U bent hier

Groenruimten en biodiversiteit

Groene ruimten: toegankelijkheid voor het publiek

De publiek toegankelijke groene ruimten spelen een belangrijke sociale rol voor de levenskwaliteit, als plek voor spel, ontmoeting en ontspanning. Deze rol is des te belangrijker in een stad als Brussel waar meer dan 63% van de bevolking geen toegang heeft tot een privé tuin.

Belangrijkste feiten

  • 802 sites met een totale oppervlakte van ongeveer 3 000 hectare (of zowat 18,5 % van het oppervlak van het Gewest) werden geïdentificeerd als publiek toegankelijke groene ruimten.
  • Brussel telt 29 m² openbare groene ruimten per inwoner.
  • Meer dan 50% van het grondgebied bestaat uit groene ruimten in de ruime zin: bossen, parken, braakland, privé tuinen…

"Natuurlijke habitats” in de Brusselse groene ruimten

Op het Brusselse grondgebied vindt men een aanzienlijke diversiteit aan natuurlijke habitats waarvan sommige een hoge biologische waarde hebben. Vele soorten bevinden zich nochtans in een moeilijke situatie omdat hun woongebied dreigt te verdwijnen of de kwaliteit van hun woonmilieu wordt aangetast. Sinds de goedkeuring van de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud valt omzeggens 14 % van het Brusselse grondgebied onder het statuut van Natura 2000 dat zich tot doel stelt om de habitats en de op Europees niveau zeldzame of typische soorten, te beschermen. De ordonnantie introduceert eveneens het concept van « natuurlijke habitats van gewestelijk belang » (in het Frans afgekort tot HIR), gedefinieerd als « natuurlijke habitats (…) voor de instandhouding waarvan het Gewest een bijzondere verantwoordelijkheid draagt vanwege hun belang voor het gewestelijk natuurerfgoed en/of vanwege hun ongunstige staat van instandhouding ». Deze HIR betreffen in vele gevallen open habitats die over het algemeen minder naar waarde worden geschat dan de beboste ruimten en meer bedreigd zijn.

Belangrijkste feiten

  • 22% van het grondgebied bestaat uit beboste zones (indien ook de beboste gedeelten van privé domeinen, tuinen, stadsparken, ... worden meegerekend) waarvan 52 % samenvalt met speciale beschermingszones (SBZ) Natura 2000.
  • De oppervlakken met grasvegetatie vertegenwoordigen 6,7 % van het grondgebied ; hiervan geniet slechts 19 % een statuut voor actieve bescherming (1,9 % als SBZ, 8,1 % als HIR en 9,5 % onder een ander statuut zoals bijvoorbeeld natuurreserve).
  • De vochtige habitats bedekken momenteel nog slechts 1,1 % van het grondgebied en zijn voor 79 % van hun oppervlakte beschermd, hetzij als SBZ (56 %), hetzij als HIR (8 %), hetzij met een ander actief beschermingsstatuut (15 %). De aquatische habitats omvatten ongeveer 74,5 km kanaal en open waterwegen en 101 ha vijvers.
  • Hoewel zij vaak van een bijzonder groot biologisch belang zijn en sommige van hen de enige mogelijkheid vertegenwoordigen om voldoende grote nieuwe openbare parken aan te leggen in de centrale wijken, werd naar schatting ongeveer 20 à 25 % van de oppervlakte van de braaklanden bebouwd tussen 1998 en 2008.
  • De parken, tuinen en privédomeinen vertegenwoordigen 50 à 60 % van de Brusselse groene ruimten. Afgezien van hun sociale en patrimoniale functie vervullen deze ruimten ook een belangrijke hydrologische en ecologische functie omdat zij een verbindingsgebied vormen tussen groene ruimten.

Gezondheidstoestand van het Brusselse Zoniënwoud

Sinds een dertigtal jaar wordt zowat overal in Europa het afsterven van de bossen waargenomen aan de hand van min of meer markante fenomenen. Zo bedroeg de gemiddelde ontbladering op Europees niveau (30 landen) waargenomen in 2009 19,4% voor de beuk en 23,7% voor de eik. Ook de impact van de klimaatwijzigingen op de ecosystemen wordt steeds meer bestudeerd.

Belangrijkste feiten

  • In 2010 hadden iets meer dan 60% van de waargenomen eiken en beuken (146 bomen in totaal) een ontbladering die hoger lag dan 25%. De gemiddelde ontbladering bedroeg 27% voor de beuk en 29% voor de eik. Er wordt een matige tot sterke ontkleuring waargenomen op zowat 10% van de beuken en 25% van de eiken.
  • Uit een studie blijkt dat in het Zoniënwoud de beuk de boomsoort is die het meest getroffen zal worden door de vermoedelijke klimaatwijzigingen.

Er worden specifieke bosbouwmaatregelen genomen om deze uitdagingen aan te gaan.

Biodiversiteit en invasieve exotische soorten

Ondanks zijn stedelijke karakter vertoont het Brussels Gewest een uitzonderlijke rijkdom qua fauna en flora.

In België worden momenteel 90 invasieve exotische soorten genoteerd, deze staan ofwel op de “zwarte lijst” (hoge impact op het milieu), ofwel op de “waaklijst” (gematigde impact op het milieu), ofwel op de “alarmlijst” (gematigde of hoge impact op het milieu maar soorten enkel nog aanwezig in de naburige streken).

Belangrijkste feiten

  • Brussel heeft een rijke biodiversiteit: het Gewest telt onder meer 92 soorten inheemse nestvogels, 44 soorten inheemse zoogdieren (waargenomen in de periode 1995-2011), 8 soorten inheemse amfibieën en reptielen en zowat 800 soorten vaatplanten wat neerkomt op ongeveer de helft van de Belgische flora;
  • De Regio biedt nog ruimte voor 28 soorten standvlinders; tussen 1997 en 2008 zijn 18 soorten uitgestorven op regionaal vlak en 8 soorten zijn zeer zeldzaam geworden.
  • 61 van de soorten die voorkomen in de Belgische database met exotische en invasieve soorten hebben populaties in de biogeografische zones waartoe het Brussels Gewest behoort, en 36 onder hen komen voor op de zwarte lijst.

 

Datum van de update: 19/11/2015
Documenten: 

Aanverwant onderwerp aangesneden onder het thema "Geluid"

Aanverwante artikels in de Synthese van de Staat van het Leefmilieu 2007-2008 :

Factsheets, bouwstenen voor het opmaken van een bilan van het Brusselse leefmilieu: “Groene ruimten, fauna en flora“