U bent hier

Geluid

De milieuproblemen waarmee het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, net als andere grote stedelijke entiteiten, heeft af te rekenen zijn niet min: stadsontwikkeling en de daarmee gepaard gaande menselijke activiteiten moeten immers met elkaar worden verzoend. Anderzijds moet ook een bevredigende levenskwaliteit voor de bewoners worden verzekerd. De geluidshinder eigen aan het stadsleven moet bijgevolg worden geanalyseerd en in de mate van het mogelijke worden beperkt om impact op de levenskwaliteit en de gezondheid te vermijden. Toch mogen we niet uit het oog verliezen dat Brussel een stad is en dat drukte, gejaagdheid, lawaai, gemengd karakter van de functies en verkeer er niet weg te denken zijn. Bijgevolg is het niet mogelijk om de hele stad in rust onder te dompelen; er zullen met andere woorden ontwikkelingsprioriteiten moeten worden gesteld (economische ontwikkeling, residentiële ontwikkeling,...).;

Geluidsniveau van het transport

Om de geluidshinder te kunnen evalueren werd voor verschillende verkeersgebonden geluidsbronnen (weg, lucht en spoor) een "akoestische" plaatsbeschrijving van het grondgebied opgesteld: de "geluidskadasters".

Belangrijke feiten

  • De impact van het weglawaai laat zich, gezien de dichtheid van het wegennet, voelen over het grootste deel van het Brusselse grondgebied.
  • Op de meeste grote assen en in de omgeving daarvan wordt het niveau van 55 dB(A) overschreden. Dat is de geluidsdrempel waarbij volgens de WGO sprake is van ernstige hinder voor de bewoners.
  • Er bestaan nochtans afgelegen stillere zones binnenin wooneilanden of midden in weinig verstedelijkte ruimtes (parken, braakliggend land, bos).
  • Twee derden van het Brusselse grondgebied ondervindt de akoestische gevolgen van het luchtverkeer. Een strook die uit het noordoosten van het Gewest vertrekt en richting Brussel centrum trekt, is bijzonder goed zichtbaar; ze komt overeen met de dominerende bijdrage van bepaalde vliegroutes.
  • De hoogste geluidsniveaus (Lden > 55 dB(A)) betreffen iets meer dan een tiende van het grondgebied (11,5%).
  • De impact van het lawaai door het spoorverkeer bestrijkt slechts een klein gedeelte van het Brusselse grondgebied en doet zich in de onmiddellijke nabijheid van de sporen voor en wanneer het geluid weinig hindernissen op zijn traject ontmoet.

De perceptie door de bevolking van het geluid & de mogelijke blootstelling

Om de omgevingshinder die voortvloeit uit de menselijke activiteiten en de stadsontwikkeling te kunnen terugdringen, is een meer nauwkeurige inschatting nodig van de perceptie van de hinder evenals een raming van de bewoners (d.i. de residenten) die potentieel aan een bepaald niveau van extern lawaai zijn blootgesteld.

Belangrijke feiten

  • Volgens de resultaten van een onderzoek vormt het lawaai van het wegverkeer de geluidsbron die de Brusselaar het meest hindert (59% van de respondenten verklaart daar veel of redelijk veel hinder van te ondervinden), gevolgd door het vliegtuiglawaai (46%), het lawaai afkomstig van technische inrichtingen (39%), het buurtlawaai (33%) en het lawaai van de tram en/of de trein (18%).
  • 15% van de respondenten verklaart dat hun nachtrust sterk of extreem sterk door lawaai wordt gehinderd, zonder zich uit te spreken over de oorsprong van het geluid; 33% van de ondervraagden spreekt van een lichte tot matig gehinderde nachtrust.
  • Voortgaand op de geluidskadasters van de verschillende transportmodi kunnen wij ervan uitgaan dat om en bij de 43% van de inwoners aanzienlijke geluidshinder (d.i. Lden-niveaus van meer dan 55 dB(A), dit is een geluidservaring die als "relatief luid" wordt omschreven) kan ondervinden van het weglawaai. Slechts 16% van hen woont in een gebouw dat beschikt over een rustige gevel.
  • Daarentegen zou minder dan één inwoner op tien deze geluidshinder ervaren als gevolg van het luchtverkeer (7%), of van het spoorverkeer (4%, waarvan 22% beschikt over een rustige gevel in hun woning).

