U bent hier

Fysisch-chemische kwaliteit van het oppervlaktewater

Een goede fysisch-chemische kwaliteit van het water is een noodzakelijke en essentiële voorwaarde voor de overleving en ontwikkeling van het waterleven. Meerdere jaren al valt er een positieve evolutie waar te nemen die veralgemeend kan worden voor de drie oppervlaktewaterlichamen op het vlak van het gehalte opgelost zuurstof. De Woluwe bezit een goede fysisch-chemische kwaliteit, die stabiel is doorheen de tijd. Het Kanaal heeft globaal gezien een goede fysisch-chemische kwaliteit maar het geleidbaarheid blijft nog te hoog. Ondanks een duidelijke verbetering, toont de Zenne een slechtere kwaliteit, vooral bij het verlaten van het Gewest. Voor sommige parameters blijven er normoverschrijdingen (o.a. geleidbaarheid, BZV, ZS).

Beoogde doelstelling: de basiskwaliteitsnormen

Er bestaan specifieke kwaliteitsdoelstellingen voor de parameters die de algemene fysisch-chemische kwaliteit van het water bepalen: de basiskwaliteitsnormen (van kracht sinds 2011 – zie methodologische fiche). Aangezien de Woluwe in Natura 2000-gebied gelegen is, zullen er binnenkort strengere normen van toepassing zijn voor 4 fysisch-chemische parameters (zie de methodologische fiche en het hoofdstuk 4 van het ontwerp van WBP2). In het raam van de ontwikkeling van het tweede waterbeheerplan, werd er een selectie van 9 parameters (op de 17 die in het besluit zijn opgelijst) uitgevoerd (zie hoofdstuk 4 van het ontwerp van WBP2). De in acht genomen parameters zijn:

  • de temperatuur,
  • de zuurheid (de pH),
  • de geleidbaarheid,
  • het zuurstofgehalte: onmisbaar voor het waterleven en voor de afbraak van de biodegradeerbare verontreinigende stoffen wat nodig is voor de zelfreiniging,
  • de organische belasting (de Biologische Zuurstofvraag (BZV) - indicator van vervuiling door biologisch afbreekbare organische stoffen waarvan de afbraak opgeloste zuurstof verbruikt -, de Chemische Zuurstofvraag (CZV))
  • de troebelheid: de zwevende stoffen (ZS)
  • en de nutriënten (totaal stikstof en totaal fosfor).

Deze fysisch-chemische parameters dragen bij tot de ecologische kwaliteit van de waterloop. Aangezien de fysisch-chemische kwaliteit het waterleven ondersteunt, wordt ze onrechtstreeks weerspiegeld in de ecologische toestand of het ecologische potentieel van het oppervlaktewater (zie "Biologische kwaliteit van de voornaamste waterlopen en vijvers").
Rekening houdend met deze milieudoelstellingen die voortvloeien uit de kaderrichtlijn water, richt deze fiche zich meer specifiek op de drie in het Brussels Gewest vastgelegde oppervlaktewaterlichamen (Woluwe, Kanaal en Zenne) stroomop- en stroomafwaarts van het grondgebied. We merken echter op dat het meetnetwerk onlangs (begin 2014) werd uitgebreid met tussentijdse meetpunten langs de waterlopen en met een andere Brusselse waterloop (de Neerpedebeek). Door de te korte reeks beschikbare metingen, zijn deze resultaten nog niet representatief.

De Woluwe: een heel goede en stabiele fysisch-chemische kwaliteit

Het water van de Woluwe is van zeer goede kwaliteit: erg lage organische belasting (ZS van 2 mg/l over de periode 2001-2014), helder water (zwevende stoffen tot grootteorde 20 mg/l) en laag gehalte nutriënten (van de orde van 3 mg/l voor de totale stikstof en 0,2 mg/l voor de totale fosfor). Voor de 9 beoogde fysisch-chemische parameters worden de kwaliteitsnormen nog altijd nageleefd. Sinds 2011 wordt er ook voldaan aan de strengere normen die binnenkort van toepassing zullen worden voor de parameters temperatuur, opgeloste zuurstof en CZV; de strengere norm voor de ZS daarentegen werd tot tweemaal toe overschreden sinds 2011 (in 2011 en 2014). Het gehalte opgelost zuurstof vertoont sinds 2009 een stijgende tendens met een stijging van meer dan 2 mg/l ten opzichte van de start van de metingen in 2001: de concentratie bereikt bijna 10 mg/l in 2014. De tendens voor de andere parameters is erg stabiel in de tijd, met weinig schommelingen. Dit wordt verklaard door het feit dat de Woluwe hoofdzakelijk gevoed wordt door bronwater dat afkomstig is van het Zoniënwoud en quasi geen vervuilende lozingen moet slikken tijdens zijn Brusselse loop.

