U bent hier

Blootstelling van de bevolking aan het geluid van transport

De mogelijke blootstelling van de bevolking werd geëvalueerd aan de hand van de geluidkadasters voor het wegverkeer (2006), spoorwegverkeer (2006) en vliegverkeer (2015). Het wegverkeer is de geluidsbron die het grootste aantal Brusselaars aanbelangt, tegenover het spoorwegverkeer de kleinste groep. Nagenoeg één inwoner op 10 zou zijn blootgesteld aan lawaaierige tot zeer lawaaierige geluidniveaus enkel al door het wegverkeer. Wat het vliegverkeer betreft, is het aantal hieraan potentieel blootgestelde inwoners is in 2015 algemeen kleiner dan in 2014, behalve voor de Lden-niveaus van 45 tot 50 dB(A). Maar het geheel van de blootstellingswaarden blijft hoger dan in 2013.

Geluid van transport verbonden met het weg-, spoor- en luchtverkeer

Om na te gaan in welke mate de Brusselaars lawaaioverlast ondervinden, wordt een "akoestische" plaatsbeschrijving van het grondgebied opgesteld, om de "structurele" geluidshinder door de verschillende transportmodi (weg-, lucht-, spoorverkeer) te kwantificeren en om de blootstelling van de Brusselse bevolking te modelleren.

In het geval van het weg- en spoorlawaai werd deze plaatsbeschrijving voor 2006 opgesteld (referentiejaar in de zin van de richtlijn). Een update voor 2016 is bijna voltooid: de resultaten zullen in de volgende Staat van het Leefmilieu worden voorgesteld.

De staat van het vliegtuiglawaai wordt sinds 2006 elk jaar bijgewerkt. De in deze editie besproken resultaten zijn die van het jaar 2015. We herinneren eraan dat de blootstelling van de bevolking in 2014 sterk werd beïnvloed door de uitvoering van het spreidingsplan (zie de indicator van de editie 2011-2014): veel wijken, soms met een hoge bevolkingsdichtheid, werden overvlogen terwijl dat vroeger niet het geval was. Het plan was in het 1ste kwartaal van 2015 nog van toepasing. De waarden van 2015 worden dus vergeleken met de van 2014 (jaar 'met' spreidingsplan) en met die van 2013 (jaar 'zonder' spreidingsplan).

Evaluatie van de geluidsblootstelling van de bevolking

De modelleringen werden meer bepaald voor twee geluidsindicatoren opgesteld:

  • De indicator Lden (day-evening-night) vertegenwoordigt het gewogen geluidsniveau over 24 uur waarbij straffactoren worden toegepast voor 's avonds (19.00 tot 23.00 u) en voor 's nachts (23.00 tot 07.00 u), aangezien het lawaai op die tijdstippen als hinderlijker wordt ervaren. Deze straffactoren ijn respectievelijk 5 en 10 dB(A).
  • De indicator Ln (night) is een weergave van het nachtelijk geluidsniveau tussen 23u en 7u.

De in kaart gebrachte resultaten worden "het geluidskadaster" genoemd.
De blootstelling van de bevolking aan lawaai wordt vervolgens geraamd op basis van de woonplaats en de blootstelling van de gebouwen waarvan een gevel potentieel te maken krijgt met een bepaald geluidsniveau (in het geval van het lawaai veroorzaakt door weg- of spoorverkeer is de modellering gebaseerd op de meest blootgestelde gevel).

Ter verduidelijking geven we mee dat het gaat om een schatting van de inwoners (m.a.w. de woonbevolking) die potentieel aan een extern geluidsniveau zijn blootgesteld. Wij beschikken niet over de gegevens van de werkelijke blootstelling in de gebouwen. Om de resultaten van de blootstelling te relativeren, wordt als bijkomend gegeven vermeld wat het aandeel is van de populatie die in een woning met een "rustige gevel" woont. De geluidsniveaus van dergelijke gevels liggen immers 20 dB(A) lager dan die van de meest blootgestelde gevel (dit concept is echter niet pertinent voor het lawaai van het luchtverkeer aangezien het volledige gebouw door overvliegende vliegtuigen getroffen wordt).

