datum van de update: 24/03/2020
Documenten: 

Methodologische fiches

Factsheets

Fiches van de Staat van het Leefmilieu

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

Studies en rapporten

Plannen en programma’s