Het Kanaal: een water van globale goede kwaliteit maar een te hoog geleidbaarheid en te hoog gehalte zwevende stoffen

Over het algemeen heeft het Kanaal een gelijkaardige kwaliteit bij het begin en het einde van zijn loop over Brussels grondgebied. Drie parameters vertonen echter interessante verschillen. Tijdens de doorstroming van het Brussels grondgebied, stijgt de temperatuur van het water van het Kanaal bijvoorbeeld gemiddeld met 2 °C (sinds het begin van de metingen), wat zich vertaalt in een verlaging van de concentratie opgelost zuurstof (met ongeveer 2 mg/l). Het water van het Kanaal is over het algemeen troebeler bij het binnenkomen van het Gewest dan bij het verlaten van het Gewest (een verschil van gemiddeld 10 tot 15 mg/l wordt waargenomen voor de ZS), ook al is dit verschil de laatste vier jaar aan het afnemen.
Globaal genomen is het water van het Kanaal van goede kwaliteit. Het biedt een zwakke organische vervuiling (BZV van de orde van 2 mg/l en CZV van de orde van 25 mg/l). Het water wordt ook gekenmerkt door een relatief lage belasting aan nutriënten  (bijna 6 mg/l gemiddeld voor de totale stikstof en 0,4 mg/l voor de totale fosfor). De gemiddelde jaarconcentraties aan totale stikstof vertonen zelfs een dalende trend sinds het begin van de metingen. Met betrekking tot de concentraties totale fosfor, deze lijken stabiel te blijven. Het gehalte opgeloste zuurstof is significant gestegen zowel bij het binnenkomen als bij het verlaten van het Gewest (van 2 naar 8 mg/l tussen 2001 en 2014 voor dit laatste meetpunt).
Voor het Kanaal worden weinig overtredingen van de basiskwaliteitsnorm vastgesteld. De opgeloste zuurstof waarvan het gehalte in het midden van de jaren 2000 bij het verlaten van het grondgebied nog onvoldoende was, voldoet sinds 2009 aan de norm, met een positieve tendens. De zwevende stoffen (ZS) waarvan de concentraties bij het binnenkomen van het grondgebied tussen 2007 en 2011 systematisch de norm overschreden, lijken er de laatste drie jaar echt op vooruit te gaan, en voldoen sinds 2012 aan de norm (waarden dichtbij 30 mg/l). De grote interjaarlijkse variabiliteit van de jaargemiddelden vraagt om deze parameter aandachtig te blijven opvolgen. Tot slot flirt het geleidbaarheid voortdurend met de norm, waarbij er ongeveer één jaar op twee overschrijdingen worden waargenomen. Door de grote stabiliteit van de gemeten concentraties kan men bovendien veronderstellen dat deze situatie zou kunnen aanhouden.
De oorsprong van de hoge waarden voor de troebelheid en het geleidingsvermogen is vandaag nog niet duidelijk. Het Kanaal heeft wel nog te kampen met verschillende mogelijke vervuilingsbronnen op het gewestelijk grondgebied: onder meer de rechtstreekse instroom van het water van lage kwaliteit vanuit de Neerpedebeek, de Broekbeek en de Zenne (door oppompen) en door de overlopen van collectoren of van de Zenne bij zware regenbuien. De vervuiling is ook het gevolg van enkele specifieke rechtstreekse lozingen van afvalwater, vervuiling door het waterverkeer of nog het opnieuw in suspensie brengen van verontreinigende stoffen die aanwezig zijn in de sedimenten (in geval van uitbaggering en wervelingen).

Het debiet van de Zenne is sterk beïnvloed door de lozingen van zuiveringsstations.

Naargelang van de voorwaarden bestaat het dagelijks gemiddelde debiet van de Zenne bij het verlaten van Brussel voor de helft of voor twee derden uit het debiet van waterlozingen door het zuiveringsstation Noord. De bijkomende metingen die gebeuren op de loop van de Zenne in 2014 zouden overigens een verdunnend effect tonen van bepaalde polluenten, na de lozing van het zuiveringsstation. Bovendien zou de lozing van "warmer" water aan de basis kunnen liggen van de stijging van de temperatuur van de Zenne tijdens zijn loop in Brussel (met ongeveer 1°C sinds 2007).

