U bent hier

Focus : Risico’s die gepaard gaan met electromagnetische velden

Inleiding

Onze moderne leefomgeving wordt gekenmerkt door de alomtegenwoordigheid van elektromagnetische velden (EM-velden). Dit omwille van het algemeen gebruik van elektrische energie en het alsmaar toenemend gebruik van telecommunicatiemiddelen, internet en draadloze telefonie. We kunnen ons dan ook afvragen of deze moderne elektromagnetische omgeving mogelijks niet schadelijk is voor de gezondheid.

De informatie waarover we beschikken vanuit de wetenschappelijke literatuur (‘peer reviewed’) laat toe om hierover een stand van zaken op te maken. De wetgevende aspecten komen in een ander document aan bod (zie het tabblad “Aanvullende documentatie”).

Wat we op dit ogenblik weten

1. Risico’s gekoppeld aan elektromagnetische golven

Elektromagnetische velden worden van elkaar onderscheiden op basis van hun frequentie, dewelke afhankelijk is van de emissiebron. De blootstellingsintensiteit neemt vrij snel af naarmate de afstand tot de bron toeneemt. Zowel de frequentie als de intensiteit beïnvloeden de mogelijke impact op de gezondheid.

Statische magnetische velden:

De blootstelling aan dergelijke velden is voornamelijk te wijten aan de nabijheid van spoor-, tram en metrolijnen die op gelijkstroom werken. Voor de betrokken intensiteiten, die minder dan 100 microtesla (µT) bedragen, kon men geen negatief effect voor de gezondheid identificeren. Dat neemt echter niet weg dat tot op heden enkel korte termijneffecten werden onderzocht. Er is dus nog niets geweten over de gevolgen op lange termijn van een blootstelling aan dergelijke velden.

Magnetische velden met een extreem lage frequentie (50 Hz):

De blootstelling aan dit type van velden is te wijten aan de nabijheid van eender welke geleider, transformator of elektrisch apparaat in werking. In onze woningen bedraagt de intensiteit van de blootstelling aan deze velden over het algemeen niet meer dan 0,01- 0,1 µT. Boven 0,4 µT (nabijheid van een hoogspanningsleiding of een transformatorcabine) verdubbelt het risico op kinderleukemie. Verder is het eveneens mogelijk, maar niet zeker, dat het risico op overlijden ten gevolge van de ziekte van Alzheimer dan ook groter wordt. Voor kinderen en zwangere vrouwen moet bijgevolg aanbevolen worden om de slaapkamer, en het bed in het bijzonder, op een zekere afstand van eender welke blootstellingsbron te plaatsen, zodat de gemiddelde intensiteit minder dan 0,4 µT bedraagt.

EM-velden van de middenfrequentie (tussen 300 Hz en 100 kHz):

Een significante blootstelling aan dergelijke velden komt vooral voor in de buurt van inductiekookplaten en antidiefstalpoortjes in winkels. In de onmiddellijke nabijheid van een dergelijke bron worden er stromen in het organisme geïnduceerd. Theoretisch gezien kan dit gevolgen hebben wanneer de hersenen hieraan blootgesteld worden en kunnen er zich interferenties voordoen met medische implantaten. Het is dan ook belangrijk om kinderen en dragers van een pacemaker of defibrillator aan te raden zich niet in de onmiddellijke omgeving van dergelijke bronnen op te houden.

EM-velden binnen het radiofrequentiespectrum (tussen 100 kHz en 300 GHz):

Deze velden worden uitgezonden door eender welke tele- en radiocommunicatie-inrichting, met inbegrip van gsm’s en draadloze telefoons voor huishoudelijk gebruik, Wifi- en Bluetooth-systemen, babyfoons, enz. Ook magnetrons gebruiken deze frequenties.

De maximale intensiteit waaraan de bevolking op dit ogenblik mag worden blootgesteld, bedraagt 1 watt per kilo (W/kg) ‘specific absorption rate’ (SAR).

Deze intensiteit wordt bereikt bij gebruik van een gsm-toestel tegen het oor onder slechte communicatieomstandigheden. Onder goede omstandigheden genereren een gsm en een draadloze telefoon een 10 keer lagere SAR. Wat de SAR in de gebruikelijke nabijheid van een Wifi-paal of gsm-antenne betreft, kunnen we stellen dat deze over het algemeen minder dan 1 milliwatt per kilo bedraagt, dus meer dan 1000 keer lager ligt.

Hierbij dient opgemerkt dat de norm van 3 volt/meter die door het Brussels Gewest werd goedgekeurd voor de gsm-antennes, neerkomt op een verplichting ervoor te zorgen dat de SAR op geen enkele verblijfplaats in de omgeving van deze antennes meer dan 0,4 milliwatt per kilo bedraagt.

