U bent hier

Focus: Akoestische comfortzones

Context

Om te voldoen aan de verplichtingen van Richtlijn 2002/49/EG inzake de evaluatie en het beheer van omgevingslawaai, en met name wat de definitie, de identificatie en invoering van maatregelen ter bescherming van stille zones betreft, zette Brussels Hoofdstedelijk Gewest in 2009 en 2010 een prospectieve studie op (BRAT, 2010).

Twee mogelijke conceptbenaderingen

Deze studie benaderde de problematiek op twee elkaar aanvullende wijzen. De eerste, objectieve en theoretische benadering gaat uit van de bestaande gegevens en tools over het Gewest (meer bepaald de geluidscartografie van het vervoer te land in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (ACOUPHEN, 2009) en het GBP) en van de beschikbare Europese bibliografie. Volgens die laatste vormt een geluidsniveau (Lden) gelijk aan of lager dan 55 dB(A) een eerste referentiekader om rustige zones in een stedelijk milieu te definiëren. De tweede, meer subjectieve benadering berust op de resultaten van een onderzoek dat, op het terrein, peilde naar de perceptie van rust door de bevolking (enquête bij 600 inwoners van Brussel, uit 10 verschillende wijken met uiteenlopende sociaalstedelijke context).

De enquêteresultaten toonden duidelijk aan dat, los van een matig geluidsniveau, de rustperceptie in Brussel ook samenhangt met zogenaamde "herbronningscriteria", zoals de vergroening van de ruimte, de mogelijkheden om er (in voldoende grote ruimten) te wandelen en te verblijven, de veiligheid - met name wat de netheid en het gedrag van de bezoekers betreft-, en de afscherming t.o.v. het stadsverkeer. Verder blijkt uit het onderzoek dat de nabijheid van de Ring en overvliegende vliegtuigen de rustperceptie van een wijk niet of nauwelijks beïnvloeden.

Uitgaande van de vrij dichte bebouwing in de stad en van een aantal typische eigenschappen van het Brusselse stadweefsel, nam de studie uiteindelijk twee verschillende "rustpraktijken" in aanmerking:

  • Rustig wonen, met andere woorden in woonwijken blootgesteld aan een geluidsniveau met een Lden van minder dan 55 dB(A) en met een lage dichtheid van industriële (o.a. vervoersgebonden) activiteiten, een lage dichtheid van de Horeca- en handelsactiviteiten, weinig uitgaansleven en zonder commissariaat of een brandweerkazerne in de buurt.
  • Tot rust komen in parken, bossen, op begraafplaatsen, op openbare plaatsen groter dan 10.000 m² of op landwegen langer dan 100 m, waar het geluidsniveau van het landvervoer lager ligt dan een Lden-waarde van 55 dB(A) op minstens 50% van hun oppervlakte of lengte.

Afbakening van de betreffende ruimten in het Brussels Gewest

Vervolgens werd een multicriteriamethode ingevoerd die opeenvolgende filters combineert om de betreffende ruimten op het Brusselse grondgebied te bepalen. Zo werden verschillende zones gedefinieerd die ook op de kaart verderop staan aangeduid. Het gaat om:

  • Comfortzones in de rustige woonwijken (vanuit het oogpunt « Rustig wonen ») ;
  • Comfortzones in de publieke ruimten (vanuit het oogpunt « Tot rust komen ») ;
  • Secundaire comfortzones: hieronder vallen groene ruimten kleiner dan 10.000 m² en onbegroeide ruimten (openbare ruimten, enz.) die toegankelijk zijn voor het publiek en deel uitmaken van een comfortzone in de woonwijken.

Dit alles leidt tot de volgende voornaamste vaststellingen:

  • De wijken in het centrum en in de eerste krans beschikken in hun onmiddellijke nabijheid over slechts enkele kleine comfortzones, niet over uitgestrekte comfortzones.
  • De comfortzones worden groter naarmate ze verder van het centrum verwijderd liggen.

Die vaststellingen vallen gemakkelijk te verklaren door de concentratie van de activiteiten in de eerste stadskrans, terwijl de tweede krans een veeleer residentieel karakter heeft wat beter verenigbaar is met de functie van rust.

We mogen niet uit het oog verliezen dat Brussel een stad is; drukte, gejaagdheid, lawaai, gemengd karakter van de functies en verkeer zijn er niet weg te denken. Bijgevolg is het niet mogelijk om de hele stad in rust onder te dompelen; er zullen met andere woorden ontwikkelingsprioriteiten moeten worden gesteld (economische ontwikkeling, residentiële ontwikkeling,...).

Bronnen:

  • ACOUPHEN ENVIRONNEMENT, 2009 « Impact acoustique des transports terrestres pour la Région de Bruxelles-Capitale », studie op aanvraag van Leefmilieu Brussel, Eindrapport, 303 pagina’s
  • BRAT, 2010 - « Détermination de critères acoustiques et urbanistiques en vue de définir des zones calmes en Région de Bruxelles-Capitale », studie op aanvraag van Leefmilieu Brussel, Eindrapport, 296 pagina’s.
Datum van de update: 30/11/2015
Documenten: 

Factsheet(s)

  • Akoestische comfortzones (In prep.)

Rapport(en) van Leefmilieu Brussel