De Zenne: een treffende evolutie

Het water van de Woluwe is van zeer goede kwaliteit en dat van het Kanaal is betrekkelijk weinig vervuild. Hetzelfde kan helaas niet gezegd worden van de Zenne. Uit de analyses blijkt dat de algemene fysisch-chemische kwaliteit van het water van de Zenne bij het verlaten van het gewestelijke grondgebied globaal gesproken wel aanzienlijk verbeterd is. Deze tendens wordt geïllustreerd in volgende grafiek.  Om de interjaarlijkse schommelingen te compenseren, werden schuivende gemiddelden over drie opeenvolgende jaren gebruikt. En om de parameters onderling met elkaar te kunnen vergelijken, werd een dimensieloze weergave gebruikt (waarbij het jaar 2001 dienst doet als referentiejaar).

Relatieve evolutie van de glijdende gemiddelde concentraties over 3 jaar van sommige fysisch-chemische parameters in de Zenne bij de uitgang van het Brussels Gewest (2001-2014) in vergelijking met het jaar 2001
Bron: Leefmilieu Brussel, dpt. Water, 2015

Relatieve evolutie van de glijdende gemiddelde concentraties over 3 jaar van sommige fysisch-chemische parameters in de Zenne bij de uitgang van het Brussels Gewest (2001-2014) in vergelijking met het jaar 2001
De spectaculaire daling van de organische belasting (BZV, CZV), van de zwevende stoffen (ZS) en van de nutriënten (totaal stikstof en totaal fosfor) tussen 2001 en 2014 gaat logisch gezien gepaard met een stijging van de concentraties opgeloste zuurstof. De positieve evolutie van de parameters met uitzondering van de opgeloste zuurstof was vooral opvallend tot 2009; sindsdien lijkt zich een stabilisering voor te doen.
Deze positieve evolutie vloeit voort uit de inwerkingstelling van de gewestelijke zuiveringsstations Zuid en Noord (enkel deze laatste is uitgerust met een krachtige installatie voor het verwijderen van stikstof en fosfor), de geleidelijke aansluitingen van de bestaande riolering op deze stations (wat de eerder graduele en niet-trapsgewijze tendens verklaart) en de verbetering van de kwaliteit van de Zenne bij het binnenkomen van het Gewest (die er sinds 2003-2005 ook lijkt op vooruit te gaan door toedoen van de toegenomen zuivering van het water stroomopwaarts van het Gewest).
Bepaalde verklarende factoren kunnen worden ingeroepen zoals de geleidelijke beperking van het gebruik van fosfaten in wasproducten, de vermindering van de atmosferische toevoer van stikstof of nog de verlaagde toevoer van stikstof door landbouw en veeteelt.
De recente verbetering van de waterkwaliteit van de Zenne heeft al een positieve invloed op het waterleven in deze waterloop zowel stroomop- als stroomafwaarts van het Gewest. Binnen het Brussels Gewest lijkt zich een licht positieve trend in te zetten, dit zal de toekomst moeten uitwijzen (zie "Biologische kwaliteit van de voornaamste waterlopen en vijvers").

Maar een nog verminderde kwaliteit

Evolutie van de fysisch-chemische kwaliteit van de Zenne (2001-2014)
Bron: Leefmilieu Brussel, dpt. Reporting en milieueffecten, 2015

Evolutie van de fysisch-chemische kwaliteit van de Zenne (2001-2014)

 

Evolutie van de fysisch-chemische kwaliteit van de Zenne (2001-2014)

 

Evolutie van de fysisch-chemische kwaliteit van de Zenne (2001-2014)

 

Evolutie van de fysisch-chemische kwaliteit van de Zenne (2001-2014)

Een van de gevolgen van deze positieve evolutie op het niveau van de Zenne is dat de kwaliteit bij het verlaten van het Gewest gaandeweg de kwaliteit bij het binnenkomen van het Gewest benadert. Een ander gevolg is een betere beantwoording aan de normen, zowel bij het binnenkomen als bij het verlaten van het Gewest:

