U bent hier

Het leefmilieu en de verduurzaming van de stad

Op basis van eigen bevoegdheden kan het Brussels Gewest zijn strategie voor een duurzame stad bewerkstelligen op het niveau van de gebouwen, de wijken en de stad. Met deze strategie wil het Gewest reageren op de milieu-uitdagingen die eigen zijn aan een dynamische en moderne regio. De beoogde doelstelling is van Brussel een model te maken in termen van economische ontwikkeling, levenskwaliteit en brede solidariteit. Een stad waarin elk gebaar, elk project telt om samen stap voor stap onze leefwijze diepgaand te wijzigen.

Brussel heeft daarom beslist om zich op dit vlak internationaal te profileren waarbij het nagestreefd imago een potentiële bron van economische meerwaarde kan betekenen. Met het oog hierop werd de aanwezigheid van het Gewest in het mondiale netwerk van duurzame steden versterkt (zoals de deelname aan Energie-Cité, of aan het ICLEI-netwerk dat staat voor ‘local governments for sustainability’). Als stadsgewest kan Brussel in de internationale klimaatonderhandelingen (COP e.d.) sterke boodschappen uitdragen over de troeven van duurzaamheid in de steden. Het Gewest heeft overigens beslist om zich kandidaat te stellen voor de titel van groene hoofdstad van de E.U.

Er werden ook verschillende instrumenten ingevoerd om een transversale benadering van de milieuproblematiek te bevorderen: van een evaluatie van de stand van zaken (enquêtes, analyses, modelleringen, specifieke studies, …) tot de invoering van tools om deze toestand te laten evolueren (plannen en programma’s, actiemiddelen – al dan niet van economische aard – en specifieke projecten). De meeste van deze instrumenten en beleidsmiddelen volgen een originele en specifieke methode met de bedoeling om in de eerste plaats een “bottom-up”-dynamiek tot stand te brengen, waarbij initiatieven van burgers, ondernemingen en lagere overheden worden uitgelokt en aangemoedigd.

Duurzame gebouwen

In Brussel is de bouwsector verantwoordelijk voor 75 % van het energieverbruik en 70 % van de CO2-uitstoot. Naast de reglementaire maatregelen (zoals de Energieprestatie van Gebouwen of de verplichting sinds 2010 tot naleving van de passiefstandaard voor nieuwe openbare gebouwen), heeft het Gewest daarom voorzieningen ingevoerd om initiatieven en participatie aan te moedigen.

Sinds 2004 kent het Gewest een aantal Energiepremies toe aan particulieren, gemeenschappen en ondernemingen. De bedoeling is hen ertoe aan te zetten hun gebouwen te renoveren, beter te isoleren en beter uit te rusten, om zo energie te besparen en de CO2–uitstoot te verminderen (isolatiewerken, performante huishoudtoestellen, ...). Vandaag zijn deze premies gekoppeld aan het gezinsinkomen, zodat gezinnen met een lager inkomen (die ook een renteloze groene lening krijgen voor deze werken) meer steun genieten. Het Gewest geeft ook premies voor de renovatie van woningen, gevelverfraaiing, geluidsisolatie en bodemonderzoek.

Sinds 2007 organiseert het Brussels Hoofdstedelijk Gewest projectoproepen om het bouwen of renoveren van “Voorbeeldgebouwen” aan te moedigen. Deze projecten tonen aan dat het mogelijk is om voor een redelijk budget zeer goede energie- en milieuprestaties te bereiken in de bouw.

Daarnaast werden ook nog specifieke acties ondernomen, samen met overheidsinstanties (zoals de “Plage”-programma’s), professionals (opleidingen, (technische) begeleiding), en werden bouw- en renovatieprojecten van middelgrote en sociale woningen uitgewerkt met de Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (GOMB).

Sleutelfeiten

  • Een oppervlakte van 372.428 m² aan voorbeeldgebouwen werd geselecteerd omdat hun bouw of renovatie de voorbeeldnorm respecteert;
  • Voor een oppervlakte van 158.735 m² (of 340 gebouwen en meer dan 40% van de oppervlakte van alle voorbeeldgebouwen samen) verloopt de bouw of renovatie volgens de passiefnorm.
  • De andere gebouwen voldoen minstens aan de lage-energienorm, of zelfs de zeer-lage-energienorm, afhankelijk van de sector en het type van project (constructie of renovatie). Driekwart van de projecten produceert ook hernieuwbare energie.
  • Dankzij de Plage-programma’s bespaarden 70 openbare gebouwen meer dan 11 MWh energie en vermeden zij de uitstoot van 2.500 ton CO2.

Duurzame wijken

Tal van acties werden ondernomen op schaal van de wijk. Ook hier is het de bedoeling de inwoners, die initiatieven nemen om de levenskwaliteit in hun wijk te verbeteren of weer op te krikken, te stimuleren en te ondersteunen. Het is op deze schaal dat de bottom-up logica het sterkst is aangezien beroep wordt gedaan op actoren die op het terrein projecten op touw zetten.

Het Duurzamewijkcontract is een actieplan dat beperkt is in tijd en ruimte. Het wordt gesloten tussen het Gewest, de gemeente en de inwoners van een Brusselse wijk; daarin wordt een te realiseren interventieprogramma vastgelegd waarvoor een belangrijk investeringsbudget is voorzien (ongeveer 60 miljoen euro per jaar). De projecten beantwoorden aan behoeften op het vlak van de creatie of de renovatie van woningen, de sanering van publieke ruimten, de verbetering van het milieu, de creatie van wijkvoorzieningen en -infrastructuren en de versterking van de sociale cohesie binnen de wijken. Daarnaast ondersteunen ze ook bepaalde economische of commerciële activiteiten.

