U bent hier

Milieukenmerken van het Brussels Wagenpark

Met een half miljoen wagens bestaat het Brussels autopark voor twee derde uit particuliere voertuigen en voor een derde uit firmawagens. In 2014 nemen dieselvoertuigen hiervan 61% voor hun rekening. Zes op de tien van dergelijke voertuigen zijn uitgerust met roetfilters. Na een groei in de afgelopen decennia stabiliseerde de verdieseling van het autopark. In 2014 bedraagt de gemiddelde Ecoscore van het wagenpark 57. De score van de vloot nieuwe auto's (goed voor 16% van het wagenpark) bedraagt 64. Beide nemen jaarlijks met ongeveer een punt toe. De alternatieven voor de klassieke motoraandrijvingen (diesel en benzine) zijn nog erg gering in aantal.

Het Brussels wagenpark in enkele cijfers

In 2014 telt het Brussels wagenpark om en bij de 500.000 wagens en vertegenwoordigt het nagenoeg 10% van de Belgische vloot (Directie Inschrijvingen van Voertuigen (DIV) van de FOD Mobiliteit en Vervoer naar Ecoscore, op 31 december 2014). Twee derde van het autopark bestaat uit particuliere voertuigen. Het overige derde bestaat uit firmawagens. In hetzelfde jaar vertegenwoordigen auto’s die voor het eerst worden ingeschreven (i.e. nieuwe auto's) 16% van het Brussels wagenpark (en 9% van het Belgisch wagenpark). Alle beantwoorden ze minstens aan Euronorm 5. De andere nieuwe inverkeerstellingen (i.e. tweedehandswagens) zijn goed voor 11% van het wagenpark. In 2014 daalde, ten opzichte van 2011, het aantal in verkeer gestelde nieuwe of tweedehandswagens. Een daling voor zowel de diesel- als de benzinewagens, waarschijnlijk een gevolg van de economische crisis.

Tussen 2012 en 2014 breidde de vloot evenwel lichtjes uit (+ 0,8%),  omwille van de daling van het aantal radiaties. De uitbreidende vloot komt in werkelijkheid overeen met een toename van de leasing-firmawagens. De vloot particuliere wagens bleef stabiel. Hieromtrent stippen we aan dat één Brussels huisgezin op twee over minstens één wagen beschikt (56% in 2012 volgens een enquête over het gezinsbudget (EBM)), een percentage dat overigens afneemt.

Twee specifieke kenmerken van het Brussels wagenpark die verband houden met firmawagens en met pendelaars

Enkele specifieke kenmerken van het Brussels wagenpark verdienen hier aandacht, want ze zijn van belang voor de analyse in deze fiche:

  • In de eerste plaats is het firmawagenpark er omvangrijker dan elders: 35% van het wagenpark in 2014 (tegen 15% in België). Wanneer we de nieuwe inschrijvingen bekijken, loopt dat op tot 82%. De maatschappelijke zetel van heel wat bedrijven ligt immers op het Brussels grondgebied. Bedrijfswagens zijn nu eenmaal in tal van opzichten anders dan particuliere wagens en deze verschillen hebben een weerslag op de milieuprestaties. Eerst en vooral worden ze regelmatig vervangen en zijn ze dus jonger: vermits de Eurostandaarden voor nieuwe op de markt gebrachte wagens mettertijd steeds strenger worden, is er een strekking bij de bedrijfswagens om, gelijk opgaand hiermee, meer te beantwoorden aan de nieuwe normen. Ten tweede volgen ze andere fiscale voorschriften, waaronder de CO2-uitstoot als belangrijke factor. Deze stimulans speelt in het voordeel van de dieselaandrijvingen, die minder CO2, maar meer luchtverontreinigende stoffen uitstoten. Ten derde speelt het bedrijfsimago een erg grote rol in de keuze van het voertuig (vooral voor wagens die het bedrijf aankoopt): bij bedrijfswagens horen modellen met een grotere cilinderinhoud en een groter vermogen, die doorgaans een hogere milieu-impact hebben dan kleinere en minder krachtige wagens. Ten vierde ligt het aantal kilometers dat een firmawagen aflegt gemiddeld heel wat hoger dan bij een privéwagen: 9200 km extra per jaar volgens een studie over het Belgisch wetenschappelijk beleid (BELSPO, studie PROMOCO, 2009). Ten vijfde, vermits firmawagens meer onderhevig zijn aan de economische activiteit laten de gevolgen van een financiële crisis zich meer voelen.
  • Vervolgens geeft de plaats van inschrijving niet noodzakelijk informatie over de vloot die op een grondgebied rondrijdt. Dit is in het bijzonder het geval voor het Brussels Gewest. Enerzijds rijden tal van firmawagens niet rond op het gewestelijk grondgebied, ook al zijn ze ingeschreven in het Brussels Gewest. Omgekeerd rijden pendelaars die met de wagen in het Brussels Gewest komen werken (50% van de binnenrijdende pendelaars volgens BELDAM 2010; zie ook fiche “Mobiliteit en Vervoer”) op het gewestelijk grondgebied rond, terwijl hun wagens ergens anders ingeschreven staan.

