U bent hier

Semi-natuurlijke sites en beschermde groene ruimten

De bescherming van half-natuurlijke ruimten en groene ruimten is een essentieel instrument voor de bescherming van de biodiversiteit. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest telt 14 natuurreservaten en 2 bosreservaten met een oppervlakte van respectievelijk 128 ha en 159 ha; samen bedekken de reservaten 1,8% van het grondgebied. De speciale beschermingszones die in het kader van het Europees netwerk Natura 2000 in het leven zijn geroepen, bedekken op hun beurt een oppervlakte van 2316 ha, wat 14,4% van het grondgebied vertegenwoordigt; zij bevatten de meeste natuur- en bosreservaten. Meer dan 14,6% van het grondgebied geniet hierdoor een actief beschermingsstatuut, wat betekent dat er instandhoudingsdoelstellingen moeten worden bepaald voor alle betrokken gebieden en dat deze moeten worden uitgevoerd via een passend actief beheer dat meestal vertrekt vanuit beheerplannen.

De menselijke druk op het leefmilieu - en in het bijzonder op de biodiversiteit - noopt de overheid tot het nemen van beschermende maatregelen in een aantal gebieden.
In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bestaan verschillende min of meer bindende beschermingsstatuten in termen van natuurbehoud; soms zijn meerdere statuten van toepassing op eenzelfde gebied. Hierbij maakt het Gewestelijk natuurplan 2016-2020 voor het Brussels Gewest een onderscheid tussen de begrippen actieve en passieve bescherming van de natuur.

Groene ruimten die een actief beschermingsstatuut genieten

De gebieden die een actieve bescherming genieten zijn deze waarvoor  een actief beheer, meestal via beheerplannen, moet worden uitgevoerd om de vooraf bepaalde beschermingsdoelstellingen te behalen.  Deze bescherming is van toepassing op gebieden met een hoge biologische waarde, die een strikte bescherming nodig hebben.
Natuur- en bosreservaten
Natuurreservaten en bosreservaten zijn gebieden die beschermd worden omwille van hun opmerkelijke of uitzonderlijke biologische waarde en die aan de strengste beschermingsmaatregelen worden onderworpen.
Ze kunnen ofwel integraal ofwel gericht zijn, naargelang de natuurfenomenen er volgens hun eigen dynamiek kunnen plaatsgrijpen of men een geschikt beheer toepast om de natuurlijke habitats en soorten waarvoor het gebied als reservaat is aangeduid, in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen of, in het geval van een bosreservaat, om er de inheemse boombestanden of kenmerkende of opmerkelijke faciës in stand te houden.
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest telt 14 natuurreservaten en 2 bosreservaten met een oppervlakte van respectievelijk 128 ha en 159 ha. Globaal genomen bedekken deze reservaten 1,8% van het grondgebied van Brussel.
In juli 2017 werd het integraal bosreservaat Grippensdelle opgenomen op de Werelderfgoedlijst van Unesco, samen met 3 andere integrale bosreservaten van het Zoniënwoud in het Vlaams en het Waals Gewest. Deze delen van het Zoniënwoud, die samen een oppervlakte van 270 ha beslaan, zijn erkend als componenten van een reeks van 78 opmerkelijke beukenbossen in 12 Europese landen, die allemaal streng worden beschermd.
Onderstaande figuren geven de evolutie weer van het aantal reservaten en hun totaaloppervlakte sinds het ontstaan van het Brussels Gewest.

Evolutie van het aantal natuur- en bosreservaten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Bron: Departement biodiversiteit, Leefmilieu Brussel, 2017

 

Evolutie van de oppervlakte aan natuur- en bosreservaten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Bron: Departement biodiversiteit, Leefmilieu Brussel, 2017

Meer informatie over deze reservaten vindt u in de factsheet over semi-natuurlijke ruimten en groene ruimten die een beschermingsstatuut genieten.