Elk project heeft een milieudimensie. Zo voldoen vastgoedprojecten aan hoge energie- en milieuprestatiecriteria. De publieke ruimte wordt gesaneerd met duurzame materialen, waarbij de nodige aandacht gaat naar het verbruik van de verlichting, het regenwaterbeheer en de zachte vervoerswijzen. De verschillende interventies beogen ook een systematische afvalpreventie en -beheer, de instandhouding en zelfs verhoging van de biodiversiteit, de aanleg van gedeelde (moes)tuinen en de sanering van bodems.

De oproepen voor burgerprojecten Duurzame Wijken zijn bedoeld om de initiatieven die uitgaan van bewonersgroepen direct te ondersteunen: energiebesparingen, afvalvermindering, rationalisering van het verbruik, luchtkwaliteit, betere benutting van de ruimte, valorisatie van het natuurlijk patrimonium, versterking van de sociale cohesie, enz. Deze gemotiveerde bewonersgroepen voeren projecten uit, nemen deel aan concrete activiteiten en sensibiliseren hun buren voor deze problematiek. De Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (GOMB) is een belangrijke operator voor de productie van middelgrote koopwoningen: het is een van de belangrijkste verschaffers van openbare woningen in Brussel die zijn huizenbouw ook afstemt op de wijkprojecten op basis van doorgedreven milieucriteria. In tegenstelling tot de twee vorige voorbeelden die gericht zijn op de renovatie van bestaande stadswijken, produceert de GOMB nieuwe wijken. In 2010 werd de laatste hand gelegd aan de duurzame wijk Bervoets en lag ook de wijk Tivoli voor ter studie.

Sleutelfeiten

  • 60 Wijkcontract-programma’s (Duurzamewijkcontract sinds 2010) werden ingevoerd sinds 1993.
  • 1417 woningen werden gebouwd of gerenoveerd in het kader van wijkcontracten en Duurzamewijkcontracten.
  • 90 collectieve voorzieningen werden gecreëerd (crèches, buurthuizen, sociaal-culturele ruimten, …)
  • 15 Duurzame Burgerwijken zijn actief in Brussel, en ongeveer 3.500 mensen hebben deelgenomen aan de opgezette activiteiten en processen.

Duurzame consumptie

Voeding, koopgedrag, afvalpreventie aan de bron, de ontwikkeling van recuperatiecircuits zijn allemaal factoren die de algemene kwaliteit van de stadsomgeving beïnvloeden. In Brussel worden uiteenlopende acties gevoerd in deze verschillende domeinen.

Om de geproduceerde afvalhoeveelheden te verminderen, wil het vierde Gewestelijk Afvalplan verder gaan met een ambitieus beleid van duurzame aankopen. Dit omvat de promotie van objectief onderzoek naar duurzame consumptie, de ontwikkeling van partnerschappen met distributeurs en handelaars en de ondersteuning van “duurzame gedragingen”. Hergebruik, reparatie en de tweedehandssector zijn prioritaire sectoren die verder moeten worden ontwikkeld. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn deze sectoren sterk vertegenwoordigd door de sociale en solidaire economie. Er werd ook een campagne opgezet ter ondersteuning van de “afvalverminderende” handelszaken (niet alleen de tweedehandssector, maar ook hersteldiensten, schoenmakers, ...).

Op het vlak van duurzame voeding combineert de gewestelijke actie grootschalige bewustmakingsacties met steun aan initiatieven zoals RABAD (het Brussels netwerk van Brusselse actoren voor duurzame voeding) of SAGAL (solidaire aankoopgroep voor artisanale landbouw), maar ook structurele acties zoals de aanmoediging en begeleiding van Duurzame Grootkeukens.

Collectieve moestuinen nemen een hoge vlucht en individuele moestuinen (zelfs op kleine percelen of balkons) worden aangemoedigd.

Sleutelfeiten

  • Meer dan 5.500 ton afval werd ingezameld en behandeld door de sector van de sociale economie in 2010.
  • Elke dag worden 60.000 maaltijden opgediend in de Brusselse kantines die deelnemen aan de acties en opleidingen voor Duurzame Grootkeukens.
  • 104 collectieve en stedelijke moestuinen zijn in de maak.
  • 40 Solidaire AankoopGroepen voor Artisanale Landbouw werden opgericht.
  • 58 restaurants nemen deel aan de actie Proef Brussel

Milieuplanning

Door de becijferde doelstellingen die vervat zitten in de Europese richtlijnen moet het Gewest plannen realiseren die voorzien in een geïntegreerd geheel van maatregelen voor heel het grondgebied.

Sleutelfeiten

  • Recentelijk werden plannen uitgewerkt betreffende de afval- en geluidsproblematiek, het regenwaterbeheer en het water. Een “Natuurplan” is eveneens in voorbereiding, net als een tweede geïntegreerd Lucht-Klimaatplan.
  • Deze milieuplannen sluiten aan bij andere gewestelijke plannen en programma’s die een welbepaald thema bestrijken (bijvoorbeeld mobiliteit), of meer algemeen zijn (GPDO, GBP, Pact voor Werkgelegenheid, ...).

Kennissynthese

Wat de kennissynthese voor een Duurzame Stad betreft, hebben de sleutelthema’s van het Verslag over de Staat van het Leefmilieu 2007-2010 en zijn tussentijdse synthese niet alleen betrekking op de milieudruk van de activiteiten, het koopgedrag, de energiegewoonten en het energieverbruik van de gezinnen maar ook op de impact van de voeding op het milieu en de perceptie van de leefomgeving (milieu en wijkvoorzieningen).

Datum van de update: 19/11/2015
Documenten: