U bent hier

Energie-intensiteit van de tertiaire sector

Actualisering : februari 2020

In 2015 bedroeg de tertiaire energie-intensiteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, d.w.z. het energieverbruik per baan in de sector, gemiddeld 10,4MWh /baan.
Dit verbruik vertoont een licht dalende tendens overheen de jaren.
Sinds 1998 trad per baan een daling op van de verwarmingsbehoeften (of van het brandstofverbruik) maar tot 2006 werd dit gecompenseerd door een belangrijke stijging van het elektriciteitsverbruik per baan.

Wat is energie-intensiteit in de huisvestingssector?

De energie-intensiteit van een activiteitensector is de verhouding tussen de hoeveelheid door die sector verbruikte energie en een representatieve variabele. Een hogere energie-intensiteit komt dus overeen met:

  • ofwel een hoger energieverbruik voor een zelfde niveau van de in aanmerking genomen variabele,
  • ofwel een beperking van de gebruikte representatieve variabele (daling van de waarde van de noemer in de berekende verhouding, wanneer het energieverbruik -of teller- constant blijft),
  • ofwel een combinatie van beide.

Om de energie-intensiteit van de economische activiteiten te ramen, worden er twee benaderingen gehanteerd: het aantal werknemers of volgens de productie (toegevoegde waarde). Aangezien de dienstverlenende tertiaire sector voor heel wat banen zorgt in het Brussels Gewest, zal deze als basis worden genomen voor de berekening van de energie-intensiteit van deze sector. 


Een dalende energie-intensiteit van de tertiaire sector

Evolutie van de energie-intensiteit van de tertiaire sector (per baan in de dienstensector) in het Brussels Gewest, met en zonder klimaatcorrectie van het energieverbruik

Bron : Gewestelijke energiebalansen en Nationale Bank van België, volgens INR, berekeningen van Leefmilieu Brussel
De “klimaatcorrectie” van het energieverbruik dient om de invloed van het klimaat (GD 15/15) op het verbruik aan het licht te brengen en dus een idee te geven van het verbruik bij een ongewijzigd gebleven klimaat (hier in vergelijking met het klimaat 1990).


In 2017 bedroeg het energieverbruik van de tertiaire sector in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gemiddeld 10,4 MWh per baan.

Over de jaren heen blijft de energie-intensiteit van de tertiaire sector (per baan) relatief stabiel, maar sinds 2003 vertoont ze een licht neerwaartse tendens (-16%, met klimaatcorrectie). 


Energie-intensiteit van de tertiaire sector, per energiedrager

Evolutie van de energie-intensiteit van de tertiaire sector (per baan in de dienstensector waarbij jaar 1995 = 100) in het Brussels Gewest, in functie van de energiedrager 

Bron : Gewestelijke energiebalans en Nationale Bank van België, volgens INR, berekeningen van Leefmilieu Brussel

Deze algemene trend kan nader verklaard worden door te analyseren hoe de tertiaire intensiteit (per baan) per energiedrager evolueert: sinds 1998 is er een duidelijke daling merkbaar van het brandstofverbruik (gelijkgesteld aan de verwarmingsbehoeften). Daarentegen werd tot in 2006 een sterke stijging van het elektriciteitsverbruik  waargenomen, sindsdien stabiliseerde zich dit en was er zelfs een daling (het verschil tussen 2013 en 2014 is gelinkt aan een methodeverandering, zie methodologische fiche ).


Verklarende factoren

Er zijn meerdere factoren die deze ontwikkeling kunnen verklaren:

  • de evolutie van de tertiaire activiteit in Brussel (type, aantal banen, …);
  • de evolutie van de uitrusting van de ondernemingen (type en comfortniveau van het vastgoedpark, elektrische en elektronische uitrustingen, …);
  • de verbetering van de energetische kwaliteit van het gebouwenpark (met o.a. isolatie van de gebouwen of nieuwe constructies die op dit vlak beter presteren);
  • de verbetering van de energie-efficiëntie van de gebruikte uitrustingen (in casu: de kantoorautomatisering of verwarmingsinstallaties);
  • het effect van energiebesparende gedragingen, opgedrongen (bijvoorbeeld door de stijgende energieprijzen of via reglementeringen) of vrijwillig (omdat de beheerders gevoelig zijn geworden voor de milieuproblemen en voor het zuinig omspringen met natuurlijke rijkdommen): een betere afstelling van de installaties, verlaging van de verwarmingstemperatuur in gebouwen, …
Datum van de update: 26/03/2020