U bent hier

Fysisch-chemische kwaliteit van het oppervlaktewater

Een goede fysisch-chemische kwaliteit van het water is een noodzakelijke en essentiële voorwaarde voor de overleving en ontwikkeling van het waterleven. De Woluwe en in mindere mate het Kanaal hebben een goede fysisch-chemische kwaliteit. De kwaliteit van de Zenne lijkt te verbeteren, onder meer dankzij de toenemende zuivering van het afvalwater van het Brussels Gewest.

Beoogde doelstelling: "goede toestand"

Conform de Europese kaderrichtlijn water (KRW) moet elke lidstaat netwerken opzetten voor de kwaliteitscontrole van haar water en de nodige maatregelen nemen om tegen 2015 een "goede toestand", zowel op chemisch als op ecologisch vlak, te bereiken van de oppervlaktewaterlichamen. Er zijn drie oppervlaktewaterlichamen geselecteerd in het Brussels Gewest: de Zenne, het Kanaal en de Woluwe.

De parameters die de algemene fysisch-chemische kwaliteit van het water bepalen (watertemperatuur, troebelheid, zuurheid, zoutgehalte, zuurstofcapaciteit, concentratie van nutriënten …) dragen bij tot de ecologische verbetering van de waterlopen. Hoewel er specifieke kwaliteitsdoelstellingen bestaan voor die parameters - de Milieukwaliteitsnormen (MKN) -, definieert de KRW niet echt de fysisch-chemische "toestand" van het oppervlaktewater. Aangezien de fysisch-chemische kwaliteit het waterleven ondersteunt, wordt ze inderdaad onrechtstreeks weerspiegeld in de ecologische toestand of het ecologische potentieel van het oppervlaktewater (zie "Ecologische kwaliteit van de voornaamste waterlopen en vijvers").

Fysisch-chemische kwaliteit van het oppervlaktewater in het Brussels Gewest en verklarende factoren

Het water van de Woluwe is van zeer goede kwaliteit en dat van het Kanaal is betrekkelijk weinig vervuild. Hetzelfde kan helaas niet gezegd worden van de Zenne. Uit de analyses blijkt dat de algemene fysisch-chemische kwaliteit van het water van de Zenne bij het verlaten van het gewestelijke grondgebied globaal gesproken wel aanzienlijk verbeterd is. Tijdens de recentste jaren is de meest in het oog springende positieve evolutie te danken aan de inwerkingstelling in maart 2007 van het tweede gewestelijke zuiveringsstation (in het noorden van Brussel) (het zuiveringsstation Zuid, met een lagere verwerkingscapaciteit en niet uitgerust met een krachtige installatie voor het verwijderen van stikstof en fosfor, werd in augustus 2000 in gebruik genomen). De fysisch-chemische kwaliteit van het Zennewater bij het binnenkomen van het Gewest lijkt ook te verbeteren sinds 2003-2005: die gunstige evolutie zou ook verband houden met de verbeterde waterzuivering stroomopwaarts van het Gewest.

Naast die opgevoerde zuivering van het vervuilde water zou deze evolutie ook kunnen verklaard worden door andere factoren, zoals de geleidelijke beperking van het gebruik van fosfaten in wasproducten, de vermindering van de atmosferische toevoer van stikstof of nog de verlaagde toevoer van stikstof door landbouw en veeteelt.

Recente evolutie van de Zenne

Evolutie van de fysisch-chemische kwaliteit van de Zenne (2001-2012)
Bron: Leefmilieu Brussel, departement Staat van het Leefmilieu, 2013

 

 Opmerking: Een afwijkende waarde werd uitgesloten uit het gemiddelde voor 2010 van de concentratie aan orthofosfaten.

Die positieve trend weerspiegelt zich in de evolutie van verscheidene parameters, meer bepaald:

  • Sinds 2004, de beperking van de biologische zuurstofvraag (BZV), zeer opvallend aan de uitgang van het Gewest, dit tussen 2003 en 2007 (- 85%). Hiermee wordt de norm benaderd of zelfs nageleefd (zoals in 2008, 2010 en 2011) met BZV-niveaus die vergelijkbaar zijn bij het binnenkomen en buitengaan van het Gewest (de BZV is een indicator van vervuiling door biologisch afbreekbare organische stoffen waarvan de afbraak opgeloste zuurstof verbruikt);
  • Sinds 2006, toename van het gemiddelde gehalte aan opgeloste zuurstof zowel bij het binnen- als het uitstromen van het Brussels grondgebied (zowat 2,5 keer hoger in 2012 in vergelijking met 2006). Dat zorgt voor de naleving van de norm bij het binnenstromen van het Gewest sinds 2007, en bij het buitenstromen van het Gewest sinds 2011 (opgeloste zuurstof is onmisbaar voor het waterleven en voor de afbraak van de biodegradeerbare verontreinigende stoffen wat nodig is voor de zelfreiniging);
  • Trend tot een afname van de concentraties ammoniumstikstof (NH4+), zeer uitgesproken bij het buitenstromen van het BHG vanaf 2007: zo is de gemiddelde concentratie bij het verlaten van het Gewest geëvolueerd van 19,5 mg N/l in de periode 2001-2006 naar 4,2 mg N/l in de periode 2007-2012 met een naleving van de norm in 2011 en 2012 (NH4+ is het resultaat van de aerobe afbraak van organisch stikstof die in grote mate afkomstig is van het lozen van niet of onvoldoende gezuiverd afvalwater; de afbraak van NH4+ tot nitrieten en daarna tot nitraten verbruikt opgeloste zuurstof en draagt bij tot het fenomeen van eutrofiëring van de Noordzee);
  • Sinds 2007 zijn de concentraties orthofosfaten bij het verlaten van het Gewest gevoelig verminderd; ze benaderen stilaan de concentraties gemeten bij het binnenkomen (met uitzondering van het jaar 2012); toch blijven ze lichtjes hoger dan de norm (die orthofosfaten zijn afkomstig van de afbraak van organische fosfaten die onder meer het resultaat zijn van de lozing van afvalwater en van het gebruik van mest; ze liggen aan de basis van de eutrofiëring van de waterlopen en vijvers).