Verliezen wij niet uit het oog dat bepaalde inwoners gelijktijdig aan meerdere geluidsbronnen worden blootgesteld (multiblootstelling), waarbij de akoestische energie van de verschillende bronnen moet worden opgeteld. Het concept van de "rustige gevel" moet dan ook met de nodige omzichtigheid worden geïnterpreteerd; een gevel kan immers rustig zijn ten aanzien van één bepaalde geluidsbron maar "gevoelig" voor een andere bron van geluid. De hieronder voorgestelde resultaten betreffen de analyse van elke afzonderlijke geluidsbron en dus niet de analyse van de multiblootstelling.

Mate waarin de bevolking aan verkeerslawaai wordt blootgesteld

Percentage van de bevolking woonachtig in gebouwen die zijn blootgesteld aan verkeerslawaai (afkomstig van wegen, vliegtuigen, treinen) in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Bronnen: Leefmilieu Brussel en Acouphen Environnement, 2010, « Geluidshinder door het verkeer – Strategische kaart voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest », voor het geluid van het weg- en spoorverkeer, op basis van de gegevens van het verkeer in 2006 en de bevolkingsgegevens van 2003 (992.300 inwoners) & Leefmilieu Brussel, 2017, « Cartographie du bruit du trafic aérien en Région de Bruxelles-Capitale », voor het geluid van het vliegverkeer op basis van de gegevens van het verkeer in 2015 en de bevolkingsgegevens van 2012 (1.138.854 inwoners)

Uit de resultaten blijkt dat de Brusselaars het meest gehinderd worden door het wegverkeer, gevolgd door het luchtverkeer en tot slot het spoorverkeer. Op Europese schaal, en in het bijzonder in de stedelijke zones, stoort het wegverkeer het grootste aantal mensen (AEE, 2017). Het spoorverkeer komt op de 2de plaats en het luchtverkeer op de 3de, ver achter het wegverkeer.

Globale blootstelling (indicator Lden)

Potentieel kan om en bij de 43% van de inwoners belangrijke geluidshinder ondervinden door het wegverkeer (met Lden-niveaus boven de 55 dB(A); dit is een geluidservaring die als "relatief luid" wordt omschreven), terwijl slechts 16% van hen in een gebouw met een rustige gevel woont. Daarentegen zou minder dan één inwoner op tien deze geluidshinder ervaren als gevolg van het luchtverkeer (7%), of van het spoorverkeer (4%, waarvan 22% beschikt over een rustige gevel in hun woning)

De bevolking is in het weekend potentieel minder blootgesteld aan lawaai van de weg en het spoor dan op de werkdagen, aangezien er op zaterdag en zondag minder verkeer is. Voor het vliegtuiglawaai geldt het omgekeerde (7% in het weekend tegenover 5% op de werkdagen in 2015). Dit wordt verklaard door de grotere impact van de vluchten die langs de Kanaalroute opstijgen en de zeer hoge bevolkingsdichtheid van de overvlogen wijken (zie de indicator kadaster van het vliegtuiglawaai).

Zowat 11% van de bewoners is potentieel blootgesteld aan weglawaai met een geluidsniveau van boven de 65 dB(A). Deze waarde geldt als de drempel waarop het omgevingslawaai als "luid" wordt beschouwd (ter vergelijking: voor deze geluidsbron is 68 dB(A)) de drempel waarop moet worden ingegrepen). Meer dan de helft van deze bewoners (58%) beschikt niet over een rustige gevel waarachter ze zich kunnen terugtrekken om aan het lawaai te ontsnappen. Deze proportie zou tien keer lager liggen voor de geluidshinder door het spoorverkeer (1%, waarvan de helft van de inwoners beschikt over een woning met een rustige gevel). Ze is omzeggens nul voor de geluidshinder door het luchtverkeer.

