U bent hier

Mobiliteit en vervoer in het Brussels Gewest

Het modale aandeel van de verplaatsingen met de wagen neemt af

Onderstaande tabel, opgesteld door het Kenniscentrum van de Mobiliteit (Brussel Mobiliteit, 2013), toont de evolutie tussen 1999 en 2010 van de voornaamste vervoerswijzen die worden gebruikt voor verplaatsingen binnen het Brussels Gewest of van en naar het Brussels Gewest. Ze is gebaseerd op de resultaten van de enquêtes over de mobiliteit van de Belgen die werden gerealiseerd in 1999 (MOBEL) en 2010 (BELDAM).

Deze gegevens wijzen op een sterke evolutie in de verplaatsingsgewoonten in de loop van de jaren 2000, met meer bepaald een forse toename van het gebruik van het openbaar vervoer, ook wat betreft de inkomende en de uitgaande stromen in het Brussels Gewest. In 2010 bleef de auto met een aandeel van meer dan 60% tijdens een “gemiddelde dag” echter het voornaamste vervoermiddel voor verplaatsingen met het Brussels Gewest als bestemming en vertrekpunt. Bij de intraregionale verplaatsingen binnen het BHG kwam stappen op de eerste plaats (37%), op de voet gevolgd door de auto (32% … tegenover 50% in 1999), en het openbaar vervoer (26%, trein inbegrepen) met ver achterop nog de fiets (3,5%).
Gegevens over woon-werkverplaatsingen worden ook verstrekt door verslagen over verplaatsingsplannen van bedrijven.
In Brussel bestaat er reeds sinds 2004 een verplichte diagnose van de verplaatsingen van de werknemers voor ondernemingen met meer dan 200 werknemers op een site. Sinds 2011 werd deze verplichting uitgebreid naar ondernemingen en openbare instellingen met meer dan 100 werknemers en omvat ze ook een diagnose en actieplannen.
De laatste balans van de vervoerplannen van ondernemingen werd opgesteld voor het jaar 2014 en dekt 40% van alle jobs in Brussel. Uit de analyse van de dossiers kon worden achterhaald aan welke vervoersmiddelen werknemers de voorkeur geven om naar het werk te gaan. Het gaat, in afnemende volgorde, om de trein (36%), de auto, alleen of met het gezin (35,4%), carpoolen (1,2%), stedelijk openbaar vervoer (18,8%), verplaatsingen te voet (3,9%), de fiets (3,2%), de moto (1,2%) en pendeldiensten van het bedrijf (0,3%). In vergelijking met 2006 is het modale aandeel van de auto in het woon-werkverkeer van ondernemingen met een vervoerplan afgenomen van 45% naar 35,4% (ofte een relatieve vermindering van 21,3%), voornamelijk ten voordele van het openbaar vervoer (Leefmilieu Brussel en Brussel Mobiliteit, 2016).

Een toename van de verkeersopstoppingen, ondanks een vermindering van de verkeersdruk buiten de ring

Het volume verkeer in het Brussels Gewest, dat voordien werd berekend door de FOD Mobiliteit en Vervoer, wordt sinds 2013 berekend door Brussel Mobiliteit volgens een nieuwe methodologie. Over de periode 2013-2015 is het globale volume van het verkeer in het Gewest relatief stabiel gebleven.
Volgens Brussel Mobiliteit blijkt uit overigens uit de gegevens van de vijfjaarlijkse telcampagnes dat er sinds een vijftiental jaar een lichte afname is van het aantal voertuigen op de invalswegen naar Brussel en op de wegen in het Brussels Gewest. Deze tendens, die evenwel nog bevestigd moet worden, is hoopgevend, vooral als men vaststelt dat in België het autoverkeer steeds blijft toenemen en de Brusselse bevolking de afgelopen 20 jaar ook sterk gegroeid is.
Deze evolutie vertoont echter contrasten: terwijl men een vermindering vaststelt van het volume per uur op alle wegen in het Gewest, en voornamelijk op de meer lokale wegen, blijft het verkeer op de autosnelwegen steeds maar toenemen.
Naast de modaliteitsverschuiving van de auto naar andere vervoerswijzen (zie eerder) en de vermindering van het verkeer in het Gewest, wijzen nog andere indicatoren op een positieve evolutie. Zo is het aantal jaarlijks afgelegde km (in het Brussels Gewest en daarbuiten) door alle in het BHG ingeschreven wegvoertuigen met 8,5% gedaald tussen 2015 en 2016, terwijl dit aantal blijft stijgen in België. Deze evolutie is tegelijk het resultaat van een sterke afname van het gemotoriseerde park (-4% voor de in het Brussels Gewest ingeschreven voertuigen tussen 2015 en 2016) en het gemiddelde aantal afgelegde km per voertuig en per jaar (-9% voor de auto’s tussen 2015 en 2016) [FOD Mobiliteit en Vervoer, 2017]. Overigens wijst de enquête over het budget van de huishoudens (FOD Economie) op een lager percentage Brusselse huishoudens dat een auto bezit: terwijl in de periode 1999-2004 75% van de Brusselse gezinnen op zijn minst één auto bezat, bedraagt dit nog maar 55% in 2012-2016 [BISA, 2017, op basis van de gemiddelden van de enquêtes tijdens deze periode].
De bezettingsgraad van de auto’s die in het Gewest rijden blijft echt zeer laag (1,3 inzittenden/auto op een “gemiddelde” dag in een typische week) en iets lager dan die in Vlaanderen en Wallonië (1,4) [BISA, 2107].
Desondanks, ondanks de vermindering van het aantal voertuigen die in het Brussels Gewest rijden, is de verkeersdrukte in Brussel de afgelopen jaren toegenomen (+3% tussen 2015 en 2016, Ring inbegrepen). Voor de voertuigen die in het Gewest rijden, zorgt deze verkeersdrukte momenteel voor een gemiddelde verlenging van de reistijd met 38% ten opzichte van een situatie zonder verkeer [Brussel Mobiliteit, 2017, op basis van gegevens van de gps-fabrikant TomTom]. Volgens Brussel Mobiliteit kan deze paradox door meerdere factoren verklaard worden: concentratie van manifestaties in de stad (stakingen, betogingen, diverse evenementen ...), werven (de afgelopen 5 jaar is hun aantal vertienvoudigd), herinrichting van bepaalde openbare ruimtes, wat zich vertaalt in een vermindering van de wegcapaciteit, modulering van verkeerslichten ten voordele van voetgangers, fietsers en het openbaar vervoer ... Rond de stad is er ook een verhoging van de afgelegde afstanden op het wegennet (zie Ring).
Merk op dat, gezien de sterke demografische groei in het Brussel Gewest en de bijbehorende toenemende vraag naar vervoer van personen en goederen, de verkeersproblemen in het Gewest nog veel groter zouden zijn indien er geen modaliteitsverschuiving was van de auto naar de andere vervoerswijzen.
Informatie over het Brusselse wagenpark is beschikbaar in de fiche “Milieukenmerken van het Brusselse wagenpark” van deze uitgave van de samenvatting over de staat van het leefmilieu (thema Lucht).

