U bent hier

Focus : Lokale staat van instandhouding van de soorten opgenomen in de "Habitatrichtlijn" en "Vogelrichtlijn"

Onlangs werd een evaluatie op Brusselse schaal gemaakt van de staat van instandhouding van 12 door de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn beschermde diersoorten.  Op basis van de beschikbare observatiegegevens werd de staat van instandhouding voor 7 soorten gunstig bevonden. Het betreft 5 vogelsoorten (wespendief, zwarte specht, middelste bonte specht, slechtvalk en ijsvogel) en 2 insectensoorten (vliegend hert en teunisbloempijlstaart). Voor één vissoort (bittervoorn) werd de staat van instandhouding ongunstig bevonden voor de populaties in de Zenne en het Kanaal, maar gunstig voor de populaties in de Woluwe (waterloop en vijvers).

Een instrument voor de evaluatie op Brusselse schaal van de staat van instandhouding van de door de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn beschermde soorten

Volgens de Habitatrichtlijn (92/43/EG) en de Vogelrichtlijn (2009/147/EG) moeten de lidstaten regelmatig de staat van instandhouding en de tendensen evalueren voor bepaalde soorten die als bedreigd, kwetsbaar of zeldzaam worden beschouwd of die in zeer specifieke milieus leven.
In dit kader ontwikkelt Leefmilieu Brussel een methodologie voor de evaluatie van de lokale staat van instandhouding, op Brusselse schaal, van de door de twee richtlijnen bedoelde soorten die op het grondgebied van het Gewest aanwezig zijn (met uitzondering van de vleermuizen, die het voorwerp van een specifieke follow-up uitmaken). Dit project beantwoordt aande behoefte om over een instrument te beschikken dat als basis kan worden gebruikt om samen met de andere betrokken gewesten en staten de staat van instandhouding van deze soorten te bepalen op de schaal van de Atlantische biogeografische zone (voor de andere soorten dan vogels) – waarvan het Brussels Gewest deel uitmaakt – of van België (voor de vogels) en zo aan de door de richtlijnen opgelegde meldingsplicht te voldoen. De methodologie is gebaseerd op het voor Vlaanderen opgestelde evaluatiekader, behalve voor 2 soorten (muurhagedis en teunisbloempijlstaart) waarvoor dit kader nog niet bestond.
De lokale staat van instandhouding van een soort komt overeen met de staat van instandhouding op het niveau van een populatie of van de habitat van individuen met een wisselwerking op lokaal niveau. De gebruikte evaluatiecriteria zijn de toestand van de populatie (dichtheid van de populatie, aanwezigheid van jonge dieren enz.) en de kwaliteit van de habitat. Deze criteria worden concreet geëvalueerd met behulp van meetbare indicatoren die van soort tot soort verschillen. Anders dan in de evaluaties op het biogeografische niveau of dat van de lidstaat, worden het criterium van de evolutie van de verspreidingszones en de tendensen hier niet in aanmerking genomen (deze elementen zijn op lokale schaal niet relevant).
Elke indicator krijgt een evaluatie (gunstig/ongunstig) door de beschikbare observatiegegevens te vergelijken met uit wetenschappelijke studies afkomstige referentiewaarden. Bij onvoldoende gegevens, wordt de indicator beoordeeld op basis van het oordeel van experts, of wordt hij als 'onbekende situatie' beschouwd. Volgens de door de Europese Commissie ontwikkelde methodologie is de globale evaluatie in principe alleen positief als alle indicatoren gunstig zijn. Maar omdat deze benadering weinig genuanceerd en informatief is, heeft men ze in enkele gevallen enigszins aangepast. De staat van instandhouding wordt daarenboven als onbekend beoordeeld wanneer alle indicatoren voor de evaluatie van het criterium 'populatie' of het criterium 'kwaliteit van de habitat' als onbekend worden beschouwd.

Voor 7 van de 12 geëvalueerde soorten werd de staat van instandhouding als gunstig beoordeeld.

De volgende tabel geeft een samenvatting van de resultaten van de beoordeling van de lokale staat van instandhouding voor 12 in de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn bedoelde soorten. Hij geeft ook een beoordeling van het relatieve belang, uit ecologisch oogpunt, van de Brusselse populaties tegenover de populaties die aanwezig zijn in het Belgische deel van de Atlantische biogeografische regio (door de Habitatrichtlijn bedoelde soorten) of de in België (door de Vogelrichtlijn bedoelde soorten).

De lokale staat van instandhouding is gunstig voor 7 soorten, namelijk:

  • 5 vogels: wespendief, zwarte specht en middelste bonte specht (aanwezig in het Zoniënwoud), slechtvalk en ijsvogel (aanwezig op verschillende sites);
  • 1 vlinder: teunisbloempijlstaart (aanwezig op het volledig grondgebied);
  • 1 kever: vliegend hert (populaties aanwezig in 2 gemeenten, met een gunstige status voor de populaties van Watermaal-Bosvoorde en een bij gebrek aan gegevens onbekende status voor de populaties van Ukkel).

Voor 1 soort, de bittervoorn (een vis) is de lokale staat van instandhouding alleen gunstig voor de populaties van de Woluwe en de vijvers. Hij is ongunstig voor de populaties van de Zenne en het Kanaal.
De lokale staat van instandhouding is ongunstig voor 2 vogelsoorten: de nachtzwaluw en de grote zilverreiger. Tot slot zijn voor de populaties muurhagedissen (site te Haren) en nauwe korfslakken (een mollusk die in Sint-Lambrechts-Woluwe, Hof Ter Musschen, voorkomt) de gegevens ontoereikend om hun staat van instandhouding te beoordelen.
Algemeen kunnen we stellen dat soorten die het in het BHG relatief goed doen, vooral cultuurvolgers zijn (soorten die verband houden met de mens en zijn activiteit) met een voorkeur voor een stedelijke omgeving evenals soorten van grote, oude bosgebieden die in het Zoniënwoud een geschikte biotoop vinden.
Men kan uit de evaluatie afleiden dat de Brusselse populaties van de slechtvalk en het vliegend hert respectievelijk ongeveer 15% en 20% van de populaties in de Belgische Atlantische regio vertegenwoordigen. Ze zijn in dat opzicht buitengewoon belangrijk. Daarnaast is de Brusselse populatie van de nauwe korfslak belangrijk voor de Belgische Atlantische regio vanwege de ligging, want een verlies van deze populatie zou een inkrimping van het areaal van deze soort betekenen.
Het moet echter vermeld dat de beschikbare gegevens geen uitspraak over bepaalde evaluatiecriteria mogelijk maken. De hierboven voorstelde resultaten moeten dus met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd.

Datum van de update: 07/01/2019
Documenten: 

Factsheets

Thema “Grondgebruik en landschappen in Brussel”

Fiches van de Staat van het Leefmilieu

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

Studies en rapporten

Plannen en programma‘s