U bent hier

Energie-intensiteit van de tertiaire sector

In 2015 bedroeg de tertiaire energie-intensiteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, d.w.z. het energieverbruik per baan in de sector, gemiddeld 11 MWh /baan.
Dit verbruik bleef relatief stabiel over de jaren heen maar vertoont een licht dalende tendens sinds 2006.
Sinds 1998 trad per baan een daling op van de verwarmingsbehoeften (of van het brandstofverbruik) maar tot 2006 werd dit gecompenseerd door een belangrijke stijging van het elektriciteitsverbruik per baan.

Context

De energie-intensiteit is de verhouding tussen het energieverbruik van een sector en een variabele die representatief is voor deze sector. Een hogere energie-intensiteit komt dus overeen met:

  • ofwel een hoger energieverbruik per eenheid van de in aanmerking genomen variabele.
  • ofwel een beperking van de gebruikte representatieve variabele (daling van de waarde van de noemer in de berekende verhouding, wanneer het energieverbruik -of teller- constant blijft),
  • ofwel een combinatie van beide.

Om de energie-intensiteit van de economische activiteiten te ramen, worden er twee benaderingen gehanteerd: het aantal werknemers of de productie (toegevoegde waarde). Aangezien de dienstverlenende tertiaire sector voor heel wat banen zorgt in het Brussels Gewest, zal deze als basis worden genomen voor de berekening van de energie-intensiteit van deze sector.

Evolutie van de energie-intensiteit van de tertiaire sector

Evolutie van de energie-intensiteit van de tertiaire sector (per baan in de dienstensector) in het Brussels Gewest, met en zonder klimaatcorrectie van het energieverbruik

Bron : Gewestelijke energiebalansen 1995-2015 (versie 14/11/2017) en Nationale Bank van België, volgens INR, berekeningen van Leefmilieu Brussel
Ter herinnering: de klimaatcorrectie dient om de invloed van de meteorologische kenmerken in het betrokken jaar (GD 15/15) aan het licht te brengen en dus een idee te geven van de evolutie van het energieverbruik bij een ongewijzigd gebleven klimaat (1990 in dit geval).

 

In 2015 bedroeg het energieverbruik van de tertiaire sector in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gemiddeld 11 MWh per baan.

Over de jaren heen blijft de energie-intensiteit van de tertiaire sector (per baan) relatief stabiel, maar sinds 2006 vertoont ze een licht neerwaartse tendens (-13%, met klimaatcorrectie).

Energie-intensiteit van de tertiaire sector, per energiedrager

Evolutie van de energie-intensiteit van de tertiaire sector (per baan in de dienstensector waarbij jaar 1995 = 100) in het Brussels Gewest, in functie van de energiedrager

 

Bron : Gewestelijke energiebalans (versie 14/11/2017) en Nationale Bank van België, volgens INR, berekeningen van Leefmilieu Brussel

 

Deze algemene trend kan nader verklaard worden door te analyseren hoe de tertiaire intensiteit (per baan) per energiedrager evolueert: sinds 1998 is er een duidelijke daling merkbaar van het brandstofverbruik (gelijkgesteld aan de verwarmingsbehoeften). Daarentegen werd tot in 2006 een sterke stijging van het elektriciteitsverbruik  waargenomen, sindsdien stabiliseerde zich dit en was er zelfs een daling (het verschil tussen 2013 en 2014 is gelinkt aan een methodeverandering, zie methodologische fiche ).

Verklarende factoren

Er zijn verschillende factoren die deze ontwikkeling kunnen verklaren:

  • de evolutie van de tertiaire activiteit in Brussel (type, aantal banen, …);
  • de evolutie van de uitrusting van de ondernemingen (type en comfortniveau van het vastgoedpark, elektrische en elektronische uitrustingen, …);
  • de verbetering van de energetische kwaliteit van het gebouwenpark (met o.a. isolatie van de gebouwen of nieuwe constructies die op dit vlak beter presteren);
  • de verbetering van de energie-efficiëntie van de gebruikte uitrustingen (in casu: de kantoorautomatisering of verwarmingsinstallaties);
  • het effect van energiebesparende gedragingen, opgedrongen (bijvoorbeeld door de stijgende energieprijzen of via reglementeringen) of vrijwillig (omdat de beheerders gevoelig zijn geworden voor de milieuproblemen en voor het zuinig omspringen met natuurlijke rijkdommen): een betere afstelling van de installaties, verlaging van de verwarmingstemperatuur in gebouwen, …

 

Datum van de update: 13/11/2018