U bent hier

Focus : Perceptie en gedrag m.b.t. het geluid

Context

Onder de inwoners van het Brussels Gewest werden verschillende enquêtes gevoerd die geheel of ten dele geluidsoverlast als onderwerp hadden.

Perceptie van geluidsoverlast

De resultaten van het openbaar onderzoek dat in 2008 werd gevoerd in het kader van de opstelling van het geluidsplan 2008-2013 toonden aan dat lawaai samen met luchtvervuiling en openbare netheid als een van de prioritaire problemen wordt beschouwd. De geluidsbron die de Brusselaar het meest hindert, is het lawaai van het wegverkeer (59% van de respondenten verklaart veel of redelijk veel hinder te ondervinden), gevolgd door het vliegtuiglawaai (46%), het lawaai afkomstig van technische inrichtingen (39%), het buurtlawaai (33%) en het lawaai van tram en/of trein (18%).
Volgens de "gezondheidsenquête" die het Instituut voor Volksgezondheid in 2008 organiseerde, behoren naast opgestapeld huishoudelijk afval, vocht en luchtvervuiling ook het lawaai van het wegverkeer, trillingen, buurtlawaai en het lawaai van het luchtverkeer tot de milieufactoren die de grootste hinder voor de Brusselaars veroorzaken.

Verder bracht deze enquête aan het licht dat, zonder onderscheid naar geluidsbronnen, de nachtrust van 15% van de bevolking sterk of extreem sterk en van 33% licht tot matig wordt gehinderd. Die resultaten liggen heel wat hoger dan in de andere gewesten en andere grote Belgische steden. Buurtlawaai in het Brussels Gewest geldt als voornaamste oorzaak voor een verstoorde nachtrust, gevolgd door het lawaai van het wegverkeer en lawaai afkomstig van het vliegverkeer.

Perceptie van de te beogen "vrijblijvende" maatregelen

Wat de te treffen maatregelen aangaat, toonde het openbaar onderzoek dat in 2008 in het kader van het geluidsplan 2008-2013 werd gevoerd aan dat een aanzienlijk aantal respondenten (om en bij de 70%) voorstander is van bepaalde beperkende vrijblijvende maatregelen. Het betreft maatregelen die geen rechtstreekse gevolgen hebben voor de mens, zoals het invoeren van stille zones in parken, investeringen in nieuwe technologieën, het bevorderen van alternatieven voor het autogebruik, verhoogde snelheidscontroles... Voorstellen voor beperkende maatregelen rond luchthavenactiviteiten kenden een iets minder grote aanhang.

Perceptie van de te beogen "niet-vrijblijvende" maatregelen

Zoals bovenstaande afbeelding toont, konden ook de niet-vrijblijvende maatregelen ten aanzien van het wegverkeer, met name het opleggen van een taks aan de automobilisten om de maatregelen voor de vermindering van het verkeerslawaai te financieren op een minder gunstig onthaal rekenen; idem voor het treffen van beperkende niet-vrijblijvende maatregelen betreffende de luchthavenactiviteiten. Merk op dat het openbaar onderzoek van 1999 ten opzichte van 2008 een toename registreerde in de steun voor en minder verzet tegen de voorgestelde maatregelen.

Datum van de update: 30/11/2015