U bent hier

Evolutie van de concentratie van fijne deeltjes in de lucht

De deeltjes die zich in suspensie bevinden in de lucht (PM) zijn zowel qua herkomst als qua chemische en fysische kenmerken zeer verschillend. De PM-concentraties en -emissies in de lucht zijn door Europa gereglementeerd omdat deze deeltjes een belangrijke impact hebben op de gezondheid, meer bepaald op de ademhaling en de bloedsomloop. De gemiddelde jaarconcentraties van PM10 zijn conform met de Europese grenswaarde in alle luchtmeetposten van het Gewest. De daggrenswaarde, die verscheidene jaren lang problematisch was, wordt sinds 2014 eveneens gerespecteerd. Om de concentraties PM10 te verklaren, moet men met verschillende factoren rekening houden: de lokale bronnen, de import van verontreinigende stoffen uit de buurlanden en de secundaire vorming van fijn stof.

Context

Alle partikels met een grootte  kleiner dan 10 micrometer worden aangeduid met het acroniem “PM10” voor “particulate matter” onafgezien van hun samenstelling of fysische aard. De deeltjes in suspensie in de omgevingslucht zijn afkomstig van diverse bronnen: de “primaire” partikels worden rechtstreeks uitgestoten door natuurlijke processen (bijvoorbeeld bodemerosie of partikels uit de Sahara) of door menselijke activiteiten (verbranding, slijtage van de wegbekleding, bouw- en sloopwerkzaamheden, …) voortgebracht, terwijl de “secundaire” partikels ontstaan door chemische reacties tussen andere in de atmosfeer aanwezige stoffen (nitraten, sulfaten, ammonium, nucleatie van gasvormige substanties, …).

Europese grenswaarden

Met het oog op de bescherming van de volksgezondheid verplicht de Europese richtlijn 2008/50/EG voor de PM10-concentratie in de omgevingslucht de naleving van twee grenswaarden die al van toepassing zijn sinds 1 januari 2005:

  • 50 µg/m3 als daggemiddelde, met een maximum van 35 dagen per jaar waarop de grenswaarde mag worden overschreden;
  • 40 µg/m3 als jaargemiddelde.

PM10-concentratie in de lucht

In het Brussels Gewest wordt PM10 continu gemeten in 6 stations van het telemetrisch meetnet voor de luchtkwaliteit. Wij baseren onze indicator op de gegevens van de meetpost St-Jans-Molenbeek (code 41R001) omdat deze representatief is voor een stedelijke omgeving met invloed van het wegverkeer. De Brusselse indicator voor PM10 heeft enkel betrekking op de daggemiddelden.

Evolutie in de meetpost Sint-Jans-Molenbeek van het aantal overschrijdingsdagen van de daggrenswaarde van 50 µg/m3 voor PM10 (1997-2016)

Bron : Leefmilieu Brussel, Dpt. Laboratorium, Luchtkwaliteit

Tot en met 2009 waren er in de meetpost van Sint-Jans-Molenbeek systematisch meer overschrijdingsdagen dan de toegestane 35. Een verbetering wordt echter waargenomen sinds 2012, in het bijzonder in 2015 en 2016.
Tot en met 2013 werd de grenswaarde echter wel overschreden in de meetpost Voorhaven (Haren) langs het Kanaal. Tot die datum bevond het Gewest zich dus in overtreding, aangezien er sprake is van niet-conformiteit met de grenswaarde vanaf het ogenblik dat er zich een overschrijding voordoet in één van de stations van het Brussels meetnet. 
Sinds 2014 is de grenswaarde daarentegen wel gerespecteerd.  De verbetering die recentelijk geobserveerd werd in de meetpost van Sint-Jans-Molenbeek, wordt ook vastgesteld in alle andere meetposten.

Sinds 2004 heeft geen enkele post van het meetnet van het gewest de grenswaarde van 40 µg/m3 als jaargemiddelde overschreden.

Oorsprong van de PM10

De luchtmassa's kunnen de PM10 over grote afstand transporteren omdat ze zo klein zijn. Dat betekent dat de in Brussel gemeten concentraties niet louter het gevolg zijn van de plaatselijke emissies: de PM10-concentraties hangen samen met de achtergrondvervuiling (zoals die bijvoorbeeld in de Ardennen wordt gemeten), de gewestoverschrijdende bijdrage (in het BHG ingevoerd via de luchtstromen), de stedelijke achtergrondvervuiling (resultante van de  uitstoot door de verwarming en het verkeer zoals in de meetposten te Ukkel en St-Agatha-Berchem), de lokale stedelijke bijdrage die hoofdzakelijk samenhangt  met het verkeer (wat het geval is in een omgeving met een meer dichte bewoning zoals in St-Jans-Molenbeek). 

Datum van de update: 05/02/2019