U bent hier

Emissie van primaire PM10

De primaire emissies van PM10 in het Brussels Gewest zijn sterk afgenomen sinds 1990, in het bijzonder tussen 1990 en 2006 (afname met 69%). Sindsdien heeft de uitstoot van PM10 zich gestabiliseerd.
Overeenkomstig de gegevens van 2011 is de transportsector de voornaamste bron van de lokale PM10-uitstoot : hij vertegenwoordigt  73% van de directe emissies (via de uitlaatgassen, aangezien de PM ontstaan door de verbranding van voertuigbrandstof). De bijdragen van het energieverbruik in de residentiële (20%) en de tertiaire (4%) sector zijn eveneens belangrijk.

Context

Fijne stofdeeltjes, ook aangeduid als “PM10”", zijn partikels met een diameter kleiner dan 10 µm. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen primaire fijne deeltjes die rechtstreeks door natuurlijke (bijvoorbeeld bodemerosie) of antropogene bronnen (verkeer, industrie, verwarming,...) worden uitgestoten, en secundaire fijne deeltjes die in de lucht ontstaan door chemische reacties tussen andere aanwezige polluenten.

De uitstoot van fijne deeltjes wordt behandeld in verschillende Europese richtlijnen in functie van hun emissiebron. De uitstoot is gereglementeerd omwille van de impact van deze deeltjes op de gezondheid; de gezondheidseffecten hangen samen met hun grootte (fijnere deeltjes dringen dieper in de luchtwegen door) en hun chemische samenstelling. De PM hebben eveneens gevolgen voor het milieu (het klimaat, de flora of het onroerend erfgoed).

Uitgestoten hoeveelheid PM10 per bron

In 2011 werd op het Brusselse grondgebied zowat 321 ton primair PM10 uitgestoten.

De transportsector is de voornaamste bron van plaatselijke PM10-uitstoot; die vertegenwoordigt 73% van de rechtstreekse emissies (via de uitlaatgassen; PM ontstaat immers door de verbranding van voertuigbrandstof). Het energieverbruik binnen de residentiële sector (20%) en de tertiaire sector (4%) is ook een belangrijke emissiebron.

Sectorale uitsplitsing van de primaire PM10-emissies in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (2011)

Bron : Leefmilieu Brussel, Dpt Planning lucht, energie en klimaat

Sectorale uitsplitsing van de primaire PM10-emissies in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (2011)

Evolutie van de uitgestoten hoeveelheid

De primaire PM10-uitstoot is sinds 1990 sterk gedaald, in het bijzonder tussen 1990 (1082 ton) en 2006 (385 ton, of een daling met 69% ten opzichte van 1990). Sindsdien hebben de PM10-emissies zich gestabiliseerd.

Primaire emissies van PM10 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tussen 1990 en 2011

Bron : Leefmilieu Brussel, Dpt Planning lucht, energie en klimaat

 Primaire emissies van PM10 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tussen 1990 en 2011

De daling vóór 2006 kan verklaard worden door meerdere factoren.

  • De daling heeft zich voornamelijk voorgedaan in het domein van het wegverkeer: binnen dit domein daalde de uitstoot van 549 ton in 1990 naar 284 ton in 2005, ondanks de toename van het verkeer (volgens Statbel was er in die periode een toename met 7% van het afgelegde aantal kilometer binnen het BHG). De verklaring hiervoor moet gezocht bij de technologische verbetering van de motoren van de vrachtwagens en in mindere mate van de auto's (katalysatoren, EURO-normen,...).
  • De emissies door de residentiële en tertiaire sectoren houden verband met het energieverbruik binnen die sectoren. Zij worden berekend o.b.v. de energiebalans van het Gewest (gecorrigeerd volgens het aantal graaddagen). De waargenomen daling hangt bijgevolg samen met het dalende energieverbruik (zie voor bijkomende informatie de "energie-indicatoren").
  • De uitstoot door de verbrandingsoven kende tussen 2005 en 2006 een gevoelige daling door het aanbrengen van een filter op de verbrandingsoven in 2006. De daling is eveneens het gevolg van een herziening van de overeenstemmende emissiefactor (methodologische wijziging).
  • De vermindering van de cokesproductie en vervolgens de sluiting van de cokesfabriek van Marly in 1993 liggen aan de basis van de gevoelige daling tussen 1990 en 2000 binnen de categorie "Overige". Tussen 2005 en 2006 is de daling van de "overige" emissies het gevolg van een gewijzigde berekeningsmethode voor de binnenscheepvaart.
Datum van de update: 19/01/2018