Speciale beschermingszones (SBZ) en habitats van communautair belang

Het Natura 2000-netwerk is een Europees netwerk van natuurgebieden of half-natuurgebieden die een speciaal beschermingsstatuut genieten door de habitats of soorten die er aanwezig zijn. Het is samengesteld uit gebieden die de Europese lidstaten hebben aangeduid in toepassing van twee Europese richtlijnen, respectievelijk inzake het behoud van de vogelstand of de zogenaamde “Vogelrichtlijn” (richtlijn 2009/147/EG) en de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, de zogenaamde “Habitatrichtlijn” (richtlijn 92/43/EG). Deze laatste beoogt zowel het behoud van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten als de instandhouding van wilde dier- en plantensoorten.  Bijlage I van bovengenoemde richtlijn omvat een lijst met natuurlijke of halfnatuurlijke habitats die belangrijk worden geacht voor de gemeenschap (d.w.z., samengevat, zeldzame en/of typische of opmerkelijke habitats op Europese schaal); Bijlage II bevat de lijst van fauna en flora van communautair belang.
Niettegenstaande sommige gebieden interessant zijn voor tal van vogelsoorten, heeft het Gewest geen “speciale beschermingszones” (SBZ) op grond van de “Vogelrichtlijn”.  Daarentegen telt het gewestelijk grondgebied, ondanks zijn stedelijk karakter, 10 soorten habitats die vermeld worden in Bijlage I van de “Habitatrichtlijn” (voornamelijk boshabitats met als belangrijkste het zuurminnende beukenbos) en 8 soorten fauna in Bijlage II (4 soorten vleermuizen, 1 insect, 1 vissoort, 1 amfibie en 1 klein weekdier).
De aanwezigheid van die natuurlijke habitats en soorten heeft het mogelijk gemaakt om een lijst met gebieden op te stellen waarin deze werden aangetroffen en om deze gebieden vervolgens als “speciale beschermingszones” (SBZ) voor te leggen aan de Europese Commissie, die ze in december 2004 heeft goedgekeurd. Gelet op de hoge verstedelijkingsgraad van het Gewest is hier geen sprake van een aaneensluitend, homogeen gebied, maar van drie gebieden die een mozaïek van 48 zones behelzen.
De aanwijzing van de Natura 2000-sites was het voorwerp van drie besluiten van de Brusselse Regering (goedgekeurd in 2015 en 2016), die onder meer de doelstellingen voor de bescherming van de sites bepalen, de voorgestelde beheermiddelen om ze te bereiken, en bijzondere verbodsbepalingen die op en buiten de sites van kracht zijn om hun bescherming te verzekeren.  Leefmilieu Brussel werkt momenteel ontwerpen uit van beheerplannen voor de 48 Natura 2000-sites van het Brussels Gewest, in overleg met de eventuele andere eigenaren en gebruikers dan het Gewest. De plannen zullen het voorwerp vormen van een openbaar onderzoek.
De 3 SBZ' beslaan een totale oppervlakte van 2.316 hectaren (oftewel bijna 14,4% van het Brussels grondgebied):

  • het Zoniënwoud met bosrand en aanpalende bosgebieden en de Woluwevallei (2.066 ha) – SBZ I;
  • de bosgebieden en open ruimten ten zuiden van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest - complex Verrewinkel – Kinsendael (134 ha) – SBZ II;
  • de bosgebieden en vochtige gebieden van de Molenbeekvallei in het noordwesten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (116 ha) - SBZ II.

Met een oppervlakte van 1.659 ha vertegenwoordigt het Brussels deel van het Zoniënwoud het leeuwendeel van deze SBZ. De habitats van communautair belang beslaan een oppervlakte van zo'n 1.850 ha.

Natuurlijke habitats van gewestelijk belang

De Natuurordonnantie introduceert het beginsel “natuurlijke habitats van gewestelijk belang” (HGB), die gedefinieerd worden als “natuurlijke habitats op het gewestelijk grondgebied voor de instandhouding waarvan het Gewest een bijzondere verantwoordelijkheid draagt vanwege hun belang voor het gewestelijk natuurerfgoed en/of vanwege hun ongunstige staat van instandhouding”. Deze HGB's kunnen zowel in de Natura 2000-gebieden als daarbuiten gelegen zijn, waar ze grotendeels deel uitmaken van open habitats. De HGB's die in Natura 2000-gebieden of natuurreservaten gelegen zijn, zijn gebonden aan instandhoudingsdoelstellingen en bijhorende beheersmaatregelen.
Op het niveau van de 3 Natura 2000-sites zijn 6 types HGB's op een oppervlakte van ongeveer 88 ha afgebakend. Het betreft voornamelijk grasland met bepaalde planten (bijzondere grassen, gewone dotterbloem, zilverschoon…) en rietland.  

Groene ruimten die een passief beschermingsstatuut genieten

Het passieve beschermingsstatuut houdt geen verplichting in van een actief beheer met het oog op het behoud van de biologische waarde van het betreffende gebied.  Het betreft groene ruimten die beschermd worden via de regelgeving inzake ruimtelijke ordening, bescherming van het erfgoed en bescherming van de watervoorraden.