Rekening houdend met het zowel hoge aantal firmawagens als pendelaars is er dus een groot verschil tussen het autopark van in Brussel ingeschreven wagens en de wagens die er daadwerkelijk rijden. Om die reden staan de meeste indicatoren in deze fiche niet alleen voor de Brusselse, maar ook voor de Belgische vloot opgegeven.

De verdieseling van het Brussels wagenpark stabiliseert

Dieselwagens nemen het grootste deel van de Brusselse vloot voor hun rekening (61% in 2014), tegen benzinewagens (37%). De alternatieven voor de klassieke wagens (hybride, gecomprimeerd aardgas (CNG), LPG (liquefied petroleum gas) en andere technologieën) halen in 2014 nog geen 2% van de vloot.
6 dieselwagens op 10 (van de Brusselse vloot) zijn uitgerust met roetfilters. Vanaf 1 januari zijn nieuwe dieselwagens hiermee overigens verplicht uitgerust (Euro 5 en volgende).
Het aandeel dieselwagens in de nieuwe inschrijvingen (71%) ligt hoger dan dat in de volledige Brusselse vloot.
Bovendien rijdt een verpletterende meerderheid van de firmawagens op diesel.

Terwijl de verdieseling de afgelopen decennia steeds toenam, valt er sinds 2011 een stabilisatie waar te nemen, ook voor de nieuwe inschrijvingen (nieuwe of tweedehandswagens). Het aandeel benzine in nieuwe privéwagens kwam tussen 2008 en 2014 trouwens sterk op (van 40% tot 61%). Deze evolutie is een goed teken, want dieselbrandstof houdt in de Brusselse stedelijke context verschillende nadelen in: vooreerst leiden kleine trajecten, typisch voor in een stadsmilieu (Brusselaars leggen gemiddeld 27 km per dag af - FOD Mobiliteit en Vervoer, enquête BELDAM 2011), tot een voortijdige slijtage van dit type van motor (de ideale temperatuur wordt minder snel bereikt) en tot een snellere opstopping van de roetfilter. Vooral diesel heeft een milieu-impact, in het bijzonder op de luchtkwaliteit, die negatiever is dan andere brandstoffen. Dat terwijl het Brussels Gewest het hoofd moet bieden aan een aanzienlijk groot luchtverontreinigingsprobleem (NOx en PM) (voor verdere informatie, zie de luchtkwaliteitsindicatoren).

Verouderend wagenpark dat ouder is dan het Belgisch autopark

De gemiddelde leeftijd van de Brusselse vloot in 2014 is 8,5 jaar (tegen 7,9 op nationaal niveau). Deze gemiddelde leeftijd contrasteert sterk al naargelang het firmawagens (2,8 jaar) of wagens van particulieren (11,6 jaar) betreft. Dit is een logisch gevolg van het veelvuldigere wisselen van firmawagens dan van particuliere wagens. De Brusselse vloot onderscheidt zich evenwel van de andere (gewestelijke en Belgische) vloten door de leeftijd van de particuliere voertuigen (gemiddeld ongeveer 3 jaar ouder dan de Belgische vloot). Het aandeel voertuigen dat ouder is dan 25 jaar (7%) ligt er overigens hoger (versus 4%). Het wagenpark is dan ook nog eens aan het verouderen (deze vaststelling geldt ook op schaal van België).