  • het gemiddelde gehalte aan opgeloste zuurstof: sinds 2007 bij het binnenstromen van het Gewest en sinds 2011 bij het buitenstromen van het Gewest ; de concentraties zijn zowat 2,5 tot 3 keer hoger in 2014 in vergelijking met 2006; deze positieve resultaten dienen niettemin genuanceerd te worden door de aanwezigheid van dalingen van de opgeloste zuurstof (bij hittegolven of bij overlopen bij regenweer) onder de drempel van de 3 mg/l, die als kritiek beoordeeld wordt voor het leven van het visbestand, ook al duren deze episodes slechts enkele uren of dagen.
  • De CZV : bij het binnenstromen sinds 2005 (behalve in 2010) en bij het buitenstromen sinds 2012 ;
  • De nutriënten:  er is voldaan aan de normen voor de totale stikstof en voor de totale fosfor, respectievelijk sinds 2008 en 2010 in de twee meetpunten. De metingen van de totale fosfor kennen soms eenmalige concentratiepieken, waar men bijzonder waakzaam voor moet zijn ten opzichte van deze parameter.

Voor de BZV werd de norm bij het binnenkomen nageleefd sinds 2005, maar bij het verlaten van het Gewest werd de norm slechts 3 jaar op 5 nageleefd tussen 2010 en 2014. Bovendien leiden, waarschijnlijk door deze nog hoge organische belasting, de erg hoge waarden van het geleidbaarheid n (bijna 25 % hoger dan de norm) tot een systematische overschrijding van de norm. Hoewel het geleidbaarheid lager is bij het binnenkomen van het Gewest, overschrijdt het regelmatig de norm.
Andere parameter die regelmatige overschrijdingen in de Zenne veroorzaakt: de ZS. Ook al is de verbetering ten opzichte van het begin van de jaren 2000 ten noorden van het Gewest onmiskenbaar (de concentraties bereikten toen meer dan het dubbel van de norm), vertonen de metingen grote schommelingen die weerspiegeld worden in de sterke variabiliteit van de jaargemiddelden en tussen de twee meetpunten.  Sinds 2009 werd de norm bij het binnenkomen van het Gewest ondanks alles tweemaal bereikt (in 2012 en 2014) en eenmaal bij het verlaten van het Gewest (in 2013).

Waakzaamheidspunten voor de toekomst

Het aantal declasseringsparameters is sinds 4 jaar gedaald. Blijvende inspanningen zijn echter nodig, zowel binnen het Brussels Gewest als stroomopwaarts ervan, om alle basiskwaliteitsnormen die sinds 2011 van kracht zijn, te behalen. Het geleidbaarheid en de ZS zijn nog een probleem voor het Kanaal en voor de Zenne, net als de BZV in het geval van de Zenne. Waakzaamheid blijft ook geboden ten opzichte van bepaalde parameters waarvan de schommelingen eenmalig concentratiepieken of -dalen veroorzaken (zoals het totale fosfor en opgeloste zuurstof in het geval van de Zenne): deze wijzigingen kunnen leiden tot een overschrijding van de normen als ze verschillende malen per jaar voorvallen, en het leven van het visbestand bedreigen.
Het Brussels Gewest plant om in de loop van 2016 de basiskwaliteitsnormen van een aantal parameters te verlagen om op hetzelfde niveau te komen als de normen die gelden in Vlaanderen of in Wallonië (zie WBP2) en in het bijzondere geval van de Woluwe om de habitats en de soorten van het Natura 2000-netwerk te beschermen. In dat geval dreigen verschillende parameters opnieuw in klasse te zullen zakken.

Datum van de update: 29/10/2018
Documenten: 

Methodologische fiche(s)

Tabel(len) met de gegevens

Factsheet(s)

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

  • Fiches descriptives de la physico-chimie des eaux de surface bruxelloises (2001-2012), septembre 2015. 118 pp. Intern document (enkel in het Frans) (.pdf)

Studie(s) en rapport(en)

  • Technische rapporten betreffende de resultaten van de jaarlijkse meetcampagnes van de fysisch-chemische oppervlaktewaterkwaliteit, verschillende jaren (.pdf)
  • BDB, 2014. “Controle van de fysisch-chemische oppervlaktewaterkwaliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest – Analyseresultaten van het jaar 2013”. Studie in opdracht van Leefmilieu Brussel. Beperkte verspreiding (.xls)
  • EUROFINS, 2015. “Controle van de fysisch-chemische oppervlaktewaterkwaliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest – Analyseresultaten van het jaar 2014”. Studie in opdracht van Leefmilieu Brussel. Beperkte verspreiding (.xls)

Plan(nen) en programma(‘s)