U bent hier

Productie van hernieuwbare energie

Energie geproduceerd vanuit hernieuwbare bronnen (of HE) is afkomstig van bronnen die zich op natuurlijke wijze hernieuwen (bijvoorbeeld zonne-, wind- en getijdenenergie). Ze kunnen aangewend worden voor de productie van elektriciteit, warmte, koude of in het transport.
Op het grondgebied van het Gewest is het potentieel voor energieproductie vanuit hernieuwbare bronnen eerder beperkt, omwille van de stedelijke dichtheid en de nabijheid van de luchthaven.
In 2015 bedroeg het eindverbruik van elektriciteit en warmte, geproduceerd vanuit hernieuwbare bronnen in het Gewest 325,4GWh, waaraan nog een schatting van 114,4 GWh energie in het transport (“bio”brandstoffen) dient te worden toegevoegd.
Het grootste deel van de elektriciteit en warmte hiervan komt uit de exploitatie van biomassa (respectievelijk 137,10 GWh en 117,40 GWh).

Context

Energie geproduceerd vanuit hernieuwbare bronnen is energie waarvan de exploitatie geen voorraden van beperkte of fossiele bronnen aantast. Ze is bijvoorbeeld afkomstig van zonnestraling (aangewend voor diens warmte of voor de productie van elektriciteit), kinetische energie van de wind, aardwarmte, rivierstroming, zeebewegingen. Deze bronnen voor hernieuwbare energie (HE) bieden in het algemeen een heel aantal voordelen en mogelijkheden, zoals, een verminderde afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en een beperking van de impact van hun gebruik op de leefomgeving. Ze verminderen de afhankelijkheid voor energie en verhogen de zekerheid van de energievoorziening,  ze creëren lokale tewerkstelling en ze stimuleren onderzoek en innovatie.
Een verhoogde productie van energie vanuit hernieuwbare bronnen is één van de doelstellingen van het Energie- en Klimaatpakket van de Europese Unie, die zich geëngageerd heeft om tegen 2020 20% van het bruto eindverbruik te voorzien vanuit hernieuwbare energie. Merken we hierbij reeds op dat, volgens een akkoord van november 2014, deze inspanning zal worden verhoogd naar minstens 27% tegen 2030. De doelstelling tegen 2020 werd verdeeld onder de lidstaten, waarbij België een doelstelling van 13% toebedeeld kreeg. Deze werd dan weer verdeeld onder de Federale Staat en de Gewesten van het land in het kader van een beleidsakkoord van 4 december 2015. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft zich daarbij geëngageerd om tegen 2020 zijn bruto eindverbruik dat voorzien wordt vanuit hernieuwbare energie, te verhogen tot 0,073 Mtoe, ofwel 849 GWh. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de Brusselse doelstelling geformuleerd werd met een absolute waarde en geen relatieve (percentage).

Ontwikkelingspotentieel van hernieuwbare energie in het Brussels Gewest

Door de sterke verstedelijking en dichtheid, ondervindt het BHG een aantal beperkingen hiervoor, met name:

  • De afwezigheid van mogelijkheden voor grote windmolens (wegens de restrictie van de nabijgelegen luchthaven) en grote hydro-elektrische installaties,
  • De afwezigheid van de landbouwsector (waardoor het Gewest afhankelijk is van buitenaf wat betreft de productie van “bio”brandstoffen of “bio”vloeistoffen),
  • De reglementaire voorwaarden voor de inplanting van projecten voor de energetische valorisatie van biomassa.

Deze beperkingen zijn dan wel reëel en veelbetekenend, toch dient ook genoteerd te worden dat het Gewest over een grote troef beschikt : zijn dens en wijdverspreid elektriciteitsnetwerk. Een dergelijk netwerk zou de injectie van de (niet zelf-geconsumeerde) productie van gedecentraliseerde installaties kunnen vergemakkelijken en zo de exploitatie van de productie verhogen door het verlies te beperken.  Zonne-energie, en meer in het bijzonder fotovoltaïsche zonnepanelen, vertonen hiervoor een groot potentieel, maar daarnaast dienen ook andere mogelijkheden grondiger onderzocht te worden. Zo biedt de valorisatie van organisch materiaal in het gewestelijk afval, gelinkt met biomethanisatie, heel wat interessante denkpistes. Deze maken momenteel het onderwerp uit van een studie in het kader van de voorbereiding van een circulaire economie.

Evolutie van de gewestelijke politiek wat betreft energie uit hernieuwbare bronnen tegen 2020.