Gebieden die beschermd zijn krachtens de regelgeving inzake ruimtelijke ordening:

Planningsinstrumenten spelen een cruciale rol bij de instandhouding van groengebieden in de stad. Het Gewestelijk Bodembestemmingsplan (GBP) en het bijbehorende bestemmingsplan verdelen het grondgebied in zones met verschillende bestemmingen, waarvan 8 verband houden met groene ruimten of agrarische gebieden.

Het GBP stelt ook erfdienstbaarheidszones vast rond de bossen en wouden (behalve als er een bijzonder bestemmingsplan aanwezig was vóór de goedkeuring van het GBP in 2001). Die zones zijn non aedificandi zones met een diepte van 60 meter (30 m onder bijzondere voorwaarden) vanaf de grens van de bosgebieden.

De voorschriften van het GBP die van toepassing zijn op groene ruimten geven enkel een beschermingsstatuut aan gebieden die van ecologisch belang zijn: sommige handelingen en werken zijn er verboden, maar er worden geen verplichtingen opgelegd voor het behoud van de biologische waarde van de site. Wat de bestemmingen “groengebied”, “groengebied met hoge biologische waarde” “bosgebied” en “parkgebied” betreft, wordt evenwel, in verschillende mate, rekening gehouden met de ecologische aspecten van het betreffende gebied. De strengste maatregelen voor de bescherming van de natuur gelden voor de “groengebieden met hoge biologische waarde” bestemd voor het behoud of herstel van de natuurlijke habitats van zeldzame dier- en plantensoorten of habitats die een belangrijke biodiversiteit vertonen. In deze zones worden enkel handelingen en werken toegelaten die noodzakelijk zijn voor de actieve of passieve bescherming van het natuurlijk milieu of van de soorten, of voor de verwezenlijking van het groene netwerk (op voorwaarde dat in dit laatste geval de handelingen en werken verenigbaar zijn met de bestemming van het gebied). Op wettelijk vlak garandeert dit statuut evenwel geenszins een goed beheer van het gebied.

Gebieden die beschermd zijn krachtens de wetgeving inzake erfgoedbescherming:

De notie “erfgoed” is van toepassing op architecturaal erfgoed en archeologische sites, maar ook op “levend erfgoed” waaronder opmerkelijke gebieden en bomen.
Volgens de, begin 2017 door het BISA verspreide gegevens, genoten 138 gebieden met een oppervlakte van 2.658 ha het statuut van beschermd gebied, wat onder andere inhoudt dat ze niet mogen worden afgebroken. Deze gebieden behelzen parken (Park van Brussel, Terkamerenbos, ...), tuinen, opmerkelijke bomen (5) en half-natuurlijke niet bebouwde of gedeeltelijk bebouwde gebieden (Zoniënwoud, Wilderbos, Vogelzang …). Hoewel dit statuut een erg efficiënte bescherming van de erfgoedwaarde van de site verzekert, verhindert de vrij starre aard ervan soms een beheer dat aangepast is aan de instandhouding of de verbetering van de biodiversiteit. Daarnaast stonden 148 sites (waaronder 112 opmerkelijke bomen) die een totale oppervlakte van 80 ha beslaan, op de bewaarlijst (statuut met iets minder strenge voorwaarden dan deze die van toepassing zijn op beschermde gebieden, zie factsheet “semi-natuurlijke ruimten en groene ruimten die een beschermingsstatuut genieten”). Het Zoniënwoud telt ook twee archeologische sites die in 2002 werden geklasseerd (neolithisch versterkt kamp en grafheuvels). De ontwerpen van beheerplannen voor deze 2 sites zullen binnenkort het voorwerp vormen van een openbaar onderzoek, samen met de ontwerpen van de beheerplannen voor het Zoniënwoud en zijn reservaten.

Gebieden die beschermd zijn krachtens de regelgeving inzake watervoorraden.

