U bent hier

Focus : Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid

In 2015 werd ongeveer 163.900 ton afval onderworpen aan het mechanisme van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) ingezameld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, wat overeenkomt met 139 kg/Brusselaar (cijfers exclusief inzameling van loodbatterijen en oud papier). Dit is een belangrijke hoeveelheid afval/hulpbronnen die overeenkomt met ongeveer 10% van de totale afvalproductie in het Gewest. Verpakkingen voor eenmalig gebruik vormen veruit de grootste afvalstroom in tonnage, gevolgd door afgedankte voertuigen en afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.
De recyclage- en valorisatiedoelstellingen berekend op Belgische schaal worden bereikt voor de belangrijkste afvalstoffen die onderworpen zijn aan het UPV-mechanisme. Voor bepaalde stromen is er echter nog ruimte voor verbetering, met name in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waar de gemiddelde opgehaalde hoeveelheden per hoofd van de bevolking voor de meeste hoofdstromen aanzienlijk lager liggen dan die van de andere twee Gewesten.

Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV): een belangrijk instrument in het afvalbeheerbeleid

Voor bepaalde stromen schrijft de Brusselse wetgeving voor dat de deelnemers aan de economische markt zowel de afvalstoffen die zij hebben geproduceerd met de producten die zij op de markt hebben gebracht, alsook de afvalstoffen gegenereerd door die producten, moeten terugnemen of laten terugnemen.  Deze "verplichte terugname" gaat gepaard met de verplichting om deze afvalstoffen naar behoren te beheren, in het bijzonder door inzamelings- en valorisatiedoelstellingen op te leggen. Het maakt deel uit van het mechanisme van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV), dat tot doel heeft de producenten van bepaalde producten financieel verantwoordelijk te stellen voor de inzameling en verwerking van het afval van de producten die ze op de Belgische markt brengen.
Dit regelgevend instrument maakt het mogelijk om bepaalde afvalstromen - in aanzienlijke hoeveelheden of die van specifieke of gevaarlijke aard zijn - te organiseren op basis van het principe van “de vervuiler betaalt”. Aanvankelijk was dit mechanisme opgezet om de kosten van het afvalbeheer voor de overheid te verminderen, de percentages hergebruik, recyclage en nuttige toepassing te verhogen, de recyclagecircuits in stand te houden en schaalvoordelen mogelijk te maken. Het kan ook een preventief effect hebben door producenten aan te moedigen het ontwerp van hun producten aan te passen om de eco-efficiëntie (productie met minder hulpbronnen of gerecycleerde materialen) en het ecodesign (gemakkelijker demonteren en recycleren, minder gevaarlijke stoffen) te verbeteren. Momenteel lijkt het UPV-mechanisme een bevoorrecht instrument te zijn om de invoering van circulaire economiemodellen aan te moedigen. Kunstmatig gezien kunnen deze modellen worden gedefinieerd als modellen die gericht zijn op een efficiënter gebruik van hulpbronnen, een vermindering van de impact op het milieu en op het scheppen van banen die verband houden met de circulariteit van afval/hulpbronnen (terugwinning, her-kwalificatie, recycling, enz.).
Tot eind 2016 waren 10 stromen onderworpen aan het UPV-mechanisme via een terugnameplicht in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, namelijk, verpakkingen voor eenmalig gebruik, batterijen en accu's, afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA), banden, afgedankte voertuigen, minerale oliën, voedingsoliën en -vetten, geneesmiddelen, oud papier en fotografische producten. Voor bepaalde stromen (verpakkingen, batterijen en accu's, afgedankte voertuigen en AEEA) ligt het Brusselse wetskader in lijn met de Europese richtlijnen.  Vanaf 2017 zal het UPV-mechanisme een aantal wijzigingen ondergaan - onder meer met betrekking tot de beoogde stromen – als gevolg van de goedkeuring door de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest eind 2016 van een nieuw besluit betreffende het beheer van afvalstoffen (Brudalex).

Ongeveer 10% van het ingezamelde afval in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is onderworpen aan het UPV-mechanisme.

In 2015 werd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ongeveer 163.900 ton afval ingezameld (met uitzondering van loodbatterijen en oud papier) dat onderworpen is aan het UPV-mechanisme, wat overeenkomt met 139 kg/Brusselaar. Dit tonnage vertegenwoordigt circa 10% van de totale hoeveelheid ingezameld afval op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (storting berekend voor het jaar 2014). Bij gebrek aan gewestelijke gegevens over de inzameling van verpakkingen worden de door Brussel ingezamelde hoeveelheden verpakkingen beschouwd als gelijkwaardig aan het Belgische gemiddelde, wat voor deze stroom een overschatting zou kunnen betekenen. De belangrijkste stromen in tonnage zijn verpakkingen (± 86%), afgedankte voertuigen (±7%) en AEEA (±3%).

Minder verzameld per hoofd van de bevolking dan in de andere twee Gewesten

Onderstaande tabel vergelijkt de gemiddelde ingezamelde hoeveelheden per inwoner op Belgisch en Brussels niveau:

Met uitzondering van afgedankte voertuigen lijken de in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest per inwoner opgehaalde hoeveelheden dus aanzienlijk lager te liggen dan de gemiddelde in België opgehaalde hoeveelheden per inwoner. In 2018 zal een studie worden opgestart om de afvalprestatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te beoordelen in functie van mogelijke verklarende factoren.

Op Belgisch niveau zijn de doelstellingen inzake recyclage en valorisatie bereikt voor de belangrijkste afvalstoffen die onderworpen zijn aan UPV

In 2015 werd in België 1.340.775 ton verpakkingen gerecycleerd, wat overeenkomt met meer dan 81 procent (van het gewicht) van de op de markt gebrachte verpakkingshoeveelheden. Onderstaande tabel toont aan dat de doelstellingen betreffende recyclage en valorisatie (met inbegrip van recyclage en verbranding met energieterugwinning) die werden vastgelegd in het kader van het interregionaal samenwerkingsakkoord inzake de preventie en het beheer van verpakkingsafval, op Belgisch niveau zijn bereikt, zelfs ruimschoots bereikt (ter herinnering: deze gegevens zijn niet beschikbaar op gewestelijk niveau).

Voor de belangrijkste andere stromen dan verpakkingen (d.w.z. afgedankte voertuigen, AEEA, banden, minerale oliën, voedingsoliën en -vetten) variëren de hergebruik- en recyclagepercentages, berekend op Belgisch niveau, tussen 81 en 96 % (in verhouding tot de ingezamelde of verwerkte hoeveelheden), zoals geïllustreerd in onderstaande grafiek. Voor deze 5 stromen zijn de verwerkingsdoelstellingen op Belgisch niveau behaald en vaak zelfs overtroffen. 
Voor batterijen en accu's verschillen de verwerkingsdoelstellingen naar gelang van het type.

Hergebruik- en recyclagepercentage en valorisatiepercentage van enkele stromen onder verplichte terugname (België, 2016)

Bron: Leefmilieu Brussel – departement afval & departement Reporting en milieueffecten (op basis van de jaarlijkse verslagen van verschillende beheerinstellingen), 2017

Deze goede verwerkingsprestaties op Belgisch niveau mogen echter niet verhullen dat er voor bepaalde stromen, vooral in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (AEEA, draagbare batterijen en accu's, voedingsoliën en -vetten, enz.) waarschijnlijk nog inzamelpotentieel bestaat. Dit zal worden onderzocht in een studie die gepland is voor 2018 om de afvalprestaties in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest objectief te kunnen beschouwen.

Datum van de update: 07/01/2019