Sinds 2005 steunt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de hernieuwbare energie op verschillende manieren, met name via het systeem van groenestroomcertificaten, de Brusselse groene lening, energiepremies, de terbeschikkingstelling van een netwerk aan experten (Dienst facilitator “duurzame gebouwen”) voor de professionals in het Gewest en via het programma SolarClick voor de openbare instellingen.
Sinds de aanname in juni 2016 van het Plan Lucht Klimaat Energie door de Gewestelijke Regering, vormt de ontwikkeling van hernieuwbare energie een hoofdlijn in diens geïntegreerde politiek.
In deze context heeft de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in oktober 2016 zijn strategie aangenomen  betreffende hernieuwbare energiebronnen, waarin ook de verdere exploitatie van het potentieel aan zonne-energie, en meer in het bijzonder fotovoltaïsche zonnepanelen, opgenomen is. Een aantal initiatieven wordt nog ontwikkeld waarbij overheden, KMO’s en burgers aangespoord worden om direct of indirect in dergelijke projecten te investeren.
Ook horen de inspanningen voor de periode 2021-2030 gepland te worden, gezien de Europese Commissie tegen eind 2019 een nationaal Belgisch Plan Energie Klimaat 2030 verwacht. Hiervoor worden een versterking van de maatregelen van het Plan Lucht Klimaat Energie en een nieuwe analyse van de strategie betreffende hernieuwbare energie vooropgesteld.

De productie van energie uit hernieuwbare bronnen in het Brussels Gewest

De Europese wetgeving (Richtlijn 2009/28/EG, art. 5) verdeelt de energie, afkomstig vanuit hernieuwbare bronnen, in 3 categorieën volgens gebruik : de productie van elektriciteit, de productie van warmte of koude, en de productie van drijf- of motorkracht voor het transport.
Alleen de productie van elektriciteit en warmte, afkomstig van hernieuwbare bronnen, vallen onder de verantwoordelijkheid van het Gewest, de productie van motorkracht voor het transport is een federale aangelegenheid, via diens politiek van producten (“bio”brandstoffen). Gezien er momenteel geen gegevens over de productie van koude in het Gewest beschikbaar zijn, werden ze hier dan ook niet opgenomen.

Indeling van de bronnen van hernieuwbare energie in het Brussels Gewest, in functie van hun gebruik (2015)

Bron : Energiebalans van het Brussels Gewest van 2015 (gepubliceerd in 2017)

Het moet onderlijnd worden dat de hoeveelheid energie die in rekening gebracht wordt, diegene is die inbegrepen is in het bruto eindverbruik van het Gewest, met andere woorden “de energiestoffen die geleverd worden aan de industrie, het vervoer, de huishoudens, de dienstensector inclusief de openbare diensten, de land- en bosbouw en de visserij, inclusief het verbruik van elektriciteit en warmte door de energiesector voor het produceren van elektriciteit en warmte en inclusief het verlies aan elektriciteit en warmte tijdens de distributie en de transmissie” (Richtlijn 2009/28/EG, Art.2f). De verliezen die geleden worden bij de energietransformatieprocessen mogen niet in rekening gebracht worden. 

Elektriciteit uit hernieuwbare bronnen

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bedroeg in 2015 de gestadig aangroeiende productie van elektriciteit op basis van hernieuwbare energiebronnen 178,2 GWh.
Dit werd mogelijk gemaakt door twee circuits : biomassa en zonnepanelen.
Het grootste deel (137,1 GWh, of 77% in 2015) van de elektriciteit die in het BHG wordt geproduceerd uit hernieuwbare bronnen komt uit de exploitatie van biomassa, die verschillende vormen kan aannemen:

  • Vast: de organische fractie van het ongesorteerde afval, dat behandeld wordt door de afvalverbrandingsoven in Neder-Over-Heembeek (deze is gekoppeld aan een turbine met een vermogen van 45 MW). In 2015 werd op die manier 474.000 ton huishoudelijk afval verbrand waarvan de organische fractie (volgens een analyse van de in de rook aanwezige koolstof) 56,5% bedraagt. De warmte die vrijkomt bij de verbranding transformeert het water dat aanwezig is in de leidingen van een verwarmingsketel, tot oververhit stoom, wat vervolgens naar een turbine gestuurd wordt om elektriciteit te maken.  Dit leverde 128,1 GWh aan elektriciteit uit hernieuwbare bronnen op, waarvan 106,8 GWh op het netwerk werd geplaatst. De rest diende voor auto-consumptie in de industriële processen van de verbrandingsoven en de turbine.
  • Vloeibaar: koolzaadolie die benut wordt in installaties voor warmtekrachtkoppeling. Deze biobrandstof wordt ingevoerd, maar de transformatie ervan tot elektriciteit gebeurt op het grondgebied van het Gewest en dus wordt deze beschouwd als lokale productie. Zo werd 1,3 GWh netto hernieuwbare elektriciteit geproduceerd;
  • Gasvormig: biogas gewonnen bij slibgisting op de site van het waterzuiveringsstation Brussel Noord uitgebaat door Aquiris waar een deel van het afvalwater van het Gewest wordt behandeld, en benut in installaties voor warmtekrachtkoppeling. Zo werd 7,6 GWh netto hernieuwbare elektriciteit geproduceerd.