Comfortzones en sanering van zwarte punten.

Het beheer van het omgevingslawaai verloopt via het definiëren, identificeren en het doorvoeren van maatregelen ter bescherming van rustige zones.

Anderzijds vergt het geluidsbeheer ook het beheer van de zwarte punten. Hiermee bedoelen wij bewoonde of in gebruik genomen zones met een grote concentratie geluidsbronnen en/of met een groot aantal lawaaigebonden klachten.

Belangrijke feiten

  • Los van een lager geluidsniveau hangt de rustperceptie in Brussel ook samen met zogenaamde "herbronningscriteria", zoals de vergroening van de ruimte, de mogelijkheid om er te wandelen (voldoende grote ruimten) of te verblijven, de veiligheid – te verstaan in termen van netheid en gedrag van de bezoekers -, en de afscherming t.o.v. het stadsverkeer. Hoewel de meeste gewestelijke groene ruimten naar zuiver akoestische criteria (geluidsniveau hoger dan 55dB Lden) niet kunnen worden beschouwd als stil, gelden ze toch als plaatsen van rust. Een van de doelstellingen van het Gewest bestaat erin om de geluidskwaliteit van deze ruimten te verbeteren.
  • De wijken in het centrum en in de eerste krans beschikken in hun onmiddellijke nabijheid over slechts enkele kleine, "akoestische comfortzones". Die comfortzones worden groter naarmate ze verder van het centrum verwijderd liggen. Hiermee gepaard is er de concentratie van activiteiten in de eerste stadskrans, terwijl de tweede krans veeleer een residentieel karakter vertoont.
  • Een twintigtal "zwarte punten" werd al gesaneerd. Uit meetcampagnes verricht in vergelijkbare omstandigheden als deze voor de sanering is gebleken dat de akoestische situatie werkelijk werd verbeterd. De keuze voor een ander soort wegdek blijkt een eenvoudige en doeltreffende maatregel in de strijd tegen lawaai (verbetering met 3 tot 10 dB(A) naargelang het geval). Anderzijds kan de geluidshinder nog eens met gemiddeld 5 dB(A) worden verminderd in het geval van normaal asfalt, door de snelheid terug te brengen van 50 naar 30 km/u. Daarentegen moet de verkeersstroom al met de helft worden verminderd, wil men gemiddeld 3 dB(A) winnen.

Lawaai in scholen en crèches.

Geluidshinder in de schoolomgeving heeft zowel gevolgen voor de leerlingen (leerproblemen, gedragsproblemen,...) als voor de leerkrachten en het personeel dat er werkt (luider praten, vermoeidheid, stress,…). Leefmilieu Brussel onderzoekt deze problematiek sinds 1998. In 13 scholen werden meetcampagnes uitgevoerd; een aantal van deze scholen kreeg saneringsvoorstellen.

Belangrijke feiten

  • De geluidsniveaus die tijdens de meetcampagnes in de klaslokalen werden geregistreerd, blijven onder of op het niveau van de waarden die als referentie worden gebruikt (o.a. 65dB(A) voor LAeq).
  • In de eetzalen en de afgesloten speelplaatsen van de scholen werden daarentegen bijzonder hoge geluidsniveaus gemeten (>80 dB(A)). Een betere akoestiek in deze lokalen zou de situatie kunnen verbeteren.

 

Datum van de update: 08/10/2015
Documenten: 
  • Gegevens in real time van het geluidsmeetnet van Leefmilieu Brussel: ondervraag de module WebNoise
  • Technische rapporten over geluid van Leefmilieu Brussel: zoek in het documentatiecentrum of raadpleeg de selectie van de meest recente verslagen (permanente metingen)
  • Factsheets, bouwstenen voor het opmaken van een bilan van het Brusselse leefmilieu