Sommige gebieden genieten een beschermde status die er in de eerste plaats op gericht is om het oppervlaktewater, het grondwater en de habitats en soorten die direct afhankelijk zijn van water, te beschermen.  Door de activiteiten die in deze gebieden toegestaan zijn, te regelen, worden ook de natuurlijke milieus die in deze gebieden gelegen zijn enigszins beschermd.
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest telt 4 types beschermingszones van waterbronnen, waarvan één zone die verband houdt met de bescherming van de grondwaterwinningen voor de openbare watervoorziening. Dit beschermingsgebied beslaat een totale oppervlakte van ongeveer 770 ha en is gelegen ter hoogte van het Ter Kamerenbos en het Zoniënwoud (onder de Lotharingendreef). Op de overige gebieden zijn verplichtingen en voorwaarden van toepassing die verband houden met afvalwaterzuivering (gebied dat het volledige Gewest omvat), de bescherming van water tegen de verontreiniging met nitraten uit agrarische bronnen (gebied dat ongeveer gelijkloopt met het beschermingsgebied rond de waterwinningszone) en, tot slot, gebieden waar pesticidegebruik verboden is (plaatsen en inrichtingen die door kwetsbare groepen worden bezocht, beschermingsgebieden rond waterwinningszones, Natura 2000-gebieden en natuur- of bosreservaten).
We wijzen ook op het bestaan van “speciale beschermingszones” (SBZ), een statuut dat gedefinieerd wordt in de ordonnantie van 30 maart 1995 betreffende het bezoeken van de bossen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Dit statuut, dat geen invloed heeft op het ecologisch beheer, beoogt de inrichting van bufferzones rond beschermde gebieden of de beperking van de impact van het overvloedige gebruik van bepaalde gebieden via gebruiksbeperkingen (honden aan de leiband en toegang voor het publiek beperkt tot wegen en paden). In 2007 werden vier SBZ's met een totale oppervlakte van 587 ha bij besluit aangewezen. In 2016 werd deze oppervlakte verkleind tot een totaal van 543 ha, om rekening te houden met de uitbreiding van het integrale bosreservaat van Grippensdelle, dat de SBZ 4 gedeeltelijk overlapte.

Zones beschermd door middel van een ecologisch representatief en goed verbonden netwerk van beschermde gebieden die efficiënt beheerd worden

Een van de belangrijkste doelstellingen in het Strategisch Plan 2011-2020 van het VN-Verdrag inzake biologische diversiteit is om ten minste 17% van de gebieden van land en binnenwateren te beschermen door middel van effectieve beschermingsmaatregelen. Deskundigen van het Gewest hebben 4 categorieën voorgesteld om deze doelstelling, die in de Belgische Nationale Strategie voor de biodiversiteit is opgenomen, te beoordelen:

  • Categorie 1: gebieden met een actief beschermingsstatuut onder de nationale wetgeving betreffende natuurbehoud (natuur- en bosreservaten en Natura 2000-gebieden);
  • Categorie 2: gebieden met een actief beschermingsstatuut onder de nationale wetgeving betreffende natuurbehoud en die beheerd worden volgens een officieel goedgekeurd beheerplan;
  • Categorie 3: gebieden met een actief beschermingsstatuut onder de nationale wetgeving betreffende natuurbehoud die efficiënt worden beheerd met natuurbehoud als doelstelling, maar die geen beheerplan hebben;
  • Categorie 4: gebieden met een ander statuut of zonder beschermingsstatuut maar die efficiënt beheerd worden met natuurbehoud als doelstelling (agro-milieumaatregelen, laat maaien, enz.).

Enkel categorieën 2, 3 en 4 worden opgenomen in de berekening van de referentiewaarden voor de opvolging van deze doelstelling.
In 2014 viel 16% van het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest onder één of meer categorieën, waarvan:

  • 10,3% onder categorie 2 (Zoniënwoud in Natura 2000 gebied beheerd door een officieel goedgekeurd beheerplan);
  • 3,0% onder categorie 3 (Natura 2000 gebieden buiten Zoniënwoud, beheerd door Leefmilieu Brussel, door de gemeenten of door private instellingen met opvolging van het Instituut, alsook de natuurreservaten buiten Natura 2000);
  • ongeveer 2,7% onder categorie 4 (wegbermen, spoortaluds en militaire gronden onderworpen aan ecologisch beheer via overeenkomsten tussen Leefmilieu Brussel en hun eigenaren en de gebieden van de gewestelijke en gemeentelijke parken in gedifferentieerd beheer buiten Natura 2000).

Voor het Waals Gewest was dit percentage 8,9%, tegen 10,7% voor het Vlaams Gewest. Op basis hiervan kan, rekening houdend met de percentages van de drie Gewesten, 9,8% van het terrestrische grondgebied van België beschouwd worden als zijnde efficiënt beheerd met het oog op natuurbehoud.

Datum van de update: 07/01/2019
Documenten: 

Methodologische fiche

Tabellen met de gegevens

Factsheets

Thema “Grondgebruik en landschappen in Brussel”

Fiches van de Staat van het Leefmilieu

Andre publicaties van Leefmilieu Brussel

Studies en rapporten

Plannen en programma‘s