U bent hier

Energieverbruik, globaal en per sector

In 2015 heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 19381  GWh verbruikt.
Voor alle sectoren samen kende het totaal eindverbruik in 2015 weliswaar een daling van 6,1% in vergelijking met 1990 (-5,6% met klimaatcorrectie).
De voornaamste energieverbruiker is de residentiële sector (de woningen vertegenwoordigen 38% van het totaal verbruik in 2015), gevolgd door de tertiaire sector (36%) en het transport (21%). De rest stemt overeen met de industrie en de niet-energie sector.

Context

Met de in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verdeelde energie kan worden beantwoord aan tal van noden: de verwarming van gebouwen in de woonsector en de tertiaire sector, elektrische en elektronische uitrustingen, transport, industriële productie, ...
Dat energieverbruik ligt aan de oorsprong van de uitstoot van broeikasgassen en vervuilende stoffen in de lucht, waarvan de milieu-impact wordt ingeschat via andere indicatoren (zie hoofdstukken Lucht en Klimaat - broeikasgassen ).
De gegevens over het gewestelijk energieverbruik komen uit de “Energiebalans” die de energiehoeveelheden beschrijft die worden ingevoerd, geproduceerd, getransformeerd en verbruikt in het Gewest in de loop van een bepaald jaar. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG) beschikt over dergelijke balansen sinds 1990. Er werd een belangrijke herziening van de methodologie voor de uitwerking van de Brusselse energiebalans gerealiseerd. Dat zal een invloed hebben op het resultaat van deze indicator vanaf de gegevens over 2014.

Welke hoeveelheid energie wordt in het Brussels Gewest verbruikt ?

In 2015 verbruikte het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 19.381 GWh (eindverbruik voor energie en niet-energie), waarbij de voornaamste energiedragers aardgas (43%), brandstoffen en andere olieproducten (27%) en elektriciteit (28%) waren.

Uitsplitsing van het eindverbruik van energie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest per sector en aanwending (2015, uitgezonderd offroad, totaal = 19.096 GWh)
Bron : Energiebalans van het BHG 2015 (versie 07/06/2016)

 

De toegekende oppervlakten van de sector of de aanwending zijn evenredig met hun aandeel in het totaal energieverbruik. De cijferwaarden zijn uitgedrukt in GWh.

De grootste energieverbruiker is de huisvestingssector (woningen, 38% in 2015), gevolgd door de tertiaire sector (36%) en de transportsector (21%, dit laatste aandeel is een schatting gebaseerd op met name de Belgische verkoopcijfers van de voertuigbrandstoffen, cijfers die over de drie gewesten werden verdeeld).

Evolutie van het totaal Brussels verbruik

Evolutie van het uiteindelijk jaarlijks energieverbruik tussen 1990 en 2015, voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met en zonder klimaatcorrectie.
Bron : Energiebalansen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (versie 14/11/2017)

(OVW : deze berekening houdt rekening met de onderste verbrandingswaarde van elk brandstoftype, d.w.z. van de hoeveelheid thermische energie die, bij verbranding van de brandstof, vrijkomt per massa-eenheid)
We herinneren eraan dat de klimaatcorrectie moet dienen om de invloed van de meteorologische kenmerken op het betreffend jaar aan het licht te brengen (GD 15/15) en dus een idee te geven van de evolutie van het energieverbruik bij een constant klimaat (hier in vergelijking met het klimaat 1990).

In 2015 daalde het totaal eindverbruik met 6,1% in vergelijking met dat in 1990. De recente trend toont een duidelijke verbetering van de situatie : tot in 2004 stijgt het eindverbruik, maar vervolgens daalt het globaal gezien.

Die trend is duidelijker als we de evolutie van het eindverbruik bij een constant klimaat analyseren :

  • Het Brussels eindverbruik van energie in 2015 ligt met klimaatcorrectie 5,6% lager dan dat van 1990.
  • De analyse van de resultaten per sector toont echter verschillende evoluties: een stijging voor de tertiaire sector (+9%), een uitgesproken daling voor de industrie (-26%), eveneens een daling voor de huisvesting (-14%) en een beperkte daling voor het transport ( 5%).
  • Van 2004 tot 2015 daalde het totaal eindverbruik, voor alle sectoren samen (met klimaatcorrectie) met 17%.

Verklarende factoren

Het verbruik door de huisvestingssector en de tertiaire sector hangt nauw samen met de klimaatschommelingen, omdat deze bepalend zijn voor de verwarmingsbehoeften.

Door de “klimaatcorrectie” van het energieverbruik kunnen wij een raming maken van het verbruik bij constant klimaat (in dit geval in vergelijking met het klimaat van 1990) om de invloed van de meteorologische kenmerken op het betreffende jaar aan het licht te brengen. Zo werden de koudere jaren 2010, 2012 en 2013 gekenmerkt door een hoger reëel verbruik dan de jaren 2007, 2011 en 2014.

De evolutie van het verbruik is tevens het resultaat van andere conjuncturele evoluties zoals meer bepaald deze die samenhangen met de energieprijzen. Bij een constant klimaat wordt op die manier de daling van het energieverbruik zoals deze blijkt uit de waarnemingen van de jongste jaren, met name verklaard door de belangrijke prijsstijgingen sinds 2007.

De evolutie van het verbruik wordt evenwel ook beïnvloed door basistrends, zoals:

  • de evolutie van de bevolking, haar levensstandaard en haar consumptiegewoonten
  • de evolutie van het woningenpark (aantal betrokken woningen, type woningen,…);
  • de evolutie van de economische activiteit (productie, gebouwenpark, ...) en de hiermee gepaard gaande werkgelegenheid;
  • de evolutie van de omvang en kwaliteit van de uitrusting van de gezinnen en de ondernemingen (voertuigenpark, elektrische en elektronische toestellen, …);
  • het effect van gedrag, opgelegd (bijvoorbeeld via reglementeringen) of vrijwillig (ingevolge een sensibilisering van de bewoners of beheerders van gebouwen), dat het energieverbruik beperkt.
  • het energie- en mobiliteitsbeleid dat wordt gevoerd door de overheid speelt hier ook een rol.
Datum van de update: 13/11/2018