Sinds 2007 neemt de productie van elektriciteit m.b.v. zonnepanelen gestadig toe. In 2015 zou  op deze manier 41,1 GWh geproduceerd zijn, wat overeenkomt met 23% van de gewestelijke hernieuwbare elektriciteitsproductie. De in 2013 vastgestelde stijging wordt hoofdzakelijk verklaard door nieuwe grote installaties die in of door privébedrijven werden opgetrokken.

Evolutie van het gecumuleerd vermogen en van de totale nettoproductie met zonnepanelen in het Brussels Gewest

Bron: Gewestelijke energiebalans voor 2015 (versie 14/11/2017)




Warmte uit hernieuwbare bronnen

Hernieuwbare bronnen voor de productie van warmte in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn zonne-energie (thermische zonne-energie), biomassa alsook diverse warmtepompen. De warmte die geproduceerd werd vanuit hernieuwbare bronnen in het Brussels Gewest  bedroeg 147,3 GWh in 2015. Vaste biomassa (organisch afval en hout) vormt de hoofdbron (117,40 GWh, of 80% in 2015). De warmtepompen produceren 6% van de hernieuwbare warmte (8,50 GWh). Ook is er een deel afkomstig van thermische zonnepanelen, die 5,30GWh, of 4% van de hernieuwbare warmte produceerden in 2015.

Evolutie van de productie van warmte uit hernieuwbare bronnen, verbruikt in het Brussels Gewest (2005-2015)

Bron: Gewestelijke energiebalans voor 2015 (versie 14/11/2017)

 

Energie uit hernieuwbare bronnen in het vervoer

De hernieuwbare energiebron die voor het transport wordt aangewend, bestaat uit “bio”brandstoffen (biodiesel en bio-ethanol, ingevoerd in het BHG) die aanwezig zijn in de voertuigbrandstoffen die aan de pomp worden verkocht (ingevoerd in het Brussels Gewest). De exacte vaststelling van de hoeveelheden biobrandstoffen die in het Gewest verbruikt worden, dient te gebeuren in het kader van de uitvoering van het Burden Sharing akkoord van 2015 (zie hierboven), in samenwerking met het federaal niveau.
Momenteel wordt de hoeveelheid biobrandstof die in het Brussels Gewest wordt verbruikt, geschat op 114,4 GWh in 2015 (zie onderstaande grafiek). Merken we op dat, naar aanleiding van een beslissing van het grondwettelijk hof, de producenten gedurende meerdere maanden hebben kunnen profiteren van een juridische leemte die hun heeft toegelaten om te stoppen met het toevoegen van biobrandstoffen in de klassieke brandstoffen. Het jaar 2015 komt daarom overeen met abnormaal lage cijfers hiervoor. Een zogenaamde “herstelwet” werd erna aangenomen waardoor opnieuw normale cijfers worden opgetekend : volgens de voorlopige energiebalans van 2016 vertegenwoordigen de in het Gewest verbruikte biobrandstoffen het equivalent van 174 GWh.

Verbruik van energie uit hernieuwbare bronnen in het Brussels Gewest

Ter herinnering, in het kader van het Energie- en Klimaatpakket van de Europese Unie, engageert België zich om tegen 2020 13% van het bruto eindverbruik van energie uit hernieuwbare bronnen te halen. Door een verdeling van deze inspanning tussen de Gewesten en de federale staat, engageert het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zich om tegen 2020 zijn gewestelijk bruto eindverbruik uit hernieuwbare energiebronnen te verhogen tot 0,073 Mtoe, of 849 GWh.
In 2015 bedroeg het totaal energieverbruik uit hernieuwbare bronnen (elektriciteit, warmte en transport), geproduceerd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zoals bedoeld in de Richtlijn 2009/28/EG, 439,9 GWh. Dit komt overeen met 51,8% van de doelstelling voor 2020. Merken we in dit kader op dat het aandeel aan elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, dat verbruikt wordt door het spoorverkeer (trein, tram, metro) in het Gewest, nog moet worden toegevoegd aan dit resultaat -waarbij dubbele tellingen met lokaal geproduceerde elektriciteit uit hernieuwbare bronnen moet vermeden worden-. Deze berekening dient gedaan te worden in het kader van de uitvoering van het Burden Sharing akkoord van 2015, in samenwerking met het federaal niveau.   

Evolutie van het energieverbruik uit hernieuwbare bronnen, geproduceerd in het Brussels Gewest (2005-2015), zonder klimaatcorrectie, volgens de richtlijn 2009/28/EG

 
Bron: Gewestelijke energiebalans voor 2015 (versie 14/11/2017)

 

Datum van de update: 13/11/2018