U bent hier

Energie-intensiteit van de industrie

In 2014 bedroeg de energie-intensiteit van de industriële sector in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gemiddeld 195 MWh per miljoen euro toegevoegde waarde in volume. De aldus berekende energie-intensiteit van de industrie bereikte een piek in 2002, daalde sindsdien vrij regelmatig en sterk: tussen 2002 en 2010 bedroeg de daling 27 %, maar de jongste jaren lijkt ze zich te stabiliseren (en recentelijk zelfs opnieuw te stijgen).

Context

De energie-intensiteit is de verhouding tussen de hoeveelheid energie die een sector verbruikt en een variabele die representatief is voor deze sector. Een hogere energie-intensiteit komt dus overeen met :

  • ofwel een hoger energieverbruik per eenheid van de in aanmerking genomen variabele,
  • ofwel een beperking van de gebruikte representatieve variabele (daling van de waarde van de noemer in de berekende verhouding, wanneer het energieverbruik -of teller- constant blijft),
  • ofwel een combinatie van beide.

Om de energie-intensiteit van de economische activiteiten te ramen, worden er twee benaderingen gehanteerd: het aantal werknemers of de productie (toegevoegde waarde). Aangezien de industrie gekenmerkt wordt door een sterke mechanisering van het werk, gaat de voorkeur naar de tweede benadering. De energie-intensiteit van de industriële sector wordt zodoende berekend op basis van de gegevens over de toegevoegde waarde in volume. Deze zijn meer representatief voor de geproduceerde hoeveelheden dan de gegevens over de toegevoegde waarde tegen lopende prijzen, aangezien deze laatste onderhevig zijn aan de inflatie.

Evolutie van de energie-intensiteit van de industrie

Evolutie van de energie-intensiteit van de industrie (t.o.v. de toegevoegde waarde in volume, uitgedrukt in miljoenen kettingeuro’s) in het Brussels Gewest

Bron : Gewestelijke energiebalansen 1990-2014 (versie 14/11/2017) en BISA, berekeningen van Leefmilieu Brussel
Ter herinnering: het verbruik van de industrie ondergaat geen klimaatcorrectie omdat de afhankelijkheid van dat klimaat als gering of onbestaande wordt beschouwd.
 

In 2011 bedroeg het gemiddelde energieverbruik van de industriële sector in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 170 MWh per miljoen euro toegevoegde waarde in volume.

Qua evolutie doorheen de tijd bereikte de aldus berekende energie-intensiteit van de industrie een piek in 2002 en daalde sindsdien vrij regelmatig en sterk: tussen 2002 en 2010 bedroeg de daling 27 %, maar de jongste jaren lijkt ze zich te stabiliseren (en recentelijk zelfs opnieuw te stijgen).

Verklarende factoren

Er zijn verschillende factoren die deze ontwikkeling kunnen verklaren:

  • De recente evolutie van de Brusselse industriële activiteit: zo trad er tussen 2007 en 2013 een daling op van de activiteit (toegevoegde waarde in volume) van bepaalde subsectoren die representatief zijn voor de industriële activiteit in het BHG. Deze daling ligt deels ook aan de oorsprong van de vermindering in energieverbruik. De evolutie van de intensiteit -als verhouding tussen beide variabelen- is dus afhankelijk van de evolutie van deze beide variabelen ;

Evolutie van het energieverbruik, van de toegevoegde waarde in volume en van de energie-intensiteit van de industrie (die eruit voortvloeit) (1995 = 100) in het Brussels Gewest

Bron : Gewestelijke energiebalansen 1990-2014 (versie 14/11/2017) en BISA, berekeningen van Leefmilieu Brussel

 

  • en rationalisatie van het energieverbruik (betere energie-efficiëntie van de uitrustingen, groeiende aandacht voor energiebesparende gedragingen (bijvoorbeeld door de stijgende energieprijzen)) ;
  • een verbetering van het gebouwenpark (met o.a. een betere isolatie van de gebouwen, nieuwe constructies die op dit vlak beter presteren).

 

Datum van de update: 13/11/2018