Ecoscore, een globale indicator van de milieuprestatie van het wagenpark

De Ecoscore is een milieuprestatie-indicator van een voertuig. Het resultaat is een score op een schaal van 0 tot 100: hoe hoger de Ecoscore, hoe minder vervuilend het voertuig. De berekeningswijze houdt zowel rekening met de emissies die gepaard gaan met het rijden van het voertuig (uitlaat), als met de productie en distributie van de brandstof of elektriciteit. De ingeschatte impact betreft het broeikaseffect, de luchtverontreiniging (zowel voor de gezondheid als voor de ecosystemen) en de geluidshinder. De inschatting geldt meer bepaald voor de uitstoot van drie broeikasgassen (CO2, CH4 en N2O), vijf luchtverontreinigende stoffen (NOx, PM, SO2, CO en koolwaterstoffen (HC)) en het geluid van de motor.
De Ecoscore biedt het voordeel een globalere beoordeling te geven van de milieu-impact van een voertuig dan louter de CO2-uitstoot of dan de Euronormen (zie methodologische fiche).

De Ecoscore schat de reële uitstoot en het reële brandstofverbruik van de voertuigen evenwel (net zoals de Euronormen) te laag in. Een van de verklaringen hiervoor is dat de uitstoot wordt geraamd op basis van de homologatietest voor voertuigen - de New European Driving Cycle (NEDC) -, die bestaat in een gestandaardiseerde testcyclus op een testbank, weinig representatief voor de reële rijomstandigheden (Europees Milieuagentschap, 2015). De constructeurs maken bovendien gebruik van kunstgreepjes (toegestaan door de wetgeving) om het officiële verbruik van hun voertuig en de vervuilende uitstoot tijdens de test kunstmatig te drukken (zie hieromtrent het in het bronnenmateriaal vermelde artikel in Test-Aankoop van juli 2015).
De CO2-uitstoot ligt zo gemiddeld 20% tot 25% hoger in reële omstandigheden dan wat er uit de homologatietest komt (website Ecoscore, 2015).
Blijkt eveneens dat de reële NOx-uitstoot van dieselvoertuigen ruimschoots de uitstoot in de Euronormen overschrijdt en dat deze verschillen met het Euronormniveau alleen maar toenemen (3,5 of 5 keer meer volgens respectievelijk de Technische Universität Graz in Oostenrijk en het Joint Research Center (JRC) voor Euronorm 5; 7 keer hoger voor Euronorm 6) (website Ecoscore, 2015).
Om de gebruiksomstandigheden te benaderen, baseert de Ecoscore zich niet op de homologatiegegevens voor de NOx-uitstoot van de dieselvoertuigen: hiervoor bekijkt de Ecoscore een constante uitstootfactor (Euronorm 2) voor de voertuigen die aan normen 0 tot 5 beantwoorden en een iets lagere norm voor de voertuigen die aan Euronorm 6 beantwoorden.

De Ecoscore van het Brussels wagenpark

De gemiddelde Ecoscore van het Brussels wagenpark bedraagt 57 in 2014 en de score van het nieuw wagenpark ligt 7 punten hoger (idem voor het Belgisch wagenpark). Beide nemen jaarlijks met ongeveer een punt toe.
Als we het totaal wagenpark bekijken, hebben de firmawagens een gemiddeld hogere Ecoscore (60) dan wagens van particulieren (56). Aangezien firmawagens voornamelijk op diesel rijden en de dieselmotoren een lagere Ecoscore hebben dan benzinemotoren (zie hieronder) kan dit resultaat enigszins verrassend lijken. Bij het nieuw wagenpark neemt men het omgekeerde waar: firmawagens hebben een gemiddeld lagere Ecoscore (63) dan de wagens van particulieren (67).

Evolutie van de gemiddelde ecoscore van het Brussels wagenpark (totaal en nieuw) en per eigenaarstype (2012-2014)
Bron : Rapporten Ecoscore, 2014