Ook het goederentransport kiest massaal voor de weg

In juli 2013 heeft de Regering een plan aangenomen voor de ontwikkeling van een strategie voor het goederentransport in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het beheer van het goederentransport is immers essentieel om de mobiliteit te verbeteren en de problemen aan te pakken die deze met zich mee brengt, in het bijzonder in stedelijke omgevingen.
Bovendien is het goederentransport een sector die blijft groeien. Volgens het Federaal Planbureau zullen bij een ongewijzigd beleid de goederenstromen (in tonkilometers) in België tussen 2012 en 2030 met 44% stijgen en het vervoer over de weg zal tot 2030 blijven domineren (70% van de tonkilometers).
De 4de Katern van het Kenniscentrum van de mobiliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (2015) is gewijd aan goederentransport en logistiek. Daaruit blijkt met name dat:

  • het goederentransport in Brussel grotendeels gedomineerd wordt door vervoer over de weg, waarbij het gebruik van de binnenvaart beperkt blijft tot massagoederen, goederen met een lage waarde en goederen die in grote hoeveelheden vervoerd worden en het gebruik van het spoor verwaarloosbaar is (in termen van een tijdelijke tendens vertoont de verdeling van de vervoermiddelen de neiging zich te handhaven, met zelfs een versterking van het vervoer over de weg);
  • volgens tellingen die in 2012 door Brussel Mobiliteit werden uitgevoerd, vrachtwagens (bussen en autocars inbegrepen) en bestelwagens (met uitsluiting van kleine bestelwagens die de grootte hebben van wagens) tijdens de week op de toegangswegen van het Gewest (autosnelwegassen uitgesloten) respectievelijk ongeveer 6% en 8% van het totale verkeer uitmaakten;
  • nieuwe tellingen die in 2014 werden uitgevoerd, uitwijzen dat binnen de stad het aandeel van vrachtwagens afneemt (ongeveer 3,5% van het verkeer tijdens de week en 6% tijdens het weekend op de grote assen), terwijl dat van bestelwagens licht toeneemt (ongeveer 9% van het verkeer tijdens de week en het weekend).

Volgens Brussel Mobiliteit (2017) gebeurt 90% van het goederenvervoer in het Brussels Gewest via de weg: dat zijn ongeveer 16.000 vrachtwagens en 26.000 bestelwagens die elke dag naar en in het Gewest rijden. Het kanaal wordt in hoofdzaak gebruikt voor het vervoer van bouwmaterialen en olieproducten, en voor de afvoer van aarde en grond van werven [Brussel Mobiliteit, 2017].

Een paar andere belangrijke cijfers die onder meer wijzen op de toename van het aantal verplaatsingen met het openbaar vervoer en de fiets :

Bovenstaande tabel toont een forse toename van de verplaatsingen met het openbaar stadsvervoer en per trein en fiets tijdens de periode 2000-2016 op het Brussels grondgebied. Volgens het Kenniscentrum van de mobiliteit van het BHG is het succes van de collectieve en/of actieve transportmodi te verklaren door verschillende factoren: de demografische groei en de gevoelige verjonging van de Brusselse bevolking, de evolutie van de verkeersomstandigheden (vertraging van het verkeer) en van de parkeermogelijkheden, de verarming van de bevolking … De vooruitgang van de fiets kan ook het resultaat zijn van de diverse maatregelen om deze verplaatsingswijze aan te moedigen: ontwikkeling van de gewestelijke en gemeentelijke fietsroutes (in maart 2016 waren er 134 km aangelegde gewestelijke routes) en van een geautomatiseerd netwerk voor de fietsenverhuur (Villo), de ondersteuning van de intermodaliteit fiets/openbaar vervoer (parkings, mogelijkheid om fiets mee te nemen, enz.), de invoering van vervoerplannen (bedrijven, scholen), enz. De sterke toename van het aantal verplaatsingen met de fiets in 2016 zou ook gedeeltelijk kunnen worden verklaard door de terroristische aanslag op de Brusselse metro in maart 2016.

Datum van de update: 19/09/2018
Documenten: 

Factsheet(s)

Thema “ Geluid - Basisgegevens voor het plan”  

Fiche(s) van de Staat van het Leefmilieu

Andere publicatie van Leefmilieu Brussel

Studie(s) en rapport(en)

Plan(nen) en programma(‘s)