Naleving van de kwaliteitsnormen van het Zennewater

De recente verbetering van de waterkwaliteit van de Zenne blijkt uit een betere naleving van de waterkwaliteitsnormen. Dat heeft al een positieve invloed op het waterleven in deze waterloop zowel stroomop- als stroomafwaarts van het Gewest. Binnen het Brussels Gewest lijkt zich een licht positieve trend in te zetten, dit zal de toekomst moeten uitwijzen (zie "Ecologische kwaliteit van de voornaamste waterlopen en vijvers").

Blijvende inspanningen zijn echter nodig, zowel binnen het Brussels Gewest als stroomopwaarts ervan, om alle milieukwaliteitsnormen die sinds 2011 van kracht zijn, te behalen. Zo zijn in 2012 de normen overschreden bij het binnenkomen en/of het verlaten van het Gewest voor de geleidbaarheid, de BZV, de orthofosfaten, het opgelost zink, enz.

Die doelstelling blijkt bijzonder moeilijk voor de Zenne. Want deze waterloop met zeer beperkt debiet ontvangt al het afvalwater - voor 80 à 90% gezuiverd in overeenstemming met de geldende wetgeving - uit de zuiveringsstations Noord en Zuid (in totaal 1.460.000 IE) en uit vele stations die stroomopwaarts gelegen zijn. Zo kan het debiet aan gezuiverd water dat door het zuiveringsstation Noord wordt geloosd, het dagelijks gemiddeld debiet van de Zenne bij het verlaten van Brussel verdubbelen en zelfs verdrievoudigen, afhankelijk van de omstandigheden. De bijna volledige overwelving van de Brusselse loop en de vaak kunstmatig aangelegde oevers beperken de mogelijkheden tot ontwikkeling van waterleven en oxygenatie ook aanzienlijk.  In die omstandigheden zal het Zennewater tegen 2015 niet het "goede ecologische potentieel" bereiken dat geëist wordt door de KDR (ter herinnering, de fysisch-chemische kwaliteit is indirect geïntegreerd in het ecologische potentieel). Bijgevolg werd een uitstel (afwijking) tot 2027 aangevraagd bij de Europese Commissie (zie "Ecologische kwaliteit van de voornaamste waterlopen en vijvers").

Naleving van de waterkwaliteitsnormen voor het Kanaal en de Woluwe

Voor het Kanaal worden weinig overtredingen van de basiskwaliteitsnorm vastgesteld. Toch heeft deze waterloop nog wel te kampen met bepaalde vervuilingen op het gewestelijk grondgebied: onder meer de rechtstreekse instroom van het water van lage kwaliteit vanuit de Neerpedebeek, de Broekbeek en de Zenne (door oppompen) en door de overlopen van collectoren of van de Zenne bij zware regenbuien. De vervuiling is ook het gevolg van enkele specifieke lozingen van afvalwater, vervuiling door het waterverkeer of nog het opnieuw in suspensie brengen van verontreinigende stoffen die aanwezig zijn in de sedimenten (in geval van uitbaggering en wervelingen). Net als de Zenne zal het Kanaal het "goede ecologische potentieel" niet behalen tegen 2015: er is dus een uitstel van termijn (afwijking) aangevraagd tot 2021 bij de Europese Commissie.

De Woluwe, die quasi geen vervuilende lozingen moet slikken tijdens zijn Brusselse loop, verlaat het Gewest met een goede kwaliteit: de kwaliteitsnormen worden er bijna altijd nageleefd. Deze waterloop zou het goede chemische en ecologische potentieel moeten bereiken tegen 2015.

Bronnen:

  • Leefmilieu Brussel 2011. « Milieueffectenrapport van het ontwerp van het maatregelenprogramma dat het Waterbeheersplan van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest begeleidt », 390 pagina's.
  • Leefmilieu Brussel, verscheidene jaren. Technische rapporten met de resultaten van de jaarlijkse analyses van de fysisch-chemische kwaliteit van het oppervlaktewater in het BHG
Datum van de update: 23/01/2018