Ecoscore

De gemiddelde Ecoscore volgens het type van brandstof geeft aan dat de benzinewagens globaal een minder grote milieu-impact hebben dan dieselwagens (hun gemiddelde Ecoscore ligt 8 punten hoger: 62 vs 54 in 2014) (zie ook de infofiche over het verrekenen van de Ecoscore in de procedure voor aankoop/leasing van nieuwe voertuigen). Voor deze twee soorten van motoraandrijving neemt de Ecoscore ook nog eens jaarlijks (met ongeveer 1 punt) toe. De verbetering is evenwel iets meer uitgesproken bij dieselvoertuigen, wat zorgt voor een minder groot verschil met de benzine. In vergelijking met de Belgische vloot heeft de Brusselse vloot een Ecoscore die een punt lager ligt voor benzinevoertuigen en een punt hoger voor dieselvoertuigen.
Hybride voertuigen op benzine hebben een even hoge Ecoscore als voertuigen op gecomprimeerd aardgas (76). De hybride voertuigen op diesel vertegenwoordigen dan weer een interessant alternatief voor de klassieke dieselvoertuigen, vooral omwille van het “plug-in”-systeem dat de prestaties van hybride voertuigen op diesel benadert. De Ecoscore van voertuigen op LPG ligt dicht bij die van voertuigen op klassieke benzine (60). De technologie met de minste milieu-impact is uiteraard het elektrische voertuig, met een Ecoscore van 86.
De goede resultaten van alle alternatieven op klassieke brandstoffen dient men evenwel te nuanceren. Hun aandeel in de totale vloot is immers miniem.

Andere indicatoren voor de milieuprestatie van het wagenpark: CO2-uitstoot en EURO-normen

De CO2-uitstoot van een wagen die in het Brussels Gewest staat ingeschreven bedraagt gemiddeld 147 g/km (dus zeer dicht bij het Belgische gemiddelde: 149 g/km). Jaarlijks loopt de uitstoot dan nog eens terug, met nagenoeg 3%. Firmawagens stoten gemiddeld heel wat minder CO2 uit dan particuliere voertuigen (130 g/km vs 157 g/km). Het is bovendien een sterkere vermindering (jaarlijks -4% CO2-uitstoot vs -1% tot -2%). Eens te meer, deze vaststelling vloeit voort uit de snellere vernieuwing van deze vloot en het fiscale beleid ten aanzien van vennootschappen dat dieselaandrijvingen bevoordeelt.

Evolutie van het Brussels wagenpark in termen van de EURO-standaards (2012-2014)
Bron: Ecoscore, 2014

Evolutie van het Brussels wagenpark in termen van de EURO-standaards

In 2014 staat Euro 5 voor de meest verbreide standaard in de Brusselse vloot (42%), gevolgd door Euro 4 (27%). Slechts twee jaar geleden was de voornaamste standaard Euro 4. De evolutie van de Brusselse vloot getuigt inderdaad van een snelle voortgang naar de Euro 5-standaard die de Euro 4 vervangt. De Euro 6-standaard (die in september 2015 voor nieuwe voertuigen verplicht wordt) blijft nog beperkt.
Ten opzichte van de Belgische vloot heeft de Brusselse vloot twee bijzondere kenmerken: het aandeel van de recentste standaarden (Euro 5 en 6) ligt er hoger (45% tegen 38% in België), maar ook het aandeel van de oudste standaard (Euro 0,8% tegen 5%). Deze resultaten bekrachtigen de dubbele vaststelling dat het Brussels wagenpark snel vernieuwt, maar dat het ook een aantal zeer oude wagens bevat (oldtimers).

Milieuprestaties van het wagenpark die constant verbeteren, maar een nog steeds erg aanwezig mobiliteitsprobleem

De evolutie van de Ecoscore van het Brussels wagenpark getuigt van een verbetering van de milieuprestaties. Deze positieve balans dient evenwel te worden gerelativeerd als men de globale impact van een wagen op het milieu bekijkt, ook op het vlak van de mobiliteit: hoe efficiënt ook, toch houdt een wagen een problematische belemmering voor verplaatsingen en parkeren in. Het Brussels Gewest en België krijgen te kampen met een daadwerkelijk mobiliteitsprobleem. Verschillende indicatoren tonen dat dit probleem er niet beter op wordt: weliswaar zwakke, maar reële groei van het autopark, toename van de structurele files (i.e. niet veroorzaakt door het slechte weer of door incidenten) in België in 2014 (gezamenlijke filelengte van 100 tot 150 km op 42 volle dagen - Barometer van Touring Mobilis, 2015). Andere indicatoren tonen evenwel een positieve evolutie (cf. fiche “Mobiliteit en Vervoer”): daling van het wegverkeer (buiten de Ring); sterke toename van de verplaatsingen met het openbaar vervoer en per fiets, dalend wagengebruik door de Brusselaars, met name als vervoermiddel van woonplaats tot werk en andersom.

Datum van de update: 26/10/2018
Documenten: 

Methodologische fiche(s)

Tabel(len) met de gegevens

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

Studie(s) en rapport(en)

Plan(nen) en programma(‘s)