U bent hier

Globale energie-intensiteit van het Brussels Gewest

De energie-intensiteit is de verhouding tussen de verbruikte hoeveelheid energie en een representatieve variabele. Op nationaal of internationaal niveau wordt de energie-intensiteit van een land vaak berekend ten opzichte van het BBP of ten opzichte van het aantal inwoners. In het BHG is de globale energie-intensiteit (per inwoner) de laatste jaren stapsgewijs verbeterd : 16,5 MWh/inwoner in 2015 tegen 23,6 in 2005 (en 21,4 in 1990).

Context

De energie-intensiteit is de verhouding tussen de hoeveelheid energie die een sector verbruikt en een representatieve variabele. Een hogere energie-intensiteit komt dus overeen met:

  • ofwel een hoger energieverbruik per eenheid van de in aanmerking genomen variabele,
  • ofwel een beperking van de gebruikte representatieve variabele (daling van de waarde van de noemer in de berekende verhouding, wanneer het energieverbruik -of teller- constant blijft),
  • ofwel een combinatie van beide.

Op nationaal of internationaal niveau wordt de energie-intensiteit van een land vaak berekend in verhouding tot het BBP of in verhouding tot het aantal inwoners. Deze indicatoren worden overigens algemeen gebruikt voor vergelijkingen tussen gewesten of landen.

Globale energie-intensiteit van het Brussels Gewest

Evolutie van het totaal energieverbruik in het Brussels Gewest (met en zonder klimaatcorrectie), evolutie van de Brusselse bevolking, en evolutie van de energie-intensiteit

Bron : Gewestelijke energiebalansen (versie 14/11/2017) en BISA volgens de gegevens van ADSEI (bevolking op 1 januari)
Ter herinnering: de klimaatcorrectie dient om de invloed van de meteorologische kenmerken in het betrokken jaar (GD 15/15) aan het licht te brengen en dus een idee te geven van de evolutie van het energieverbruik bij een ongewijzigd gebleven klimaat (hier in vergelijking met het klimaat van 1990).

 

Globaal genomen daalt in Brussel het totaal energieverbruik sinds 2004 (voor meer informatie; zie de indicator  voor het Brussels energieverbruik). De Brusselse bevolking neemt daarentegen geleidelijk toe sinds 1997. De totale energie-intensiteit per inwoner is dus geleidelijk verbeterd : 16,5 MWh/inwoner in 2015 tegenover 23,6 in 2005 (en 21,4 in 1990).

Voor elke ruimtelijke entiteit die het voorwerp uitmaakt van een dergelijke berekening moet deze indicator omzichtig worden geanalyseerd omdat hij onvermijdelijk sterk wordt beïnvloed door de  socio-economische kenmerken ervan.
Zo stemt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest overeen met een stad die onder meer wordt gekenmerkt door:

  • het laagste gemiddelde inkomen van de 3 Belgische Gewesten en een ongelijkere spreiding (ook een lager mediaaninkomen) (volgens de fiscale gegevens van Statbel waarnaar wordt verwezen door het BISA). Een derde van de Brusselse bevolking leeft van een inkomen dat lager ligt dan de armoederisicodrempel (drempel vastgelegd op  60% van het mediaan equivalent besteedbaar inkomen in België, volgens de resultaten van de Europese enquête « Statistics on Income and Living Conditions » EU-SILC) ;
  • Een huisvestingsmarkt die wordt gekenmerkt door een groot aandeel huurders (61% volgens de Census 2011), wat een invloed heeft op het potentieel aan energieverbeteringen van de bestaande gebouwen ;
  • Een groot aantal pendelaars (~350.000 volgens de jongste ramingen volgens de enquête naar de arbeidskrachten 2016 van Statbel), wat inhoudt dat een deel van het energieverbruik voor het vervoer of voor de economische activiteiten te maken heeft met de activiteit van personen die buiten het Gewest wonen ; 
  • Een overwegend tertiaire activiteit en een beperkt industrieel weefsel (volgens de gegevens van het INR).

Een daling van de totale energie-intensiteit (per inwoner) betekent de facto dus niet dat elke inwoner van het BHG steeds minder energie verbruikt, zelfs al zou dat een deel van de verklaring kunnen zijn. Andere factoren, die niet noodzakelijk zijn toe te schrijven aan de inwoners van het BHG, kunnen deze daling verklaren :

  • evoluties in het kantorenpark (betere isolatie, lager verbruik) ;
  • evoluties in de industriële activiteit (afname van bepaalde types van activiteiten, transitie naar andere) ;
  • wijzigingen in het transport (waaronder de afgelegde kilometers). 

Ook een bevolkingsaangroei, onafhankelijk van elke evolutie van het socio-economisch weefsel of van de energetische kwaliteit van de gebouwen en het vervoer, enz.,  kan leiden tot een verbetering van de energie-intensiteit, potentieel ten koste van de levenskwaliteit.
Een aanvullende, meer gedetailleerde analyse (met name per energieverbruikende sector) dringt zich bijgevolg op. Ze wordt voorgesteld in de indicatoren voor de sectoriële intensiteit. De socio-economische kenmerken van het Gewest (inkomen van de bevolking, types van activiteit, consumptiegewoonten, …) en van de huisvestingsmarkt worden bovendien slechts zeer globaal in rekening gebracht. Alvorens conclusies te trekken, moet er dus een meer gedetailleerde, aanvullende analyse van de verklarende factoren worden uitgevoerd.

 

Datum van de update: 13/11/2018