U bent hier

Emissies van broeikasgassen

CO2 is veruit het belangrijkste broeikasgas dat op het gewestelijk grondgebied wordt uitgestoten  (nagenoeg 93% in 2010).
De voornaamste bronnen die broeikasgassen (BKG) uitstoten in Brussel zijn de verwarming van gebouwen (huishoudens en tertiaire sector: 69% van de directe emissies van BKG in 2010) en het transport (21%). Sinds 2004 vertonen de emissies van BKG een dalende tendens die gelijkloopt met de reductie van het energieverbruik … tendens die onvermijdelijk beïnvloed wordt door de meteo.  Sinds 2006 is de som van de gewestelijke BKG-emissies lager dan het plafond dat voortvloeit uit de doelstellingen van het Protocol van Kyoto.  Het Gewest heeft sindsdien de verbintenis aangegaan om tegen 2025 zijn BKG met 30% te verminderen ten opzichte van 1990 (via het Pact van de Burgemeesters).

Context

De zes broeikasgassen (BKG) waarop het Protocol van Kyoto betrekking heeft, zijn: koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), distikstofmonoxyde (N2O), fluorkoolwaterstoffen (HFK’s), perfluorkoolstoffen (PFK’s) en zwavelhexafluoride (SF6). Er zijn nog andere gassen die het broeikaseffect bevorderen maar zij tellen niet mee voor de berekening van de reductiedoelstellingen. Concreet worden deze zes gassen gecombineerd in een “gezamenlijke pot”, waarbij elk gas wordt gewogen volgens zijn globaal opwarmingspotentieel (GWP) uitgedrukt in “CO2-equivalent”.

Alleen de BKG die rechtstreeks op het grondgebied worden uitgestoten (directe emissies) worden in aanmerking genomen in het kader van het Protocol van Kyoto. De directe BKG-emissies in het Brussels Gewest zijn hoofdzakelijk het gevolg van de verbrandingsprocessen die gebruikmaken van fossiele brandstoffen (steenkool, gas, aardolie). CO2 is veruit het belangrijkste BKG dat op het gewestelijk grondgebied wordt geëmitteerd (bijna 93 % in 2010).

Emissies van broeikasgassen in het Brussels Gewest

In 2010 was alleen al de verwarming van (residentiële en tertiaire) gebouwen goed voor 69 % van de directe emissies van BKG. Gebouwen en vervoer samen namen voor datzelfde jaar 90 % van de directe emissies voor hun rekening.

Directe emissies van BKG (zonder de fluorhoudende gassen) in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 1990 tot 2010
Bron : Leefmilieu Brussel, Dpt planning lucht, klimaat en energie
Directe emissies van BKG (zonder de fluorhoudende gassen) in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 1990 tot 2010

Tussen 2004 en 2007 daalden de verwarmingsgerelateerde emissies, hoewel het residentiële gebouwenpark aangroeide (+ 1 %, volgens de ADSEI), ook het kantorenpark kende een toename (volgens het Overzicht van het kantorenpark). De gewestelijke uitstoot van broeikasgassen blijkt aldus stilaan te worden losgekoppeld van de bevolking.
Zoals de nieuwe stijging van de totale BKG-emissies in 2008 en 2010 aantoont, houdt deze evolutie echter ook verband met de klimaatomstandigheden (zachter in 2007 en 2009, strenger in 2008 en 2010).
Hierbij dient evenwel opgemerkt dat de ramingen van de BKG-emissies die gebaseerd zijn op de gewestelijke energiebalans, niet van die aard zijn dat wij duidelijk de factoren kunnen identificeren die bepalend zijn voor deze evolutie.

Internationale doelstellingen

Als partij bij het Protocol van Kyoto heeft België de verplichting om zijn BKG-emissies te verminderen met 7,5 % in de periode 2008-2012 ten opzichte van 1990. Overeenkomstig de verdeling van de inspanning over de 3 Gewesten en de Federale Staat (2004) mag in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waar de agrarische en industriële activiteit beperkt is, de op het grondgebied uitgestoten BKG met maximum 3,475 % vermeerderen in dezelfde periode. Dit hangt samen met de erkenning van de gewestelijke specificiteiten waaraan op korte tijd niet kan verholpen worden, zoals mobiliteitsproblemen en energiegebruik voor de verwarming van gebouwen.

Sinds 2006 liggen de gewestelijke BKG-emissies beneden dit plafond.

Voor de periode volgend op het Kyoto-protocol heeft het Gewest de verbintenis aangegaan om zijn BKG-emissies tegen 2025 met 30 % te verminderen ten opzichte van 1990 (Pact van de Burgemeesters).

Indirecte emissies

Naast de BKG die op het Brusselse grondgebied zelf worden uitgestoten (“directe emissies”), brengt het Gewest ook “indirecte” emissies voort. Deze hangen samen met de productie buiten het Gewest van de elektriciteit die het BHG verbruikt (met name bijna 95 % van het elektriciteitsverbruik, zie fiche Energiebalans), en daar bovenop, met de productie van de consumptiegoederen die het Gewest invoert (voeding, huishoudtoestellen, bouwmaterialen, textiel …).
In 2010 bedroeg de indirecte uitstoot die samenhangt met het verbruik van de ingevoerde elektriciteit door de verschillende Brusselse sectoren zo’n 1590 kton CO2, wat overeenkomt met 40% van de directe emissies van CO2.

Datum van de update: 30/11/2015