U bent hier

Focus: hoe ervaren de Brusselaars hun geluidsomgeving?

Uit een nieuwe peiling in 2017 over de lawaaiperceptie bij de Brusselse bevolking blijkt dat:
• het auto- en het luchtverkeer de twee belangrijkste bronnen van geluidsoverlast blijven voor de Brusselaars;
• de doorlopend door lawaai gehinderde bevolking sinds 2008 verdubbeld is;
• 6 mensen op 10 concrete maatregelen vragen;
• 86% van de Brusselaars meent dat lawaai hun gezondheid kan aantasten, maar slechts 30% zegt over de risico's geïnformeerd te zijn.
De vaststellingen van de enquête zullen worden gebruikt voor het opstellen van het derde Plan voor de preventie en bestrijding van geluidshinder in een stedelijke omgeving.

Is de perceptie van het lawaai in 10 jaar veranderd?

In 1999 en 2008 werden peilingen gehouden om te weten hoe de burgers van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest het lawaai ervaarden (zie focus 2010). In 2017 bestelde Leefmilieu Brussel met het oog op het opstellen van het 3de Lawaaiplan een nieuwe enquête om de evolutie van de perceptie te evalueren.

Uit deze enquête blijkt dat lawaai nog altijd een prioritair milieuprobleem voor de bevolking is. Hoewel drie kwart van de Brusselaars lawaai normaal vindt voor een stad, beschouwen twee derden het als een voortdurend toenemende hinder. Vergeleken met 2008 is het aantal respondenten dat voortdurend door lawaai wordt gestoord bijna verdubbeld. Bovendien meent 63% van de respondenten dat de overheid te weinig maatregelen neemt.

De peiling toont ook dat de twee grootste bronnen van hinder voor de Brusselaars net als in 2008 het wegvervoer en het luchtverkeer zijn. Zij moeten volgens de bevolking met voorrang worden aangepakt. In 2017 zijn de sirenes van de voertuigen van de hulpdiensten – die in de peiling van 2008 niet als keuzemogelijkheid werden voorgesteld – de 3de grootse bron van geluidsoverlast, gevolgd door het lawaai van bouwwerven. Buurtlawaai (gedrag van mensen, lawaai van dieren) wordt als 5de bron van geluidshinder genoemd.

Wat vinden de Brusselaars van de maatregelen om lawaai te bestrijden?

Als algemene regel staan de respondenten positief tot zeer positief tegenover de voorgestelde maatregelen om lawaai tegen te gaan, zelfs als die een rechtstreekse impact op hun dagelijkse leven hebben of hen persoonlijk raken (zogenaamde 'implicerende' maatregelen). De verhouding personen die het eens zijn met 'niet-implicerende' maatregelen is in 2017 kleiner dan in 2008.

Percentage respondenten dat het eens is met 'niet-implicerende' maatregelen voor lawaaibestrijding

Bron: Peiling in het kader van de voorbereiding van het 3de Lawaaiplan, M.A.S. voor Leefmilieu Brussel, 2017
Steekproef = 700 personen in 2017 en 611 in 2008

Negen mensen op 10 zijn voorstander van de maatregel voor het behoud en de aanleg van stille zones en van investeringen in nieuwe technologieën om minder geluid te produceren. De twee maatregelen in verband met gebouwen krijgen eveneens veel steun, van bijna 8 respondenten op 10. De drie maatregelen in verband met het autogebruik hebben minder succes, maar krijgen toch bijna 7 respondenten op 10 achter zich.

Percentage respondenten dat het eens is met persoonlijk implicerende maatregelen voor lawaaibestrijding

Bron: Peiling in het kader van de voorbereiding van het 3de Lawaaiplan, M.A.S. voor Leefmilieu Brussel, 2017
Steekproef = 700 personen in 2017 en 611 in 2008

De verhouding respondenten die het eens zijn met implicerende maatregelen is in het algemeen en logisch genoeg lager dan voor de 'niet-implicerende' maatregelen. Toch zeggen veel Brusselaars (drie kwart van de respondenten) zowel in 2017 als in 2008 bereid te zijn om in de akoestische isolatie van hun woning te investeren. Evenveel mensen zijn bereid om de doorgang van een tram- of buslijn in hun straat te aanvaarden om het aanbod van het openbaar vervoer te verruimen. Dit cijfer is gestegen tegenover 2008.

