U bent hier

Emissies van broeikasgassen

CO2 is veruit het belangrijkste broeikasgas dat uitgestoten wordt op het gewestelijk grondgebied (ongeveer 90 % in 2015). De uitstoot van broeikasgassen in Brussel is voornamelijk te wijten aan het energieverbruik voor gebouwen (residentieel en tertiair; 61 % van de rechtstreekse uitstoot van BKG in 2015) en transport (29 %). Sinds 2004 vertoont de uitstoot van broeikasgassen een algemene neerwaartse tendens, parallel aan de vermindering van het energieverbruik. Gezien het aandeel van de verwarming van gebouwen in de emissies, wordt deze tendens erg beïnvloed door klimatologische omstandigheden. Het Gewest heeft zo zijn engagement inzake de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in het kader van Kyoto 1 (1990-2012) gerespecteerd. Sindsdien heeft het Gewest zich unilateraal geëngageerd om zijn BKG-emissies tegen 2025 met 30 % te verlagen in vergelijking met 1990 (via het Pact van de Burgemeesters).Tegen 2020 met het Gewest deze emissies met 8,8 % verlagen in vergelijking met 2005 (via de Belgische inspanningsverdeling van de klimatologische doelstellingen van de Europese strategie 2020).     

Context

De zes broeikasgassen (BKG) waarop het Protocol van Kyoto betrekking heeft, zijn: koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), distikstofmonoxyde (N2O), fluorkoolwaterstoffen (HFK’s), perfluorkoolstoffen (PFK’s) en zwavelhexafluoride (SF6). Er zijn nog andere gassen die het broeikaseffect bevorderen maar zij tellen niet mee voor de berekening van de reductiedoelstellingen. Concreet worden deze zes gassen gecombineerd in een “gezamenlijke pot”, waarbij elk gas wordt gewogen volgens zijn globaal opwarmingspotentieel uitgedrukt in “CO2-equivalent”.

Alleen de BKG die rechtstreeks op het grondgebied worden uitgestoten (directe emissies) worden in aanmerking genomen in het kader van het Protocol van Kyoto. De directe BKG-emissies in het Brussels Gewest zijn hoofdzakelijk het gevolg van de verbrandingsprocessen die gebruikmaken van fossiele brandstoffen (gas en aardolie). CO2 is veruit het belangrijkste BKG dat op het gewestelijk grondgebied wordt geëmitteerd (bijna90 % in 2015).

Emissies van broeikasgassen in het Brussels Gewest

In 2015 was alleen al de verwarming van (residentiële en tertiaire) gebouwen goed voor 61 % van de directe emissies van BKG. Gebouwen en vervoer samen namen voor datzelfde jaar bijna 90 % van de directe emissies voor hun rekening.

Directe emissies van BKG (zonder de fluorhoudende gassen) in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 1990 tot 2015.

Bron : Leefmilieu Brussel, Dpt planning lucht, klimaat en energie

Tussen 2004 en 2015 daalden de verwarmingsgerelateerde emissies, hoewel de Brusselse bevolking in die periode toenam (+ 18,8%) en het residentiële gebouwenpark aangroeide (+ 3,2 %, volgens de ADSEI), net als het kantorenpark (volgens het Overzicht van het kantorenpark). De gewestelijke uitstoot van broeikasgassen blijkt aldus losgekoppeld te zijn van de bevolking.
Zoals de stijgingen van de totale BKG-emissies in 2010 en 2013  aantonen, houdt deze evolutie echter ook verband met de klimaatomstandigheden (zachter in 2007, 2011 en 2014, strenger in 2010 en 2013), gezien het aandeel van de verwarming van gebouwen in de emissies.

Internationale doelstellingen

Als partij bij het Protocol van Kyoto had België de verplichting om zijn BKG-emissies te verminderen met 7,5 % in de periode 2008-2012 ten opzichte van 1990. Overeenkomstig de verdeling van de inspanning over de 3 Gewesten en de Federale Staat (“burden sharing”) mag het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waar de agrarische en industriële activiteit beperkt is, de op het grondgebied uitgestoten BKG met maximum 3,475 % verhogen in dezelfde periode. Dit hangt samen met de gewestelijke specificiteiten waaraan op korte tijd niet kan verholpen worden, zoals mobiliteitsproblemen en energiegebruik voor de verwarming van gebouwen.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft aldus zijn engagement inzake de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in het kader van Kyoto 1 (1990-2012, de evaluatie voor de periode 2008-2012) gerespecteerd.

Nog het vermelden waard is het feit dat het Gewest de verbintenis heeft aangegaan om zijn BKG-emissies tegen 2025 met 30 % te verminderen in vergelijking met 1990 (Pact van de Burgemeesters) en tegen 2020 moet het Gewest deze emissies met 8,8% verminderen in vergelijking met 2005 (via de Belgische verdeling van inspanningen van de klimatologische doelstellingen van de Europese strategie 2020, in het bijzonder van de beschikking 406/2009/EG, en het politiek akkoord na de COP21). Er werden doelstellingen voor 2030 (voor de vermindering van BKG me minstens 40% in vergelijking met 1990) vastgelegd op Europees niveau (Besluit van de Europese Raad van 23 en 24 oktober 2014), maar de onderhandelingen, betreffende de verdeling ervan onder de lidstaten, zijn nog steeds aan de gang.

Indirecte emissies

Naast de BKG die op het Brussels grondgebied zelf worden uitgestoten (“directe emissies”), brengt het Gewest ook “indirecte” emissies voort. Deze hangen samen met de productie buiten het Gewest van de elektriciteit die het BHG verbruikt (met name bijna 95 % van het elektriciteitsverbruik), en daar bovenop, met de productie van de consumptiegoederen die het Gewest invoert (voeding, huishoudtoestellen, bouwmaterialen, textiel, …).

De indirecte emissies van het Brussels Gewest werden geschat op bijna 20.000 kton CO2eq voor 2015 (in het kader van een studie om koolstofarme scenario’s tegen 2050 te identificeren, gerealiseerd in 2017 door Leefmilieu Brussel) ; met name meer dan 5 keer de hoeveelheid directe emissies.

 

Datum van de update: 24/05/2019