U bent hier

Energie en klimaatwijziging

Energieverbruik

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest beschikt sinds het jaar 1990 over een “energiebalans”. Deze beschrijft de energiehoeveelheden die worden ingevoerd, geproduceerd, getransformeerd en verbruikt in het Gewest in de loop van een jaar.

Kernfeiten

  • In 2009 verbruikte het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 1961 ktoe (ofwel 22.802 GWh).
  • Het totale eindverbruik voor alle sectoren samen daalde tussen 2004 en 2009 (-10 %).
  • De grootste energieverbruiker is de huisvestingssector (woningen, 40 % van het totale verbruik in 2009), gevolgd door de tertiaire sector (33 %) en de transportsector (23 %, indien dit aandeel wordt geraamd op basis van een regionalisering van de Belgische brandstofverkoop)
  • Sinds 2006 is er sprake van een stabilisering van de afstanden die door motorvoertuigen worden afgelegd over de weg in het Brussels Gewest. Anderzijds begonnen de benzine- en dieselprijzen in 2003 vrij sterk te stijgen.

Energie-intensiteit

De energie-intensiteit is de verhouding tussen de hoeveelheid energie die een sector verbruikt en een variabele die representatief is voor deze sector. Een hogere energie-intensiteit komt dus overeen met een hoger energieverbruik per eenheid van de in aanmerking genomen variabele. Op nationaal of internationaal niveau wordt de energie-intensiteit van een land vaak berekend in verhouding tot het BBP of het aantal inwoners. Deze indicatoren worden overigens algemeen gebruikt voor vergelijkingen tussen gewesten of landen.

Kernfeiten

  • De totale energie-intensiteit per inwoner is de laatste jaren geleidelijk aan verbeterd: in 2009 bedroeg deze 21,0 MWh/inwoner tegenover 24,3 in 2005 en 22,1 in 1990.
  • In 2009 bedroeg het energieverbruik van de huisvestingssector in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gemiddeld 1,8 MWh per gezin. Tussen 1999 en 2009 daalde de energie-intensiteit met 17 %. Tot 2005 werd daarentegen een sterke stijging van het elektriciteitsverbruik waargenomen, sindsdien gevolgd door een daling. Volgens de resultaten van de “energie-uitdagingen” wordt de jaarlijkse energiebesparing die te maken heeft met een wijziging van het gedrag van de verbruikers, geraamd op een gemiddelde van 13 à 20 % per gezin.
  • In 2009 bedroeg het energieverbruik van de industriële sector in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gemiddeld 166 MWh per miljoen euro toegevoegde waarde in volume. De aldus berekende energie-intensiteit van de industrie bereikte een piek in 2002 en daalde sindsdien vrij regelmatig en sterk: tussen 2002 en 2009 bedroeg de daling - 33 %.
  • In 2009 bedroeg het energieverbruik van de tertiaire sector in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gemiddeld 1,2 MWh per baan in de dienstensector.De energie-intensiteit van de tertiaire sector (per baan) vertoont over de recente jaren een neerwaartse trend: tussen 2004 (jaar met maximaal energieverbruik) en 2009 werd er een daling met 7 % waargenomen.

Hernieuwbare energie

Hernieuwbare energie stemt overeen met energie waarvan de exploitatie geen “voorraden” uitput (zonnestraling, windkracht, warmte van de aarde, stroming van rivieren, getijden van de zee). Het streefcijfer van België is ervoor te zorgen dat 13 % van het bruto eindverbruik van energie afkomstig is van hernieuwbare energiebronnen.

Kernfeiten

  • Het potentieel voor de productie van hernieuwbare energie op het gewestelijke grondgebied is uitermate beperkt.
  • Het Brussels Gewest importeert energie die van hernieuwbare energiebronnen afkomstig is. Zo was in 2009 het aandeel van groenestroom goed voor 38 % van alle elektriciteit die in het Brussels Gewest werd verkocht; dit is een verdrievoudiging ten opzichte van 2007.

Broeikasgassen en klimaatveranderingen

Het klimaat van onze planeet is weliswaar nooit stabiel geweest, maar de recente veranderingen roepen toch vragen op. Volgens de "Intergouvernementele werkgroep inzake klimaatverandering” (‘Intergovernmental Panel on Climate Change’ of IPPC) zou de temperatuur op Aarde sinds het einde van de jaren 1800 met 0,74 °C zijn gestegen.

Kernfeiten

  • Uit onderzoek naar de evolutie van de gemiddelde jaartemperatuur in Ukkel is gebleken dat er voor de hele bestudeerde periode (1830-2010) sprake is van een opwarming met ongeveer 2 °C.
  • De resultaten zijn minder significant wat de hoeveelheid neerslag betreft.

Er zijn tal van factoren die dit kunnen verklaren.



Over het algemeen dragen de broeikasgassen in de atmosfeer bij tot veranderingen van het klimaat. Daarom moet hun uitstoot beperkt worden, iets waartoe ook op internationaal niveau werd beslist. Om haar steentje bij te dragen aan de Belgische en Europese doelstellingen ter zake, heeft de Brusselse Regering zich ertoe verbonden om de BKG-emissies van het BHG met 30 % te verminderen tegen 2025 in vergelijking met 1990.



Daarnaast trad het BHG ook toe tot de Conventie van de Burgemeesters, sinds haar oprichting in 2009. Dit is een verbintenis van lokale besturen om verder te gaan dan de doelstellingen die door het Europese energiebeleid worden vastgelegd voor de vermindering van de CO2-emissies, door een betere energie-efficiëntie en het gebruik en de productie van minder vervuilende energie.

CO2 is veruit het belangrijkste BKG op het gewestelijke grondgebied (goed voor bijna 93 % in 2008). De belangrijkste emittenten van broeikasgassen in Brussel, zijn de gebouwen en de vervoerssector.

Kernfeiten

  • In 2008 lag de verwarming van (residentiële en tertiaire) gebouwen aan de oorsprong van 69 % van alle directe emissies van BKG.
  • Sinds 2004 vertonen de emissies van broeikasgassen over het algemeen een dalende trend die gelijke tred houdt met de afname van het energieverbruik.

 

Datum van de update: 19/11/2015
Documenten: 

Aanverwante onderwerpen in de Synthese van de Staat van het Leefmilieu 2007-2008

Factsheets, de bouwstenen voor het opmaken van een bilan van het Brusselse leefmilieu

klik op de links “Energie” en “Klimaat”.