Vermeldenswaard is ook dat 0,2% van de Brusselse bevolking potentieel wordt blootgesteld aan een geluidsniveau van meer dan 75 dB(A). Dergelijke niveaus (Lden) zijn enkel toe te schrijven aan het wegverkeer in de onmiddellijke nabijheid van de snelwegen en van de Kleine en Middenring. Gelukkig beschikt meer dan drie kwart van de betrokken bewoners over lokalen waar het rustiger is.

Nachtelijke blootstelling (indicator Ln)

's Nachts treft de geluidshinder door de diverse transportmodi een groter aantal mensen. Dit geldt echter niet voor de extreme geluidsniveaus.

Een vergelijking tussen de diverse transportmodi wijst uit dat de drempel van 45 dB(A) voor 47% van de Brusselaars wordt overschreden alleen al vanwege het weglawaai, voor 8% enkel vanwege het luchtverkeerslawaai en voor 4% enkel vanwege het lawaai afkomstig van het spoorverkeer (in de wetenschap dat volgens de WGO vanaf de drempel van 40 dB(A) gematigde tot sterke slaapstoornissen optreden). Slechts 14% van de inwoners die aan deze niveaus van weglawaai worden blootgesteld, beschikt over een aangenamere geluidsomgeving (in casu een rustige gevel).

Eveneens het vermelden waard is het feit dat het bevolkingspercentage dat in 2015 wordt blootgesteld aan geluidniveaus die alleen al voor het vliegtuiglawaai boven deze grenswaarde uitstijgen, is sterk gedaald dan in 2014 (8% tegenover 17%). Hij blijft echter hoger dan die van 2013 (6%). Het 1ste kwartaal van het jaar 2015 werd immers nog beïnvloed door het spreidingsplan. Merk ook op dat het gedeelte van de Brusselse bevolking dat aan vliegtuiglawaai wordt blootgesteld hoger is tijdens de nachten van het weekend (19%) dan tijdens de weeknachten (7%). Dit wordt verklaard door de grotere impact van de vluchten die langs de Kanaalroute opstijgen en de zeer hoge bevolkingsdichtheid van de overvlogen wijken (zie de indicator kadaster van het vliegtuiglawaai).

Daarnaast wordt om en bij de 4% van de inwoners 's nachts potentieel blootgesteld aan een geluidsniveau (Ln) van meer dan 60 dB(A) als gevolg van het wegverkeer; dit niveau komt overeen met de regionaal vastgelegde interventiedrempel. Iets meer dan de helft onder hen (54%) beschikt over een woning met een gevel die als rustig kan bestempeld worden ten opzichte van het weglawaai. De proportie bewoners die wordt blootgesteld aan spoorgeluiden die deze drempel overschrijden, bedraagt 0,5%; drie vierde van hen beschikt weliswaar over een gevel die bescherming biedt tegen het lawaai van de treinen. Wanneer het geluidsniveau de 60 dB(A) overschrijdt, stoort het luchtverkeer geen mens meer.

Blootstelling versus beleving van de bevolking

We vestigen er evenwel de aandacht op dat de gebruiker van de voorgestelde resultaten dient rekening te houden met het subjectieve karakter van de geluidsperceptie door de inwoners. De wijze waarop de inwoners het omgevingslawaai beleven, hangt immers niet enkel af van de blootstelling (de lawaaibronnen, het tijdstip van de dag) maar ook van andere parameters (de persoonlijke eigenschappen van de bewoners en de toestand van hun woning).
 

Datum van de update: 07/01/2019
Documenten: 

Methodologische fiche(s)

Tabel(len) met de gegevens

Factsheet(s)

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

Studie(s) en rapport(en)