Tot slot zal het niet verrassen dat maatregelen tegen het gebruik van de auto en in het bijzonder een autobelasting voor de financiering van maatregelen tegen lawaai het minst populair zijn.

Hoe reageren de burgers op een lawaaiprobleem?

In 2017 zegt 1 persoon op 2 zelf een probleem met lawaai te hebben gehad. Dit is een positieve evolutie, want in de peiling van 2008 werd veel meer gewag gemaakt van lawaaihinder (62%).

Toch bestaat er een vorm van fatalisme, want 60% van deze mensen heeft zich tot niemand gericht om het probleem op te lossen. En jammer genoeg heeft 40% van de mensen die dat wel hebben gedaan, geen oplossing voor het probleem gevonden.

Zijn de Brusselaars zich bewust van de gevolgen van lawaai voor hun gezondheid?

Geluidshinder is duidelijk een bron van bezorgdheid voor de bevolking, want 86% van de respondenten meent dat lawaai een invloed op de gezondheid heeft, ook al zijn de risico's nog te weinig gekend. Slechts 30% van de ondervraagden zegt immers informatie over dit onderwerp te hebben ontvangen.

Hoewel gehoorproblemen één van de belangrijkste gevolgen van langdurige blootstellingen aan hoge geluidsvolumes zijn, leggen mensen die eraan lijden geen of weinig verband tussen die problemen en hun geluidsomgeving. Omgekeerd, bij de inwoners met één van de in de peiling genoemde gezondheidsproblemen, is de blootstelling aan lawaai verantwoordelijk voor slaapstoornissen (57%), een algemene aantasting van het welzijn (56%) of concentratieproblemen (46%).

Hoe beoordelen de Brusselaars het lawaai in hun woning?

Vier op 10 respondenten vinden dat hun woning slecht tegen lawaai geïsoleerd is en zeggen thuis lawaaihinder te ondervinden. Het autoverkeer is de belangrijkste bron van deze hinder, gevolgd door het vliegtuiglawaai en daarna het buurtlawaai.

Merk ten slotte op dat een kwart van de Brusselaars zegt dat het lawaai een element is dat hen ertoe zou aanzetten om te verhuizen. Deze proportie blijft hoog, ook al is ze sinds de vorige enquête in 2008 gedaald.

Welke aanbevelingen voor het toekomstige lawaaiplan?

We kunnen uit de resultaten van de enquête en de evaluatie van de vorige lawaaiplannen een reeks aanbevelingen voor het 3de Lawaaiplan formuleren:

  • Meer concrete acties vanwege de overheid, gelet op de grote verwachtingen van de burgers in dit verband;
  • Voorrang geven aan acties op het terrein, met onder meer een nadruk op de nieuwe technologieën en de samenwerking tussen de actoren;
  • De acties tegen het lawaai van het autoverkeer (bijvoorbeeld in de projecten voor de heraanleg van straten en wegen) en het luchtverkeer (onder meer controles van de naleving van de geluidsnormen voor het vliegtuiglawaai) voorzetten, aangezien dit de twee belangrijkste bronnen van geluidshinder voor de inwoners zijn;
  • Maatregelen nemen voor de sirenes van de voertuigen van de hulpdiensten en het lawaai van de bouwwerven, die de Brusselaars erg storen;
  • Antwoorden op de vraag van de bevolking naar stille zones;
  • Focussen op de akoestische isolatie van de woningen;
  • Het bewustzijn van de gezondheidsrisico's van de blootstelling aan lawaai versterken
Datum van de update: 07/01/2019