Overigens, voor SAR-waarden tot ongeveer 1 W/kg hebben de vele experimentele studies tot nog toe geen nefast gevolg kunnen ontdekken dat onomstreden en reproduceerbaar was. Bij dergelijke intensiteiten lijkt er geen enkel mechanisme voorhanden te zijn dat aan de basis kan liggen van een interactie (er is pas sprake van weefselopwarming vanaf 4 W/kg).

Dat neemt echter niet weg dat de epidemiologische gegevens over de gebruikers van mobiele telefonie wijzen op een mogelijk verhoogd risico voor het ontwikkelen van een hersentumor bij langdurig intensief gebruik. Niettemin kan er momenteel ter zake nog geen enkele sluitende conclusie worden geformuleerd.

De geldende norm van 3V/m in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is bijgevolg gerechtvaardigd op grond van het voorzorgsprincipe . We onthouden eveneens dat voorzichtigheid geboden is bij het gebruik van de gsm.

Verder is er in de onmiddellijke omgeving van een gsm ook sprake van een risico op interferentie met medische implantaten. Zeker belangrijk is het feit dat het gebruik van de gsm achter het stuur (met of zonder handenvrije carkit) aanzienlijk het risico op een verkeersongeval verhoogt. Bij wijze van conclusie kunnen we dus stellen dat het gebruik van gsm’s door jonge kinderen (wiens hersenen nog volop in ontwikkeling zijn) en ook achter het stuur, formeel af te raden valt. Wat de gebruikswijze van een gsm betreft, wordt aanbevolen om enkele eenvoudige en doeltreffende maatregelen in acht te nemen ten einde de blootstelling aan EM-velden aanzienlijk te verminderen en interferenties met medische implantaten te vermijden. Dat geldt ook voor het huishoudelijke gebruik van draadloze telefoons, Wifi, walkietalkies, babyfoons, enz.

2. Elektrogevoeligheid

Intolerantie voor EM-velden dekt diverse soorten, niet-specifieke klachten en manifesteert zich bij vaak erg geringe blootstellingsintensiteiten die zich duidelijk onder de Brusselse norm van 3 V/m situeren. De gevolgen ervan variëren, maar kunnen gaan tot arbeidsongeschiktheid en/of sociaal isolement. Op basis van een enquête die eind 2010 werd afgenomen bij huisartsen, kon de prevalentie van het probleem in het Brussels Gewest niet worden uitgemaakt.

Er bestaan talrijke studies over dit fenomeen. De zogenaamde provocatiestudies zijn er niet in geslaagd om een causaal verband te objectiveren tussen de aanwezigheid van EM-velden en de klachten die door elektrogevoelige personen worden geuit. De perceptiestudies zijn er van hun kant evenmin in geslaagd om het bijzondere perceptievermogen van EM-velden uit hoofde van elektrogevoelige personen, te objectiveren. Desondanks zou het best kunnen dat bepaalde personen (niet noodzakelijk elektrogevoelig) de aanwezigheid van een EM-veld kunnen waarnemen bij intensiteiten zoals deze waaraan een gsm-gebruiker blootgesteld kan zijn (d.w.z. 100 à 1.000 keer hoger dan de Brusselse norm). Tot het tegendeel is bewezen, kunnen wij tot op heden enkel concluderen dat elektrogevoeligheid tot de categorie van de nocebofenomenen behoort (d.w.z. het tegengestelde van het placebofenomeen).
Er kunnen weliswaar naar de medische wereld toe aanbevelingen geformuleerd worden om zich over dit syndroom te buigen. Nu, welke impact dit zal hebben, blijft onzeker. Elektrogevoelige personen zijn namelijk nogal terughoudend ten aanzien van eender welk discours dat de realiteit van hun intolerantie in twijfel trekt.

Conclusie

Vandaag bestaan er meer vragen dan antwoorden over de gevolgen van elektromagnetische velden op de gezondheid. De enige zekerheden die we ter zake hebben, houden verband met het verhoogde risico op kinderleukemie boven een bepaalde intensiteit van residentiële blootstelling aan magnetische velden van 50 Hz, alsook met de risico’s gekoppeld aan de in de hersenen van kinderen en in medische implantaten geïnduceerde stromen door de middenfrequenties van antidiefstalpoortjes. Dienaangaande zijn aanbevelingen dan ook op hun plaats. Wat de radiofrequenties van gsm’s betreft, is er nog te weinig tijd verstreken om hierover al volwaardige conclusies te kunnen trekken. Het regelmatige en veralgemeende gebruik van gsm’s zet echter wel aan tot het aanbevelen van voorzichtigheidsregels voor hun gebruik, ten einde de blootstelling van de gebruiker te beperken. Vooral voor jonge kinderen wordt het gebruik van een gsm volledig afgeraden. Wat betreft de zendantennes, strookt het gebruik van een norm met het hanteren van een voorzorgsprincipe met de bedoeling de globale omgevingsblootstelling te verminderen.

Datum van de update: 30/11/2015