U bent hier

Water en aquatisch milieu

Leidingwater

De kwaliteit van de controle van het water, de bescherming van de waterwinningen en het beleid dat erop gericht is om alle leidingen uit lood te vervangen, maken dat de kwaliteit van het in Brussel verbruikte water aan de norm voldoet en bovendien één van de weinige is, die volledig door overheidsinstellingen wordt beheerd. Sinds 2002 werd er een vermindering van het waterverbruik per inwoner van 18 % opgetekend met evenwel de garantie dat het water toegankelijk blijft voor iedereen. Er werd inderdaad een progressieve en solidaire tarifering ingevoerd .

Kernfeiten

  • In 2009 werd er 101 liter leidingwater per inwoner per dag verbruikt (wat minder is dan het Europese gemiddelde van 105 l/inwoner);
  • Tussen 2003 en 2008 daalde het totale verbruik van leidingwater van het BHG (- 3,5 %) en dat ondanks een aanzienlijke stijging van de bevolking gedurende diezelfde periode (+ 4,9 % tussen 2004 en 2008). Het Waterbeheersplan zou deze tendensen nog moeten versterken.

Toestand van het oppervlakte- en het grondwater

Zowel voor het grond- als het oppervlaktewater wordt de toestand doorlopend opgevolgd.

De wetteksten schrijven voor dat de grondwaterlichamen tegen 2015 een “goede chemische toestand” moeten hebben bereikt. Hoewel een deel van het dieper gelegen en door ondoorlatende geologische lagen beschermde grondwater van goede kwaliteit is, is een minder diepe en minder goed beschermde laag (van het zgn. Brusseliaan) in slechte chemische staat.

De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) eist dat de nodige maatregelen worden getroffen om ervoor te zorgen dat de oppervlaktewaterlichamen tegen 2015 een “goede toestand” hebben bereikt en dat zowel in ecologisch als in chemisch opzicht. In Brussel kon alvast een zekere verbetering van de waterkwaliteit van de Zenne en andere Brusselse waterlopen worden opgetekend: hoewel de globale ecologische kwaliteit van de Zenne, het Kanaal en de Woluwe tussen 2004 en 2010 relatief stabiel is gebleven (gaande van slecht tot goed, al naargelang de waterloop in kwestie), werd toch vastgesteld dat er voor bepaalde bio-indicatoren ter hoogte van de Woluwe en de Zenne vooruitgang werd geboekt.

Dat neemt echter niet weg dat, zoals in alle verstedelijkte gebieden, de aanwezigheid van voor het milieu en de menselijke gezondheid schadelijke micropolluenten zorgwekkend genoemd kan worden. Deze zijn afkomstig van diverse bronnen (transport, onvolledige verbranding, behandeling van hout, enz.) en hun aanwezigheid is erg moeilijk te bestrijden.

Kernfeiten

  • In een stedelijke omgeving staat de kwaliteit van het grond- en het oppervlaktewater onder sterke druk van de menselijke activiteiten en de hiermee gepaard gaande lozingen (afvalwater, gebruik van schoonmaakmiddelen en chemische producten, pesticiden en herbiciden, transport, industrie, …);
  • De ingebruikneming en voortdurende verbetering van twee zuiveringsstations die al het afvalwater behandelen, de maatregelen die getroffen werden om het gebruik van pesticiden uit te bannen en het ecologische beheer van de waterlopen en groene ruimten dragen bij tot een gedeeltelijke verbetering van de kwaliteit van het water. Deze aanpak moet dan ook gehandhaafd en verder uitgediept worden.

Zuivering van afvalwater

Vóór 2000 kwam in Brussel al het huishoudelijke en industriële afvalwater rechtstreeks en onbehandeld in de waterlopen terecht. Om een einde te maken aan deze uit het verleden overgeërfde situatie, heeft Brussel aanzienlijke infrastructuurwerken doorgevoerd:

  • Het collectornetwerk werd aangevuld. De laatste twee gewestelijke collectoren zullen binnenkort (in 2013) klaar zijn;
  • Er werden twee zuiveringsstations gebouwd, één in het zuiden en één het noorden van het Gewest.

Ondanks een aanzienlijke historische achterstand zorgde de ingebruikneming van de zuiveringsstations intussen al voor een duidelijke verbetering van de kwaliteit van het water van de Zenne bij het verlaten van Brussel.

Kernfeiten

  • De twee zuiveringsstations (RWZI’s) van het BHG, goed voor een behandelingscapaciteit van 1.400.000 inwonersequivalenten, behandelen het merendeel van het afvalwater en boeken daarbij almaar betere ecologische resultaten;
  • Eenmaal de renovatie van het RWZI Zuid klaar zal zijn (2014), zullen de twee Brusselse RWZI’s uitgerust zijn met een tertiair behandelingssysteem;
  • Een kwart van het rioleringsnet (goed voor 500 km op de in totaal 1.820 km van het net in 2010) is dringend aan vervanging toe. De vereiste reparatiewerken worden gespreid over een periode van 20 jaar, zijn goed voor een totaalbudget van 1,5 miljard euro (dat gedeeltelijk gefinancierd wordt door middel van een lening bij de Europese Investeringsbank ten belope van een bedrag van 75 miljoen euro per jaar) en worden uitgevoerd naar rato van een gemiddelde van 25 km riolering per jaar;

Preventie van overstromingen

Het verdwijnen van het natuurlijk hydrografisch net, de technische keuze van het “alles in de riool”-principe en het feit dat tijdens de tweede helft van de XXste eeuw de bodems in het Gewest in toenemende mate werden afgedekt waardoor zij geen water meer kunnen doorlaten, zorgen voor frequente overstromingen bij zomerse onweren. Bij sterke en intense regenbuien raken de riolen verzadigd en lopen die over, voornamelijk in de diepste delen van de valleien. Om deze situatie aan te pakken, heeft het Gewest in 2008 een “Regenplan” goedgekeurd, waarvan een deel van de maatregelen eveneens tot doel heeft om de waterbevoorradingsfuncties van de watervoerende lagen te vrijwaren.

Over een tijdsspanne van een dertigtal jaar werden er een twintigtal stormbekkens met een retentiecapaciteit gaande van 500 m³ tot 40.000 m³ gebouwd. Het is de bedoeling dat zij de afvoer van het afvalwater in de collectoren reguleren.

Datum van de update: 19/11/2015
Documenten: 

Aanverwant onderwerp onder het thema « Afval »

Factsheets, bouwstenen voor het opmaken van een bilan van het Brusselse leefmilieu

klik op de link “Water“ .