U bent hier

Energieverbruik, globaal en per sector

Actualisering : februari 2020

In 2017 heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 19.715 GWh verbruikt. Voor alle sectoren samen kende het totaal eindverbruik in 2017 weliswaar een daling van 4,3% in vergelijking met 1990 (-5,2% met klimaatcorrectie). Aardgas is momenteel de meest gebruikte energiedrager in het Gewest. De voornaamste energieverbruiker is de residentiële sector (de woningen vertegenwoordigen 38% van het eindverbruik in 2017), gevolgd door de tertiaire sector (35%) en het transport (22%). De rest stemt overeen met de industriesector en de niet-energie sector. 

De energiedragers en de energieverbruikende sectoren 

In 2017 heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 19.715 GWh verbruikt. De voornaamste energiedragers waren aardgas (43%), brandstoffen en andere olieproducten (27%) en elektriciteit (27%).
De grootste energie verbruikende sector is de huisvesting (woningen, 38% in 2017), gevolgd door de tertiaire sector (35%) en de transportsector (22%, dit laatste aandeel is een schatting gebaseerd op met name de Belgische verkoopcijfers van de voertuigbrandstoffen, cijfers die over de drie gewesten werden verdeeld).

Uitsplitsing van het eindverbruik van energie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest per sector en aanwending (2017, uitgezonderd offroad en niet-energetisch gebruik, totaal = 19.410 GWh)

Bron : gebaseed op de regionale energiebalans
(De toegekende oppervlakten van de sector of de aanwending zijn evenredig met hun aandeel in het totaal energieverbruik. De cijferwaarden zijn uitgedrukt in GWh.)
 

Met de in het gewest verdeelde energie kan worden beantwoord aan tal van noden: de verwarming van gebouwen, elektrische en elektronische uitrustingen, transport, industriële productie, ... Dit energieverbruik ligt echter wel aan de oorsprong van de uitstoot van broeikasgassen en vervuilende stoffen in de lucht, waarvan de milieu-impact wordt ingeschat via andere indicatoren (zie hoofdstukken Lucht en Klimaat).

Het eindverbruik daalt sinds 2004

In 2017 daalde het totaal eindverbruik met 4,3% in vergelijking met dat in 1990. De recente trend toont een duidelijke verbetering van de situatie: tot in 2004 steeg het eindverbruik, maar vervolgens daalt het globaal gezien. 

Evolutie van het uiteindelijk jaarlijks energieverbruik tussen 1990 en 2017, voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met en zonder klimaatcorrectie.

Bron : Leefmilieu Brussel - Energiebalansen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 
We herinneren eraan dat de klimaatcorrectie moet dienen om de invloed van de klimatologische kenmerken op het betreffend jaar aan het licht te brengen (GD 15/15) en dus een idee te geven van de evolutie van het energieverbruik bij een constant klimaat (hier in vergelijking met het klimaat 1990).


 
Die dalende trend is duidelijker als we de evolutie van het eindverbruik bij een constant klimaat analyseren. Door de “klimaatcorrectie” van het energieverbruik kunnen wij inderdaad een raming maken van het verbruik bij constant klimaat (in dit geval in vergelijking met het klimaat van 1990) om de invloed van de climatologische kenmerken op het betreffende jaar aan het licht te brengen. Zo werden koudere jaren 2010, 2012, 2013 en 2016 gekenmerkt door een hoger reëel verbruik dan warmere jaren zoals 2011, 2014 en 2015 bij voorbeeld. 
Dus, bij een constant klimaat: 

  • Het Brussels eindverbruik van energie in 2017 ligt met klimaatcorrectie 5,2% lager dan dat van 1990.
  • De analyse van de resultaten per sector toont echter verschillende evoluties: een stijging voor de tertiaire sector (+7%), een uitgesproken daling voor de industrie  (-28%), eveneens een daling voor de huisvesting (-13%) en een beperkte daling voor het transport ( 0,5%). 
  • Van 2004 tot 2017 daalde het totaal eindverbruik, voor alle sectoren samen (met klimaatcorrectie) met 15%. 

Klimaat en energieprijzen als belangrijke verklarende factoren voor de verbruiksevolutie

Het verbruik door de huisvestingssector en de tertiaire sector hangt nauw samen met de klimaatschommelingen, omdat deze bepalend zijn voor de verwarmingsbehoeften.

De evolutie van het verbruik is tevens het resultaat van andere conjuncturele evoluties zoals meer bepaald deze die samenhangen met de energieprijzen. Bij een constant klimaat wordt op die manier de daling van het energieverbruik zoals deze blijkt uit de waarnemingen van de jongste jaren, met name verklaard door de belangrijke prijsstijgingen sinds 2007. 

De evolutie van het verbruik wordt evenwel ook beïnvloed door basistrends, zoals:

  • de evolutie van de bevolking, haar levensstandaard en haar consumptiegewoonten
  • de evolutie van het woningenpark (aantal betrokken woningen, type woningen,…);
  • de evolutie van de economische activiteit (productie, gebouwenpark, ...) en de hiermee gepaard gaande werkgelegenheid;
  • de evolutie van de omvang en kwaliteit van de uitrusting van de gezinnen en de ondernemingen (voertuigenpark, elektrische en elektronische toestellen, …);
  • het effect van gedrag, opgelegd (bijvoorbeeld via reglementeringen) of vrijwillig (ingevolge een sensibilisering van de burgers, beheerders van gebouwen), dat het energieverbruik beperkt; 
  • het energie- en mobiliteitsbeleid dat wordt gevoerd door de overheid.
Datum van de update: 26/03/2020